De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FRIEDRICH ADOLPH LAMPE III

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FRIEDRICH ADOLPH LAMPE III

7 minuten leestijd

We hebben zo wel het meest voor de hand liggende over Lampe en in verband met hem gezegd. Zoals we niet verzwegen, heeft een groot deel van de mensen van zijn tijd, binnen de kerk en er buiten, hem niet gewaardeerd en zich te gemakkelijk van hem afgemaakt. Hij heeft hier te lande dan onooit de mate van populariteit verworven, die á Brakel en Smijtegelt hebben genoten. Dat betekent echter niet, dat hij recht zou hebben, zich alleen maar voor de stem eens roependen in de woestijn te houden. Er staat niet voor niet in de Schrift, dat Gods beloften door lankmoedigheid (geduld) beërfd worden. De volksmond zegt hetzelfde, in wat profaner vorm: Gods molens malen langzaam, maar ze malen zeker. Verschillende (misschien alle) Godsgetuigen hebben tijden, waarin ze geheel vergeten schijnen te zijn. Lampe hoort daar ook toe. Maar te goeder uur wordt dat isolement doorbroken en worden vergeten mensen weer actueel.

Zoals we zeiden, is, Lampe bij de Voetianen nooit zo populair geweest als de , , ingeborenen des huizes", hoewel zijn spraak op de hurme geleek. Frappant is het zeer ongunstig oordeel van Smijtegelt over Lampe, die hij vergeleek bij een walmende lamp, een helaas niet erg hoogstaand spelletje met diens naam spelend. Dat ongunstig oordeel moet wel samenhangen met wat we de vorige, maal verhaalden over ds. J. Fruytier, die bij Lampe leringen meende te vinden, die hij zo fel bestreed bij prof. Roëll. Het is van Smijtegelt niet billijk, dat hij daarop doorgeborduurd heeft, zonder er bij te zeggen, dat Lampe met hartzeer dit verwijt van zich afwees. Smijtegelt's spreekwijze verschilt tamelijk van die van Lampe, ook dat kan die afwijzing verklaren.

Binnenkort hopen we toe te komen aan de vermaarde W. Schortinghuis, wiens boek Het innige Christendom, zo'n storm in onze kerk heeft ontketend en bij wien men allerlei , , exorbitante en extraordinaire expressiën" meende te moeten opmerken. Daar hoorden dan wel sterk toe Schortinghuis' , , dierbare nieten" : ik wil niet, kan niet, weet niet, heb niet en deug niet, waarmee Schortinghuis een zeer sobere taxatie van de krachten van de natuurlijke mens geeft., die ook iets en veel te zeggen hebben voor de zelfbeoordeling van de christenmens..

Dergelijke klanken kan men evengoed bij Lampe vinden en het feit, dat Schortinghuis hem aanhaalt en prijst, doet ons weten, dat er mogelijk afhankelijkheid en zeker geestverwantschap bestaat tussen die twee. Reeds daarin hebben we dus het bewijs, dat Lampe's preek, naar vorm en inhoud, niet zonder echo is gebleven. En als we dan, na een tijd van stilte aan het eind van de 18de eeuw, het Réveil zien optreden in het begin van de 19de eeuw, dan is het frappant, dat er onder de mensen, die de gereformeerde vleugel van het Reveil uitmaken, zijn, die sterk aan Lampe verwant zijn en hem moeten hebben gelezen. Tot deze Réveilmannen rekenen we heel bepaald ds. Laatsman van Rheden, wiens , bevindelijke" prediking zo lampeaans aandoet en zowel bijval als afkeuring verwierf. En nog meer moet hier o.i. Kohlbrugge genoemd worden, ai verbaast 't mogelijk velen, hem in de buurt van Lampe geplaatst te zien. Maar al te gemakkelijk maakt men van Kohlbrugge de man van de objectiviteit, tegen wie dan Lampe met zijn subjectiviteit wel heel erg afsteekt. Maar het is ten eerste toch wel héél merkwaardig, dat uitgerekend Kohlbrugge een boekje schreef over De Tale Kanaans. Wanneer we critiek gaven op uitwassen in Lampe's gebruik van de tale Kanaans, dan wordt ook Kohlbrugge daardoor getroffen. Zo is de vraag dan al gewettigd, of Kohlbrugge mogelijk Lampe gelezen heeft ? Beider Duitse afkomst kan hier temeer verenigend gewerkt hebben. Naar ons oordeel heeft Kohlbrugge verschillende mensen van de Nadere Reformatie vermoedelijk gekend en zijn zeer , , bevindelijke" preektrant vereent hem met hen. Naar ons besef zal bij de verklaring van Kohlbrugge juist de Lampeaanse sector van het Piëtisme moeten meespreken en is de poging, van confessionele-Kohlbruggiaanse zijde gedurig ondernomen, om zich tegen de „bevindelijke" gereformeerden af te zetten en daarbij Kohlbrugge als vaarboom te gebruiken, bepaald mislukt. Hier ligt nog een veld open voor onderzoekingen, die interessant mogen heten, maar veel meer belangrijk zijn.

