KRONIEK
Vergadering van 27 februari j.l. — Doel van het „Verband" — Het rapport — „Middelmatige zaak" — „Noodoplossing" ongewenst — Over de rede van mr. Boosjen — Toogdag I.D.D.K. — Preek gehandhaafd — „Een zingende Kerk".
Op 27 febr. j.l. heeft in Utrecht het Verband van Herv. Geref. Ambtsdragers in de Ned. Herv. Kerk" zijn jaarvergadering gehouden. Dat „Verband" is enkele jaren geleden opgericht door verschillende ambtsdragers, die oorspronkelijk tot de , , Confessionele Vereniging" behoorden, of althans tot die groepering konden gerekend worden, doch die zich over de gang in het kerkelijk leven zeer onbevredigd en bezwaard gevoelden. Daar zij in de , , Confessionele Vereniging" voor hun ongderustheid geen h. i. genoegzame weerklank en medewerking vonden, zijn ze overgegaan tot de oprichting van het , .Verband", waarbij zich ook voegden leden van de , , Geref. Bond", die geen .„malcontente Bonders" waren of zijn, doch die in dit , .Verband" een weg zagen om tot meerdere eenheid, in positieve zin dan, van de „Gereformeerde Gezindte" te geraken. Over en weer dus een zeer sympathiek streven. Dat , , Verband" vergaderde ruim een maand geleden in, ik meen, zijn derde of vierde jaarvergadering. Dat wij er nu op terugkomen, ligt aan twee daar behandelde onderwerpen, waarvan het aan de orde stellen van het eerste voor de eenheid, waarvan we hierover repten, o.i. niet bevorderlijk is. Het vorig jaar resulteerde uit het toen behandelde „minderhedenvraagstuk in de Herv. Kerk" het besluit, een commissie te benoemen, welke de gezangenkwestie zou onderzoeken en zo mogelijk aanbevelingen zou doen inzake een „noodoplossing". („Trouw", d.d. 28 febr. '57). Zulks, om dat meerderen van oordeel zijn, dat het ontstaan van minderheden in verschillende gemeenten nauw verband houdt met het feit, dat in de kerkdiensten in de betrokken gemeenten geen „gezangen" gezongen worden. Men hoopte door een , , noodoplossing" meerdere splitsingen te kunnen voorkomen.
_ Het rapport van de commissie voor dit onderzoek benoemd, werd 27 februari behandeld, en komt na een uitvoerige bespreking van de Schriftuurlijke en historische gegevens tot de conclusie, welke , , Trouw" met grote letters boven haar verslag plaatst: „Geen Schriftuurlijke bezwaren in eredienst". Het verslag vervolgt dan:
Voorts meent de commissie, dat het mogelijk is te komen tot een verantwoorde keuze uit de z.g. nieuwe bundel die thans vrijwel algemeen in de Herv. Kerk in gebruik is. In dit verband dacht men aan de mogelijkheid van een verkorte bundel uit de bestaande bundel, waarin dus uitsluitend liederen zouden voorkomen, die in overeenstemming zijn met Schrift en Belijdenis.
Moet men nu een Geref. kerkeraad in een gemeente, waar de gezangenkwestie actueel is, deze noodoplossing aanraden? In gevallen, waar het een minderheid in de gemeente uitsluitend gaat om de gezangen als liturgische aangelegenheid en waarbij Schrift en Belijdenis niet in gevaar komen, meent de commissie dat de door haar voorgestelde oplossing om de eenheid der gemeente te bewaren, aan te bevelen is.
De commissie ontveinst zich niet de moeilijkheden voor menige kerkeraad, zich te ontworstelen aan een lange en waardevolle traditie en deze te doorbreken, maar zij meent, dat het ogenblik gekomen is, dat de eenheid der plaatselijke gemeente niet verder opgeofferd mag worden aan een „middelmatige" zaak".
De reacties op een en ander zijn niet uitgebleven. Heel begrijpelijk. Want de commissie kan wel spreken van een , , middelmatige zaak", doch zó wordt ze niet alom voorgesteld. Wat nu over dat rapport en voorstel te zeggen?
