De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SITUATIE, ONTWIKKELING EN DESIDERATA VAN DE GEREFORMEERDE BOND ¹)

Bekijk het origineel

SITUATIE, ONTWIKKELING EN DESIDERATA VAN DE GEREFORMEERDE BOND ¹)

10 minuten leestijd

II

Het denken over de Godsleer, over de verkondiging van de drie personen, over hun werk van zaliging van de zondaar kwam sterker naar voren. Wij ontdekten weer het hoofdraam van het credo : Van God de Vader en onze schepping, van God de Zoon en onze verlossing, van God de Heilige Geest en onze heiligmaking. De prediking ging zich meer op de hoofdlijnen bewegen. Persoonlijk is het voor mij een ontdekking geweest te merken, dat de Reformatie geen orde des heils in al die geledingen kende. De Reformatie hield al die stukken gebundeld bijeen. Als de reformatoren zeiden, geloof, dan bedoelden ze hetzelfde als wedergeboorte. Als ze zeiden, wedergeboorte, dan bedoelden ze hetzelfde als heiligmaking. Deze dingen zijn wij ons nog maar aan het bewust worden, maar op voorzichtige wijze begint dat bij de predikanten in de gemeenten door te dringen. Men hoort niet meer het verwijt: , , Zij prediken de Christen, maar Christus niet". Deze gang naar het hoofdmoment van de theologie, n.l. de triniteit, deed ook de innerlijke gespletenheid overgaan. De bevindelijkheid in de prediking verlegde zich. Nooit is de Bond zo'n hecht blok geweest als nu. Van een rechter en linkervleugel kan men nauwelijks meer spreken.

Barth, de nieuwe kerkorde, fundamenten en perspectieven van belijden, hebben ook de Hervormd Gereformeerden gedwongen tot een bestuderen van de artikelen 1 tot 8 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Vragen rond de ingeschapen Godskennis, de openbaring Gods in de natuur, de inspiratie van de Heilige Schrift, kwamen aan de orde. Deze inderdaad belangrijke dingen bundelden de Hervormd Gereformeerden. Juist het aangetaste Schriftgezag deed vele ex-bonders terugkeren. Dit is, dunkt mij, een van de hoofdpunten, waarin de Bond en de anderen in de kerk het meest uiteengingen. Hier vooral heeft dr. Berkhof gelijk, als hij zegt, dat de Bond zeer onverzettelijk is. Met het gezag van de Heilige Schrift staat of valt de Bond. Dit heeft grote betekenis voor het geheel van de theologie, voor de prediking en voor het zijn in de kerk. Hier is geen sprake van een wijziging van het standpunt van de Bond, maar een meer zich bezinnen op het standpunt, dat eenmaal werd ingenomen.

Nog een ander theologisch aspect moet ik voor u behandelen, n.l. dat van het genade-verbond. U weet wellicht, dat dr. Woelderink, eertijds hoofdbestuurslid, scherpe kritiek heeft geleverd. Hij verweet de Gereformeerde Bond een doperse inslag te hebben. Het heeft destijds geleid tot een breuk van dr. Woelderink met de Bond. Wij hebben dit betreurd, maar meer nog hebben wij betreurd zijn distanciëring van de nadere Reformatie en de opvattingen, die hij gekregen heeft over de verkiezing.

Niettemin moesten wij hem recht doen wedervaren t a v. zijn opvattingen óver het genade-verbond. Deze kritiek was juist. Wij hadden geen leer van het genade-verbond meer. Het opzijschuiven van de leer van dr. Kuyper had ertoe geleid om heel de leer van het genade-verbond praedestinatiaans op te vatten. God had alleen een verbond met de uitverkorenen en de beloften van het verbond waren alleen voor hen. Zozeer zagen wij het onderscheid van gelovigen en ongelovigen binnen het verbond, dat velen moeite hadden met het dankgebed van het Doopsformulier : , , Wij danken U, dat Gij ons en onze kinderen tot Uw kinderen en erfgenamen aangenomen hebt en hetzelve met de Heilige Geest bezegelt en bekrachtigt". De ogen zijn er voor open gegaan, dat wij niet meer stonden op het standpunt van de Reformatoren. De gedachte werd levend, dat God inderdaad een verbond had met Israël, dat besneden werd, met gelovigen en ongelovigen, dat Hij dat had met de Nieuw-Testamentische Gemeente, dat gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid des verbonds mogelijk waren, dat er bestond de zegen van 't verbond en de wraak des verbonds. Men is gaan beseffen, dat al was het dopen met water de afwassing der zonde zelf niet, het wel degelijk de belofte daarvan inhield. Doordat dit inzicht is doorgebroken, heeft de Bond weer visie gekregen op het geheel der kerk. Al ligt de Bond de gedachte niet: „Heel de Kerk en heel het volk", omdat daar de gedachte aan algemene verzoening aan vastgekoppeld kan worden, hij neemt naar de eis van de belofte Gods deze gedachte wel.

