GODS HEERLIJKHEID IN CHRISTUS
...het deksel, ....hetwelk door Christus te niet gedaan wordt. Zie 2 Cor. 3 vs. 12—18.
Onze — gerechtvaardigde — eerbied voor het Oude Testament en het geloofsleven onder het Oude Testament is zó groot, dat wij wel eens moeite hebben om ten volle recht te doen aan de waarheid, dat in het Nieuwe Testament de heerlijkheid des Heeren duidelijker en vollediger geopenbaard is. Het Oude Testament is niet minderwaardig, maar nog onvolledig. De dienst van God was nog zo sterk gebonden in wettische vormen en de genade Gods in de Christus was nog verborgen in de windselen van de schaduwen-dienst, met name van de offerdienst der verzoening.
De morgenzon kan ook eerst verborgen liggen in de windselen van de morgenwolken. Het zonlicht breekt door de windselen heen; het zonlicht verleent zelfs heerlijkheid aan die nevelen, maar .... haar eigen, volle heerlijkheid komt eerst openbaar, als de zon doorbreekt door de wolken-windselen heen.
Zo heeft de heerlijkheid van de Christus Gods heerlijkheid verleend aan de windselen van de schaduwdienst, maar nu mag de gemeente de heerlijkheid van de Christus in het volle Evangelie onthuld zien.
Het deksel, de windselen, zijn weggenomen.
Om die rijkdom van de Evangeliebediening onder woorden te brengen, gebruikt Paulus een treffend beeld : , , wij doen niet gelijk Mozes, die een deksel op zijn aangezicht legde".
Mozes had op zijn verzoek een gedeelte van de heerlijkheid des Heeren mogen zien, namelijk zulk een gedeelte als hij: verdragen kon zonder verteerd te worden. Zijn wens, om de heerlijkheid des Heeren te mogen zien, werd afgewezen: , , Mij kan geen mens zien en leven". Maar God beloofde wèl : , , Ik zal Mijn goedheid voorbij uw aangezicht laten gaan".
, , Mijn goedheid", dat is de getemperde heerlijkheid des Heeren. Zoveel als een zondig mens van vlees en bloed nu kan dragen. Eenmaal zullen Gods kinderen Hem zien gelijk Hij is, (1 Joh. 3 vs. 2), maar nu nog niet. Zijn volle heerlijkheid, vol heiligheid, zou hen verteren. De ongetemperde zonnegloed zou ons doen vergaan hoeveel te meer de volle heerlijkheid des Heeren.
Maar zelfs die gematigde gloed van 's Heeren heerlijkheid kon het volk niet dragen. Het afschijnsel van Gods heerlijkheid op Mozes' aangezicht was zó groot, dat hij zijn aangezicht moest bedekken, waarschijnlijk met een dichte sluier.
Israël heeft de heerlijkheid des Heeren, zoals Hij die aan Mozes openbaarde, nooit gezien! En — zo schrijft Paulus — Israël ziet nóg de heerlijkheid Gods niet. Het deksel is nu weggenomen door de komst van Christus en Zijn openbaring aan ons door het Evangelie, maar er ligt toch een deksel, niet op Mozes' aangezicht, niet op de mond van de evangelist, maar nu op hun hart, namelijk het deksel der verharding.
Israël, verstrikt in wettische vormelijkheid, is immuum voor de stem van het Evangelie van Gods genade. Wie geen misdadiger is, begeert geen rechterlijke vrijspraak; wie zich niet een zondaar weet, begeert geen verzoening.
In wezen ligt hetzelfde deksel op de harten van alle ongelovigen. Zij horen het Evangelie, want hun oor is niet doof, maar zij verstaan het niet; nemen het innerlijk niet aan, omdat er geen uitzicht is in en geen behoefte naar het éne nodige. Onze arme ziel zit dan ingepakt, ja, werkelijk ingepakt in ongeloof en zorgeloosheid, verharding en verblinding. Menigeen heeft zelfs nog een extra veiligheidsslot, namelijk door zich af te schermen tegen het Evangelie met bijbelteksten, met bijbelteksten, die zijn lijdelijkheid voeden. Men wil het schijnsel van het heilrijke Evangelie niet ondergaan; men wil niet geoordeeld worden om behoud te vinden; men wil niet vernieuwd worden tot een ander leven door en met Christus.
Dat is de valse godsdienst der zelfhandhaving. Zelfuitleving, zoals men die in, de wereld wel ziet, schuwt men ; zelfhandhaving zit evenwel op de troon.
Als het zó met u is, besef dan toch eens hoe erg dat is. U bent ellendig en verloren. U bent verdoemelijk buiten Christus en leeft nog onbekeerd voort buiten de redding in Hem.
Als Israël tot de Heere zal bekeerd zijn, wordt het delsel weggenomen, namelijk het deksel van hun hart. Dat geldt óok van óns ! Als ons hart in zijn diepste wezen dodelijk — tevens levendmakend — wordt geraakt, wordt het deksel: ongeloof, blindheid, verharding, weggenomen.
Dan komt ons hart open te liggen. Dan wordt geboren de vraag naar God, de vraag naar licht en leven. Dan wordt het Evangelie krachtig in haar uitwerking : , , En wij allen met ongedekt aangezicht de heerlijkheid des Heeren in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid als van des Heeren Geest".
Dat wil zeggen: Wij, die geloven, horen het Evangelie met heilbegerige, geopende harten. Wij zien en verstaan het Evangelie der genade, in hetwelk ons beschijnt de heerlijkheid Gods, de heerlijkheid Zijner goedheid. De volle heerlijkheid zien ook wij nog niet — die zal eerst geopenbaard worden als wij dit verderfelijke vlees afleggen — wij zien het nu als in een spiegel, in de spiegel namelijk van het Evangelie, dat ons gepredikt wordt.
Door dat Evangelie worden wij veranderd tot heerlijkheid. Niet ons vel wordt verlicht en veranderd, gelijk bij Mozes op de Sinaï, neen, ons hart, ons geweten, onze ziel, ons verstand, onze wil wordt bestraald en veranderd. Veranderd tot Gode-gelijkvormigheid, naar het evenbeeld van Christus.
Christus krijgt gestalte in ons ; Christus woont door het geloof in onze harten; daarom worden wij in Zijn liefde geworteld.
Het Evangelie is levendmakend, niet door zichzelf maar door de Geest des Heeren. Wie onder getemperde spanning van electrische stroom komt, die wordt doortinteld door die kracht; wie onder de spanning des Geestes komt, door het Evangelie, die wordt veranderd. Veranderd tot Godsvrucht, om God te eren en te dienen. Namelijk : in zelfverloochening. Zo alleen kan God verheerlijkt worden.
Het Evangelie is onbedekt. De heerlijkheid van Gods genade straalt ons daarin tegen. Bestraalt het u reeds tot vernieuwing ; tot heerlijkheid ? Om in Christus uw leven te zoeken en te vinden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's