De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TROON EN SCEPTER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TROON EN SCEPTER

7 minuten leestijd

Psalm 45 : 7 : „Uw troon, o God ! is eeuwig en altoos, de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid".

Dat het een koning is die in onze tekst wordt aangesproken is onmiskenbaar. Er is immers sprake van een troon en van een scepter en dat zijn beide symbolen van het koningschap. De troon symboliseert de verhevenheid, de hoogheid, het koning-zijn van de koning. De scepter (dat is de zware, gouden staaf die de oosterse koningen bij officiële gelegenheden in de hand hielden) is het symbool van het bewind dat de koning uitoefent.

Wie is die koning van wie de dichter zijn gedichten uitspreekt (vers 2) en die hij in onze tekst toespreekt ? Hij wordt niet met name genoemd. Sommige verklaringen zeggen : het is Salomo ; anderen achten 't waarschijnlijker dat hier Joram bedoeld is, de zoon van Juda's vrome koning Josafat. Het doet er niet zo heel veel toe. Zeker is in elk geval dat deze psalm gedicht is ter gelegenheid van het huwelijk en de troonsbestijging van de vorst. Lees de psalm maar eens rustig in zijn geheel door en dan zult u bemerken dat de dichter hier spreekt over een Bruidegom (vers 2 tot en met 10) en over een Bruid (vers 11 tot en met 16) en over de zegenrijke gevolgen die van dit huwelijk verwacht mogen worden (vers 17 en 18). Vandaar dan ook dat deze psalm tot opschrift heeft: een lied der liefde.

Misschien vraagt iemand: is dat wel juist dat het een koning is die in onze tekst toegesproken wordt ? De dichter spreekt hem immers aan als : God ? Of moeten we van de veronderstelling uitgaan dat de dichter in zijn enthousiasme te vèr gegaan is, de grenzen uit 't oog verloren heeft ? Is die aanspraak: o God! soms , , een dichterlijke vrijheid ? "

Neen, dat is het niet. Hoewel 't inderdaad een koning is die aangesproken wordt, overschrijdt de dichter toch de grenzen niet als hij hem de titel God toekent. Om twee redenen niet.

In de eerste plaats worden vorsten en regenten in de Bijbel wel meer „goden" genoemd. Ik denk aan Exodus 22 : 8 en 9 en aan Ps, 82. De Heilige Schrift drukt daar op een bijzondere wijze mee uit dat de overheid Gods dienaresse is. Reden waarom de apostel Petrus zijn lezers vermaant: vreest God, eert de Koning !, een vermaning die ook ons nog veel te zeggen heeft, aangezien wij een tijd beleven waarin over , , het gezag" veelszins minachtend gesproken wordt. Zulks is niet naar de schriften en niet uit de ware vreze des Heeren.

De diepste en eigenlijke reden waarom de dichter geen godslastering spreekt als hij zijn vorst als God aanspreekt is echter van andere aard. Om die te begrijpen moet u bedenken dat de aangesproken Koning een telg is uit het koningsgeslacht van David. Aan dat huis had de Heere, bij monde van de profeet Nathan, rijke beloften geschonken (2 Sam. 7).

Messiaanse beloften! En zie, nu de aardse vorst in het huwelijk treedt en de regering aanvaardt, nu ziet de dichter, gedreven door de H. Geest, in profetische verrukking de jonge koning omgeven met Messiaanse glanzen. Achter het type ziet hij de grote Davidszoon, de hemelse Koning, de Zoon Gods verschijnen en Hem zingt hij toe : , , Uw troon, o God ! is eeuwig en altoos, de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid."

Zo mogen wij dus onze tekst lezen, ziende op Jezus Christus, de Heere. In Hem is dit woord vervuld, tot volle werkelijkheid gekomen, gelijk ook de apostel in Hehreën 1 : 8 getuigt!

Uw troon, o God! is eeuwig en altoos... Ja, dat mag de kerk des Heeren met recht haar verheerlijkt Hoofd toezingen. Hém immers heeft God tot Koning gezalfd over Sion, de Berg Zijner heerlijkheid (Ps. 2). Nadat Hij Zijn gemeente gereinigd had van al haar zonden door Zijn eigen bloed, is Hij opgestaan uit de doden en heeft zich gezet aan de rechterhand der hemelse Majesteit. Op grond van Zijn volbracht heilswerk heeft Hij 't Koningschap van Zijn Vader ontvangen en nu heerst Hij als Sion's koning ! Mogen hier op de aarde tronen wankelen en koningshuizen ineenstorten. Zijn troon is eeuwig en altoos. Wat glans, wat majesteit hebt Gij dien Vorst bereid!

