De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEDACHTENWISSELING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEDACHTENWISSELING

over positie en problemen van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, tussen dr. H. Berkhof en ds. G. Boer

4 minuten leestijd

Deze gedachtenwisseling verdient gelezen te worden reeds door wederzijdse klaarheid van uitdrukking en als voorbeeld van discussie op hoog plan.

Of zij voor velen zal bijdragen tot beter begrip ?

Laat van mijn antwoord nu niet afhangen, of gij het boekje zult lezen, want het is in ieder geval nuttig voor onze kringen en voor die van dr. Berkhof, dat het gelezen wordt en dat men hoor en wederhoor kan toepassen over de vragen, die hier wederkerig aan de orde worden gesteld.

En als dat gebeurt, als men in de gemeente kennis neemt van deze discussie, kan dat inderdaad in bepaalde groepen aanleiding geven tot een beter verstaan van elkander en, mogelijk tot toenadering.

Welke groepen ik op het oog heb ?

Vooreerst verdient het aanbeveling in onze eigen kring meer concreet te verstaan, wat er onder midden-orthodoxen leeft.

Wat echter de , , midden-orthodoxen" (het blijft toch een onmogelijk begrip) aangaat, wij nemen aan, dat er zich nog een belangrijke groep van mensen onder de midden-orthodoxen voegt, die vanouds confessioneel zijn geweest, voor welken de discussie bepaald verhelderend is en die mogelijk het meeste profijt kunnen trekken uit deze verhandeling.

In deze groep ontbreekt het evenmin aan orthodoxe gelovigen als aan vooroordelen tegen de Gereformeerde Bond, die onderlinge toenadering in de weg staan, hoewel er in beginsel gemeenschap moet worden aangenomen in belijdenis.

Wij komen tot deze onderstelling, niet alleen, omdat de aanraking met het kerkelijk leven ons leert, dat er ook nog „orthodoxe" „confessionelen" zijn (ook een vreemde uitdrukking, maar daaruit blijkt al weer de grote verwarring), maar het blijkt nu ook al weer uit de stemming in de Synode over de toelating van de vrouw tot het ambt: 29 tegen 22. Die 22 stemmen tegen komen voor een goed deel van nog altijd orthodox-voelende mensen, die zich niet bij de Gereformeerde Bond voegen.

Het is vooral voor deze groep van belang deze gedachtenwisseling te lezen en zich rekenschap te geven van de punten van verschil tussen wat de midden-orthodoxie naar voren brengt bij monde van dr. Berkhof, en wat ds. Boer daartegenover stelt.

Als zij dat doen, zullen zij ontdekken, dat het eigenlijke punt, waarop heel deze gedachtenwisseling stuit en waarin de beide auteurs langs elkaar heengaan, ligt in de wijze van benadering der Heilige Schrift enerzijds en anderzijds. En deze verschillende benadering vindt haar oorzaak in de verschillende Schriftbeschouwing van de beide scribenten. Dit komt zeer duidelijk aan de dag in de vijfde brief van dr. Berkhof, n.l. in zijn reactie op het voorstel, door ds. G. Boer aan het eind van zijn vierde brief, om in de eerste plaats het gesprek te doen gaan over het gezag van het Woord Gods.

Dat spreekt vanzelf. Art. III—VII van de Ned. Geloofsbelijdenis zijn ten zeerste fundamenteel voor het Christelijk geloof. En men kan waarlijk met elkander het gesprek niet voortzetten, als men het in dit stuk niet eens is.

Wie de Heilige Schrift niet in het geloof als Gods Woord aanvaardt, zoals de belijdenis daaromtrent getuigt, nadert tot haar met beschouwingen of onderstellingen, welke niet uit het geloof zijn, waarin de apostelen de gemeente van Christus zijn voorgegaan, gelijk zij ook van Christus geleerd hebben. Daarom heeft dit Schriftgeloof der belijdenis onmiddellijk met het geloof in de Christus der Schriften te maken.

Dr. Berkhof wil niet bij het eerste punt beginnen, maar bij het tweede : De prediking uit en naar de Schrift, Ik kan dit met hem niet eens zijn, omdat de prediking in alle delen wordt bepaald vanuit de verhouding van de prediker tot de Schrift.

Ik ben trouwens van overtuiging, dat de gewichtigste vragen, waardoor het kerkelijk leven in onze dagen beroerd wordt, met deze meest fundamentele geloofszaak : , , het goddelijke gezag der Heilige Schrift" samenhangen en door de controversen op dit punt bepaald worden.

Het gaat niet voor of tegen de Gereformeerde Bond, al moge het zich soms zo voordoen, maar het gaat in de kerkelijke geschillen — beter onkerkelijke geschillen, want zij horen in de Kerk niet thuis —, om de erkenning of niet erkenning van het goddelijk gezag der Heilige Schrift, zoals de Confessie daarvan getuigt.

Wie dat ziet, kan weten, aan welke kant hij staat en staan moet. En, als hij dan in de buurt van de Gereformeerde Bond terecht komt, behoeft hij zich niet aan te sluiten, maar laat hij gedachtig zijn aan de woorden van de Heere Jezus Christus, die wil, dat wij Zijn Woord bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEDACHTENWISSELING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's