De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PREEKSTIJL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PREEKSTIJL

9 minuten leestijd

„Er moet gepreekt worden. Wat en Hoe" ? Dat was, volgens het verslag in een dagblad, het onderwerp, waarover ter jongste conferentie van de Conf. Vereniging dr. Terlaak Poot refereerde. In het orgaan dier Vereniging verschijnt het referaat in zijn geheel onder de titel: , , Wat moet er gepreekt worden", met als laatste onderdeel: , , Hoe moet er gepreekt worden".

De keuze van dit onderwerp zal wel verband houden met wat ten toogdag van (In) D(ienst d(er) K(erk) dit voorjaar te Apeldoorn door prof. Smelik van Amsterdam over het preken is verhandeld. Men ziet, ik heb er trouwens, toen ik deze artikelenreeks aanving, reeds op gewezen, : de preek staat in onze tijd in de critische belangstelling.

Dat bleek mij ook uit een artikel in , , Kerk en Theologie" van jan. 1957 van Josef Parkas, een Hongaars predikant, over : , , De crisis der prediking". Op dit artikel, dat m.i. zeer instructief is, hoop ik nog wel terug te komen.

In het referaat van dr. Terlaak Poot gaat het dus over het , , Hoe" der prediking. Dat heeft op zichzelf wel betrekking op de wijze, waarop er moet gepreekt worden. Welke wegen dr .Terlaak Poot daarbij inslaat, heb ik ten dele kunnen nagaan. Doch dat doet ook voor ons minder ter zake. Het gaat ons om , , de preekstijl" en dat regardeert ook de trant, de instelling. Om het nog concreter te zeggen: Het gaat mij nu om de vraag onder ogen te zien: moet de prediking „apostolaiï gericht", of pastoraal zijn ? Allereerst dan :

Wat is , , apostolair gericht". Gelijk wij allen wel vermoeden, hangt de uitdrukking, zoals ze hier staat, samen met art. VIII der K. O., het artikel van het apostolaat. In dat artikel wordt gehandeld over de roeping der Kerk o.m. ten opzichte van Israël, ten opzichte van de Zending, en , , de verbreiding van het Evangelie en de voortdurende kerstening van het volksleven in de zin der Reformatie".

't Gaat ons in dit verband nu niet over de juistheid van dit artikel als zodanig en óok niet hierover, of wat bij dat , , Apostolaat" is ondergebracht, daar behoort. We laten dit rusten. Het is mij alleen te doen om , , de roeping der Kerk ten opzichte van de kerstening van het volk in de zin der Reformatie", en wat dit met het , , hoe" der prediking te maken heeft.

Welnu, dit , , apostolair gericht" zijn, is tegenwoordig in de meeste preken sterk geaccentueerd, sterker, het vormt in de doorsnee-préek het leeuwenaandeel. De meeste preken zijn „bekeringspreken", als ik ze zo mag noemen. Nog anders : het gros der preken schijnt afgestemd op het opschrift van een muzikale rubriek van het programma der N.C.R.V. : , , Wij hebben een woord voor de wereld". Misschien vindt iemand dit lichtelijk overdreven. Het zij zo. En ik hoop dan maar, dat ik het in de tijd, toen ik mij 's zondags met de Radio behelpen moest, slecht getroffen heb. Maar of ik nu naar de N.C.RV. luisterde — en dan hoorde ik merendeels preken uit de geref. kerken —, hetzij ik het IKO.R. aan had en preken van allerlei kerken en modaliteiten tot mij overklonken, het grootste deel was ingezet voor wie eigenlijk niet tot de kerk behoorden.

, , Bekeringspreken" noemde ik ze zo pas. , , Evangelisatiepreken" zou ik ze óok kunnen betitelen. Waren ze slecht ? Och, dat is een groot woord. Het kwam wel eens , , krap an". „Een zunige waarheid" noemden ze het op de Veluwe in de tijd, dat ik het genoegen had in dat deel van ons goede land te werken En dat geldt niet alleen van de , , I.K.O.R." preek, afgezien — dat onderstreep ik — van de goede uitzonderingen.

