De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VOORGESTELDE GEMEENSCHAP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VOORGESTELDE GEMEENSCHAP

tussen de Ned. Herv. Kerk en de Evangelisch Lutherse Kerk in Nederland.

11 minuten leestijd

De onlangs gehouden classicale vergaderingen hadden te consideréren over een aantal voorstellen tot wijziging van de kerkorde, die tot doel hebben een nauwere gemeenschap met de Evang. Lutherse Kerk aan te gaan. Om méér dan een reden zijn deze voorstellen onder ons niet met groot enthousiasme ontvangen ; zelfs hebben we de indruk, dat er niet veel aandacht aan is besteed. Dit laatste dan ten onrechte, want het is nodig, dat ook wij de gang der dingen in onze Kerk met belangstelling (zij het vaak niet zonder zorg) volgen.

De laatste ordinantie der kerkorde is die „voor het verband met andere Kerken" (kort aangeduid als , , oecumene") en bevat 8 artikelen, 6 over het verband met andere Kerken en 2 over hereniging van Kerken. Voorgesteld is nu om het eerste hoofdstuk, met 3 artikelen uit te breiden, waardoor hoofdstuk II (de 2 art. over hereniging) komt te vervallen en door een nieuw tweede hoofdstuk wordt vervangen, waarover straks.

Het nieuwe art. 7 moet dan de , , gemeenschap met andere Kerken" regelen, wanneer bij het oecumenisch gesprek gebleken is, dat er mogelijkheden zijn , , tot een verder gaande geloofs- en kerkgemeenschap". In dat geval wordt aan de predikanten der andere Kerk de bevoegdheid verleend om Woord en sacramenten te bedienen, terwijl zij zelfs beroepbaar worden. De leden der andere Kerk kunnen de sacramenten voor zich en hun kinderen ontvangen.

Art. 8 (nieuw) handelt over de éénwording van Kerken , , bij genoegzame overeenkomst of verwantschap inzake geloof, eredienst en kerkorde", terwijl wanneer het gaat over Kerken, die door afscheiding van de Ned. Herv. Kerk zijn ontstaan, in art. 9 (nieuw) gesproken wordt van hereniging van Kerken.

Sinds 1953 is er door een commissie, ingesteld door de synoden der Ned. Herv. en Evang. Lutherse Kerk een ge­sprek gevoerd, dat geleid heeft tot het opstellen van een „consensus (d.i. overeenstemming) over het H. Avondmaal", terwijl de commissie adviseerde om het gesprek voort te zetten en , , die maatregelen te treffen, waardoor kanselruil en intercommunie tussen beide Kerken mogelijk worden en tevens de bevestiging van huwelijken door de predikanten van de andere Kerk en tevens de wenselijkheid van intercelebratie te overwegen". Intercommunie is zoals men weet: het over en weer toelaten tot het H. Avondmaal van lidmaten ; intercelebratie : dat predikanten over en weer het H. Avondmaal mogen bedienen. De term , , intercelebratie" ligt ons niet: wij spreken van Avondmaalsbediening, terwijl de mis wordt, , gecelebreerd".

In de toelichting lezen we, dat de generale synode de bereikte consensus van grote betekenis achtte, aangezien de tegenstelling tussen , , Lutheranen" en „Calvinisten" in de loop der eeuwen zich juist in de leer aangaande het H. Avondmaal toegespitst heeft. Merkwaardig, die aanhalingstekens. Wij weten momenteel niet, welke , , Calvinisten" en welke , , Lutheranen" aan het gesprek hebben deelgenomen: kleurechte of verbleekte (men vergeve ons deze uitdrukking). Of moeten wij de generale synode als een , , calvinistische" waarderen ? We vragen maar. In ieder geval: de synode heeft de consensus met vreugde aanvaard, temeer, omdat daarin enerzijds theologische verschillen niet worden verdoezeld, anderzijds toch de eenheid in het gemeenschappelijk reformatorisch belijden in die mate overweegt, dat de verschillen niet meer als scheidsmuur tussen de Kerken kunnen worden beschouwd. De consensus kan derhalve gezien worden als een belangrijke stap op de weg naar een oecumenische theologie, die niet alleen voor de kerkelijke verhoudingen in Neder­ land maar ook voor die tussen Gereformeerden en Lutheranen in wereldverband van grote betekenis zal kunnen zijn. Dat is waarlijk niet gering. Deze consensus noopt de synode in haar blijdschap tot een voorstel: om in art. 10—12, die een nieuw hoofdstuk II zullen vormen, te regelen de „Gemeenschap tussen de Ned. Herv. Kerk en de Evang. Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden". Ondanks de wereldhistorische dimensies van de consensus is het nog maar een gedeeltelijke „gemeenschap" : art. 10 (nieuw) verleent de Lutherse predikanten de bevoegdheid om Woord en sacramenten te bedienen alsmede de kerkelijke bevestiging en inzegening van het huwelijk in een kerkdienst van een Herv. gemeente „mits zulk geschiedt op verzoek van de kerkeraad dier (wijk) gemeente of met diens — tenminste 14 dagen te voren te vragen — goedkeuring en de predikant zich daar'bij onderwerpt en houdt aan de regelen terzake in de orde der Herv. Kerk gesteld". Vraag: geldt dit alleen de huwelijksinzegening of elk optreden ? De Lutherse Kerk heeft de vrouwelijke predikant. Aangezien de Herv. Kerk de domina (nog) niet heeft, lijkt het ons logisch, dat geen vrouwelijke Luth. predikante na aanneming van deze voorstellen toegang zou verkrijgen tot Herv, kansels. Toch zijn velen daar niet gerust op en zouden hier op zijn minst een zekering willen zien aangebracht. Art. 11 regelt de intercommunie en art. 12 het gastlidmaatschap.

