De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

8 minuten leestijd

„Deze zelfde Verkiezing is geschied niet uit het voorgezien geloof en gehoor zaamheid des geloofs, heiligheid of enig andere goede daad of geschiktheid, als een oorzaak of voorwaarde, tevoren vereist in de mens, die verkoren zou worden; maar tot het geloof en gehoorzaamheid des geloofs, tot heiligheid, enz.; en dienvolgens is de Verkiezing de fontein van alle zaligmakend goed, waaruit het geloof, de heiligheid en andere zalig makende gaven, en eindelijk het eeuwig leven zelf, als vruchten vloeien; naar het getuigenis des Apostels : Hij heeft ons uitverkoren (niet, omdat wij waren maar) opdat wij zouden zijn heilig en onberispelijk voor Hem in de liefde".

HOOFDSTUK 1, ARTIKEL 9

L. VROEGINDEWEIJ

Het is nog niet zo lang geleden, dat ik een professor voor de radio hoorde zeggen, dat de mensen der uitverkiezing dIe verkorenen beschouwen als een soort élite. U kent dat Franse woord natuurlijk wel. De élite van een dorp, dat waren vroeger de voornamen en aanzienlijken. Ik dacht direct, toen ik dat hoorde : wat is de kritische zin in onze tijd toch verslapt. Men zegt maar haastig wat. Want iedere professor kan toch wel weten, dat juist de mensen der verkiezing, noch de mens in 't algemeen, noch zichzelf als een bijzonder voornaam en aantzienlijk persoon beschouwen. Dit wordt in, artikel 9 nog eens bevestigd. God verkiest niet deze of die mens om zijn geloof of heiligheid of deugd. God neemt nimmer redenen uit de mens. Dat is de hartelijke belijdenis van de Kerk. Dat zou ook niét kunnen, want in de mens is nooit iets goeds, tenzij God het er eerst inlegt.

Nu moeten we echter niet denken, dat de tegenstelling tussen remonstranten en contra-remonstranten hierin bestaat, dat de eersten alle goeds in de natuurlijke mens vinden en de tweede niets. Neen, de eersten zijn soms bereid met u een heel eind mee te gaan. Zij willen niet ontkennen, dat de mens van nature nietSi is of heeft. Maar zij denken (naar zij zeggen) ruimer van Gods, genade.

Deze wordt, op een of andere wijze, aan ieder geschonken. Men wil de Goddelijke genade volstrekt niet loochenen. Doch men wil ook ruimte houden voor de menselijke vrijheid en beslissing. Men kan dat bij de remonstranten zien, hoe hoog zij de genade prijzen. Men kan het ook in onze tijd van vele kanten horen. Het is alles genade. Het is ook genade, dat zij de goede beslissing hebben mogen nemen. Maar toch hangt hun zaligheid enigszins van hun beslissing af. Zo vindt men in de geschiedenis van de leer der uitverkiözing op vele plaatsen!de samenwerking tussen God en mens. God geeft veel genade, de mens maakt daar een recht gebruik van. God zaligt die mens, die van Zijn genade een recht gebruik heeft gemaakt. Een groot deel van de Kerk heeft zo'n tussenweg willen bewandelen. Het zuivere pelagianisme wordt dan ook meest verworpen, zoals' door velen ook het zuivere remonstrantisme wordt verworpen. Menig theoloog van de middenorthodoxie geeft de Dordtse synode recht in de verwerping van de remonstranten. Ook Karl Barth doet dat. Maar zelf komen ze met een eigen remonstrantisme naar voren. Nemen wij de roomse kerk als voorbeeld. Zij verwierp het pelagianisme. U weet wat Pelagius leerde ? Voor alle zekerheid schrijft ik het nog maar eens over. Ho, zegt iemand, wat heb ik met Pelagius te maken. Hoeveel jaar geleden was hij nieuw ? Zo oud als de val in het paradijs is, want het pelagianisme is de verheerlijking van de mens. Maar als u denkt, dat u van hem af bent, vergist ge u. Uw buurman of zo, kon wel eens een reïncarnatie van hem zijn. U kunt hem dagelijks tegen komen, wil ik maar zeggen. Hij leerde dit: God heeft de mens bevolen het goede te doen, dus moet hij het ook kunnen doen. De mens is n.l. vrij. Hij heeft de mogelijkheid, zich voor of tegen het goede te stellen. Deze mogelijkheid is hem bij de schepping geschonken.

Deze mogelijkheid kan hij nooit verliezen. Pelagius hield dus vast aan de vrijheid van de keuze in formele zin, maar verwarde deze met de zedelijke vrijheid. Hij erkende niet, dat de vrije keuze van de mens innerlijk bepaald wordt door zijn natuur. Hij erkent geen zondige gezindheid. Dat de zonde zo algemeen is, komt door de navolging. Waarin bestaat nu de genade ? Dat God zo'n prachtige vrije wil aan de mens heeft gegeven. Dan ook de wet van Mozes en vervolgens het voorbeeld van Christus. Deze leer heeft Rome verworpen. Zij heeft zelfs het semi-pelagianisme verworpen op de synode van Orange in 529. Wat was dat ? De semi-pelagianen wezen uit volle overtuiging de leer ­ van Pelagius af, maar konden met Augustinus ook niet mee. Dus midden tussen vrijzinnig en rechtzinnig in. Na­tuurlijk waren het geen halve Pelagianen. En toch is het een treffende naam, ­ net als midden-orthodox. Zij gaven de onreinheid van de mens grif toe. Zij beleden ook, dat wij aan de genade alles te danken hebben. Maar men moest niet ­ zo gering denken over de werkzaamheden van de mens. Men moest altijd vasthouden, dat de mens zich kon bekeren en in de heilige staat volharden. Hij , werd immers door God geholpen, had de sacramenten, de wet Gods en vele dingen. Dus verwierpen deze semi- of halve pelagianen, de absolute onvrijheid van de wil ten goede, de onwederstandelijke genade en de praedestinatie. De mens moet met God medewerken. Rome wil nog niet erkennen, dat zij het semi-pelagianisme min of meer belijdt. Rome houdt vast aan Orange.