Ik kan datzelfde ook van de door mij beluisterde, door de microfoon der N. C. R.V. uitgezonden preken zeggen. Maar alle, behoudens een enkele, waren ze „apostolair gericht". De vraag kwam onder en na de preek meermalen zich bij mij opdringen : , , Wat heeft een tobbende en bezwaarde broeder en zuster, een gefundeerd christen in zijn bestrijding en aanvechting, daar nu voor voedsel gekregen" ?

Nu is dit verschijnsel van een dergelijk soort preken niet nieuw. Vroeger noemde men preken, welke voor het grootste deel „evangelisatie- en bekeringspreken" waren, sterk methodistisch. In de kringen der geref. kerken zei men wel, dat de hervormde preken sterk dit karakter droegen of aan dit euvel leden. Die stijl was bij de geref. kerken contrabande, omdat men daar , , gemeentelijk" preekte.

Men ziet, er is wel een zekere verschuiving gaande in de geref. kerken. Wat voorheen , , methodistisch" gestempeld en niet als juist gewaardeerd werd, vormt nu menigmaal — ik ga af op wat ik door de microfoon beluisterde —een integrerend deel van de preek. Of men dat , , apostolair gericht" noemt, weet ik niet. Wèl constateerde ik, dat de preken in wezen zo waren. En die , , apostolaire gerichtheid" brengt èn bij ons èn bij de anidere, die ik beluisterde, het pastoraal karakter in gedrang.

Zo kom ik bij het tweede, dat ik hier wil behandelen.

Wat zijn pastorale preken? Preken, waarin het herderlijk element — pastor betekent herder — de overhand heeft. Preken alzo, waarin de prediker de kudde, de gemeente voedt en weidt en zich terdege rekenschap geeft van wat het, , Formulier om te bevestigen de Dienaren des Woords" zegt in deze zinsnede : • , , 'Nu is de weide, waarmede deze schapen geweid worden, niet anders dan de verkondiging des Goddelijken Woords met de aanklevende bediening der gebeden en der Heilige Sacramenten". Dit wordt daarna aldus omschreven en uitgelegd: „Eerstelijk, dat zij des Heeren Woord door de schriften der Profeten en Apostelen geopenbaard, grondig en oprechtelijk aan hun volk zullen voordragen en het toeëigenen, zo in het gemeen, als in 't bijzonder, tot nuttigheid der toehoorders, met onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen naar eens legelijks behoefte verkondigende de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus en wederleggende met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen, die tegen deze zuivere leer strijden". Kohlbrugge heeft eens betreffende het Doopsformulier gezegd : , , Ofschoon ik zeer goed weet. Wie mij gezonden heeft en Wie mij de prediking geeft, zou ik toch alle preken geven voor dat ééne formulier". Het , , Formulier van te bevestigen de Dienaren des Woords" is evenals het Doopsformulier een juweel. Behalve om wat ik er uit citeerde, is het een parel van grote waarde. Maar reeds in wat ik er uit overnam kan het genoemd worden een program voor pastorale prediking. Elk woord heeft zijn betekenis. En men leze vooral niet heen over de passus : , , de aanklevende bediening der gebeden en der Heilige Sacramenten". (Cursiv. van mij, B.). Want de geestelijke welstand der gemeente is niet af te meten naar volle Avondmaalstafels, zonder meer, ik weet het, maar zeker evenmin naar lege Avondmaalstafels, waardoor om een Avondmaalszondag meer de beklemming van een begrafenis, dan de lichtglans van voeding aan , , 's Konings tafel" hangt.