Het is door dit inzicht, dunkt mij, dat de Hervormd Gereformeerden alle gedachten aan afscheiding hebben afgewezen. Zonder dit inzicht zouden de verhoudingen in de kerk zeker zo gelegen hebben, dat een boedelscheiding en uiteengaan misschien maar de beste en rustigste weg geweest zou zijn. Thans denken de Hervormd-Gereformeerden daar minder dan ooit aan, hoewel wij weten, dat wij moeilijk zijn voor de anderen en de anderen moeilijk zijn voor ons. Het is ds. M. Jongebreur van Veenendaal geweest, die in de dagen van de Modus-vivendi en van het Convent, als eerste hier tegen gewaarschuwd heeft. Wonderlijke speling van de natuur, maar dan ook van de natuur, dat nu de, kerk zelf aan ons, op de Veluwe, toepast, de beginselen van de Modus-vivendi.

Uit de kracht van het verbond en naar de regel van de belijdenis is het ook, dat de Gereformeerde Bond de modaliteitenvisie afwijst, evenals trouwens de richtingsvisie. Ook al wil men de Bond als modaliteit beschouwen, hij wil zo niet beschouwd zijn en anderen niet als zodanig erkennen. Voor zijn ogen staat de kerk der belijdenis, de kerk van het verbond, met de belofte van het verbond der genade voor heel de kerk en met de eis tot geloof en bekering voor heel é.e kerk. Dit doet ons blijven in de kerk. Hierin zien wij onze roeping en onze mogelijkheid.

Nog èèn ding moet u weten uit het innerlijk leven van de Bond, wat aan de theologie en de religie raakt. De schuld van de kerk drukt op de Hervormd-Gereformeerden zowel als op de anderen. Al erkennen wij niet, dat de zonde van de delen der kerk gelijk is, wij erkennen wel dat de schuld op de hele kerk rust. Die recht naar Gods Woord en naar de belijdenis gepreekt en geleefd hebben, hebben niet gezondigd als zij, die Gods Woord en de belijdenis geweld hebben aangedaan. Maar als één lid lijdt, dan lijden alle leden en als een deel der kerk schuldig staat, dan staat de kerk schuldig, zeker dus als zij de tucht nagelaten heeft. Zo erkennen wij de schuld, die op ons rust, van onze vaderen af. En wij weten ook zelf, dat ons voorgeslacht en wij in het belijden niet hebben gestaan, zoals wij hadden moeten staan. Het boven gezegde zal u duidelijk maken, dat ons profeteren maar zeer ten dele geweest is. Hoewel het niet uitspreken van bepaalde heilswaarheden nog niet hetzelfde is als het loochenen van de heilswaarheden, is toch dit onze schuld.

Dit is het mede, wat ons gebonden houdt aan de kerk en ook gebonden zal houden als de omstandigheden nog veel moeilijker zullen worden. Wij zijn ernstig beducht over de verwereldlijking van de kerk, over de romanisering, over de verschraling van de prediking, over de mogelijke toelating van de vrouw in het ambt en zoveel meer. Hoewel wij over deze dingen zeer bezwaard zijn, zullen dit toch uiteindelijk de dingen zijn, die ons van heengaan weerhouden. Ten diepste : wij hebben de kerk, wij hebben deze kerk lief.

DESIDERATA.

Zo ben ik vanzelf gekomen aan het laatste, nl. de desiderata t.a.v. de leiding van de kerk.