De semi-pelagianen verwierpen immers wel het pelagianisme en ontkenden dat de vrije wil ongeschonden was, maar zij handhaafden de vrijheid van de geschonden wil. Rome wil altijd nog de noodzakelijkheid der genade belijden, hoewel zij niet minder de Reformatie wil bestrijden.

Hoe leert Rome dat nu ? Wel, het begin van de rechtvaardigmaking ligt in de genade. Jawel, het begin. Maar dan komt na dat begin de vrije wil in actie. Wel is de genade nodig en werkzaam, maar de mens moet met de genade meewerken en er in toestemmen. De genade maakt wel een begin, doch is geenszins onwederstandelijk. Daar hebt ge de middenorthodoxie van onze dagen. Volslagen rooms op dit punt. Zij praat hondert uit over de genade. Maar als het er op aan komt, beslist de mens. Een rooms schrijver zegt: , , De H. Schrift leert nooit, dat de genade alleen werkt in deze zin, dat de vrije wil niets tot de heilsdaad kan bijdragen. Beide factoren werken zó met en in elkander, dat geen van beiden op een of andere wijze tekort gedaan wordt". En zo verwerpt Rome de tegenstelling tussen het werk Gods en het werk des mensen. Rome leerde in Trente een vrije wil. Maar dan een vrije wil, die door God bewogen en gewekt wordt. Men voelt wel, dat dan de uitverkiezing nooit een verkiezing kan zijn tot zaligheid. Men krijgt dan een synergisme. Zelfs Melanchton, de bondgenoot van Luther, is daar niet vrij van gebleven. Daar is wel veel standvastigheid voornodig om zich niet door de ketterij van het synergisme te laten meeslepen. Melanchton leerde, dat er voor de bekering drie oorzaken in werking moesten komen, n. 1. het Woord Gods, de Heilige Geest en de menselijke wil, die het Woord niet verwerpt, maar toestemt. Ook hij kende dus niet een antergisme van de mens. Men is niet doordrongen van de diepte van des mensen val. Luther wèl, doch Melanchton niet geheel. De laatste wilde de genade heel hoog prijzen. Maar een snufje menselijke wil moest er toch bij. Daardoor is het in het Lutherdom met de waarheid fout gelopen, want wie in één stuk van de leer dwaalt, gaat in vele dwalen. Dat heeft de geschiedenis zeer overvloedig geleerd.

Wat heeft deze leer van de vrije wil met de uitverkiezing te maken? Dat zij in het stuk der verkiezing leidt tot het vooruitgezien geloof, waarvan artikel 9 zegt : deze leer is niet uit het voomitgezien geloof. We krijgen dan in de leer der verkiezing eerst de voorafgaande wil Gods. Gods besluit is dan : Wie gelooft, wordt gered. Voorts beschouwt God hoe deze en die mens het maken zal wat het geloof betreft. En dan besluit de Alwetende, dat deze uit eigen aandrift gelovige zalig zal worden. De bekende Conrad Vorstius schreef, dat verkiezing en verwerping zo moeten worden verstaan, dat God , , ook altijd op deze twee voorafgaande conditiën acht geeft, te weten op het geloof en ongeloof", en .„zo gaat dan het geloof altijd vóór de verkiezing tot zaligheid en ter contrarie het ongeloof voor de verwerping als voorwaarden, te voren vereist".

Het synergisme komt op deize wijze de Raad Gods binnen. Calvijn heeft deze dwaling scherp onderkend en veroordeeld. Natuurlijk ontkent hij niet, dat God alle dingen vooruit weet, maar dat vooruit weten is niet de oorzaak der praedestinatie. God ziet wel vooruit, maar , , daar Hij de toekomende dingen om geen andere reden vooruitziet dan omdat Hij besloten heeft, dat ze zo geschieden zouden, wordt er tevergeefs over het vooruit weten getwist, wanneer vaststaat, dat alles veeleer geschiedt naar Zijn ordinantie en wil".

Maar is het voor ons denken niet veel makkelijker als we geloof en ongeloof, goed en kwaad, door de mens laten beslissen en bepalen ? Als God tevoren bepaalt wat geschieden zal, is God de oorzaak van alles. Ja, maar als God wel weet wat er geschieden zal, maar het ongeloof en het kwade niet verhindert, is er dan niet eenzelfde verwijt te maken? Let wèl, ik maak dat verwijt niet, doch praedestinatie en prae-seïentia, voorbestemming en voorwetenschap, staan hier voor dezelfde moeilijkheid. Wij verwerpen met artikel 9 de voorwetenschap als oorzaak, en belijiden de voorbestemming.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's