De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

12 minuten leestijd

En gelijk God zelf op het hoogste wijs, onveranderlijk, alwetend en almachtig is, alzo kan de Verkiezing, door Hem gedaan, niet ontdaan en wedergedaan, noch veranderd, noch herroepen, noch afgebroken worden, noch de uitverkorenen verworpen, noch hun getal verminderd worden.

HOOFDSTUK I. ART. XI

In de Reformatie was het centrale punt de rechtvaardigmaking door het geloof alleen. Dat geldt voor beide Reformatoren. Daar is wel eens gezegd, dat voor Luther het centrale punt was : hoe krijg ik genade bij God, of hoe word ik rechtvaardig voor God, en voor Calvijn: hoe komt God aan Zijn eer, doch dat is moeilijk houdbaar. Zowel Luther als Calvijn hebben de rechtvaardigmaking beleden als de hoofdsom van de ganse vroomheid. Wanneer Calvijn een brief aan Sadoletus schrijft, verklaart hij : , , De rechtvaardiging des geloofs roert gij allereerst aan, waarover wij de voornaamste en heftigste strijd met u voeren. Is dat soms een spitsvondige en onnutte kwestie ? Wanneer toch de kennis daarvan weggenomen is, is Christus' heerlijkheid uitgeblust en de religie af­geschaft, de kerk verwoest en de hoop op de zaligheid vernietigd". Luther verklaarde in 1537 : , , Het artikel der rechtvaardiging is de leermeester en vorst over alle soorten van leer en beheerst elke consciëntie en kerk. Zonder dit artikel is de wereld smakeloos en niet dan duisternis en geen dwaling is er, die, zo het ontbreekt, niet binnensluipt en regeert. Daarom is het noodzakelijk, dat de'ze leer nauwkeurig in de kerk gekend wordt, vooral zo ge anderen leren wilt".

Terecht merkt dan ook wel prof. dr. A. D. R. Polman op: , , Hier is tussen Luther en Calvijn zelfs geen accentsverschil. De constructie, alsof voor de eerste de rechtvaardiging van de zondaar en voor de laatste de ere Gods centraal geweest zou zijn, is niet te handhaven. Beide Reformatoren zijn vóór alles kampvechters voor de ere Gods, erkennen onverzwakt Zijn vrijmachtig welbehagen en zien de loochening of verminking van het leerstuk der rechtvaardiging alleen door het geloof, juist als inbreuk op het Soli Deo Gloria en daarna als ondermijning van de dienst van God en de zekerheid des heils. Beiden achten het voor de kerk van vitale betekenis en geven hun beste krachten om deze leer zuiver en onbesmet aan het nageslacht over te leveren. Wie werkt nu dat rechtvaardigmakend geloof ? Dat werkt de Heilige Geest. Bij welke personen ? Bij hen, die daartoe van eeuwigheid zijn uitverkoren. En als dat nu eenmaal gewerkt is, kan het dan weer wegvallen ? Kan een zondaar, die begiftigd is met dit ware geloof, het geloof verliezen?

Op deze vraag geeft artikel 11 een antwoord, dat aansluit bij artikel 10. In het laatstgenoemde artikel is het welbehagen Gods genoemd als oorzaak van deze genadige Verkiezing. De Verkiezing zelf is een besluit Gods, een raad Gods, een voornemen. We vinden daarvan uitvoerig gesproken in Efeze 1, en dan voornamelijk vers 11.

In dit hoofdstuk legt de apostel uit, hoe de gemeente van Christus gezegend is met alle geestelijke zegening. Die zegeningen zijn eerst in de hemel voorhanden. Vandaar worden zij uitgedeeld aan de kerk. Wat is de grond van deze zegeningen ? Niet het doen of willen des mensen, maar God alleen. Al deze zegeningen waren reeds toebereid vóór de grondlegging der wereld. Toen was er het voornemen, de raad en de wil Gods. Toen was iedere uitverkorene reeds bestemd voor de zegen der zaligheid in Christus. Ook de Joden wisten er iets van, dat de goederen des heils vóór de schepping bereid waren. Doch Paulus mag ons leren dat die goederen in Christus zijn. Daar was, toen de Heere de wereld schiep, een voornemen , bij God om deze en die zalig te maken. Deze zijn tevoren verordineerd tot kinderen.