Behalve de consensus over het H. Avondmaal is ook nog een over de H. Doop toegevoegd, waar we nu stilzwijgend aan voorbijgaan.

Wat de eerste betreft: deze opent met de inleidende opmerking, dat het gesprek tussen beide Kerken alleen dan zinvol voortgezet kan worden, , , wanneer de kerken bereid zijn boven de particularismen van hun resp. belijdenisgeschriften uit, in een nieuwe confrontatie met de H. Schrift, te komen tot een nieuw dogmatisch overwegen van het heil, dat de Heer der Kerk ook in het sacrament van het H. Avondmaal aan Zijn Kerk schenkt". Deze , , consensus" is dus maar een voorlopig resultaat. In par. 7 wordt nadat geconstateerd is, dat beide Kerken belijden, dat Christus in en door het sacrament werkelijk tegenwoordig is door de Lutheranen aan de Calvinisten gevraagd, , , in hoeverre zij thans Zondag 18, antwoord 47 nog voor hun rekening nemen, terwijl de Calvinisten aan de Lutheranen vragen in hoeverre een alom tegenwoordige menselijke natuur van Christus niet in feite een opheffing van de incarnatie (vleeswording) betekent. Beide Kerken zijn daarom van mening, dat de avondmaalsleer theologisch opnieuw moet worden doorgedacht. En als de Calvinisten antwoord 47 wél voor hun rekening nemen? Wanneer zij hun , , particularisen" nu niet kunnen loslaten op grond van hun inzicht in de H. Schrift ? Dreigt er geen relativering van de belijdenis ? De consensus somt verschillende punten op, waarin beide Kerken overeenstemmen. Wanneer in par. 3 gezegd wordt, dat God in de vleeswording des woords het gehele menselijke bestaan heeft aangenomen, zonder de zonde en dat Hij in en door de sacramenten ons gehele menselijke bestaan naar lichaam, ziel en geest wil aanvaarden en heiligen, dan willen wij: twee opmerkingen maken: 1) is het niet beter om , , God in Christus" te zeggen, om alle schijn van theopaschitisme (de lijdende God) te vermijden? 2) dreigt hier geen sacramentalisme, dat het sacrament als méér dan teken en zegel wil zien ?

Par. 5 stelt, dat beide Kerken belijden, dat het H. Avondmaal nadrukkelijk predikt, dat de gelovigen hun heil buiten zichzelf in Jezus Christus zoeken, terwijl par. 10 luidt: Beide Kerken belijden, dat de zegen en de vruchten van het gebruik des H. Avondmaals werk des Geestes zijn.

Par. 8 meldt een geschilpunt: Naar Luthers inzicht is de tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal een tegenwoordigheid krachtens Christus' eigen macht en genade in de gestalte der vernedering (forma servi), terwijl naar Calvinistisch inzicht Christus reëel present is in en door de H. Geest.

Merkwaardig is par. 9 : Naar Luthers inzicht is de tegenwoordigheid van Christus in het H. Avondmaal onafhankelijk van het geloof zowel van degene, die het bedient als van hen, die het ontvangt, (manducatio impiorum).

Daarentegen belijdt de Herv. Kerk, dat wij alleen door het geloof, hetwelk de hand en mond onzer ziel is het ware lichaam en bloed van Christus ontvangen (art. 35 N.G.B.). Hoewel deze formulering op afwezigheid van elke consensus schijnt te duiden, wijzen de Kerken er op, dat Luther zelf zijn formuleringen smeedde in afweer van spiritualisten en Calvijn de zijne in afweer van het R.K. sacramentalisme. Ook voor de Calvinist is het geloof niet creatief met betrekking tot het heil, en omgekeerd geldt ook voor het Lutheranisme op dit punt het sola fide is gave des H. Geestes.

Bedoeld zal wel zijn, dat de commissie-leden hierop wijzen: beide Kerken mogen deze consensus aanvaard hebben, doch zij namen het werkstuk van deze commissie over. Naar ons gevoelen distanciëerde Luther zich in zijn Avondmaalsleer te weinig van het Rooms-katholicisme, terwijl het Calvinisme zich wel degelijk ook verweerd heeft tegen het spiritualisme. De Ned. Geloofs Belijdenis vecht immers op twee fronten': tegen Rome en tegen de Wederdopers.

Hoewel wij met belangstelling van de consensus en de daaruit voort vloeiende voorstellen kennis namen, kunnen wij niet enthousiast zijn. Enkele critische opmerkingen waagden wij reeds te plaatsen.

