SITUATIE, ONTWIKKELING EN DESIDERATA VAN DE GEREFORMEERDE BOND 1)
Deze avond willen wij zoeken naar de wortels van de Gereformeerde Bond in de geschiedenis van de richtingen in de vorige eeuw. Eigenlijk doen wij al te veel eer aan de richtingen in onze kerk. Er is en was zoveel ongeorganiseerd. Was in de vorige eeuw alles onder te brengen in de toen bestaande richtingen ? Is alles in die richtingen vast blijven zitten, of heeft er vervloeiïng plaats gehad? Daar ergens moeten wij de wortels van de Gereformeerde Bond zoeken.
Voor een deel is de Bond ontstaan uit mensen, die van ouds echter niet gereformeerd waren. Het zijn de mensen, die zich verwant wisten aan mensen als ds. Molenaar; de mannen van het Reveil (ten dele), aan de mannen van de afscheiding van 1834, 1852, 1886 en aan hen, die gestadig weg druppelden uit de kerk, maar de scheiding principieel verwierpen. Veel kontact hadden zij ook met de conventikels, die, staande buiten de kerk, hunnerzijds de scheiding veroordeelden. Als het ergens terecht zou komen, dan was het in de oude kerk. Daar staan de vaders van de Gereformeerde Bond. Ten dele. Ook in de Ethische richting en in de Confessionele Vereniging hebben velen gestaan, die bij hun zoeken naar de rechtzinnige leer, zich aansloten bij degenen, die zich het meest rechts openbaarden. Zodra zagen zij een mogelijkheid om zich meer rechts te organiseren, of zij deden dit. Het gaat niet aan om deze oude ethischen en confessionelen zonder meer voor voluit confessioneel en ethisch te verslijten. De dwang bijvoorbeeld om gezangen te laten zingen, die vrij lang geduurd heeft, bracht daar mannen, die toen reeds, waren zij vrij geweest, het gezang gaarne hadden laten schieten.
Zelfs in de Groninger en in de moderne richting vindt u wortels, die op de Gereformeerde Bond uitlopen.
Bij een collega vond ik op de studeerkamer een uitvoerige kaart van Nederland, voorzien van speldjes met witte, blauwe en rode knopjes. Deze gaven de richtingen aan. Deze dominé kon het weten, want hij was alle richtingen doorgewandeld. Aandachtig heb ik die kaart bekeken, niet alleen om de omvang der richtingen te overzien, maar om te zien naar niet-theologische factoren, die in het ontstaan en bestaan van de richtingen konden spelen. Ik heb eens een artikel gelezen, waar b.v. op de Veluwe de bodemgesteldheid de theologische ligging mede bepaalde. Het harde leven, de armoedige omstandigheden van de kleine boeren, die een strijd moesten voeren voor het bestaan, moesten een praedestiniaanse inslag aan hun godsdienst geven. In dat artikel werd zelfs gezocht naar verband tussen de donkere bossen en een pessimistische levensbeschouwing. Dit artikel werd geschreven in de tijd van de bloed-ras-bodem-theorieën. Ik geloof dit niet. In dat geval is het onverklaarbaar, dat de Noordzijde van de Veluwe Gereformeerde Bond is en de Zuid-Oost-kant Ethisch. Als de religie al verband houdt met bloed, dan alleen met het Bloed der verzoening. Zij is meer een kwestie van wedergeboorte dan van geboorte De Gereformeerde Bond heeft zijn plaats gevonden onder de boeren in Zuid-Holland—Utrecht—Zeeland, terwijl er andere boerenstreken zijn, die totaal niet gereformeerd zijn. Men vindt de Bond ook in vissersplaatsen. Zou men dan een nauwe binding met de zee onderstellen, dan moet men opmerken, dat men ze evenzeer vindt in de fabriekscentra als Twente, Waddinxveen en de Langstraat, alsook in havensteden als Rotterdam, Amsterdam en Dordrecht.
