De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WILHELMUS SCHORTINGHUIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WILHELMUS SCHORTINGHUIS

9 minuten leestijd

III

We moeten nog wat nader ingaan op het bekende werk van Schortinghuis, om daarbij meteen ook aandacht te vragen voor zijn andere werken, die, ten onrechte, zo in de schaduw zijn gebleven.

Nadat de Groningse faculteit dus nogal enig voorbehoud had gemaakt, werd het boek onderworpen aan de publieke opinie. Zoals het zo menigmaal gaat, weten we te weinig van degenen, die in dit boek zichzelf en zo de auteur herkenden, en weten we al te veel van hen, die een o.i. schandelijke en daemonische actie tegen het boek zijn gaan voeren. Het heeft geen enkele zin. allerlei namen op te sommen, die de lezer toch niets zeggen. We maken een uitzondering met een tweetal belhamels, die anderen op een trieste wijze wisten te overtreffen, en een , , prachtige" kans kregen de , , fijnen" eens grof te raken. We bedoelen allereerst ds. Hartman van Zwolle. Hij riekt geestdrijverij, overgeestelijkheid. We hebben al toegegeven, dat naar die kant zeker Schortinghuis' meest kwetsbare plek ligt. Maar als we de dorre uiteenzettingen op ons laten inwerken, die deze auteur heeft neergelegd in zijn populaire Huisbijbel, een stichtelijke bijbeluitleg, dan zien we daar de Heilige Geest en zijn werk op een wijze ontbreken die ons duidelijk maakt, dat deze man wel een van de laatsten moest zijn, om de zo anders gerichte Schortlnghuis recht te laten wedervaren. Naast hem heeft zich de Deventer predikant ds. van de Keessel aangegord, om op een zelfde wijze Het innige Christendom te bestrijden. Dat doet hij op een zo hoge en zelfverzekerde wijze, dat hem de overwinning in een zo verootmoedigende zaak alleen maar kan ontgaan. 

Als we die beiden daar zien ploeteren, en Schortinghuis hen horen beantwoorden, komt ons een stuk verleden voor de geest, dat hier weer levend wordt. We denken aan het conflict tussen De Labadie, (die in veel opzichten uitstekend met Schortlnghuis is te vergelijken) en ds. Wolzogen, een liberaal waals tegenstander. Die ds. Wolzogen schreef een hoekje over de uitleg van de Heilige Schrift en hij 'betoogt daarin, dat het daarbij vooral gaat om de gezonde rede en de nodige oudheidkundige kennis, terwijl hij daarbij het aandeel van de Heilige Geest op een krampachtige wijze beperkt, om toch vooral maar alle , , geestdrijverij" uit te bannen. Maar daarbij raakt met het badwater ook het kind in de goot; die merkwaardige beduchtheid voor de Geest, die vooral theologen zo machteloos maakt, om , , de dingen van de Geest" te verstaan, is al een bijzonder duidelijk getuigenis van geestelijke armoede.

Tegenover deze , , letterknecht" stelt dan De Labadie vierkant dat heel andere : het komt bij het verstaan van het Woord van God niet vooral aan op geleerdheid en verstand, maar op de Heilige Geest. Niet de vakman, de toegeruste verstaat het Woord, maar de door de Geest herborene. Dat noemen we met een vreemd woord, dat nogal eens voor­ komt : de theologia regenitorum. D.w.z. echte theologie, echte Godskennis is het voorrecht van de gelovigen, van de wedergeborenen. Die komen in het Allerheiligste, de anderen komen niet verder dan de voorhof.