Op deze wijze spreekt Efeze 1. En dan vat vers 11 het als volgt samen: , , In Hem, in welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die tevoren verordineerd waren naar het voornemen desgenen, die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil".

Wat getuigt Paulus van de gemeente ? Dat zij een erfdeel is geworden in Christus. Daar was eerst de uitverkiezing en de voorverordinering, maar nu ook de toepassing en de uitvoering van het voornemen. Die uitverkiezing betreft niet alle mensen, dat is duidelijk. Daarom wordt het met zoveel verwondering verhaald : geprezen zij God, die ons gezegend heeft. Er staat niet: die alle mensen gezegend heeft met deze geestelijke zegeningen.

Hoe komt het, dat de wij van vers 11 het eigendom Gods zijn geworden ? Dat gaat terug op het tevoren verordineerd zijn naar het voornemen. Daar waren die Efeziërs. Zij waren dood door zonden en misdaden. Zij leefden in de begeerlijkheden des vleses en deden de wil des vleses. Zij waren kinderen des tooms, gelijk ook de anderen. Maar alles wat zij nodig hadden om verlost te worden en vergeving der zonden te krijgen en onberispelijk voor God te worden, was in Christus voorhanden.

Maar waarom hébben juist zij dit gekregen? Was er enige verdienste of waardigheid in hen ? Neen, dat Christus is gesteld tot een Borg en Middelaar en dat zij, zijn levend gemaakt en het geloof hebben ontvangen, gaat tenslotte terug op de raad van Gods wil. Kittel's Woordenboek schrijft: , , Het is volkomen dui­delijk, dat deze raad van Zijn wil het laatste woord heeft, dat zij niet alleen de uitverkiezing uit vers 4, de voorverordening uit vers 5 en 11, het voornemen uit vers 11 overkoepelt, maar ook alles in beweging brengt, wat in dit Schriftgedeelte genoemd is als voorhanden in Christus en aan de gemeente geschonken als genade, die bestaat in de werkelijkheid der zaligheid".

Efeze 1 verklaart dus duidelijk, dat er een raad, een voornemen Gods is, vanwaar uit alles voortvloeit. Die raad is eeuwig. Nu leren de Remonstranten, dat deze verkiezing niet onveranderlijk is. Zou dat kunnen ? Kan God mogelijk veranderen ? Hij verkiest een mens om hem zalig te maken. Hij neemt daartoe redenen uit zichzelf. Het is Zijn goddelijke wil. De Heere doet dat ook met overleg. In de tijd maakt God hem levend en schenkt hem het geloof in Christus. Maar dan zegt de Heere na een poosje ; Ik zie van deze mens af. Zou dat kunnen? Is God net als een jongen, die eerst een meisje gaande maakt en dan zegt: neen, ik zie er toch maar van af ? Dat zij verre. Maar de Remonstranten in en buiten de Hervormde Kerk leren het toch maar. Gelukkig leert de belijdenis der Hervormde Kerk dit niet. Met kracht wordt in de Verwerping der dwalingen de ketterij van hen verworpen : „Die leren : „dat niet alle Verkiezing tot zaligheid onveranderlijk is ; maar dat sommige uitverkorenen, niettegenstaande enig besluit Gods, kunnen verloren gaan en gaan ook eeuwiglijk verloren". Met welke grove dwaling zij God veranderlijk maken, en de troost der Godzaligen, die zij scheppen uit de vastigheid van hun Verkiezing, omstoten, en de Heilige Schrift wederspreken, welke leert: Dat de uitverkorenen niet kunnen verleid worden (Matth. 24 : 24) ; dat Christus degenen, die Hem van de Vader gegeven zijn, niet verliest (Joh, 6 : 39) en dat God, die Hij tevoren verordineerd, geroepen en gerechtvaardigd heeft, deze ook heeft verheerlijkt, (Rom, 8 : 30)".

