DE DORDTSE LEERREGELS
Van deze hunne eeuwige en onveranderlijke Verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hóewel bij onderscheidene trappen en met ongelijke mate, verzekerd ; niet, als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der Verkiezing, in het Woord Gods aangewezen (als daar zijn : het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid enz.), in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen. (2 Cor. XIII : 5).
HOOFDSTUK 1, ART. XII
Dat er een Verkiezing tot de zaligheid bestaat is in de Heilige Schrift te lezen. Wij hebben op velerlei wijze getracht dat aan te wijzen. Maar nu is er een andere vraag. Wie is er uitverkoren ? Of juister gezegd : Behoor ik tot de uitverkorenen ? Volgens de Roomsen en de Remonstranten kunnen wij dat niet weten. Het lijkt misschien vreemd deze twee bij elkaar genoemd te zien. Maar dit is in de grond niet vreemd. Roomsen en Remonstranten hebben één gemeenschappelijke vader, n.l. Pelagius. Ik wil niet zeggen dat de Roomsen hele Pelagianen zijn, maar dan zijn het toch zeker halve en dat is bijna even erg, want hele en halve doen beide tekort aan Gods eer. En wat de Remonstranten betreft, wat moet ik daarvan zeggen ? In de laatste jaren zijn er samensprekingen geweest tussen Hervormden en Remonstranten. Zij kwamen tot de volgende vaststelling : , , Telkens werd met dankbaarheid geconstateerd hoe strijdpunten, die in vroeger jaren onoplosbaar en onoverkomelijk leken, in het licht van nieuwe bezinning en dank zij het daadwerkelijk gezag van de Schrift ons niet langer scheiden". Dat is nog al wat, zou ik zeggen. De Hervormde Kerk heeft onder haar belijdenisgeschriften de 5 artikelen tegen de Remonstranten. Alle Hervormden hebben de verplichting om te denken, te spreken en te schrijven in gemeenschap met deze 5 artikelen. Dat kan nooit betekenen : in strijd met deze artikelen. Dus wij Hervormden leven in gemeenschap met de belijdenis der Uitverkiezing tot zaligheid en met de belijdenis van de diepe val en de doodstaat des mensen en zoveel meer. Volgens bovenaangehaalde constatering zouden nu de Remonstranten tegen deze 5 artikelen ook geen bezwaren hebben. Ik zou daar erg blij om zijn als de Remonstranten zelf het niet precies andersom verklaarden. In artikel 3 van hoofdstuk III —IV der Leerregels wordt beleden: „Overzulks zo worden alle mensen in zonden ontvangen, en als kinderen des toorns geboren, onbekwaam tot enig zaligmakend goed, geneigd tot kwaad, dood in zonden en slaven der zonde. En willen noch kunnen tot God niet wederkeren, noch hun verdorven natuur verbeteren, noch zichzelven tot de verbetering daarvan schikken, zonder de genade des wederbarende H. Geestes".
Dood in zonden en slaven der zonde. Ziehier de belijdenis der Hervormde Kerk. Wat leren nu de Remonstranten. Volgens een officieel boekje, uitgegeven namens de commissie tot de zaken der Remonstrantse Broederschap en getiteld : , , De Remonstrantse Broederschap, wat zij is en wat zij wil", lees ik op blz. 23 : , , Het Remonstrantisme komt op voor autonomie, zelfbepaling, gehoorzaamheid in vrijheid aan eigen wezen in geloofszaken, maar stelt het tegen de achtergrond van het Evangelie : het is het vrije buigen van de mens voor wat met hoger gezag tot hem komt". Vergelijk nu eens wat het Remonstrantisme zegt over zelfbepaling en gehoorzaamheid van de natuurlijke mens en van het vrije buigen voor God met de uitspraken van de Belijdenis der Hervormden. Veel van wat de Remonstranten zeggen kunnen wij echter overnemen, mits het toegepast wordt op de mens, die van dood levend is gemaakt, die is wedergeboren en door een waar geloof met Christus verenigd. De Remonstranten schrijven echter die vrijheid en zelfbepaling toe aan de natuurlijke mens, die zij dan door Gods genade laten helpen. Maar als de mens de vrijheid houdt om zich te bekeren of niet te bekeren of om van God af te vallen dan kan deze mens nooit van Gods genade verzekerd zijn. Bij de Remonstranten hangt alles in laatste instantie van de mens af. Hoe lezen wij dat nu ? Wij lezen dat God de uitverkorenen dood en gebonden vindt, maar hen levend maakt en in Christus vrij maakt. Wij kennen ook de vrijheid, maar niet als een waarmee wij geboren zijn, doch die vrucht is van Christus met Wie de gelovige door een waar geloof verenigd is. , .Indien de Zoon u zal hebben vrij gemaakt zult gij waarlijk vrij zijn".