O, hoe past het de kerk des Heeren hier beneden, samen met al de hemelingen. Hem de glorie toe te brengen die Hem toekomt! De duurzaamheid van Zijn troon is immers Zijn eer en 't is haar troost! Immers, als de troon van de koning eeuwig is, dan is ook Zijn Rijk eeuwig, dan hebben ook Zijn Rijksburgers een eeuwige toekomst. De eeuwige troon van Christus is de garantie van de volharding der heiligen. Ziende op ons zelf hebben we. alle reden om te vrezen dat wij nimmer zullen aankomen in 't land der rust. Wat al wankeling en slingering, wat al onderliggen in de strijd tegen de drie doodsvijanden. Gods kind moet van zichzelf getuigen : „Ja, ik ben tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed..." En de klacht van David wordt ook heden nog gehoord : nu zal ik een dezer dagen omkomen in de handen van Saul! Volharding ? Ach, 't mocht wat, als het aan ons hing. Maar, Gode zij dank, het hangt niet aan ons, 't hangt aan Hem, aan de Koning! En als wij door een levend geloof die Koning mogen zijn ingelijfd, dan mogen onze harten in de Heere gerust zijn. Want Hij zal zich de schapen niet uit de hand laten rukken. Hij leeft en Hij regeert eeuwig. Dat is de vaste grond onder heden en toekomst van Zijn duurgekochte kerk ! !

, , De scepter uws koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid".

De scepter, zo zei ik, is het symbool van het bewind dat de koning voert. Welnu, hier belijdt de psalmist dat het bewind van Koning Jezus een rechtmatig bewind is.

Wat is dat: rechtmatig ? Het valt niet mee om dat met één nederlands woord duidelijk te omschrijven. De Engelsen noemen het: fair. Wij : recht en billijk. Rechtmatig is het bewind van een vorst als ieder ontvangt wat bij hem past: de arme — hulp ; de verdrukte — bevrijding ; de weduwe en de wees — ondersteuning ; de loyale staatsburger — bescherming ; de overtreders — straf ; de verdrukker en uitzuiger — kastijding de goddeloze — vernietiging.

Welnu : zó is het bewind van de Heere Christus. , , De rijksstaf, die Zijn hoge Majesteit in 't Godsrijk zwaait, heerst met rechtmatigheid". Ps. 72 beschrijft onvergetelijk schoon wat dat inhoudt, als de Koning , , richt met beleid", dat is : met rechtmatigheid. Hij zal dan al Zijn volk beheren rechtvaardig, wijs en zacht, en Zijn ellendigen regeren, hun recht doen op hun klacht. Het ellendig volk wordt dan uit lijden door Zijne arm gerukt. Hij zal nooddruftigen bevrijden, verbrijz'len, wie verdrukt. Het rechtvaardig volk zal dan welig groeien. Het behoeftig volk in hunne noden, in hun ellend' en pijn, gans hulpeloos tot Hem gevloden, zal Hij ten Redder zijn.

Met opzet liet ik verschillende woorden cursief drukken. Is 't u niet opgevallen, dat deze Koning een Koning der armen, der ellendigen, der nooddruftigen is ?

Verbrokenen en verslagenen van hart, bekommerden vanwege hun zonden hebben van 't rechtmatig bewind van koning Jezus alle goeds te verwachten, want Zijn scepter is een genadescepter, die Hij toereikt aan ieder, die zich met een , , kom ik om, dan kom , ik om", aan Zijn voeten nederwerpt.

Maar goddelozen doet Hij bukken, bezwijken onder d' ongelukken. Die zich tegen Hem verheft, die niet wil dat Hij Koning over hem zou zijn, de zelfhandhavers en ongebrokenen die zal Hij doden met de adem Zijns monds. Dat behoort óók tot de rechtmatigheid van Zijn bewind !

Wat een gewichtige vraag is het derhalve hoe wij staan tegenover 't bewind van deze Koning ! Hebben wij lust aan de kennis van Zijn wegen ? of zeggen wij: wijk van mij ! Bracht genade ons op de knieën voor Zijn troon of staan we nog in onze geboortehouding : rechtop, met stalen voorhoofd en ijzeren nek? Is het de liist van ons hart om 't geluk van deze Koning te prijzen of doen we met lust de begeerte van de Vorst der duisternis ? Onderzoekt uzelf, want deze Koning heeft gerechtigheid lief, maar Hij haat goddeloosheid.

Vreest 's Heeren macht en dient Zijn Majesteit

Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen

En kust de Zoon, vanouds u toegezeid.

Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller ogen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TROON EN SCEPTER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's