In de jubileumrede ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Bond heeft prof. dr. J. Severijn gezegd : , , De Synode moet zichzelf censureren". Hij heeft dit niet in het verborgen gezegd, maar openlijk in de kerk en voor de radio. Het sneed mij door de ziel en het is toch waar. Dat was een profetisch woord. In het licht van wat ik u opmerkte over die gemeenschappelijke schuld, zullen wij dit willen aanvaarden. Hier past maar één ding, verontwaardiging voor God, bekering tot God, tot Zijn Christus, tot Zijn Woord, tot de belijdenis van de kerk van eeuwen.

Maar er is ook nog een andere kant, een meer menselijke, die u komt afleiden uit wat ik u zeide over de ongelijkheid van de afvaardigingen. Niet de levende gemeente vaardigt af, maar de standplaatsen vaardigen af. En daarbij, al waren het kerkelijke gemeenten, die afvaardigden, dan is het naar de belijdenis der kerk nog de vraag of een gemeente, die niet staat in artikel 10 van de kerkorde wel het recht heeft af te vaardigen. Ik weet best, dat ik hier het schier onmogelijke vraag. En toch vraagt de Bond dat de kerk ernst maakt met artikel 10 en met name met de daarin genoemde en voorgeschreven belijdenis. Dat is niet een arschaïstisch document, dat is het leven van de kerk geweest.

Ik zei, dat is schier onmogelijk.

U ziet mij wijzen op 1961. Daarin heb ik geen vertrouwen, als men voorshands niet aangrijpt de dingen, die nu wél mogelijk zijn. Als men meent, dat men op weg is naar het volle belijden van de belijdenis, dan moet men liefhebben hen, die in die weg verder gevorderd zijn en die de belijdenis wel en reeds ten volle aanvaarden, honoreren en beleven. En dan kan ik niet begrijpen, dat degene, die het meest legitiem in de kerk staan het minst legitiem behandeld worden.

Wat voor de hand zou liggen, is dit, dat men de confessie handhaaft bij de toelating van de proponenten. Al zagen wij maar vast, dat er in die richting gekoerst werd.,

Het zal wel een moeilijk ding zijn, om de kerk presbyteriaal te doen handelen. De kerkorde heeft nu eenmaal ook andere tendenzen. De Gereformeerde Bond heeft getracht het hele ontwerp-kerkorde presbyteriaal om te werken. De amendementen zijn destijds gebundeld aan de Synode gezonden. Bij mijn weten zijn ze nooit ter tafel geweest. Wij weten, dat een kerkorde geen belijdenis is, minder nog de bijbel. Maar wij menen wel, dat een kerkorde, die het leven van de kerk begeleidt, uit de Schriftgegevens van het Nieuws Testament gebouwd moet zijn. De Dordtse kerkorde was dit. Al zou deze Dordtse kerkorde naar de behoeften van deze tijd uitgebouwd moeten zijn, dan had men toch dit stramien moeten handhaven. Onze kerk, die niet Anglicaans was, maar Calvinistisch, Gereformeerd, lag trouwens in deze regelingen verankerd. Deed men dit, dan zouden de classes, als grondvergaderingen van de kerk tot hun recht komen (zie kwestie Nieuw-Guinea) en dan zouden de Raden en Commissiën zuiver advies-colleges zijn, zonder vrij initiatief. Nu krijgt men de indruk, dat de Raden zaken op tafel leggen, waartoe alleen de vergaderingen der kerk ter Synode initiatief behoorden te nemen.

Tenslotte nog een wens, die de Bond heeft. Dat n.l. mensen benoemd worden in leidende functies, die naar de belijdenis der kerk, verantwoordelijk geacht kunnen worden om de kerk te leiden in deze weg van het belijden. Als wij dit zeggen, dan houden wij het volkomen buiten de partijpolitiek. Het is onze bedoeling niet om te zeggen: Neem ons. Maar de kerk heeft door haar eenzijdige benoemingen bijv. van de kerkelijke hoogleraren, ik neem aan, zich laten leiden door de vraag naar de wetenschappelijke bekwaamheid, maar zij heeft zich kennelijk niet laten leiden door de vraag naar de consciëntia confessionis.


*) Avondlezing, gehouden in het Seminarium te Driebergen, op 14 maart 1957 door ds. W. L. Tukker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SITUATIE, ONTWIKKELING EN DESIDERATA VAN DE GEREFORMEERDE BOND ¹)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's