De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE MEN IN HET HUIS GODS MOET VERKEREN!

Bekijk het origineel

HOE MEN IN HET HUIS GODS MOET VERKEREN!

7 minuten leestijd

II.

Bijzondere aandacht verdient ook onze tweede vraag : aangaande de ambtsdragers. Hoe verkeren zij in Gods huis.

Heel vanzelfsprekend, als hadden wij het zelf kunnen vinden, achten wij het betamelijk, dat degenen, die met het ambt bekleed zijn van ouderling (w.o. ook de Dienaar des Woords) en diaken, zich onderscheiden in de gemeente, in kennis van het Woord en in betrachting van de gehoorzaamheid des Woords.

Het is ook wel zo, maar de Schrift heeft het toch nodig gevonden daarop nog eens met nadruk te wijzen. Lees maar het begin van ons hoofdstuk (1 Tim. 3).

Hoe verkeren de leidslieden in Gods huis ?

Al het persoonlijke laten wij maar rusten, ten eerste, omdat wij daarvan te weinig weten, en voorts, omdat het niet past.

Wij bepalen ons tot de regering en bediening der ambten in de gemeente, dat is het huis Gods.

Hoe zij daar behoren te verkeren wordt duidelijk geleerd.

Het eerste en voornaamste, wat een ambtsdrager past is wel, dat hij weet, hoe hij in Gods huis moet verkeren en dat hij verstaat, dat hij met de gemeente van de levende God van doen heeft, zodat hij weet, dat Christus Zijn gemeente door Zijn Woord en Geest regeert.

Hij kan dus geen vreemdeling zijn in de gemeente en in het Evangelie. Zelfs wijst de Schrift een nieuweling af (1 Timotheüs 3:6).

Ook hier zouden wij in den brede kunnen uitwijden over de eis door de Schrift aan de ambtsdragers gesteld, doch wij verwijzen naar de Formulieren van bevestiging, welke ons over deze dingen zo voortreffelijk onderwijzen.

Begonnen zijnde in eigen kring aan te dringen op zelfonderzoek en bezinning, komen wij tot de globale vraag : hoe staat het met de tegenwoordige leiding der kerk, hoe verkeert zij in de gemeente van de levende God ?

Wellicht zijn er vele ambtsdragers in de gemeenten en in de meerdere vergaderingen, die het volmaakt uit de tijd vinden om de dingen zo eenvoudig te stellen, zoals dit ons in de brief van Timotheüs — om daarbij maar te blijven - geleerd wordt, b.v. de mensen van de vrije methode der tijdgebondenheid. Van het verkeer in Gods huis hebben dezulken niets begrepen en het ligt voor de hand, dat zij de vrijpostigheid nemen om in het huis Gods te verkeren naar eigen dunk en believen. Wat zij anderen in eigen huis niet zouden toestaan, veroorloven zij zich in het huis van de levende God.

Zij vinden het immers uit de tijd om met de confessie der kerk de Heilige Schrift als Gods Woord te ontvangen en gehoorzaam te betrachten.

Dit is eigenlijk het ellendige euvel, dat op de kerkregering drukt, omdat velen het geloof der gemeente van de levende God niet delen, en daarom de bijbelse werkelijkheid van het huis Gods n.l. de gemeente van de levende God niet kennen of beseffen.

De zodanigen kunnen geen trouwe huisbezorgers Gods zijn, want zij kennen de dienst niet en zij kennen de Heere des huizes niet.

Inplaats van de regels van de goddelijke huishouding na te leven, maken zij zelf regels en eigenwillige diensten : zo stellen zij de vrouw in het ambt, dat Christus de man heeft voorbehouden.

Eigenlijk komt er van heel het verkeer in Gods huis weinig terecht van, wat behoort te zijn. Het is niet een weiden der kudde, maar veeleer is de kerkregering, die niet doet, wat zij behoort te doen, er op uit om de macht van het ambt op andere wijze te gebruiken dan waarvoor deze gegeven is. Men zou zo zeggen : dat het woord misbruik liier op zijn plaats is.

Zulk een misbruik van de ambtelijke bevoegdheid kan uit de aard der zaak' nooit Gods gunst hebben, omdat Hij het ambt tot Zijn dienst heeft ingesteld en bevolen. In zoverre zou hetgeen men z.g. ambtelijk doet alleen nog maar te vergeefs zijn.