Men heeft ook gezegd, dat de Afscheiding en de Doleantie hoofdzakelijk onder de middenlaag van de bevolking hun aanhang gevonden hebben. In die zelfde laag van de bevolking heeft men ook de Gereformeerde Bond gezocht. Daar zal wel wat van aan zijn, maar hiermede kan men de zaak zeker niet afdoen. Tot in de laagste en tot in de hoogste kringen treft men mensen van Gereformeerde gevoelens aan. Ook daar telt de Gereformeerde Bond zijn leden. Mijn verblijf in de stad van de Technische Hogeschool en ook nu in Rotterdam, heeft mij voor grote verrassingen geplaatst. De Gereformeerde religie mag vele aanhangers tellen, om het .met Kuyper te zeggen, onder , , de kleine luyden", maar zij telt ze ook onder de gestudeerden. Men vindt ze onder professoren, onder mijn-ingenieurs in Limburg. Het door Ir. G. B. Smit opgerichte Contact van Intellectuelen, waarbij hij uit het hele land artsen, leraren, fabrieksdirecteuren, enz. bijeen riep, heeft ons als Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zelf voor verrassingen gesteld. Redenen voldoende om te manen tot voorzichtigheid bij het zoeken naar niet-theologische factoren. Die gelden ook maar zeer betrekkelijk bij de Ijeoordeling van de andere richtingen in de kerk.
Als u nu de omvang van de Bond wilt overzien, dan kunt u zeggen, dat de Bond +/- 300 predikantsplaatsen telt. Dat is dus 1/6 of 1/7 van de kerk. Professor Lindeboom zegt in , , Vrije Geluiden" van 16 februari j.l., dat men zijn duizenden telt onder de bevolking. Gaarne wil ik daarop wijzen. Let men op de kerkgaande gemeente, die de prediking van de Gereformeerde Bond zoekt, dan komen de stukken heel anders te liggen. De verhouding van de aantallen predikantsplaatsen en in verband daarmede de afvaardiging naar de meerdere vergaderingen en de Synode komt in een heel ander licht te staan. Een predikantsplaats op de Veluwe met zijn duizend of tweeduizend kerkgangers weegt, dunkt mij, op tegen een heel aantal predikantsplaatsen in Noord- Holland, Brabant en Groningen, die soms slechts enkele tientallen kerkgangers hebbén. In verband daarmede zou ook op de Classicale Vergaderingen en in de Synode de eerste veel zwaarder moeten wegen dan de andere. Niet alleen in de dorpsgemeenten staat het zo. In de meer uitgebreide gemeenten, in de grote stadsgemeenten is het kerkbezoek en catechisatiëbezoek onevenredig aan de aantallen predikantsplaatsen. Menigmaal heeft de Bond 1/6 of 1/8 van de predikantsplaatsen, maar beslaat de meelevende gemeente 50 of meer procenten. Een onmiskenbaar feit is, dat het gereformeerde volk een kerkelijk volk is. Ik meen, dat men goed doet, daarmede te rekenen.
Als u de situatie van de kerk eerlijk wilt overzien, dan moet u ook letten op de beweging, die er in de kerk is. De tijd is voorbij, dat men de Bond als de lastige, weinig beweeglijke achtertros in de kerk kan zien. Langs heel de Zuid- Hollandse kust, in oud-confessióneel land, komt de vraag naar de prediking van de Gereformeerde Bond, In heel het Polderland van Zuid-Holland heeft de Bond in de loop van 70 jaren het terrein of reeds geheel beslagen of het is bezig dit te beslaan. Als Holland in de landelijke kerk gewicht in de schaal legt, dan zal men hiermede toch rekening moeten houden. Behalve daar, komt dezelfde vraag op in Groningen, in Zeeuws-Vlaanderen, op Schouwen en in de Betuwe. Ik ontveins het mij niet, dat er streken zijn, waar de Bond het niet doet en waar hij terrein verliest, maar dat is slechts een kleine tegenstroom. In Friesland zijn de overige plaatsen, die wij daar hadden, naar het midden overgegaan. Op de Veluwe zijn groepen van twee tot vijfhonderd kerkgangers ontstaan, die anders geaard zijn. Hoogeveen, Alkmaar gingen terug naar het midden.
Wil men de Hervormd-Gereformeerden liever niet erkennen, dan moet men wel hiermede rekenen, dat men daarmee min of meer ook anderen treft. In de kerk is sinds enige jaren het Verband van Hervormd-Gereformeerde ambtsdragers ontstaan, hoofdzakelijk van confessionele huize. Verschillende Confessionelen hebben zich weer teruggetrokken.