De Dordtse Leerregels belijden, dat de Verkiezing Gods niet vernietigd of over gedaan kan worden. Bij de mensen komt dat nog wel eens voor. Hun plan of raad moeten zij nogal eens laten varen. Maar dan altijd, omdat er iets niet in orde was. Doch God neemt altijd de beste besluiten, die denkbaar zijn. Wat de Heere zich voorneemt is altijd heilig, rechtvaardig en wijs en goed, Hoe kan daar iets aan verbeterd worden? De deugden Gods maken de verandering van 's Heeren besluiten onwaarschijnlijk. Daar heeft de Heere zich een besluit, een voornemen gemaakt. Hij sluit een arm, blind, ellendig zondaar in Zijn hart. Hij kent deze mens en al wat in hem is met een volmaakte kennis. Niets kan de Heere verhinderen Zijn voornemen uit te voeren. God is immers ten hoogste wijs. Niet met een wijsheid, die wij begrijpen kunnen. Daarvan zegt de apostel: , , 0 diepte des rijksdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods". Wij kennen van die wijsheid alleen, wat God er van in Zijn Woord heeft geopenbaard. Als God een plan maakt, hoeft Hij dat nooit over te doen. Daarom is Hij ook de Onveranderlijke, De Heere komt nooit voor verrassingen te staan, waardoor Hij een ander voornemen moet maken. Het lijkt wel eens zo. Maar als er staat, dat God berouw heeft, is dat een berouw, dat oók in Zijn eeuwig raads­ besluit was opgenomen. Dat besluit verandert niet. Gods wet en wezen verandert niet. Daar staat in Maleachi 3 vs. 6 : , , Ik, de Heere, wordt niet veranderd". Jacobus 1 VS. 17 zegt, dat dit niet kan : , , Alle goede en volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten afkomende, bij Wie geen verandering is, of schaduw van omkering". Hebr. 6 vs. 17 spreekt over de onveranderlijkheid van Gods raad. Men zegt wel eens, dat de Almachtige daardoor gebonden is aan Zijn plan en voornemen. Sommigen vinden dit vreselijk. Daar zijn óok mensen, die het erg vinden, dat een huwelijk onontbindbaar is en het besluit om een man of vrouw trouw te beloven, nimmer ongedaan mag worden gemaakt. Maar anderen vinden deze gebondenheid aan eigen voornemen en belofte volkomen rechtvaardig en juist. Zou het dan voor God zo'n band zijn, als Hij onveranderlijk trouw is aan dat volk, dat Hij tot Zijn erfdeel heeft verkoren? Wat is dat voor gepraat over besluiten Gods, waardoor Hij zou gebonden zijn ? Als de Heilige zegt: Gij zult niet stelen, betekent dit dan, dat Hij nu gebonden is? Toch kan de Heere Zijn wet nooit veranderen. Daar wordt dikwijls zo filosofisch geredeneerd door hen, die tegen de leer der Uitverkiezing zijn. Gods onveranderlijkheid is niet een wijsgerig begrip en Gods besluit niet een conclusie, waaraan zelfs de Almachtige niets veranderen kan. Des Heeren Raadsbesluit vloeide uit Zijn alwetendheid. Het is naar de Raad en Voorkennis Gods. Het vloeit uit Zijn wil, want het is de raad Zijns willens. Daar zit geen dwang in en komt nooit dwang in, want het besluit is naar Gods welbehagen. Hij heeft Zich in liefde aan de uitverkorenen verbonden. Dat kan God niet ongedaan maken, want Hij kan dat huwelijk, die ondertrouw met Zijn volk, niet ongedaan maken, evenmin als de Heere onheilig of onrechtvaardig zou kunnen zijn.

