De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkzang der eerste eeuwen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkzang der eerste eeuwen

4 minuten leestijd

 

III. Notities Gereformeerde kerkzang.

Van de schaarse gegevens over de kerkzang der eerste eeuwen zijn ons enkele mededelingen nagelaten. De eerste mededeling vinden we in een brief van Plinius aan keizer Trajanus over de christenvervolgingen in het jaar 112. Plinius vraagt of deze vervolgingen moeten doorgaan. Hij heeft gevangen genomen christenen zelf ondervraagd en was ontzet geworden over hetgeen hij had gehoord. In die mensen werd immers niets misdadigs gevonden. Zij eerbiedigden de overheid en hielden zich aan de wetten van het land. Hun leven was eerbaar. Het enige, dat te hunnen nadele kon worden gezegd, was, dat zij geen afgodsbeelden aanbaden. In deze brief staat o.m. : , , Zij verzekerden echter, dat hun ganse schuld of hun ganse dwaling alleen hierin had bestaan, dat zij gewoon waren geweest vóór zonsopgang samen te komen en tot Christus als tot een god een carmen te richten (carmenque Christo quasi deo dicere secum invicem) en zich door een sacramentum te verplichten niet tot de een of andere misdaad, maar: dat zij juist géén diefstal, géén roof, géén overspel, géén trouwbreuk zouden plegen, noch zich zouden vergrijpen aan een hun toevertrouwd pand".

Dit schreef een heidense landvoogd over het leven van de eerste christenen ± 100 na Christus. Men staat stil verwonderd over hun ernstige levenshouding en de bereidheid zich in een zedeloze wereld vrijwillig te binden aan een ethische belofte.

Waar het hier op aankomt, is de vraag, wat wij onder , , carmen dicere Christo" moeten verstaan. Wordt een lied voor Christus uitgesproken of gezongen ? De moeilijkheid is opgelost als we letten op wat Tertullianus over de brief van Plinius meedeelt. Hij spreekt dan van een „ad canendum Christo ut deo", d.w.z. , , tot Christus zingen als tot een god". Misverstand is nu niet meer mogelijk, te meer ook waar uit meer voorbeelden, die ds. Hasper noemt, blijkt, dat men bij de term , , carmen dicere" denkt aan een lied zingen, waarin natuurlijk de woorden zeer duidelijk tot uitdrukking gebracht dienen te worden. Ook uit deze brief blijkt, dat de gemeente van Christus in die tijd liederen zong ter ere van Christus.

Op de Synode van Antiochië in het jaar 268 werd Paulus van Samosata, bisschop van Antiochië, een machtig en invloedrijk man in kerkelijk en politiek opzicht, afgezet. Deze bisschop moet wel een zeer merkwaardig mens zijn geweest, een man, die met veel tam-tam zich verhief boven de mensen. Op een Paasdag liet hij tot verheerlijking van zichzelf midden in de kerk vrouwen zingen. Hij werd o.m. afgezet omdat hij psalmen, gericht tot onze Heere Jezus Christus had afgeschaft. Hier blijkt o.m. hoe liederen, waarin de lof van Christus gezongen wordt, ook psalmen werden genoemd.

Van de liederen van de Kerk der eerste eeuwen is ons maar heel weinig overgebleven. Wel zijn brokstukken in het Nieuwe Testament aan te wijzen. Wij moeten hierbij oppassen niet elk stuk poëtisch proza als een lied van de nieuwtestamentische gemeente op te vatten. Er is ook proza, dat op zichzelf dichterlijke verheven stijl is van de schrijver. Maar toch zijn er bepaalde lofverheffingen, waarin wij de samenklank van de gemeente horen. Ik denk aan de korte lofverheffing in 1 Tim. 3 VS. 16 : , , Geopenbaard in vlees, gerechtvaardigd in geest, verschenen aan de apostelen, verkondigd aan de volkeren, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid". Stilistisch valt dit stukje poëzie geheel buiten de stijl van de brief aan Timotheüs, al is er naar de inhoud een innerlijk verband.

Wij wezen reeds op het opwekkingslied : „Ontwaakt, gij die slaapt, en sta op uit de doden". (Efeze 5 : 14).

Bovenal willen wij wijzen op de hymnen in het Openbaringboek van Johannes. Johannes ontvangt de openbaring Gods op het eiland Pathmos, maar hij vertolkt tegelijk het geloofsleven van de broeders en zusters der eerste gemeente in een hymnisch antwoord op de goddelijke sprake. Wij kunnen al deze lofverheffingen wegens de plaatsruimte niet overschrijven. Maar als u deze materie interesseert leest u ze dan in uw bijbel na. Wij noemen : Openbaring 4:8, 4 : 11, 5 : 9, 5 : 10, 5 : 13, 7 : 10, 7 : 12, 11 : 15, 11 : 17, 18, 12 : 10—12, 15 : 3, 4, 19 : 1, 2, 19:5, 19 : 6—8, 21 : 3, 4. Al zulke verzen werden in de gemeentezang bevestigd met een , , amen" of er volgde een hallelujah.

Wanneer men al deze lofverheffingen rustig naleest en zich de christelijke gemeente der eerste eeuwen zingende voorstelt, dan vraagt men zich af, waarom men in de afgelopen eeuwen zo spaarzamelijk deze lofverheffingen op melodie heeft gebracht. Wanneer deze nieuwtestamentische liederen eens berijmd zouden worden en op melodie gebracht wat zouden dan vele stichtelijke liedjes in hun armoede openbaar komen. Het ware te wensen dat na een verbeterde psalmberijming deze Schriftgedeelten onder het stof der eeuwen werden weggehaald om als levende zang van de oude en huidige Kerk te dienen. Dit ware een goede stap terug naar de zang van de Kerk der eerste eeuwen, het ideaal, dat Calvijn voor ogen stond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerkzang der eerste eeuwen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's