Er schijnt een zekere haast gemaakt te worden om althans een gedeeltelijke gemeenschap met de Lutherse Kerk aan te gaan. Ligt het Lutheranisme sommige „Calvinisten" beter dan de Gereformeerde belijdenis en liturgie ?

Gemeenschap intercommunie. We herinneren ons, dat prof. dr. G. C. Berkouwer hieraan in zijn Dogmatische Studiën, nader in het deel over De Sacramenten (verschenen in 1954) ook een en ander over geschreven heeft (hoofdstuk XIV, Avondmaal en gemeenschap, blz. 371—395). Het moge waar zijn, zo lezen we blz. 377 e.v.. dat het in de avondmaalsgemeenschap niet gaat om een theoretische daad of handeling of om een denkgemeenschap en dat het gaat om de ware gemeenschap met de Heer der gemeente, dat neemt toch niet weg, dat men in de daad der avondmaalsgemeenschap niet gericht is op een irrationele genieting van de gaven van Christus, ja, van Hem zelf, maar dat men dit doen wil in bewust geloof, in lied en gebed en in de daad van het ontvangen van de tekenen en daarin bezig is met de zin en de betekenis van deze tekenen, van deze handeling van Christus in zijn heilige presentie. Hier gaat het niet om een niet nader te definiëren gemeenschap, die boven alle bezinning over de tekenen en de betekende zaak uitgaat, maar om een verkondigen van Christus' dood.

Het Nieuwe Testament wijst op de eenheid der gemeente vanuit het éne brood (1 Cor. 10:17). Deze boodschap veroordeelt de verdeeldheid, die zo pijnlijk uitkomt in het ontbreken van avondmaalsgemeenschap. Berkouwer spreekt van onoverkomelijke moeilijkheden, die nog steeds niet konden worden opgelost. Een der meest opvallende wegen, waarin men de oplossing zoekt, is die der confessionele relativering (het wijzen op de betrekkelijkheid van de verschillende belijdenissen ; de consensus hoorden we ook spreken van het particularisme der belijdenisgeschriften !) Doch dit is geen oplossing van het probleem, aldus Berkouwer. De oecumenische drang der kerken heeft meermalen juist geleid naar een diepere confessionele bezinning en daardoor het gewicht der verschillen geaccentueerd. Om toch alvast maar tot avondmaalsgemeenschap over te gaan, is niet juist. Hij citeert dr. H. Berkhof, die in 1938 schreef over „de ondoordachte praktijk der avondmaalsgemeenschap ; men moest haar principieel funderen of opheffen". Aan voldoende principiële fundering lijkt het ons in de consensus te ontbreken. Wordt niet gesproken van een nog nodig „nieuw doordenken" ?

Komende op de verschillen tussen de Lutheranen en de Gereformeerden (blz. 391 e.v.v.), in wier belijdenissen het „sola fide" (door het geloof alleen) en het , , sola gratia" (door genade alleen) doorklinkt en het uitzicht geopend blijft op Christus' verzoenend lijden, merkt hij op dat het conflict inzake het Heilig Avondmaal „een van de meest aangrijpendste blijft" in de geschiedenis der Reformatie. Lutheranen als Hopf en Löhe in Duitsland hebben nog betrekkelijk kort geleden gemeenschap met het gereformeerd belijden scherp afgewezen. De Nederlandse Lutheranen zijn blijkbaar minder scherp. Binnen de fundamentele gemeenschap in de belijdenis van het kruis, zo lezen wij, streed men over de betekenis en de consequenties van de hemelvaart van Christus en kon elkaar in een eeuwenlange controvers toch niet vinden rondom de tekenen van brood en wijn. Is dit misschien meer een , , theologisch" dan een „religieus" verschil, dat dank zij het nieuwere exegetische onderzoek aangaande de avondmaalswoorden kan worden opgelost, doordat men komt tot een dieper gemeenschappelijk verstaan van de gave van het avondmaal en van de aard van Christus' tegenwoordigheid? Mogelijk, doch , , alleen vanuit de erkenning van het gemeenschappelijk motief, dat ongetwijfeld een grote rol speeilt, het motief van de vertroosting en de nabijheid van de werkelijke Christus in de tijd tussen; Zijn wederkomst en het uitzicht op de verbindende kracht van het Woord Gods en de leiding des Geestes".

Is de tegenstelling , , theologisch" en , , religieus" hier wel terzake?

In 1954 kon nog geschreven worden (blz. 392), dat van een groeiende consensus tussen Luthersen en Gereformeerden nog allerminst kon gesproken worden.

Moeten wij nu aannemen, dat inmiddels de situatie grondig veranderd is'? Of geldt dit alleen voor Nederland ? En zal dit (zoals de toelichting hoopt) de verhoudingen buiten ons land krachtig beïnvloeden ?

Wij wagen dit vooralsnog te betwijfelen.

Hoe hebben de classicale vergaderingen geadviseerd?

En wat zal de generale synode, deze gehoord, besluiten ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE VOORGESTELDE GEMEENSCHAP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's