JOHANNES VERSCHUIR IV
Naar onze gewoonte geven we, na een en ander over Verschuir, ten besluite een stukje van Verschuir. We doen dat, in de hoop dat men er door opgewekt wordt toch vooral zelf onze auteurs ter hand te nemen en zich zo op voordelige wijze te onderscheiden van het monotone koor der napraters. Wanneer dat maar eniszins door deze inleidende artikelen bereikt wordt, zullen ze niet geheel voor niet geschreven zijn. Anders toch inderdaad wèl, ondanks de vriendelijke betuigingen, die ons nu en dan bereiken.
Het boek van Verschuir. dat we het meest op het oog hadden en hebben is zijn: Waarheid in het binnenste. Het geeft 14 samenspraken, die kennelijk wel op preken, teruggaan. Dat is goed gereformeerd : Calvijn placht eerst over de meeste bijbelboeken te preken en daarna zijn commentaren er over te schrijven, die daarom ook zo'n sterk stichtelijk element bevatten. Want kerk en kansel zijn hem één ; daarna komt theologie en katheder. Wat op de kansel niet kan spreken en klinken en stichten, kan het ook op de katheder niet licht.
Verschuir's preken hebben blijkbaar op één bepaald thema sterke nadruk gelegd. Een goed bijbels en gereformeerd thema, n, l. het Apostolische woord, dat het Koninkrijk Gods niet bestaat in woorden, maar in kracht. Dat is dan zo de , , tekst", waarover zijn hele boek de preek geeft en dan begrijpelijk een zeer toepasselijke preek.
We geven even een overzicht over al die 14 samenspraken. Voorop wordt gesteld, dat kennis noodzakelijk is, zowel letterlijke (theoretische) als bevindelijke (practische). Het Koninkrijk Gods wordt dan onderscheiden naar twee kanten: het Koninkrijk der macht (de schepping en wat er mee samenhangt), waarover hij hier verder niet spreekt. Want de andere kant: het Koninkrijk der genade, heeft zijn bijzondere aandacht. We moeten hier wel even aantekenen, dat deze gang van zaken goed en geoorloofd is, maar ook wel bedenking oproept. Men heeft hem, en later Schortinghuis kunnen verwijten — en dat verwijt geldt velen onzer tot op deze dag — dat ze de , , letterlijke" zaken, dus de gezonde Schriftuitleg en het gezond-dogmatische, veel te weinig nadruk gaven en alles naar de kant van de bevinding trokken. Daartegen hebben ze, met alle recht, geprotesteerd, maar de schijn is tenminste ook hier tegen Verschuir. Hoe kan Gods genade worden losgemaakt van Gods macht, de herschepping van de schepping, het geestelijke van het natuurlijke? Op deze wijze heeft Verschuir minstens de schijn van iets „dopers" over zich gehaald, waar immers bij de Dopers de scheiding van schepping en herschepping een volledige is, Calvijn deed dat anders en hij deed het beter.
Verschuir bepaalt zich tot het Koninkrijk der genade, dat, op bovengenoemde wijze losgemaakt van de natuur, wel noodzakelijk een sterk innerlijk, mystiek en wereldontvluchtend karakter krijgt. Hij zet dan uiteen, hoe dat Koninkrijk zich openbaart, n.l. door kracht. Van de Koning van het Rijk, van Zijn aard en borgtocht wordt gehandeld ; de ware onderdanen zijn zij, die door roeping en wedergeboorte heen, uit die borgtocht leven. Dat betekent, dat de ware onderdanen van Christus leven uit het geloof, het zaligmakend geloof. Uit dat geloof vloeit voort de rechtvaardiging en de heiliging, waarvan de heiliging in het kader van de Nadere Reformatie, bijzondere nadruk ontvangt. De heiliging komt naar buiten (en werkt dus van binnen) vooral in de zelfverloochening.
De regering van de Heere Jezus Christus geschiedt door Zijn Woord en Wet. Anders gezegd : door Evangelie en Wet, wat breed uiteengezet wordt. De sacramenten en de tucht geven aanleiding om te spreken over de sleutels van het Koninkrijk. Het innerlijke wordt weer sterk beklemtoond, als gesproken wordt van de regering der gelovigen door de Heilige Geest. Door verkwikking en bewaring gaat het zo, door strijd heen, naar de heerlijkheid.
Van één van die samenspraken, n.l. de 13e, geven we de inhoud nader en breder. Hij gaat over de regering van Gods Koninkrijk door de Heilige Geest en door de heilige oorlogen. Die bijvoeging is merkwaardig en roept ons met name Bunyan's Heilige Oorlog in het geheugen, waaraan Verschuir stellig wel zal gedacht hebben, want ook bij hem betreft die Heilige Oorlog de strijd van „Vorst Schaddai" (== God Almachtig) tegen Diabolos (de duivel).
