De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GROTE BLIJDSCHAP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GROTE BLIJDSCHAP

6 minuten leestijd

„En er werd grote blijdschap in de stad". Hand. 8:8.

In Jeruzalem werd de jonge gemeente vervolgd. Zo erg was de vervolging, dat vele Christenen Jeruzalem verlieten en elders een goed heenkomen zochten. Doch waar ze ook terecht kwamen, overal verkondigden ze het Woord.

Zo kwam Fillppus in Samaria, de stad der Samaritanen. Ook daar predikte hij Christus als de enige redder en verlosser. En niet zonder vrucht. De Heilige Geest legde beslag op de harten. Hij won ze in voor de boodschap van het Evangelie.

Wat een verschil daar met Jeruzalem, de stad der Joden. Daar heerst een vijandschap, maar in Samaria grote blijdschap. Jeruzalem verwierp de Christenjoden, vervolgden de Christenen. Samaria hoorde met belangstelling naar de prediking van Filippus. Ja, verheugde zich over die boodschap.

Spreekt het eigenlijk niet vanzelf, dat er blijdschap was in Samaria ? Rijker en heerlijker boodschap kon er niet gebracht worden. Het ging toch over Jezus, Die in onze zonde, schuld en straf is ingegaan. Hij is gekomen om te herstellen wat wij door onze zonden en afval verdorven hebben. Wij hebben door onze ongehoorzaamheid tegen God over ons gehaald de toorn Gods. Wij zijn aan allerhande ellende, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen. Nooit kunnen wij onszelf daarvan verlossen. Nooit kunnen wij echt blij zijn. Maar Jezus is in de wereld gekomen. Hij heeft zichzelf vernederd. Ja, zichzelf heeft Hij vernietigd om ons gelijk te worden. Hij liet zich tot zonde maken, opdat Hij, in onze plaats aan Gods recht zou kunnen voldoen.

Hij gaf zich over om gekruisigd te worden, onze vloek der zonde te dragen, opdat wij vrede met God zouden ontvangen.

De dood heeft Hij ondergaan, opdat Hij voor doodschuldige zondaren, zoals wij van nature zijn, 't leven zou verwerven. Hij is verrezen uit het graf. Heeft de sleutels van hel en dood. Opgevaren is Hij in de hoogte. Is gezeten aan Gods rechterhand en heeft gaven genomen om uit te delen aan wederhorigen, ja, opdat zij bij de Heere zouden wonen.

Over zulk een Christus gaat het toch in het Evangelie. De Heere laat het ons nog bekend maken in onze nood en ellende, dat er in deze Jezus redding is. Hij is de weg, de Waarheid en het Leven. Hij is de deur : Indien iemand door Hem ingaat, die zal behouden worden.

Wat dringt de Heere er bij ons op aan, dat wij ons zouden bekeren tot Hem, dat wij Jezus zouden zoeken als onze Borg en Zaligmaker.

Van onze prille jeugd af is ons deze boodschap verkondigd. Maar de vraag is nu : Hoe hebben wij haar ontvangen ? Met een heilbegerig hart, dat zich verheugt over de prediking van die rijke Christus ? Ach neen, het gaat vaak zo anders. Wij horen de boodschap wel, doch wij blijven er zo koud onder. Wij nemen ze voor kennisgeving aan. Of wij zoeken allerlei vormen om de boodschap van het Evangelie krachteloos te maken.

Wat is dat toch erg! Want daarin komt ineens, openbaar, dat wij het Evangelie van Christus niet waarderen. Zijn liefde, die God zo heerlijk en klaar heeft geopenbaard in het zenden van Zijn Zoon, niet op hoge prijs stellen.

Hoe nodig is het daarom, dat wij vragen om 't ontdekkend licht des Geestes, opdat wij onszelf mogen kennen in onze ellende en nood, in onze schuld en zonde voor God.

