De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE SCHAT IN DE AKKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SCHAT IN DE AKKER

9 minuten leestijd

„Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in de akker verborgen. Welke een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt die akker". Mattheüs 13 vs. 44.

Het was een gewoon gebruik in de dagen der oudheid, dat men schatten begroef in de grond. In onze tijd, waarin wij brandvrije en tegen inbraak beschermde kluizen bezitten, doet ons dit gebruik van het begraven van schatten in de grond enigszins eigenaardig aan.

Maar in de dagen van de Heere Jezus, toen men deze kluizen nog niet kende, was het heel gewoon om schatten te begraven in de grond, wanneer er oorlogsgevaar dreigde of er binnenlandse troebelen plaats hadden.

Wanneer nu de eigenaar van zo'n schat kwam te sterven, dan nam hij zijn geheim mee in het graf en werd de aarde de stomme schatbewaarster.

In deze gelijkenis is nu sprake van zo'n schat, die in de akker verborgen is. Een zeker man vindt , , toevallig" die verborgen schat. Hij zegent dit ogenblik. Want een schat te vinden, is niet onfortuinlijk.

Geld is een grootmacht in het leven. Het natuurlijk hart van elk mens gaat er naar uit. Rijkdom is de natuurlijke zekerheid van de natuurlijke mens. Rijkdom betekent een gemakkelijk en luxueus leven te kunnen leiden.

Het geld vermag dan ook vele dingen in het leven van de mens. De luiheid wordt er door verdreven. De zucht naar geld doet velen de eerlijkheid prijs geven. Ja, de zucht naar geld voert velen zelfs tot moord en doodslag.

Het geld betekent dus dikwijls ook een grote verzoeking. Er gaat van het geld een ontzaggelijke bekoring uit op het hart van de natuurlijke mens.

Het valt dan ook niet te verwonderen, dat de man uit deze gelijkenis overgelukkig is, wanneer hij die schat in de akker vindt. Hij ziet een stralende toekomst voor ogen : eigenaar van akkers, wijngaarden, olijfbomen en omringd door talloze dienstknechten en dienstmaagden.

Zijn hart hunkert er naar om die schat te mogen bezitten. Maar nu is er één ding : die akker is niet zijn bezit. En hij wil vóór alles een eerlijk man blijven. Zijn besluit is echter spoedig genomen. Hij zal die akker kopen.

Hij verbergt weer die schat in de grond en gaat naar huis. Hij verkoopt alles wat hij bezit en voor die ontvangen som gelds koopt hij dan die akker.

Met het bezit van die akker is ook die schat zijn rechtmatig bezit geworden.

Alles wat hij bezit verkoopt hij. Niets van zijn bezittingen houdt hij achter. Hij geeft alles, letterlijk alles, er aan. Maar hij doet dat met blijdschap, want hij weet dat hij meer bezitten zal, dan hij bezeten heeft.

De schat bekroont zijn offer, zijn verkochte bezit.

Maar nu is het de Heere Christus niet te doen om deze man. Want wij hebben hier te doen met een gelijkenis.

Een gelijkenis stelt in een natuurlijk beeld een geestelijke werkelijkheid voor ogen.

De Heere Jezus zegt dan ook : , , Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat in de akker verborgen, welke een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft en koopt die akker".

Wat een massa geld betekent voor de kinderen der wereld, betekent het geestelijk goed van het Koninkrijk Gods voor de kinderen van het Koninkrijk.

Wanneer wij de aardse schat gaan vergelijken met de geestelijke schat van het Koninkrijk Gods, dan gaat de vergelijking altijd in een tegenstelling over.

De waarde van het Koninkrijk Gods overtreft alles !

Het geld is voorzeker een grootmacht in het leven. Voor geld is ontzaglijk veel te verkrijgen. Daarom valt het niet te verwonderen, dat de Mammon één van de schitterendste goden van de tijd is. Maar geld kan ons niet het léven geven. Het is ook niet bij machte ons leven te verlengen.

Evenmin geeft het ons de gezondheid. Ja, als de Heere geen macht geeft om er van te eten, dan sterft een mens, ondanks al zijn schatten. De Prediker zegt in hoofdstuk 6 vs. 2, dat dat een kwade zaak is.

Ziet en wat geld niet vermag te schenken, dat geeft het goed van het Koninkrijk Gods.

Daarin is zijn allesovertreffende waarde gelegen. Dat goed des Koninkrijks schenkt ons het leven, het eeuwige leven.

Geeft het geld tot op zekere hoogte geluk, het bezit van het goed des Koninkrijks maakt zalig, dat is : vol van geluk. Die zaligheid, die volheid van geluk kan niets, zelfs de dood ons niet ontroven.

Want het is geen natuurlijk geluk, maar een geestelijk geluk. En het geestelijke is in tegenstelling tot het natuurlijke, dat tijdelijk is, eeuwig.

Het geld maakt een mens ook niet tot een ander mens. Het verfraait alleen de buitenkant van het leven, maar wat de binnenkant betreft, laat het een mens even armzalig. Het laat een mens in zijn geestelijke ellende en armoede voor God staan.

Het geestelijk goed van het Koninkrijk Gods daarentegen verzoent de schuld, die wij bij God hebben en heiligt de onheilige zondaar.

Dat goed des Koninkrijks maakt een mens inwendig en uitwendig tot een ander mens ! 

Het bezit van dit goed maakt ons alleen maar rijk, lezers, rijk in God, rijk in Zijn gemeenschap.