Is het niet merkwaardig, dat nu bij Schortlnghuis de stukken weer zo staan? Hij behoort tot hen, die het veel verzuimde stuk van de Heilige Geest met kracht aan de orde stelden en daarin slecht werden verstaan. Hij behoort daardoor tot hen, die door ongeduld en onervarenheid hun zaak wel overspannen, maar die we nochtans tot de fakkeldragers in Gods Kerk moeten rekenen. Betekent dat, dat we alles, wat Schortlnghuis hier deed en zei, onbepaald voor onze rekening nemen ? Natuurlijk neen! Zijn tegenstanders herhaalden, wat de Groninger faculteit had gezegd : Schortlnghuis gebruikt vele mystieke termen die de schat van het reformatorisch geloof minder gemakkelijk opvangen en omvatten, dan hij wel dacht. We hébben tevens de overtuiging, dat hier een eenzijdig gebruik van de , , tale Kanaans" veel misverstand heeft gewekt. Schortlnghuis dacht blijkbaar alleen aan zijn geestverwanten, zo op de uiterste grens van kerk en conventikel. Het wreekt zich, dat het , , apostolaire", de verantwoordelijkheid van hen die buiten zijn, hier veel minder leeft dan b.v. bij Calvijn, bij Teellinck, Udemans en Van Lodenstein. Daardoor heeft hij aan zijn tegenstanders tekort gedaan en is hij dichter bij het sectarische dan bij het kerkelijke standpunt aangeland.

Op één punt van de discussie moeten we met enige nadruk wijzen. Het betreft de verhouding tussen bevindelijke kennis en letterkennis, waarmee we het terrein van de verhouding van Woord en Geest en met name dat van de laatste hébben betreden. We hebben al weergegeven, hoe Schortlnghuis de zaak hier stelt en toegegeven, dat hij in zijn formulering zeker niet zeer gelukkig was. Uittentreure heeft men hem nu verweten, dat hij aan het Woord, de leer, de , , middelen" eigenlijk heel geen waarde hechtte, in het algemeen aan het objectieve van het geloofsleven voorbijgaat en alleen maar lof heeft voor de bevinding, voor het innerlijke. Deze aanklacht, die hier nieuw opleeft, is in wezen erg oud. Men kan gedurig horen verzekeren, dat het Piëtisme alleen maar belangstelling zou hebben voor een spirituele ethiek en geen enkele belangstelling zou hebben zelfs voor een bijbelse dogmatiek.

Maar dit beweren is toch kennelijk te dwaas, om los te lopen. Want de bevinding, d.w.z. het levend geloof leeft toch niet uit het luchtledige of uit zichzelf, maar uit de belofte, uit Christus, uit het genadeverbond. Die twee zijn dus altijd ten nauwste op elkaar betrokken. Niet dit is het bezwaar der Piëtisten, dat men het objectieve, het Woord en de Leer laat gelden, integendeel begeert het alleen, dat dit in volheid geschiede. Maar als het alleen bij de objectieve betuiging blijft en genegeerd wordt, wat dit objectieve, deze belofte der genade, in het mensenleven nieuw maakt, dan slaan de Piëtisten alarm en wèl hen, dat zij het doen, want de anderen blijken naar deze kant meer dan blind te zijn.

We zeiden bij het begin van dit artikel, dat Het innige Christendom eigenlijk alle belangstelling heeft gehad, ten koste van verschillende andere werken van Schortlnghuis, die toch juist bedoeld waren om dit werk aan te vullen. Laten we het zó stellen. Voetius heeft geschreven dat boekje over de "ascetiek", de , , practijk der godzaligheid" dat we indertijd hebben besproken en dat zeer verwant met dit werk van Schortinghuis is.. Maar als iemand de hele Voetius wil weergeven en alleen op dit boekje let, die vertekent hem deerlijk. Want naast dat boekje over de „binnenkant" van het christen zijn heeft Voetius de dikke turven van de "Uitgezochte disputaties" gegeven, om de dogmatische gesteldheid van het innerlijk christendom weer te geven. En tenslotte heeft hij er nog zijn Kerkrecht aan toegevoegd om te laten zien, hoe de christenheid gezamenlijk leeft.

Dat heeft Schortinghuis ook gedaan, hoewel niet zo breed en zo meesterlijk. Maar hij heeft b.v. geschreven zijn De geborene Christus, waarvan de bedoeling gemakkelijk te raden is. Daarnaast 'n dogmatisch werk Nodige waarheden. Deze twee werken moeten we bepaald naast het Innige Christendom leggen, om de complete Schortinghuis te begrijpen. Dat zij aan vrienden en tegenstanders aanbevolen en anders komen we niet verder dan de voorhof.

