De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE SYNODE GAAT WEER VERGADEREN!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SYNODE GAAT WEER VERGADEREN!

7 minuten leestijd

Onder deze titel kondigt de Voorzitter van de Generale Synode der Nederl. Hervormde Kerk, dr. A. A. Koolhaas, de zomervergadering van de Synode aan, in , , Woord en Dienst" d.d. 15 juni j.l.

Wij laten hier volgen, wat hij schrijft over het, .belangrijkste onderwerp", dat aan de orde komt:

DE VROUW IN HET AMBT !

Het belangrijkste onderwerp, dat aan de orde komt, is de vraag, of de vrouw tot de ambten zal worden toegelaten. Deze vraag is al lang aan de orde. Reeds in 1948 besloot de Synode een commissie in het leven te roepen om dit vraagstuk te bestuderen. Toen het rapport van deze commissie in 1950 in de Synode kwam, is er geen beslissing genomen, maar werd dit rapport aan de Kerk ter bespreking aangeboden.

In 1954 besloot de Synode na diepgaande gedachtenwisseling, in eerste lezing tot openstelling van de ambten voor de vrouw. Toen echter uit de besprekingen in de classicale vergaderingen bleek, dat er in de Kerk veel tegenstand en onzekerheid heerste, besliste de Synode de voorgestelde wijziging nog niet definitief vast te stellen.

Tevens werd echter weer een commissie benoemd met de opdracht een nieuw rapport uit te brengen over de exegetische, dogmatische en kerkelijke beslissingen, die met deze zaak samenhangen.

Dit rapport is nu gereed. Aan het slot van het rapport komt de commissie tot enkele conclusies, waaruit blijkt dat de meerderheid van de commissie adviseert om alle ambten voor de vrouw open te stellen. De commissie rekent in haar voorstellen tot wijziging van de ordinanties met drie mogelijkheden:

a. dat alle ambten volledig voor de vrouw worden opengesteld;

b. dat alleen het ambt van diaken wordt opengesteld voor de vrouw ;

c. dat de ambten voor de vrouw, slechts worden opengesteld na het verlenen van dispensatie door het breed moderamen der Generale Synode. Deze zaak zal de eerste dagen van de Synodezitting onze tijd en aandacht vragen.

Vernomen hebbende, dat dit onderwerp in deze vergadering wederom aan de orde zou worden gesteld, heeft het Hoofdbestuur gemeend, dat het op zijn weg lag het volgende schrijven aan de Synode te richten :

S.

Aan de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk te 's Gravenhage.

Hoogeerwaarde Heren,

Het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond tot Verbreiding en Verdediging van de Waarheid in de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk, heeft de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen in verband met de door U voorgenomen beslissing inzake de toelating van de vrouw tot het ambt.

Gelet op artikel X van de kerkorde is het Hoofdbestuur van oordeel, dat Uw vergadering voor haar beslissing gebonden is aan de eis van gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift in gemeenschap met de belijdenis der vaderen.

Voor de waardering van het ambt en voor de beantwoording van de vraag, of het aan de Kerk vrij staat de vrouw tot het ambt toe te laten, is dat van grote betekenis.

Immers de Schrift kent aan het ambt een officieel karakter toe. Die in het ambt staat, staat niet voor zijn eigen zaak, maar voor de zaak van zijn Zender. Hij spreekt niet zijn eigen woord, maar het woord van de Godsgezant en is gebonden aan het Woord van Hem, die hem heeft gezonden.

Jezus dan zei wederom tot hen ; Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden. (Joh. 20 : 21).

Hij handelt in de Naam van zijn Zender : Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zend, wie die ontvangt, óntvangt Mij en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft. (Joh. 13 : 20).

Zo is het ook een officiële handeling der Kerk, iemand tot de ambtelijke bediening toe te laten en aan hem het werk van de Godsgezant toe te betrouwen. De Kerk heeft die volmacht van de apostelen ontvangen, staat nog altijd onder de leiding van het Apostolaat en is gehouden zich naar de door de apostelen bevolen orde te gedragen.

Ook hier geldt het een handelen in de Naam van Christus, het Hoofd en de Koning der Kerk. Want niet alleen dat Christus de apostelen zendt, gelijk Hij door de Vader gezonden is, maar Hij bidt ook voor degenen, die door hun woord geloven zullen. (Joh. 17 : 20).