Wanneer er nu zulk een bekoring van het geld uitgaat, wat moet er dan toch wel een bekoring uitgaan van dit geestelijk goed van het Koninkrijk der hemelen, dat alles in waarde overtreft! Die man was overgelukkig, toen hij die schat in de akker ontdekte. Het was ook geen kleinigheid, zo'n schat te vinden. Hij zag de wereld voor hem opengaan.

Maar wat moet dan toch, lezers, dat geestelijk goed van het Koninkrijk, wanneer wij 't mogen ontdekken, ons overgelukkig maken! Want hier gaat de eeuwige wereld Gods voor ons open!

Die schat van het Koninkrijk behoeft u niet onbekend te zijn. De Heere stelt deze immers openbaar ten toon in Zijn Woord.

De Eigenaar, Christus, staat met Zijn hemelse schat in de hand en biedt deze aan een ieder aan.

Hij zondert in Zijn aanbod niemand uit. Geen mens zal ooit kunnen zeggen, dat tot hem het aanbod van genade niet is gekomen. Wie die geestelijke schat van het Koninkrijk Gods niet heeft gevonden, moet de schuld niet aan God geven, maar zichzelf beschuldigen.

Weet u, wie die schat niet vindt ?

Degene, die opzettelijk zijn oren dicht stopt en zijn ogen sluit en... zijn hart verhardt. De ergste doven zijn zij, die niet willen horen en de ergste blinden zijn zij, die niet willen zien. Wanneer, er ergens een grote som gelds te halen is, dan is geen moeite te groot.

Maar op geestelijk terrein weigert men eenvoudig om een schat, die in waarde alles overtreft, in ontvangst te nemen uit de hand Gods.

Men is horende doof voor de blijde tijding van het Evangelie en ziende blind voor de allesovertreffende waarde van de geestelijke schat van het Koninkrijk Gods.

De man uit de gelijkenis wordt ons in zijn handelwijze ten voorbeeld gesteld. Hij verkoopt alles, wat hij heeft en koopt voor de ontvangen som gelds die akker en met die akker de schat, die er in verborgen is.

Hij had om die schat te mogen bezitten alles over. Het was voorzeker een zware eis, die hem gesteld werd: Zijn ganse bezit verkopen. Maar hij vervulde die eis met blijdschap, ziende op zijn toekomstig geluk.

Zo stelt óok het hemels Koninkrijk zijn eis : Het is de eis der bekering.

Bekering is het loslaten van alles, wat wij bezitten. Bekering is zelfontlediging voor God. Bij de bekering stellen wij ons naakt en ontledigd voor God, opdat Hij ons kleden en onze harten vervullen zal.

Alles wordt in de bekering losgelaten. Wij kunnen niets meer van ons zelf overhouden.

De Heere vraagt ons om als arme zondaren, die niets meer hebben, tot Hem te komen, opdat Hij ons in onze armoede rijk zal maken met de schat van Zijn Koninkrijk.

De man uit de gelijkenis had alles veil voor die schat, die hij ontdekte in de akker. Hij had net genoeg om de koopsom te betalen.

Zo vraagt de Heere ook aan ons alles prijs te geven.

Niets méér vraagt Hij, maar ook niets minder. Alles wat wij bezitten. Die prijs is net voldoende. Al het oude prijsgeven, dat lijkt verlies, maar het is maar een schijnverlies. Want het levert een uitnemend gewicht der zaligheid op.

Ach, mijn lezers, wat wij prijsgeven, bezit in het geheel geen waarde.

Want de Heere eist van ons de onbetaalde rekeningen van ons leven, opdat Hij ze zal voldoen.

De Heere vraagt om ons boos en ellendig hart, ons schuldig verleden, in ruil voor gerechtigheid en heiligheid.

Het hemels Koninkrijk is elk offer waard, want het overtreft alles in waarde.

Maar wij hebben niet alleen de kwade dingen, maar ook de goede dingen, die wij mogen bezitten, over te hebben voor de geestelijke schat van het Koninkrijk Gods. Ons bezit, ons leven, onze eer, onze aardse toekomst, onze ouders, man, vrouw en kinderen, dat alles, hoe goed het ook op zichzelf moge zijn, hebben wij eveneens veil te hebben voor het bezit van het geestelijk goed des Koninkrijks.

Paulus achtte alle dingen schade en drek om de uitnemendheid van. de kennis van Christus.

Wie alles ten offer brengt om die geestelijke schat van het Koninkrijk te mogen bezitten, gevoelt geen pijn om datgene, dat werd losgelaten. Want hij ziet de kwade dingen, de zonde en de schuld weggenomen en de gemeenschap met God in Christus weer hersteld.

En de goede dingen, die hij veil had, ontvangt hij vermenigvuldigd terug.

Zoudt gij het voorbeeld van die ver­standige koper uit deze gelijkenis niet volgen, mijn lezer ?

Zoudt gij niet alles prijs geven om meerder, dat geestelijk goed des Koninkrijks, dat nooit vergaat, te ontvangen? 't Is toch een aanbevelenswaardige handelwijze, nietwaar?

Maar als gij zijn voorbeeld wilt volgen, doe het dan direct. Die man stelde de koop óok niet uit. De schat mocht hem eens ontgaan! Die man is in zijn voorzichtig en verstandig beleid een onderwijzend voorbeeld. Zoals die man in het tijdelijke de koop niet uitstelde, stelt u zo de geestelijke koop, de bekering, niet uit.

Immers alle uitstel brengt gevaar mee. De geestelijke koop, de bekering, is gebonden aan een zeer bepaalde tijd ; onze onzekere en snel aflopende levenstijd.

Zo gij Zijn stem dan heden hoort,

Gelooft Zijn heil- en troostrijk Woord,

Verhardt u niet, maar laat u leiden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE SCHAT IN DE AKKER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's