WILHELMUS SCHORTINGHUIS
IV
Met een laatste artikel nemen we — voorlopig — van Schortinghuis afscheid. In een viertal artikelen hebben we, hopen we, althans enige indruk gegeven van de betekenis van deze man. Als iemand begerig is naar meer, dan kunnen we verwijzen eerst naar Schortinghuis zelf, en vervolgens naar het uitvoerige boek, dat gewijd is aan Schortinghuis en zijn analogiën door prof. De Vrijer. Die wijst er op, dat de figuur van Schortinghuis niet op zich zelf staat, maar dat de zelfde grondgedachte, die hij uitwerkte, bij vele anderen voorkomt.
Daar was wel wachten op. We wezen er herhaaldelijk op, hoevelen gewoon zijn op een koopje zich af te maken van Schortinghuis, evenals van de meeste oude schrijvers. Zij, die zich Schortinghuis' geestverwanten noemen, gaan niet licht vrij uit, om van anderen dan maar te zwijgen. Al te vaak hoort men dan de kreet slaken van , , Schortinghusianisme", waarbij men dan meent, dat vooral zijn volgelingen zeer ontspoord, overdreven en ziekelijke mensen zijn. Waarom blijft men hier in algemeenheden hangen en waarom geeft men dan geen behoorlijk gedocumenteerd bewijs ?
Een afschrikwekkend voorbeeld van deze wijze van doen is hetgeen een zekere , , Marnix" goed vond te schrijven in 1935 in een Groningse Kerkbode. Achter deze schuilnaam verschool zich een gereformeerde predikant, die meende, Gode (en de mensen) een ware dienst te bewijzen, door eens heerlijk op Schortinghuis los te hakken. De conclusie is, dat deze oude schrijver een mysticus en geestdrijver is en dus ongereformeerd. We weten niet goed, of het lachen of het schreien ons het naaste moet zijn bij het lezen van deze onbekookte redevoering. De auteur had kunnen weten, dat , , de mystiek" niet bestaat ; dat men eerst wel goed en duidelijk mag zeggen, wat men onder mystiek verstaat. En had deze auteur nooit opgemerkt, hoe grote klem een klassiek gereformeerd belijden legt op de belijdenis van de Heilige Geest ?
We herinneren ons, dat Van Lodenstein neerschreef, dat echte gereformeerden krachtige , , geestdrijvers" moeten zijn. We stellen met leedwezen vast, hoe grote beduchtheid juist de , , Dolerenden" tegenover de Heilige Geest tonen, die ze vooral kerkelijk en ambtelijk kanaliseren, zodat ze voor , , Piëtisme" kinderlijk bang zijn. Vrees voor , , ziekelijk" Piëtisme maakt ziekelijk bevreesd tot een persoonlijk belijden.
Een ander lid van de Gereformeerde Kerken heeft toen geantwoord met een aardig boekje. Het is J. Meesters: Eerherstel voor Schortinghuis, die er met recht op wees, dat men zó gemakkelijk van Schortinghuis niet afkomt.
Nog .weer later heeft dr. J. C. Kromsigt, van confessionele huize, een proefschrift aan Schortinghuis gewijd, waarvan we wilden zeggen, dat het zeer gunstig afsteekt van het onthaal, dat de meeste Confessionelen aan deze auteur menen te moeten feereiden.
Tenslotte heeft dan prof De Vrijer het genoemde boek aan Schortinghuis gewijd, waarvan we niet aarzelen te zeggen : Lest best.
Dit boek heeft des te grotere waarde, daar hij terecht zich er niet mee tevreden stelt, het leven van deze veel miskende te beschrijven, maar ook poogt, de inhoud van het Innige Christendom nader tot ons te brengen. De auteur voelt, dat die dikke kwartijn van een 660 bladzijden niet licht ter hand genomen wordt. Hij geeft er daarom een , , vertolking" van, die 140 bladz. beslaat en waarvoor we gaarne onze dank en ons respect betuigen. Echter kan het bezwaar niet worden weerhouden, dat elke vertolking en verkorting enige willekeur inhoudt, d.w.z. enige verklaring en critiek van de tekst meebrengt, die de lezer, wanneer hij althans daartoe bevoegd is, op de complete tekst zou moeten uitbrengen. Om meteen een voorbeeld te noemen : Prof. De Vrijer deelt mee, dat hij de felle crïtiek op de predikanten weglaat. Dat is wel kies, maar toch niet ter zake. Als we ons herinneren, hoe een zelfde scherpe critiek op de predikanten uitgaat van De Labadie, Van Lodenstein, Koelman, dan proeven we hierin een „labadistische zuurdesem" die voor de kerkbeschouwing zeer belangrijk is. En zo is er nog veel meer.
We pleiten er dus toch liever voor, dat men, als men dan Schortinghuis een kans wil geven, de hele Schortinghuis ter hand neme. We bevelen dat niet aan elk en ieder aan. Voor religieuze optimisten achten we de „ontdekkende" prediking van Schortinghuis zeer heilzaam, maar kleinmoedige en moedeloze mensen zullen veel meer aan de Erskines hebben, en zullen, daar doorheen, mogelijk de Groningse auteur waarderen.