Wanneer de schapen van Christus eenmaal in Zijn hart zijn gelegd, of bij de Verkiezing of bij de schenking van het geloof, dan kan niemand, zelfs niet God de Vader, — als ik zo dwaas mag spreken —die schapen uit de hand van Christus rukken. Waarom wil men dit toch prediken en belijden, dat God zo veranderlijk is ? Omdat men wil, dat de mens invloed heeft op de zaligheid. Men meent zeker, dat het daardoor beter wordt. De mens moet door zijn gebeden of werken bij God iets kunnen veranderen, dat de Heere niet geweten heeft. De mens moet met iets nieuws voor de dag kunnen komen, waardoor de Heere zegt : nu ga Ik Mijn eeuwig voornemen veranderen. Doch hoe zou dit kunnen? Hij is immers de Alwetende. , , Eer iets van ons begon te leven, was alles in Zijn boek geschreven". Welke nieuwe dingen kunnen invloed krijgen op Gods besluit ? Kunnen wij misschien God tegenvallen ? Of kan Ezau God meevallen, dat hij zonder vlek of rimpel leeft en niet zijn eerstgeboorterecht verkoopt? Maar is het dan misschien mogelijk dat de Heere voor onoverwinnelijke hinderpalen wordt gesteld? Hij heeft misschien zich voorgenomen deze of die krachtdadig te roepen, maar deze mens laat zich door God niet overwinnen.

Kan dit misschien? Neen, want God is almachtig. , , Die Hij tevoren geroepen heeft, heeft Hij ook verheerlijkt". Daar kan de duivel niets aan tegenhouden èn de zondaar zelf niet. Zo God werkt, wie zal dan keren ?

Soms komt men met een andere tegenwerping. Wanneer God alles tevoren bepaald heeft, waarom moéten wij dan nog bidden? Omdat God ook dat gebed bepaald heeft. Dat is niet minder, dan de verhoring, in de raad Gods opgenomen. Maar trouwens, wat hebben wij met deze verborgen raad te maken ? Wij hebben ons maar te houden aan het geopenbaarde. En daarin is ons het gebed bevolen. Maar nooit kan iemand in zijn gebed iets naar voren brengen, waarvan de Heere zegt : O ja, dat wist ik niet meer, dat was Ik vergeten.

Iemand zou kunnen opmerken, dat de uitverkorenen hier voorzeker een grote troost uit kunnen putten als zij enigszins hope hebben door God gezocht te zijn. Maar dat omgekeerd, dit een harde zaak is voor de verworpenen. Voor hen is er dan nooit enige verandering mogelijk ? Ik antwoord hierop, dat geen enkele verworpene daar verdriet over heeft. Want wie verworpen is, wil dit ook wezen. Daar is niemand, die God zoekt, tenzij God dat zoeken in de ziel werkt. Daar zijn altijd verkeerde gedachten over. De mens van nature heeft geen belang bij de genade, liefde, vergeving en heiliging Gods. Hij heeft alleen belang bij zichzelf en bij het genieten van het zichtbare. Maar mocht iemand oprecht begeren, als een hert schreeuwt naar de waterstromen, dan is dat van God in hem gelegd als een vrucht van 's Heeren voornemen. Bovendien, niemand kan er iets van weten of hij een verworpene is. Vast staat, dat ieder een uitgenodigde is, en dat niemand van nature wil. Maar voor de uitverkorenen komt het anders te liggen. Die krijgen hun onwil en vijandschap tegen God en afwijking en alle boze stukken te zien en gaan vrezen, dat God ze verworpen heeft of verwerpen zal. En dan zegt onze mooie belijdenis, puttende uit het Woord van God: Het is niet mogelijk dat God op kan houden Zijn volk te verkiezen, te beminnen, te zaligen. Daar kan er nooit één uit dit bundelke der levenden vallen. Het is des Vaders welbehagen hen het Koninkrijk te geven. De liefde Gods kan zelfs niet even ophouden (niet afgebroken worden). Zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's