Doch wat is vergeefs bij God ? Mogelijk vindt men dit ook al ouderwets, doch het geweten moet toch mede getuigen, dat men in Gods huis niet ongestraft tegen het gebod in kan handelen. Men spreekt van verantwoordelijkheid voor elkander. Welnu, laten zij, die naar eigen willekeur in de gemeente van de levende God willen bazelen, gewaarschuwd zijn.

De gemeente Gods is een pilaar en vastigheid der waarheid. Dat past wel niet bij de tegenwoordige vrees voor verzuiling, maar het past, zoals men ziet, fundamenteel bij de dienst in het huis Gods.

Uit het eerste euvel volgt een ander. Als men het Schriftgeloof der gemeente verwerpt — en dat Schriftgeloof heerst nu eenmaal in het huis Gods — dan kan men ook niet in gehoorzaamheid aan die Schrift, zijnde het Woord van God, dienen en in de gemeente van de levende God verkeren, zoals dat moet.

Dat is uitgesloten. Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten, zo vermaant de Schrift. (1 Tim. 3:9).

Welnu, als men meent de kerk te regeren, de gemeente des levenden Gods te leiden, en men kan dat niet, omdat men, als het er op aankomt een vreemdeling is in het huis des Heren, dan gaat men wat anders doen.

Er is n.l. een groot onderscheid tussen het weiden van de kudde des Heeren, het leren en onderrichten, de uitoefening van opzicht en tucht, welke het ambt enerzijds en het betrachten van de gehoorzaamheid, welke de gemeente anderzijds schuldig is.

Er is onderscheid tussen ambtsdrager en niet-ambtsdrager. De ambtsdrager is gezant. Hij komt namens Christus, die hem zendt. Hij spreekt krachtens het gezag van zijn Zender. Hij spreekt het woord van Hem, die hem gezonden heeft.

De ambtsdragers moeten zich daarvan in het geloof hunner roeping bewust zijn en alzo handelen.

Daarom kunnen de ambtsdragers, die alzo niet spreken, vermanen en bestraffen, geen gehoorzaamheid verwachten bij de gelovigen.

En, als zij zó niet staan, gaan zij op eigen gezag werken en vatten allerlei dingen aan, die niet op hun weg liggen. Op het terrein van b.v. sociale en politieke bemoeienissen, terwijl er niets geschied en wegens eigen ongeloof niets geschieden kan tot vergadering der gemeente, tot zuiverhouding van de leer, en van wat tot sanering van het kerkelijk leven nodig is.

Iemand zal opmerken, dat men toch niets anders kan verwachten in een zo ontredderde situatie als waarin de Hervormde Kerk verkeert..

Dat schijnt wel zo, en dat is ook waar, als men alles maar laat regeren en niet begint met zich er ernstig over te bezinnen, hoe. men in het huis Gods moet verkeren.

Het ligt voor de hand, dat men een zo verwarde situatie als, waarin vnj ons kerkelijk bevinden, niet op één slag kan ordenen, naar de regel van het huis Gods.

Sommige optimisten in de kerk schijnen zo maar te weten, dat zij de Heilige Geest hebben, doch wij houden voor zeker, dat wij in Gods weg gaan, als wij gehoorzaamheid brengen aan Zijn Woord en dat wij alleen zo ook door de Heilige Geest geleerd worden.

Hoe staan wij nu tegenover al deze dingen, die naar onze overtuiging niet zijn naar de mening des Geestes, omdat zij niet zijn naar het Woord ? En wat moeten wij doen ?

Het behoeft niet gezegd, dat wij niet kunnen goedkeuren, wat niet is naar de Schrift en dat wij daaraan ook niet kunnen meedoen. Ook onzerzijds is toch in geding, hoe men in het huis Gods, in de gemeente van de levende God moet verkeren.

Voorts kunnen wij ons niet onttrekken aan de roeping om te protesteren, waar de huisorde Gods wordt verstoord door wie dan ook. Dat kunnen wij niet nalaten en dat mogen wij niet, zonder God te mishagen, want zo wij de Christus belijden met een waarachtig geloof, zijn wij ook geroepen Zijn getuigen te zijn. Of men horen zal, is niet onze zaak, maar deze profetische roeping rust op allen, die, in het huis Gods verkeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE MEN IN HET HUIS GODS MOET VERKEREN!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's