We besluiten met de weergave van een uitgelezen deel van het genoemde boek. De auteur biedt ons in 666 bladz. een 25-tal samenspraken — hij is dus nogal uitvoerig. Het thema van het boek vinden we in de eerste hoofdstukken: , , Innig christendom.betekent, de waarheden van de Reformatie letterlijk te kennen en bevindelijk te genieten". Daaruit maken we al op, dat het boek vrij sterk „anthropocentrisch" is, of wilt u : onderwerpelijk, zodat het theologische en christologische gemakkelijk in de knel komen. Maar bij dit bezwaar moeten we niet verzwijgen, dat Schortinghuis immers een stukje , , practijk der godzaligheid" wil geven, een stuk christelijke ethiek dus met een zeer geestelijk gehalte. Daarmee is iets subjectiefs gegeven en het strikt theologische moeten we in z'n andere werken zoeken. We zouden ook kunnen zeggen, dat Schortinghuis een stuk „pastoraal theologie" geeft, want uitvoerig handelt hij over de echte dienaar in zijn roeping en werk. Daarmee samenhangend wordt de bevindelijke christen getekend, hoe hij wordt ingeleid in "de heerlijkheid van Christus". Dat woord , , ingeleid" is zeer welsprekend en veelzeggend. Het wijst aan, dat deze weg zekere lengte heeft, ook van een langzamer voortgang spreekt en de christen in dit alles niet op eigen voeten zet. Van de plotselinge bekering in de trant van het Methodisme is veel minder sprake dan van de bekering als langer, moeilijker weg. De strijd om in te gaan, de geestelijke verlatingen worden niet vergeten. Het loopt uit op eeuwig wel of eeuwig wee.
We geven nu samenspraak 4 weer: over de voortreffelijkheid, de in- en uitwendige toebereiding tot de heilige bediening. Wat hebben de leraren van de Schrift hoge titels! En ze zijn in zich zelf toch maar arme wurmen, die zich met Mozes en Jeremia onbekwaam moeten verklaren. De leraren moeten dus wel tegen hoogmoed waken. Wee de zielen, die onder trotse dominees hongeren en zuchten ! Juist in ootmoed bediend is het ambt groot, hoger dan enig ander. In de echte leraren buigt de Hoge God zich neer tot mensjes en wurmpjes. Zalig die zó aan alle wateren zaaien ! En zalig, die hen zo aanhoren !
De bediening van het ambt is rijk en gevarieerd. Het gaat er om, de bevindelijke Jezus aan te prijzen, maar daarbij te ontdekken hen, die op rietstokken steunen. Trouw is meer dan begaafdheid ; wel hem, die. trouw bevonden wordt! Dit grote ambt vraagt z'n toerusting. De opvoeding is hier al iets belangrijker, dan de heilige trekking, de Hogeschool en de toelating tot het ambt. Kostelijk Is al de opvoeding, als de ouders zelf van het ene nodige weten en dat hun kinderen voorhouden. Maar daar is hartveranderende genade voor nodig. Wee hem, die ondanks opvoeding toch leeg bleef. De Heilige dienst betekent, verloren mensen te ontrukken aan de vorst der duisternis. Het is, als gezanten van Christus de mensen te bezweren, zich toch — om niet — te laten verzoenen met God. Dat doet de bede rijzen : O God, bekwaam mij er zelf toe !
Schortinghuis weet Lagere- en Hogere school te waarderen, daarin zeker zeer ondopers. Maar dan moet met name de Hogeschool godvrezende hoogleraren hebben, die de vreze Gods kennen als beginsel der wetenschap. Heerlijk acht hij een studie zonder partijschap, dat de verborgen wijsheid tot inzet heeft. Naast de gewone professoren beveelt Schortinghuis aan de dienst der „kleine professors", waaronder hij de vromen verstaat. We begrijpen, dat dit een zeer bepaalde critiek inhoudt o.p de professoren, die blijkbaar in gebreke worden gesteld. Maar het aanhoren van de bevinding der vromen is zeer belangrijk.
Schortinghuis verbergt niet, dat het daarmee pover staat. Er zijn vele luie, onbekwame studenten, die klaplopers zijn. En hoe vaak is de studie enkel ijdele speculatie ! Als het daar nog maar bij bleef ! Maar losbandigheid is niet zeldzaam noch de spot met het heilige. Moge God zich over deze erbarmelijken ontfermen! En mogen de weinige godvruchtigen getrouw zijn.
Als dan de Hogescncoi is doorlopen, maken faculteit en classis tot candidaat tot de Heilige Dienst. Dat examen valt vaak bitter tegen! Wat vraagt men naar spitsvondigheden, zonder het hart aan te zien! Dus die examinatoren zijn ook vaak niet anders dan wolven en huurlingen. Wee, wee!
