De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE POSITIE VAN DE GODSDIENSTONDERWIJZERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE POSITIE VAN DE GODSDIENSTONDERWIJZERS

3 minuten leestijd

Op de vergadering van de minderheidsgroepen, die zaterdag 23 maart te Utrecht gehouden is, kwam ook ter sprake de positie van die godsdienstonderwijzers, die in een gemeente evangelisatiearbeid hebben verricht en wier werk niet langer begeerd wordt, omdat het zó geleid is, dat men door het beroepen van een Bondspredikant de evangelisatie kan sluiten.

Het is een droeve ervaring voor een godsdienstonderwijzer, die jaren lang met ijver in een gemeente heeft gearbeid, om nu tenslotte aan de dijk gezet te worden.

Zeker, er zijn ook godsdienstonderwijzers, die stad en land afreizen, doch veel meer afbreken dan opbouwen, omdat zij naar de Oud-Gereformeerde hoek afdrijven. De voorbeelden hiervan zijn maar voor het grijpen.

Maar daar zijn ook andere godsdienstonderwijzers, die met grote trouw hebben gearbeid in hun gemeente of op hun evangelisatiepost. Ze waren tevreden met een dienende plaats in onze Kerk. Het is wel erg, dat we van zulke trouwe werkers moeten zeggen, dat ze door hun grote ijver hun ondergang hebben bevorderd.

Door de komst van een predikant worden ze overbodig en komen aan de dijk te staan. Voor sommige evangelisatiebesturen is het een probleem geworden. De vestiging van een nieuwe predikantsplaats vraagt meestal grotere financiële offers en daarbij komt dan nog de vraag : Wat moeten we met onze godsdienstonderwijzer doen, die ons zo trouw heeft gediend ?

Men kan toch niet tegen hem zeggen : Ga heen en word warm.

En wat moet er gedaan worden met die godsdienstonderwijzers, die door gebreken des ouderdoms niet meer in staat zijn om hun werk te doen ?

In de laatste tijd zijn er meerderen, die zich met deze zaak hebben bemoeid. Er zijn gemeenten, die zich tot de synode hebben gewend, maar de synode heeft op dergelijke vragen geen bevredigend antwoord gegeven.

Men wijst op het lichtpunt, dat de 65jarige godsdienstonderwijzer, mits nog gehuwd zijnde, elke maand honderd en zeventien gulden aan bodempensioen krijgt.

Dit is inderdaad een lichtpunt, maar van ± ƒ 30.— per week kan men maar moeilijk rondkomen.

Op de vergadering van de minderheidsgroepen werd gevraagd, wat er in zulke gevallen moest worden gedaan.

Het advies werd gegeven om de godsdienstonderwijzers, die nog werkzaam zijn, onmiddellijk in het kerkelijk pensioenfonds te doen opnemen. Inderdaad leek dat het beste.

Voor de hoogbejaarde godsdienstonderwijzers helpt dat advies niet. Daarmede zou een bedrag van duizenden guldens gemoeid zijn.

Voorts werd de mogelijkheid geopperd, dat kerkeraden en evangelisatiebesturen jaarlijks tien of twintig of dertig gulden zouden offeren, opdat daarvan een fonds zou worden gevormd om in sympathieke gevallen een toeslag op het pensioen te kunnen geven.

Natuurlijk blijft de verantwoordelijkheid om te helpen allereerst rusten op die kerkeraden en evangelisaties, die hen hebben benoemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE POSITIE VAN DE GODSDIENSTONDERWIJZERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's