Naar die kant heeft Verschuir's boek dus een zeer bewogen en levend karakter. We brengen ons te binnen, dat die sterke belangstelling voor Gods Koninkrijk kennelijk toch wel het Verbond Gods tot (verre) achtergrond heeft, zodat we reden hebben, Verschuir toch wel te zien in de lijn Witsius, Lampe, á Brakel, die immers allen het Verbond hebben pogen te verdiepen en te verinnerlijken. Verschuir is onder hen geen eerste. Toch lijkt hij ons één van hen, en daar nemen wij dankbaar nota van.
In die samenspraak zegt hij dan, dat hij nu, na het uiterlijke, komt tot het innerlijke, . Nu moet aan de orde komen, hoe de ware onderdanen van de Heere Jezus Christus naar het innerlijke en bevindelijke zich openbaren. Daar moet dus de Heilige Geest ter sprake komen, die in Oud- en Nw. Testament werkt, maar die toch vooral als Geest van Jezus, Geest des Zoons moet worden verstaan. (Van zoiets als een algemene genade van de Heilige Geest kan hier dus moeilijk sprake zijn). Deze Geest maakt tot onderdaan en bevestigt erin. Dat moet(!) elk christen bevindelijk kennen. Johannes 16 zegt van die Geest, dat Hij uit de wereld trekt door kennis van zonde, gerechtigheid en oordeel.
Hoe nodig is dat alles ! Hij maakt tot armen en verlorenen, die om de Trooster verlegen zijn. Dat moet alweer bevindelijk gekend worden.
Bekommerde zegt, dat ondervonden te hebben. Onkunde kan dat niet zeggen, maar wil op Jezus vertrouwen. Dat ontlokt aan Sterk christen de vermaning, dat zulk vertrouwen zonder vruchten toch wel pover moet heten. Moge de Heilige Geest Onkundig daarvan krachtig overtuigen!
Hoe de Heere Jezus in het geloof bevestigt? Zo, dat de Heilige Geest met onze geest getuigt van het kindschap Gods. Ook dat moet weer bevindelijk gekend worden. De vruchten van het Kindschap Gods zijn liefde en kastijding. Dat getuigen van de Heilige Geest met onze geest vindt Verschuir sprekend terug in Psalm 51. Onze geest kan niets buiten Gods Geest. Als het Woord ons de beloften van God voorstelt en de ziel daarvan bevinding verkrijgt, overeenkomstig het Woord, dan maakt de Geest in ons de slotsom: gij zijt Gods kind. Dat getuigenis van de Heilige Geest leert ons ootmoed en kleinheid. Verwonderlijk is de kracht en klaarheid van de Geest. Maar zolang we in dit lichaam verkeren, blijft de duisternis machtig. Daarom : wanneer de Geest ons dwingt, ondanks al het onze, het Abba Vader te spreken, kan dit niet zonder beving geschieden.
Ons treft, hoezeer Verschuir de Heilige Geest hier verheft. Hij zegt van Hem, dat het ongepast en ongeoorloofd is aan de vrije werkzaamheid er van enige grens te stellen. Zelfs onmiddellijke ingevingen van de Heilige Geest in de ziel moeten mogelijk zijn. Men heeft later aan Schortinghuis een zelfde gedachte zeer kwalijk genomen. Verschuir leert echter hetzelfde, maar bleef onbekender. We merken op, dat hier in alle geval de verhouding Woord—Geest in een hoogspanning geraakt, waarbij het Woord zijn volle waarde niet krijgt. Wreekt zich ook hier niet, wat we bij het begin zeiden, dat Verschuir op een niet klassieke wijze macht en genade, dus ook Woord en Geest, scheidt, en daarvan de gevolgen dragen moet ?
Zover is uiteengezet, hoe Jezus regeert door de Heilige Geest. Het vervolg zou zijn, dat Hij ook de heilige oorlogen (aanvechtingen) in Zijn krijgsplan opneemt. Hij zelf is het Hoofd van het hemelse leger. Het Hooglied zag Hem de banier heffen boven duizenden. Als bevelhebbers dienen Michaël en zijns gelijken. Het leger wordt uitgemaakt door de gelovigen en in hun midden is de zwakste een held. Dat komt uit de Koning voort, die onoverwinlijk is en met Wien het leger een vast verbond heeft. Engelen, zon en maan zijn hulptroepen, hier tenminste wordt ook de natuur in dienst der genade gesteld. We juichen dat toe, maar vragen ook: Waarom dan elders zo weinig ?