Moge de Academie vol zijn van zulken, die hun ziel geven voor de Heere Jezus Christus, als Zijn gezegende instrumenten. Die zullen waken als wachters op Slons muren. Laten alle Nathanaëls daartoe de troon aanlopen ! Zo worden valse gronden ontdekt, zo wordt Christus verheerlijkt. , , Och, dat Israels verlossingen uit Sion kwamen! Als de Heere de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jacob verheugen. Israël zal verblijd zijn".
Ziehier een proefje van Schortinghuis. Zoals u merkt, kunnen we hem niet zo makkelijk in een bepaald vakje plaatsen. Want hij is zeer ruim en ook zeer zwaarmoedig ; hij weet zich een mensje en wormpje en nochtans een heraut.
Laten we er ter completering samenspraak 17 nog bij geven, Die handelt over het zich aan Christus overgeven tot blijde verzekerdheid. Het leven bij geesteslicht acht Schortinghuis geen moedeloos en verdrietig leven. Het is hartelijk, innig en spontaan. Het houdt in een omgebogen worden tot Christus en met Hem vereend zijn. Zo is er een hechte band met Christus, waarvan de vrucht is. eerbied, liefde en vrede. Dat wordt door de bevinding bevestigd. Maar het is goed te onderscheiden tussen het wezen en het welwezen der genade. De zaak en de mate ervan vallen niet samen. Dat moet de sukkelaars bemoedigen. Ze moeten leren, niet te veel te disputeren en op bijzondere dingen te letten. Waarom zouden ze Christus en Zijn beloften wantrouwen ? Maar alle gemeenschap met Christus verdient die naam niet. De blijdschap des heils moet grond hebben. Echte blijdschap des geloofs is bevindelijk. Dan maakt het geloof zijn sluitrede en is getroost en bevredigd. Intussen moeten we daarop niet bouwen. Die verzekerdheid is niet het deel van elk. Opeens staan we zo weer in de oude strijd van wezen en welwezen des geloofs, in de scheiding van geloof en geloofszekerheid, die hoogstens een onderscheiding mag zijn. Wie deze zekerheid zo niet heeft, moet er toch op hopen. Begenadigde verhaalt, hoe God er hem bij bracht. Dat ging zó, dat Hij de knagende twijfel wegnam. Hij' maakte Ps. 22 waar en een ., sukkelaar", die meer worm dan mens is, werd koninklijk aangenomen. Dat gaf, door verzegeling heen, blijdschap en verrukking. Dat de Heere dat deed aan mensen van onze soort! Maar dat gaf dan ook vertrouwen op God en kracht tegen de vijand. Dat onderscheidt echte van valse verzekerdheid: het gaat door strijd heen. Als die verzekerdheid leeft, gaat men met Paulus verlangen naar de ontbinding, naar het zijn met Christus. Schortinghuis noemt dat zelfs een vrolijk verlangen, en zalige dood. Wat een ding : het geluk der hemelingen delen ! Wat kan de hemel dan sterk trekken !
Maar meteen moet hij de hoge toon wat dempen: niet ieder heeft het zo ruim. Steeds weer merken we de spanning tussen Gods verborgen welbehagen en Zijn geopenbaarde beloften. Men heeft daar onder de Gereformeerden altijd mee te stellen, maar Schortinghuis heeft in de vereniging van die twee zeker niet zijn sterkste zijde, hoezeer hij er naar streeft. Maar als die verzekerdheid ontbreekt, moet men toch niet wanhopen. Het kan zeer verschillend, en toch echt zijn.
Schortinghuis voelt, hoe wéinig imposant, van buiten gezien, dit geloofsleven is. Maar hij waarschuwt tegen een aanranden van de begenadigden als van Gods oogappels. Dat is een klank, die ons zeker niet onbekend is, waar we ons mee verwant weten, maar waartegen we anderzijds groot bezwaar maken. Wanneer een predikant onder ons het nodig oordeelt, iemand tegen te spreken, dan kan die predikant dat dreigement nogal eens horen, waarmee Schortinghuis ook dreigt. Als wij er op letten, hoe vol dwaling en zwakte juist Gods kinderen zijn, en hoe waar het is, dat God kastijdt, die Hij liefheeft, zodat David kan zeggen, dat hij door Gods verootmoedigingen is groot gemaakt, dan lijkt het ons een kwaad teken, als men zich de bestraffing haat en zich achter dat genoemde woord terugtrekt als achter een sterke schans en rookgordijn. Onnodig te zeggen, dat de wapenen van de Geest voor dit soort „sterkten" geen halt houden !
We begrijpen wel, waarom Schortinghuis ook even deze toon aanslaat. Velen in zijn eeuw vinden zijn taal „talmerij" en gefemel. Een eeuw van overspannen redelijkheid heeft geen orgaan voor de "waardering der bevinding. Die spot heeft Schortinghuis gegriefd en gewond. Maar waarom dan gedreigd, zoals Christus dat immers niet deed ? Waarom dat niet gesteld in de hand van Hem, die rechtvaardig oordeelt ?
We besluiten hiermee onze korte weergave van Schortinghuis. U hebt wel kunnen merken dat deze man van 200 jaar geleden helemaal niet verouderd is, maar zeer centraal. Van zulke mensen valt wat te, leren, ook nog vandaag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's