Ik geloof niet, dat men met het besluit in de jaarvergadering van 1956 en de behandeling van wat uit dat besluit voortvloeide in 1957, zichzelf en de samenbinding van de Gereformeerde Gezindte in onze kerk een dienst bewezen heeft. Men had het in 1956 bij de conclusie van de referaten kunnen laten. Dan was men naar huis gegaan en aan het werk, met het parool: , , die zingt, zinge de Heere, die zwijgt, zwijge de Heere".
Als dat over de hele linie in onze gemeenten doorwerkt, komt er meer en meer een beoordeling van de prediking naar haar inhoud, getoetst aan de H. Schrift en de Confessie. Zoals die koster het mij eens zeide: , , Ik veroordeel de preek niet om het gezang, maar het gezang om de preek".
En nu ? Ik kan het verstaan, dat prof. Visscher, die 30 artikelen in het G.W., jrg. 1939 schreef onder de titel: , , Van Gezangen" en het vraagstuk in de breedte en in de diepte besprak. Schrift en historie liet spreken, de reeks besloot met de confidentie: , , Ik heb nimmer lust gehad over dit onderwerp mij uit te laten, omdat veel van wat ik zag geschieden, mij tegen de borst stuit". In het eerste artikel had hij reeds iets dergelijks opgemerkt: , , De gezangenkwestie staat niet op zichzelve, is niet los te maken uit het kerkelijk ziekteproces, waaronder wij lijden. Zij kan en mag, naar mijn oordeel, eigenlijk slechts begrepen worden in het kader van alle moeilijkheden, die het kerkelijk vraagstuk in zijn geheel met zich brengt". Dit werd geschreven in 1939. Sedert dien zijn die moeilijkheden waarlijk niet verminderd. De tijdsomstandigheden zijn heus niet rooskleuriger dan ca. twintig jaar geleden. Alleen één zaak is hoopvoller : de samenbinding van onze Herv. Geref. gemeenten en een beter verstaan van , , Bonders" en die , , Confessionelen", die in het , , Verband" met , , Bonders" elkander vonden. Die samenbinding is in groei. Komt men nu met een , , noodoplossing", hoe best ook bedoeld, die groei niet tegenhouden of verijdelen ?
Maar dan de gemeenten, wier eenheid door de , , noodoplossing" gered kan worden? Zijn die er waarlijk? En zijn ze vele ? De ervaring leert, dat , , men" wel dikwijls op dergelijke „kenmerken" af gaat voor beoordeling van de prediking. Over en weer. In de artikelen, waaruit ik citeerde, lees is ook van , , gehuichel met gezangenloze preken, als een der middelen, waarvan de valse leer zich bedienen kan om ongestraft haar rol uit te spelen". Al deze dingen zijn droevig. Doch ik meen, dat vele voorstanders niet tevreden zullen zijn met de in hun gemeente gebrachte prediking, plus een gezang. Gewoonlijk willen ze een andere preek.
Hoe dit alles ook zij : ik betreur de gang van zaken in het , , Verband" en hoop dat deze , .noodoplossing" geen doorgang vinde. Ze zal m.i. onrust verwekken en de samenbinding tegenhouden en dat ten koste van de Waarheid der Schriften.