, , Een program voor pastorale prediking" noemde ik het formulier, waaruit ik citeerde. En het citaat zelf is een kerkelijke onderwijzing voor gemeentelijke preken, onderscheidenlijk preken, en komen inde, , toestanden", gelijk men dat vroeger wel noemde, bewapening der gemeente tegen de gedurende haar gang door de wereld rondom en binnen haar verschijnende dwalingen, — hier is het al van een bijzondere permanente actualiteit — ontdekking van de schadelijke wegen en onbekeerlijkheid, in één woord, het wijst den dienaren aan, hoe zij in de prediking , , de gemeente hebben te leiden en de „Woordverkondiging", de echt pastorale stijl kan vertonen. Over ieder punt nog verder uit te wijden, is niet nodig. Ik onderstreep alleen maar : , , des Heeren Woord"... . grondig en oprechtelijk hun volk zullen voordragen en toeëigenen"; grondtekst, onderscheidenlijk en toepasselijk preken, het zit er alles in.

Men doe er zijn winst mede voor het pastoraat, dat naar het Formulier veel meer omvat dan bezoeken aan huis, al legt het ook daarop de nodige accentuering in het vervolg. Want een dominee, die niet óok de schapen opzoekt, kan hun behoeften, noden en legering niet kennen!

Maar moet de prediking nu ook niet , , apostolair gericht" zijn? Zit in deze typering niet een element van waarheid ? Moet de preek niet een methodistische inslag hebben, of, gelijk prof. Van Niftrik indertijd aangaf, een piëtistisch element ? Ik zal de laatste zijn om dit te ontkennen. Alléén, als men , , methodisme" invoert, dan geen bepaalde , , methode", die precies altijd eenzelfde weg van bekering tekent. Want dan doet men aan de rijkdom der Schrift tekort, verzandt in , .schematisme" en komt er gevaar van , .bekeringen", waarin niet God Drieënig verheerlijkt wordt, maar de bekeerde mens.

Maar om de zo pas geponeerde vragen in het oog te vatten, zou ik daarop willen antwoorden: Het element, waarop men bij de eis van , , apostolaire gerichtheid" der preek het oog heeft, dient zeer zeker in de Dienst des Woords niet te ontbreken. Vooral niet, gezien de huidige situatie van het kerkelijk leven. In alle kerken tekent zich meer of minder snel af de situatie van de toenemende periferie, de brede zelfkant, die nog wel bij de gemeente hoort, althans in naam, doch bewust kerkelijk weinig meeleeft. Het spreekt vanzelf, dat in de prediking daarmede rekening dient gehouden te worden. Voor zover men deze eis, de eis der practijk, niet in de geciteerde passus uit het , , Formulier" etc. verdisconteerd kan ontdekken, — ik meen, dat die eis er wèl in verwerkt is — rekene men met wat de , , apostolaire gerichtheid" vraagt. Alléén, men vergete niet, dat de gemeente, al krimpt ze als meelevende gemeente helaas in, geen , , gehoor" is, doch gemeente, , , hun volk", wat de pastorale prediking vordert. Zo eist het de Schrift, zo vraagt het de Confessie en het , , Formulier" etc.

Toen dr. M. M. den Hertog zijn intrede deed als predikant bij de Ned. Herv. Gemeente van 's Gravenhage — het was naar ik meen in 1909 — had hij als tekst een gedeelte van Joh. 21. Hij stelde als thema: Vissen en Weiden. Zeer waarschijnlijk naar de volgorde, waar­ in die beide stukken, de verschijning van de Heere Jezus aan de zeven, en de rehabilitatie van Simon Petrus als apostel daarin voorkomen. In die preek waren meesterlijk de beide elementen, waarover het in dit artikel ging, onderscheiden en uitgewerkt.

Welnu, als het gaat over het , , hoe" der prediking, of zo ge wilt over de stijl, in de zin van de wijze waarop, dan eist m.i. gereformeerde preekstijl, dat allereerst de nadruk gelegd worde op , .Weiden", alzo het pastorale. Het , , Vissen is niet minder eis. Men denke alleen maar aan wat Petrus in Lukas 5 zegt : „Maar op Uw woord zal ik het net uitwerpen". Daarin zit dus, wat men tegenwoordig , , apostolair" pleegt te noemen. De stijl onzer preken zij dus : , , pastoraal-apostolair", doch met het'accent sterk op „pastoraal".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PREEKSTIJL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's