Want weet u waarom wij van nature geen blijdschap vinden in het Evangelie van Christus? Waarom het ons koud en onbewogen laat? Wel, omdat wij van nature onszelf niet recht kennen. Wij hebben zulke goede gedachten van onszelf. Wij zijn zo rijk en verrijkt in onszelf. Maar wij willen er niet aan, dat wij met al onze vroomheid en eigengerechtigheid, vijanden zijn van het kruis van Christus.

Maar wanneer wij door Gods Geest en Woord de ware toestand van ons leven leren kennen, onszelf leren veroordelen voor de Heilige God, Hem toevallen in Zijn heilig recht, dan gaat ons in die weg het oog open voor de blijdschap van het Evangelie.

En als wij dan stervend aan onszelf en al het onze, het leven mogen vinden in die rijke Christus, komt er ware blijdschap In onze ziel. Dan mogen wij ons verheugen in Gods heil, geopenbaard in Christus.

Buiten Jezus is er alleen maar droefheid, ondanks alle vreugde en pret, die de wereld aanbiedt. De vreugde der wereld gaat voorbij.

Maar als wij door het waarachtig geloof rusten mogen in Christus en Zijn volbracht werk, dan bezitten we een blijdschap, die blijft. Want de oorzaak van alle droefheid, van alle geschrei en weeklag is dan weggenomen, nl. de zonde, afgewassen door het zoenbloed van Christus.

Dan is er grote blijdschap, omdat wij ons verblijden mogen in God. Ons verheugen mogen in Zijn Liefde, waarmee Hij ons opzocht en trok uit de duisternis.

Dan delen wij in Zijn trouw, waarin Hij ons bewaart en leidt.

Nooit kan iemand ons die blijdschap ontnemen. De duivel niet, de mensen niet. Niets en niemand kan ons scheiden van de liefde, die er is in Christus onze Heere.

Grote blijdschap, omdat wij dan in alle omstandigheden des levens voor rekening staan van de hemelse Vader. Wat ons ook overkomt, hoe moeilijk de wegen mogen zijn, waarlangs wij gaan, in wat nood wij ook gebracht worden, de Heere leert het ons door Zijn troostvolle werking des Geestes zingen:

In God is al mijn heil mijn eer.

Mijn sterke rots, mijn tegenweer,

God is mijn toevlucht in het lijden.

Zeker, niet altijd is er blijdschap in het leven van allen, die de Heere vrezen.

Er is zoveel dat de blijdschap dreigt te verdringen.

Daar zijn allereerst onze afmakingen en zonden. Daar is onze verdorven aard, waarmee wij ons leven lang te strijden hebben. De bestrijding van satan, de verleiding der wereld.

En dan de bange twijfel van het ongeloof. Het moet er maar eens op aan komen. Het moet maar eens stormen op de zee des levens, de hoge golven van moeite en tegenspoed ons dreigen te overspoelen, dan komt de bange klacht: „Heere help mij, ik verga !".

Maar gelukkig, de Heere laat niet varen het werk Zijner handen. Hij doet het menigmaal ervaren :

„Perst eens de bittere tegenspoed

des avonds het benauwd gemoed

tot naar gejammer en geklag,

nauw rijst des morgens vroeg de dag,

of God verleent, inplaats van lijden,

weer stof tot juichen en verblijden."

En de diepe wegen van moeite en zorg gebruikt de Heere om ons juist te meer te funderen in de echte blijdschap. In die wegen leert Hij ons te meer onszelf verliezen om het te meer te zoeken in Christus, onze enige Levensbron en Levensvreugde.

Hij scherpt ook in de druk ons verlangen naar de volkomen blijdschap, die eenmaal ons deel zal zijn.

Eenmaal zullen allen, die hier in aanvang zich verblijden mochten in de God des heils, volkomen en ongestoord zich verheugen.

Dan zal de blijdschap onbepaald,

door 't licht dat van zijn aanzicht straalt

ten hoogste toppunt stijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GROTE BLIJDSCHAP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's