Vergelijking met Voetius' zoeven weergegeven werken doet intussen zien, dat het kerkelijke aspect bij Schortinghuis wel erg te kort komt. Ons dunkt, dat de tegenstanders dat te veel hebben laten liggen ; het lijkt ons alleen maar billijk, dat tenminste Schortinghuis' vrienden erkennen, dat hier een gewichtig stuk ligt, zeer onbegrijpelijk binnen een gereformeerde levenskring (vgl. Calvijn) en toch weer al te goed te begrijpen in een , , volkskerk", wier bestaan al meer problematisch wordt. Juist de Hervormd Gereformeerden kunnen hierin Schortinghuis nogal gemakkelijk verstaan, omdat hun situatie met de zijne zeer overeenstemt. Maar juist hun blijven in een kerk vol problemen, bijna tot elke prijs, doet toch blijken, dat nochtans blijkbaar de Kerk hen een levensstuk is. Of deze spanning wel ooit afgeleid en dat donker wel ooit opgeklaard zal worden ?

We somden enkele van Schortinghuis' werken op. We voegen er nog enkele anderssoortige bij, n.l. enkele dichterlijke proeven. Dat laatste woord moet nadruk hebben, want ze zijn als dichterlijke voortbrengselen wel zeer laag te taxeren. Waarom hij eigenlijk tot dit rijmelen kwam, dat zo klaarblijkelijk niet aan dichterlijke emotie het aanzijn dankt, ontgaat ons, maar we moeten er zeker wel aan denken, dat de 18e eeuw de eeuw der rijmelende dichtgenootschappen is, die bezieling door vlijt dachten te kunnen vervangen en daarin wonderslecht geslaagd zijn. Zo zeer Schortinghuis geen kind van zijn eeuw begeerde te zijn, nochtans bleef ook hij aan haar zuigkracht niet vreemd.

Die gedichtenbundels heten Bevindelijke gezangen, die gewagen van de zondaar, in zijn natuurstaat, in ontdekking en heiliging. Daarnaast Geestelijke gezangen, waarin de ontdekking op de voorgrond staat.

Als we deze bundeltjes, die toch nog herdrukken beleefden, leggen naast Van Lodenstein, naast Luiken en Sluiter, moeten we zeggen, dat Schortinghuis zich veel liever tot het einde in proza had moeten uitdrukken, hoewel hij ook daarin geen bijzonder meesterschap ontwikkelt.

Merkwaardig en veelbelovend tenslotte dat Schortinghuis 4 zoons had, die alle vier predikant werden. Dat is o.i. werkelijk iets groots, want domineeskinderen zien stellig veel (te veel) van de smalle kant van vader's wonderlijke ambt. Als ze desondanks vader's voetspoor drukken, lijkt ons dat niet licht een kwestie van traditie of gemakzucht, maar van een geloof, dat niet aanmerkt wat voor ogen is en daarmee uiteindelijk niet beschaamd kan uitkomen. Dit viertal werd echter niet predikant in Oldambt, en zelfs niet in Oostfriesland, maar vertrokken allen naar Zeeland. We kunnen daar moeilijk een andere verklaring voor geven dan deze: de Groningse bodem had voor hun vader en zijn idealen veel doornen en distelen opgeleverd. Maar Zeeland kon hen dan een beloofd land schijnen, het land van Teellinck, Udemans, Koelman en dan is hun uittocht daarheen wel goed te verstaan.

We hebben goede hoop, dat deze overtocht in alle opzichten voor hen belangrijk is geweest. De harde, schrale Groningse grond heeft vader Schortinghuis ook doen verschralen. Het geestelijke leven heeft bij hem veel te. weinig wortel in het kerkelijke en betrekt helemaal geen levenssappen meer uit het sociale en economische leven. Dat is de consequentie van de mystiek, maar die, juist wanneer ze een christelijke mystiek wil zijn, toch juist zo niet leven kan. Christelijke mystiek leeft daaruit, dat de aarde des Heeren is en haar volheid.

De Zeeuwse Piëtisten, denk aan Teellinck en Udemans waren hierin veel gezonder en onbevangener. We vermoeden en hopen, dat de zonen van ds. Schortinghuis daarom naar Zeeland trokken. Dan betekent die uittocht en intocht ook een zekere critiek op hun vader en zijn bedoelingen. Maar toch wel een zeer opbouwende !

V. d. L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WILHELMUS SCHORTINGHUIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's