Ter vergadering van het „Verband" sprak ook mr. A. B. Roosjen, de voorzitter van de Ned. Chr. Radio Vereniging. Van zijn referaat werd alleen de titel vermeld in 't verslag van „Trouw": „Kerk, radio en televisie". Wèl werden enige reacties vermeld, die voornamelijk betrekking hadden op de zondags en weekdiensten. Waren dat de enige reacties ? Tot mijn spijt kon ik niet ter vergadering zijn. Gaarne had ik daar ook een vraag gesteld over het christelijk karakter der N.C.R.V Niet, dat dit er niet zou zijn. Wat de oprichters met hun initiatief bedoelden, , , het Evangelie in de aether" — de 26 maart door een auto-aanrijding omgekomen vroegere voorzitter mr. A. v. d. Deure, heeft daar ook immer zich voor ingezet — is nog de doelstelling. Meerdere rubrieken en derzelver verzorgers werken daaraan toegewijd mede. Maar kunnen we, gehoord andere uitzendingen, spreken van , , de radio Christi" ? De uitdrukking werd onlangs meerdere malen gebezigd in een preek, uitgezonden uit een Gereformeerde kerk ergens in Nederland. Ze was vooral bestemd voor luisteraars buiten de kerk, die, dank zij deze radio, het Evangelie konden horen. Nu weet ik wel, het bestuur der N.C. R.V. is voor die uitdrukking niet aansprakelijk. Enige tijd daarna luisterde ik naar een uitzending in , , een kinderuurtje". Daarin gingen kinderen van ca. 5 jaar met tante naar een schouwburgvoorstelling en werden in heel dit milieu wegwijs gemaakt. Dan komt schouwburgbezoek er wel héél jong in ! Voor zulk een uitzending is de N.C.R.V. wèl verantwoordelijk. Men kome nu niet aandragen met het verhaaltje, dat Calvijn toneelvoorstellingen in Geneve tolereerde. De historie wijst wat anders uit. Maar het ging over het christelijk karakter der N.C.R.V. Dan denk ik aan vele hoorspelen en aan de , , Goed-Zo"actie. Voor het „fantastisch" talent van de heer Bodegraven heb ik respect. En het doel der actie is me eveneens sympathiek. Maar de hele entourage, ik bedoel die uitgeloofde premies — 't schijnt dat het er bij de firma's, die ze fourneren, goed af kan ! — daar heb ik niet veel bewondering voor. Amusement in humanistische trant. Van die indruk kan ik niet loskomen. Zo in de lijn van het woord, dat Kuyper eens zou moeten gezegd hebben : , , het volk moet zijn wil hebben".
Natuurlijk is het moeilijk bij een uitgroei als de N.C.R.V. ten deel valt en bij de concurrentie, welke er op dat terrein is, de zaak in rechte banen te houden. Maar ik mis in de , , Goed-Zo" actie wel eens pijnlijk : , , Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus".
Tot zover over de vergadering van het , , Verband".
En dan is er de „toogdag" geweest van I.D.D.K. Hij werd dinsdag en woensdag, 26 en 27 maart j.l., te Apeldoorn gehouden. De N.R. Crt. d.d. 28 maart j.l. zegt er o.m. van :
Eén roep om concrete prediking. De protestantse theologie is de theologie van het Woord. In de calvinistische traditie is de prediking het voornaamste element van de eredienst, aldus heeft prof. Smelik in zijn inleiding gezegd. Doch hoe enorm deze vraag naar de prediking leeft en de gemoederen in beweging brengt onder het Nederlandse kerkvolk, heeft de tweede toogdag van de mannenvereniging , , In dienst der kerk", welke dinsdag en woensdag te Apeldoorn is gehouden, overduidelijk bewezen. Het onderwerp luidde : , , Moet er in Nederland anders worden gepreekt ? ", en dit onderwerp heeft zoveel belangstelling getrokken, dat de organisatoren op een geslaagde landelijke bijeenkomst kunnen terugzien. Uit alle steden en streken was men samengekomen, zodat de Grote Kerk aan de Loolaan met meer dan tweeduizend mensen was gevuld, meer dan het vorige jaar in Kampen bijeen waren. En de intensieve discussies, waarmede de deelnemers hun actieve aandeel hebben bijgedragen, hebben bewezen, hoezeer de vraag naar de prediking onder de mensen leeft.
Er waren vele reacties én vragen — men noemde in de dagbladen het getal 150, bezoekers meenden, dat het er nog meer waren — op het referaat van prof. Smelik, dat nogal afweek van de; verstrekte syllabus.
Het is wel zeer goed, dat dit onderwerp aan de orde werd gesteld. Laat de' gemeente zich maar eens uiten over de preek. De predikanten horen gewoonlijk te weinig kritiek. En dan komt zo licht de gedachte, dat ze het goed doen.
Zo gezien en indien de vragen hout sneden, kan er alleen maar winst in zijn.
Uit de reacties is wel gebleken; dat men de preek niet wil missen. De prediking des Woords blijve dan ook in onze diensten het hoofdelement. „God wil Zijn christenen onderwezen hebben door de levende verkondiging des Woords". En als dat gezegend wordt, zal ook nu waar blijken, dat , , God van den beginne een zingende Kerk heeft", (G. W. jrg. 39, blz. 76).
, , Dan zingen zij, in God verblijd,
Aan Hem gewijd,
Van 's Heeren wegen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's