Als nu Christus zo grote waarde wil schenken aan het woord der apostelen en met Zijn voorbede bij de Vader daarachter staat, hoe zou de Kerk dan het woord en de ordeningen der apostelen kunnen veronachtzamen dat zij als Gods Woord behoort te ontvangen, en zegen kunnen verwachten op handelingen, die daarmee in strijd zijn?

Daarom kan het kerkelijk niet verantwoord zijn tegenover Hem, die Zijn gemeente bouwt op het fundament der apostelen en profeten, de toelating van de vrouw tot het ambt afhankelijk te stellen van allerlei beschouwingen en overwegingen aangaande de positie der vrouw in de moderne samenleving. Veeleer is er aanleiding om ook die beschouwingen en overwegingen onder de critiek der Heilige Schrift te stellen.

Het feit, dat in onze dagen, ook wat betreft het politieke leven, aan vrouwen ambten worden opgedragen, die voorheen naar stellige regel alleen aan mannen werden toebetrouwd, kan en mag voor de leiding der Kerk geen argument of vrijbrief zijn ook in de Kerk de vrouw tot het ambt toe te laten.

De Kerk heeft geen ander richtsnoer dan de Heilige Schrift te volgen en zich te richten naar die regel en naar het voorbeeld der apostelen. Regel en voorbeeld zeggen, dat niet de vrouw, maar de man is aangewezen tot het ambt. Geen beroep op Debora of Hulda kan deze regel krachteloos maken.

Volkomen misplaatst is met betrekking tot het Nieuwe Testament een beroep op Galaten 3 : 28. Geen exegeet toch zal willen beweren, dat Paulus daar handelt over de toelating tot het ambt.

Misschien zou iemand bij wijze van conclusie uit dit woord willen nemen, dat in de gemeente van Christus ook voor deze aardse samenleving reeds de orde der schepping verbroken is en vervangen door een hemelse orde.

Zulk een gedachte kan zich corrigeren aan het Woord van de Heere Jezus Christus : Maar die waardig geacht zullen zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden ; want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn de engelen gelijk'; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn. (Lukas 20 v. 33—36).

Wat er ook in de toekomst van Christus ten aanzien van man en vrouw zijn veranderen moge, voor het leven op deze aarde, ook voor het leven van de gemeente des Heeren, blijft het woord van dezelfde apostel : Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mens, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus.

Sommigen willen deze uitspraak : , , de man hoofd der vrouw" alleen op het huwelijk betrekken; maar de algemene vorm van deze uitdrukking pleit daarvoor niet en het verband, waarin zij staat, wijst eveneens op een goddelijke orde, welke de man tot hoofd van de vrouw heeft gesteld, zodat deze verhouding ook buiten het huwelijk haar consequenties heeft.

Het is overigens waar, dat de Heilige Schrift de verhouding van Christus tot Zijn gemeente tekent onder het beeld van het huwelijk, doch daaraan kan moeilijk een argument worden ontleend om de vrouw tot het ambt toe te laten, aangezien dit beeld veeleer voor het tegendeel spreekt.

Het ambt staat in dienst van de Christus, spreekt en handelt in Naam van de Christus, representeert bij wijze van spreken het Hoofd der gemeente. In.dit alles is veeleer grond te zien, waarom Christus alleen de man tot het ambt geroepen wil hebben. Het ambt is van Christuswege ingesteld, het staat aan de kant van Christus, voor de gemeente, maar ook over de gemeente en zo nodig tegenover de gemeente. M.a.w, het dient in de Middelaars arbeid van het Hoofd der gemeente.

Dat alles wil niet zeggen, dat de vrouw in de gemeente niet dienen mag. maar niet in het ambt.

Om al deze redenen kan het Hoofdbestuur bovengenoemd niet nalaten Uw vergadering te verzoeken geen voet te geven aan de wens dergenen, die het ambt zouden willen openstellen voor de vrouw, maar overeenkomstig de roeping der Kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift te handelen, de vrouw niet tot het ambt toe te laten, maar de Schriftuurlijke orde te bewaren, welke niet de vrouw, maar de man aanwijst voor het ambt.

Namens het Hoiofdbestuur v.n.,

w.g. Prof. dr. J. Severijn, Voorzitter. w.g. Ds. J. J. Timmer, Secretaris.

Utrecht, april 1957. Woerden,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE SYNODE GAAT WEER VERGADEREN!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's