Maar dit Verband bestaat nog. Het heeft aansluiting gezocht bij de Gereformeerde Bond. Om redenen vooral van liturgische aard kwam het niet tot fusie. Veel meer dan voorheen bij de Confessionele Vereniging het geval was, is hier een sympathie gegroeid.
Buiten de kerk, in de kerken der Afscheiding, leeft ook altijd nog een band aan de Hervormde Kerk, die men hoofdzakelijk voelt in de Hervormd-Gereformeerden. De Gereformeerde Kerken voelen zich over het algemeen meer aangetrokken tot de middengroepen in de kerk. Die naar haar overgingen, werden allen midden-orthodox. Maar de Kamperschool, die er zeker niet aan toe is naar de Hervormde Kerk over te gaan, voelt dan toch zeker voor de Gereformeerde Bond. De Christelijk Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Gemeenten, -zo zij al iets voor de Hervormde Kerk voelen, richten toch haar aandacht hoofdzakelijk tot de Gereformeerde gezindte in de kerk. Wil men dus in de kerk oecumenisch gevoelen voor deze kerkgroepen, dan zal men dat moeilijk kunnen doen buiten de erkenning van wat er aan gereformeerdheid in de kerk nog leeft, dat is dus ook de Gereformeerde Bond.
Behalve deze achterban in Nederland, heeft de Bond langzamerhand kerkelijke groepen in de buitenlanden ontdekt, groepen met welke hij zich verwant weet. De zaak van de Hervormd-Gereformeerden is dus voor onze kerk niet meer af te doen met een nonchalant gebaar van een onbetekenende secte in de kerk, zelfs niet met het waakzaam zijn tegen een hardnekkige en min of meer gevaarlijke secte. U hebt hier te doen met een openbaring van de Kerk van Jezus Christus, ik meen te mogen zeggen naar min of meer Calvinistische snit.
Ontwikkeling van de Bond.
Dit alles raakt de situatie van de Bond in het kerkelijk leven. Ik heb u daarover openhartig ingelicht. Daar heeft de kerk recht op. Ik wil u ook trachten een indruk té geven in de theologische ontwikkeling van de Bond. Voorheen werd de theologische ligging daar bepaald door de antropologie. Het zou zeer modern kunnen klinken als ik zei dat het , , mens zijn" in zijn verschillende staten, in de staat der zonde, in de staat der genade, in de staat der heerlijkheid centraal stond in de prediking. Het theologisch denken bewoog zich (het zij zwak of sterk) rond de orde des heils. De vragen naar de verhouding van rechtvaardiging tot heiliging, van praedestinatie tot nodiging, van roeping uitwendig en inwendig, of roeping zonder meer, van wedergeboorte tot geloof, waren de vragen waarmede men zich hoofdzakelijk bezig 'hield. In de prediking vond men daarvan de neerslag. Dit maakte de controversen in de Bond vrij groot en diep. De Bonders van toen waren toch kinderen van hun tijd. En kinderen van hun tijd zijn zij, hoe ook beschouwd, toch ook nu. De theologische belangstelling in de kerk verlegde zich. De leer van de triniteit, van de openbaring, bijzonder ook van de Heilige Geest werd door Barth aan de orde gesteld. Deze leerstukken kwamen ook in de Hervormd Gereformeerde kringen aan de orde. Het sterker trinitarisch denken deed de anthropologie naar de achtergrond dringen.
Het denken over de Godsleer, over de verkondiging van de drie personen, over hun werk van zaliging van de zondaar kwam sterker naar voren. Wij ontdekten weer het hoofdraam van het credo: Van God de Vader en onze schepping, van God de Zoon en onze verlossing, van God de Heilige Geest en onze heiligmaking. De prediking ging zich meer op de hoofdlijnen bewegen. Persoonlijk is het voor mij een ontdekking geweest te merken, dat de Reformatie geen orde des heils in al die geledingen kende. De Reformatie hield al die stukken gebundeld bijeen. Als de reformatoren zeiden, geloof, dan bedoelden ze hetzelfde als wedergeboorte.
(Wordt vervolgd).
1) Avondlezing gehouden in het Seminarium te Driebergen op 14 maart 1957 door ds. W. L. Tukker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's