Maar blijft het nu niet altijd een duistere zaak of iemand uitverkoren is dan wel niet ? Kan iemand dat ooit weten ? Hierop antwoordt artikel 12 met ja. De gelovige kan het weten. Hij kan het te weten komen. Dat is een heel ding. Bij Roomsen of Remonstranten kan dat niet. Daar kan immers nog van alles met de mens gebeuren. Als hij een gelovige is vandaag, kan hij morgen een Godloochenaar zijn. Bij God staat voor de Roomse of Remonstrant niets vast en bij de kerkmensen of gelovigen ook niet. Doch dan komt daar ineens de gereformeerde leer en zegt: Ja maar, dat men uitverkoren is ligt niet alleen vast, maar men kan het weten ook. Wie kan het weten ? De gelovige, die de vruchten der verkiezing ontvangen heeft. Ik denk aan een vruchtboom. In het voorjaar begint hij uit te botten. Kan men dan weten of hij een goede kwaliteit vruchten zal dragen ? Stel, het is een onbekende vruchtboom. Een eigenaar heeft een tuin gekocht en weet van deze boom niets. Wel aan zijn vruchten zal hij hem kennen. Zo is het ook met de genade der verkiezing. Deze mens is zelf verantwoordelijk. Maar hij kan zich niet tot God bekeren en wil zich niet tot God bekeren. Hij wil zich ook niet laten bekeren. Maar nu doet God het toch. De zaligheid ligt voor elke uitverkorene vast in God. De Heere zelf maakt hen van dood levend. Hij begint de bekering. Als deze mens nu eens aangevallen wordt door de duivel, hoe moet hij zich dan verdedigen? Als nu de satan zegt : God wil u toch niet helpen, wat is dan zijn middel van verweer ? Het Woord van God ! Dat Woord nodigt elk mens. Niemand hoeft te denken, dat hij niet komen mag. God laat allen ernstig nodigen. Wie er geen belang bij heeft blijft weg. Maar wie wil, die kome. Zo leidt God de mens. Eerst wordt deze mens bekend gemaakt met God de Vader, dan met God de Zoon en dan met God de Heilige Geest. Wanneer de Apostelen prediken beginnen zij te spreken over Hem als Rechter. Zo wordt Hij ook aan de mens bekend gemaakt in de persoonlijke bekering. Deze mens krijgt gedachten over God. De Almachtige wordt voor hem de eisende. Hij eist de volmaakte onderhouding van Zijn werk. Welk verweer heeft de mens hiertegen ? 'Geeft God het dan onmiddellijk in het hart van de uitverkorene, dat hij een uitverkorene is. Is de ontdekking 's Heeren tijd om hem daarvan te verzekeren? Zo is het niet. God eist een volmaakte onderhouding der wet en deze mens wordt het met deze eis eens. Misschien kwam er eerst een grote vijandschap tegen deze wet openbaar, doch die haat gaat liggen. God geeft een bukken voor Zijn wet. Doch dan ondervindt deze zondaar dat zijn pogingen om de wet te onderhouden mislukken. Daardoor wordt het gevoel van Gods toorn sterker. God wordt geopenbaard als een God die Zich schrikkelijk vertoornt over de aangeboren en de dodelijke zonde. Men zegt wel eens, dat de zondaar de drie Personen tegelijkertijd leert kennen. Daarin vergist men zich.
Johannes de Doper sprak : , , Hij staat midden onder ulieden. Dien gij niet kent". Zo is het met menig kerkganger in onze dagen en ook met menige bekommerde. Maar God gaat verder met Zijn werk. Eerst leren de uitverkorenen door de Heilige Geest de Vader kennen : de Vader als Rechter. Maar dan ook de Vader als Degene die de Zoon gegeven heeft. Nog altijd niet de uitverkiezing, maar wel de gifte des Zoons. Daardoor wordt de ontdekte en bekommerde zondaar gaande gemaakt om deze Christus te zoeken. Wat brengt hem in beweging ? De Heilige Geest brengt hem in beweging door hem de Schrift te leren lezen over God de Vader. Het gaat in de grond altijd zo, dat de Schriften geopend worden, en dat het hart van de uitverkorenen voor de Schriften geopend wordt gelijk bij Lydia.