We stellen in het algemeen vast, dat dus in de Réveil-tijd, bij de sterke afkeer van de geest des tijds, die een neiging tot verinnerlijking oproept, voor de gedachtenwereld van Lampe nieuwe aandacht is ontwaakt.

Lang heeft ze niet geleefd en mét het Réveil zelf is deze sympathie verdwenen. In onze tijd wordt Lampe wel heel weinig meer gelezen. Hij geeft dan ook maar zéér eenzijdig weer, wat er in de kring van de Gereformeerde Bond leeft en wanneer dr. G. Snijders, indertijd voorganger van de evangelisatie te Harderwijk, over Lampe promoveerde, in de hoop daardoor de „Veluwse mentaliteit" beter te benaderen, moeten we toch wel uitspreken, dat men de Geref. Bond toch liever niet vanuit Lampe moet pogen te begrijpen, al ontbreekt het onder ons niet geheel aan Lampeaanse sympathiën. Curieus echter, dat het oordeel van dr. Snijders over Lampe zo gunstig uitvalt. Moeten hem dan de „Bonders" nog niet veel méér zijn meegevallen? Lampe is wél een zoon van de Nadere Reformatie, maar geen eerstgeborene en ook geen universeel erfgenaam. Eerder zouden we moeten opperen, op zijn Coccejaanse afkomst ziende, dat hij eerder iets van een stiefkind heeft gehouden. Daarin zouden we hem wat willen vergelijken met Van Oosterzee, een gloedvol, rhetorisch, orthodox man, maar die de modernen te onwetenschappelijk was, terwijl Kuyper hem tot de halven rekende. Zo is Van Oosterzee tussen twee stoelen beland en we begrijpen zijn verdriet daarover. Dat moet Lampe in even sterke mate gekend hebben.

Om te besluiten, nemen we nog even Lampe's levensverhaal op. Wegens de strubbelingen in Nederland, die hij kettermeesterij achtte, vertrok hij immers weer naar Bremen, waar hij jong stierf. Hij had anders in Utrecht als hoogleraar een eervolle plaats en moet van zijn onderwijs in de dogmatiek stellig voldoening gehad hebben. Zijn meeste geschrijf ten zijn thans' zeer vergeten, 't minst nog genoemde grote werk over de Verbonds theologie. Behalve dat de dogmatiek hem lief was, had hij ook een sterke historische belangstelling, die binnen de Nadere Reformatie in het geheel niet ongewoon' is, maar bij deze man van mystieke innerlijkheid toch niet zó voor de hand schijnt te liggen. Het onderwijs in de kerkgeschiedenis werd hem opgedragen en als beroemdste van zijn werken, waarmee hij dan ook een belangrijke lacune vervulde, was zijn groot tweedelig werk over de geschiedenis der Hongaarse kerk. Ter verklaring zij hieraan toegevoegd, dat Hongarije een belangrijke gereformeerde (, , calvijnse") kerk heeft, die bijzonder de naam van onze admiraal De Ruyter, aan wie we juist in deze dagen denken, hoog houden, omdat hij een aantal van haar predikanten, die op de banken van de galeien waren terecht gekomen, de vrijheid terug gaf. Door een bijzonder fonds, , , het Stipendium Bernhardinum" is de Utrechtse universiteit later nog sterker met de Hongaarse kerk verbonden, doordat een hele reeks van haar predikanten daar gestudeerd heeft. Zo begrijpen we óok wel, waarom Lampe zoveel voor de Hongaarse kerk voelde en haar geschiedenis schreef. Van Hongaarse 'Zijde wordt evenwel betwijfeld of dit werk wel als eigen werk van Lampe kan worden beschouwd, omdat hij veel zou hebben ontleend aan (niet door hem genoemde) bronnen. Dat zal eerlang wel blijken.

Vatten we alles samen, dan is de indruk, die Lampe nalaat, nogal gemengd. In ons relaas over de Nadere Reformatie mocht hij echter niet gemist worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FRIEDRICH ADOLPH LAMPE III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's