De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PINKSTERPREDIKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PINKSTERPREDIKING

6 minuten leestijd

Handelingen 2 : 36 : Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Dien gij gekruisigd hebt.

In de tekst, die we hier boven geschreven hebben, vinden we het slot van de preek die Petrus hield op de Pinksterdag te Jeruzalem. We zouden zelfs kunnen zeggen: In onze tekst hebben we de toepassing op de preek. En dat is ook wel zo, als we maar niet vergeten dat Petrus ook door de gehele preek aan het toepassen is. Hij geeft niet een verstandelijke en leerstellige uiteenzetting om dan aan het eind nog even te wijzen op het belang dat diverse mensen ook nog hebben bij het gesprokene; neen, alles wat hij zegt betrekt hij ook steeds en direct op de mensen die naar zijn woorden staan te luisteren. En dat moet ons niet verbazen, want het is immers de H. Geest zelf. Die hier door de mond van Petrus spreekt; en het is het werk en het ambt van deze Trooster om het woord en de werkelijkheid der zaligheid ook toe te passen. We kunnen daarom ook beter zeggen : In onze tekst vat Petrus z'n gehele prediking nog eens als in één woord samen.

Als Petrus dan in zijn toepassing gaat spreken over de uitwerking van zijn prediking, dan zegt hij niet: Ziezo, jullie zijn allemaal kinderen van het verbond, jullie weten het nu dus allemaal en de zaak is dus wel in orde. Hij zegt ook niet zoiets van : Nu hopen we maar dat dit gesproken woord bij de één en de ander nog eens wat na zal mogen laten. Neen, Petrus zegt geheel wat anders. Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels ! Dat is, gans Israël moet zeker weten. Om te beginnen betrekt Petrus ze er dus allen bij:  hij zondert er niet één uit; hij spreekt van het ganse huis Israels. Natuurlijk wist Petrus ook wel van de verwerping en de verharding, maar toch zegt hij het zo, zoals we het in onze tekst lozen. Niemand gaat vrijuit; aan gans Israël is het verbond en zijn de woorden Gods toebetrouwd ; allen kunnen ze het weten en allen mogen ze er ook in delen; ze zijn dus allen direct betrokken bij de boodschap die hij hier brengt.

En verder is zijn toon niet van een vrijblijvende aanbieding ; neen, hij stelt ze allemaal voor de onontkoombare eis en verplichting, hoofd voor hoofd zet hij ze voor de verantwoordelijkheid. Er blijft geen enkele ruimte over voor enige uitvlucht of bedenking. Gans Israël moet zeker weten !

We moeten zelfs nog verder gaan; Petrus spreekt niet alleen in hun verantwoordelijkheid aan die mensen die hem daar in Jeruzalem staan aan te horen, maar hij richt zich over hun hoofden heen tot het ganse volk van Israël, waar het zich op dat moment ook moge bevinden. Ook diegenen, die het hadden kunnen horen, maar door eigen schuld zich onttrekken en afzijdig houden, liggen toch onder deze eis en verplichting. De mens zal niet alleen eenmaal geoordeeld worden naar hetgeen hij wist, maar ook naar hetgeen hij had kunnen weten. En bovendien ligt er in deze woorden van de apostel dan nog een extra taak voor de mensen die nu staan te luisteren. Zij zijn hier ook de vertegenwoordigers van gans Israël. Ze zijn dus niet alleen verantwoordelijk voor zichzelf maar ook nog voor anderen. Petrus zegt niet: Jullie die dit nu hier horen, maar hij spreekt van gans Israël. We hebben dus te bedenken, dat ook wij in de kerk nooit alleen maar voor onszelf luisteren, maar ook steeds voor anderen, voor onze naaste. We bedoelen hier natuurlijk niet de verkeerde manier waarop men menigmaal in de kerk voor een ander luistert; zoiets van : , , Dat kan die goed in z'n zak steken, of daar kan die het voorlopig weer mee doen". Neen, we bedoelen hier, dat we ook in de kerk steeds hebben te luisteren voor degenen die op onze weg geplaatst zijn en die niet in de kerk konden of wilden zijn ; zieken enz. en ook zij die weggedwaald zijn.

Als we nu nog een ogenblik de inhoud nagaan van deze toepassing op de preek van Petrus, dan kunnen we beginnen met te zeggen dat de apostel hier vlijmscherp is. Hij ontziet niets en niemand. Hij vertelt hen niet, dat ze het eigenlijk nog niet zo goed weten of dat ze zich vergist hebben, of iets dergelijks. Neen, recht op de man af stelt hij hen voor de ontstellende werkelijkheid dat zij de Heere der heerlijkheid, de eeuwige Koning, Gods Zoon gekruisigd hebben. Petrus heeft aangetoond dat het nu precies Diezelfde Messias en Zaligmaker was, in Wien David al z'n troost en verwachting vond. Het vrome en godsdienstige Israël dweepte altijd zo met David en met de verwachte Messias, maar met dat al hadden ze de ware Messias uit­ geworpen op Wien David reeds in het geloof al z'n verwachting gesteld had. Dit is wel een zeer scherp ontdekkend woord geweest van Petrus. Maar niet anders is het met elke rechte prediking waarin Christus en Die gekruisigd voorgesteld wordt. Het is altijd van tweeën één : Als we Christus niet met een waar geloof aannemen, dan kruisigen we Hem. In elke rechte prediking ligt dan ook deze ontdekkende scherpte; het Woord Gods is altijd scherp.

Als Petrus hier spreekt van het ganse huis Israels, dan zijn daar ook onder geweest mensen, die Jezus koning wilden maken, die zich verbaasd hebben over Zijn wonderen en die verslagen waren over Zijn leer, die Hem beleden hebben en over Hem geweend hebben, en zo kunnen we door gaan. Zij hebben de Heere der heerlijkheid gekruisigd. Dat heeft de mens gedaan !

Maar daarnaast is deze prediking van Petrus ook onuitsprekelijk rijk vertroostend. Want als Petrus eerst gaat zeggen wat de mens gedaan heeft, dan gaat hij vervolgens meedelen, wat God gedaan heeft. Petrus gaat dus niet de mensen in twee, drie of meer groepen verdelen in z'n toepassing, maar hij gaat God stellen tegenover de mens. God heeft Zijn Zoon tot een Heere en Christus gemaakt.

Wat een volle en rijke vertroosting ligt in deze woorden opgesloten. Dit woord is geladen met waarlijk goddelijke genade. Krachtens deze boodschap kunnen nu dus ook nog zulke vijanden en godlozen zalig worden. Omdat God dit gedaan heeft!

Er ligt ook een rijke vertroosting zelfs voor diegenen die verteerd worden door de pijn over het kruisigen van de Heere der heerlijkheid. Dit woord van Petrus is een balsem in de schrijnende wonden van de grootste der zondaren. God heeft deze Christus gegeven, dwars tegen alle vijandschap en goddeloosheid van de mensen en van Israël in. Als een verloren zondaar door deze Gave Gods genezing vinden mag, dan kan het niet anders of zulk een genezene zal ook begerig zijn om in waarachtige dankbaarheid voor Hem te leven en zichzelf tot een levend dankoffer Hem op te offeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PINKSTERPREDIKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's