De zekerheid, die de mens in deze stadia heeft is op de Heilige Schrift gegrond. Maar God gaat verder. Al brandender wordt de vraag of die Christus voor deze zondaar is ? Wie zal hier antwoord geven ? Dat kan God alleen. Niemand kent de Zoon dan de Vader. Die Zoon moet geopenbaard worden. Ook in het stuk van de Zoon leert de Heilige Geest de Schrift lezen. We moeten vooral niet denken, dat dit een natuurlijke gang van zaken is. Als God sluit, wie zal dan openen ? Het is door het werk van de Heilige Geest, dat de Zoon Gods hoe langer hoe begeerlijker wordt voor de bekommerde verslagen mens. Het is ook de Geest die de Christus aanwijst in de Schriften en er bij vertelt, voor wie Hij gekomen is. Die Geest geeft licht en kracht om de Heere Jezus te grijpen. Laat toch niemand denken, dat wij dat wel kunnen. Elke uitverkorene leert, dat hij het niet kan. Hij ziet en verstaat de totale onmogelijkheid. De gereformeerde vroomheid is opgebouwd uit zekerheden door de werking van de Heilige Geest. Dat werkt echter niet mechanisch. De uitverkorene is er ook bij. Hij kan de Heilige Geest lange tijd tegenstaan en zich van de troost der zekerheid beroven. Het vlees begeert tegen de Geest ook in de uitverkorene en de Geest begeert tegen het vlees. Maar nochtans is de structuur der gereformeerde theologie en van de gereformeerde vroomheid doortrokken van zekerheid. Dat begint al met de leer van de Heilige Schrift en het getuigenis van de Heilige Geest. De niet-gereformeerde leer der Schrift heeft geen zekerheid. Zij is immers gebouwd op de menselijke geest, die uit de Heilige Schrift de vette stukken uitleest en de rest overgeeft aan de gieren der menselijke overleveringen. Men vertrouwt op de menselijke geest, doch durft er nooit recht op te vertrouwen, zodat men alles maar een beetje in het vage laat. De gereformeerde vroomheid weet het zeker. Zij weet het zeker dat God een heilig en rechtvaardig God is, die schrikkelijk toornt over de zonde. Zij weet het zeker van de hel en Gods oordeel. Zij weet het zeker, dat Christus noodzakelijk is. Al deze dingen worden innerlijk zo klaar en helder, dat er niet de minste twijfel in dit geloof overblijft.
Maar zo komt ook vast te staan, dat de zaligheid in Christus ligt. En op Gods tijd komt het ook vast te staan, dat het nochtans voor mij is. De Heilige Geest laat niets aan de mens over. Daardoor zit er een andere zekerheid in het gereformeerde geloof. De ongereformeerden laten hun zekerheid dikwijls op redenering berusten. God is liefde, zeggen zij. Jezus is voor alle mensen gekomen. Zulke redeneringen zijn er veel. Maar het is de zekerheid van de menselijke geest en niet die van Gods Geest. Het is echter bij de uitverkorenen de Heilige Geest, die-van het eeuwige leven verzekert en die daartoe van de waarheid der Schrift verzekert met toepassing op mijzelf. Maar nu een vraag, die gesteld wordt. Als zekerheid behoort tot de structuur van de gereformeerde vroomheid, waarom is er dan zoveel onzekerheid juist in gereformeerd-bevindelijke kringen. Ik laat nu rusten, dat er ook gereformeerde kringen zijn, waar ogenschijnlijk veel zekerheid is, welke echter evenzeer de redenering tot grond heeft. Als antwoord op de vraag zeg ik : Bedenk, dat we het niet hebben over een zekerheid, die uit de gereformeerde leer voortvloeit. Het is een zekerheid die de Heilige Geest werkt door de opening der Schrift, naar dat het Hem behaagt. Die zekerheid betreft zowel de zekerheid der verlorenheid, als de zekerheid der behoudenis. Zij is het deel der uitverkorenen, zij het niet in gelijke mate. Merkwaardigerwijze komt deze zekerheid veel minder naar buiten dan de zekerheid der anderen. Soms is het zo, dat de onzekerheid bij de gereformeerd bevindelijken, meer zekerheid in zich bergt dan de zekerheid der anderen. De dingen liggen daar niet zo eenvoudig. Maar voor ditmaal stellen we vast, dat er een zekerheid ook als gegeven zekerheid der Verkiezing bestaat. Gods Geest leert ook het werk van de derde Persoon kennen en hoe dit werk terug gaat op de Verkiezing Gods tot zaligheid. Deze zekerheid wordt niet genomen maar gegeven, zo dikwijls het God behaagt. Maar als iemand nu een zoekende zondaar is en hij tobt over de uitverkiezing ? Verwijs hem dan naar het Woord Gods en naar de Heilige Geest om dat Woord uit te leggen. Want tot in de hoogste verzekerdheid is er geen zekerheid buiten Gods Geest om. Daar valt voor ons geen zekerheid te nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's