Het grote wapenhuis wordt ons in Efeze 6 beschreven. Een indrukwekkende wapenrusting. Maar dat móét ook wel, wegens die schrikwekkende vijand Onbekeerden hebben daar geen weet en geen last van, maar de onderdanen van de Koning des te meer. Het drukt èn bemoedigt hen, dat de Koning al overwon, al tobben Zijn onderdanen nog. Welke vijanden het betreft ? Wel: duivel, wereld en vlees. Verschuir drukt het zó uit: een hel vol duivels, een wereld vol bozen, een hart vol verdorvenheid. Zo noemde Verschuir de duivel. Is er misschien kans, om de schuld op die duivel af te schuiven? Is hij niet de schuld van alles ? Dat moet Verschuir echter ten sterkste ontkennen. Het geloof in een , , persoonlijke" duivel is in de 18e eeuw, die zo verlicht en nuchter wil zijn, sterk bestreden. We merken dat, doordat Verschuir daarop reageert. Kan de duivel gezien en gehoord wordeiï? Door Christus tenminste wel ! Echter moeten we niet vergeten, dat de duivel een geest is en dus ook , , geestelijk" werkt. Merkwaardig, dat hij hier toch wel sterk door de tijdgeest, die hij wil bestrijden, is beïnvloed. Herhaaldelijk zeiden we, dat de 18e eeuw de eeuw van het redelijk denken is. Welnu, zo zegt Verschuir : daaraan kunnen we Satan's verleidingen toetsen, dat onze eigen gedachten geordend (, , redelijk") zijn, waar Satan dan ongeordende („onredelijke"), schielijk opkomende gedachten, tussen door werpt. Alsof Satan niet, naar behoefte of wens, weet op te treden als volbloed rationalist, evengoed als in puur irrationele gedaante f Hier heeft Verschuir het zich in het onderscheiden der geesten toch wel veel te makkelijk gemaakt!
In dit verband geeft Verschuir critiek op de vermaarde Balthazar Bekker, wiens befaamde boek „De betoverde wereld" (1692) zoveel beweging in de Kerk heeft veroorzaakt. Bekker wil bijgeloof, in spooksels, heksen, kometen en dgl. bestrijden. Ook een te weelderig duivelsgeloof valt daaronder. Maar Verschuir meent, dat hij de zaken veel te natuurlijk maakt, door ongeveer alles aan Satan te onttrekken. Daar moeten we hem gelijk in geven. Maar erbij zeggen : Wanneer Verschuir zelf het pad der redelijkheid onvoldoende meed (zie boven), , was hij dan wel de man om in deze voor Bekker als gids te dienen ?
Zo kent de gelovige duivelse verzoekingen, waarin alleen Gods kracht en genade doen staande blijven. In de verkorenen kan de zonde tegen de Heilige Geest geen plaats vinden, maar wèl weten ze van verleiding tot Godloochening en Godslastering. We herinneren ons, dat ook W. á Brake! daarvan sprak en voelen hier hoe vulcanisch heet de grond is, waarop de anders zo bedaarde 18e eeuwse vromen wandelen.
Niet ieder gelovige krijgt hierin evenveel te dragen. In Verschuir's denken zit zekere methode, maar hij wil blijkbaar toch geen methodisme.
'De wapens' in die grote strijd worden nu bezien en gekeurd en aangeprezen. Het houdt Gods Kerk staande, dat God genadedrupjes schenkt als grote verkwikkingen. Met name rekent Verschuir de gemeenschap der heiligen daaronder. Wie in druk verkeert, moge de vromen opzoeken. We begrijpen, dat in dit verband allicht betekent: het conventikel, want de Kerk kan die functie niet meer vervullen. Willen we ons sterken, dan hebben we te zien op het onberouwelijke in Gods voornemen en beloften. Dat geeft kracht tot volharding. Dan klinken de vrolijke gezangen van bevrijding.
Arme mens, die ze niet kent! Wat betreft Satan's hulptroepen : daaronder moeten worden gerekend wereld, ketterij, rijkdom en dgl. Ergste echter is ons vlees met 1000 opkomende verdorvenheden. Bekommerde moet dit alles beamen. Wat er tegen baat ? Dit: de vijand onderkennen en zo afwijzen, onze kracht zoekend in 't gebed. Jezus' bruid blijft: een lelie onder de doornen, die niet licht een stil, maar toch een beveiligd bestaan kent. Mogen wij, zo besluit Verschuir (en zo besluiten wij met hem) daartoe behoren !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's