MEDITATIE
„Want hij reisde zijn weg met blijdschap." Handelingen 8:39b.
Het leven is een reis. Daarvan vertellen de emigranten uit Canada en Australië in hun brieven. Maar laat ik dichter bij huis blijven. Wij leven midden in de vakantietijd. Mensen op reis. Volle treinen. Kindergezichtjes glunderen achter de ramen. Half Nederland op reis. De een gaat naar zijn familie, de ander naar de eeuwig zingende bossen, een derde zoekt het strand op met zijn wijde luchters en zijn spelende golven.
Half Nederland op reis. Is dat waar ? Neen, heel Nederland, heel de wereld op reis. U bent op reis, ik ben op reis. Het is de grote trek. De levende God, de Heere van dood en leven geeft het sein. De een reist 10 jaar en de ander 100 jaar.
Waar gaat de reis heen ? Er zijn mensen, die zeggen: naar het graf. Zeker, 't graf is wel een eind-station. Maar de eindbestemming is de stad die er achter ligt. En die stad heet, , eeuwigheid". Daar is een boven- en een benedenstad. De bovenstad is de lichtstad. Hiervan zegt het Woord : „En de vrijgekochten des Heeren zullen wederkeren en te Sion komen met gejuich en de eeuwige blijdschap zal op hun voorhoofden wezen."
Van de beneden-stad, waar het vaal en donker is, getuigt de Schrift: „Zij zullen aldaar gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid."
Naar een van beiden bent u en ben ik op reis.
Naar welke stad reizen wij ? Van het antwoord op die vraag hangt af of u en ik onze weg met blijdschap of zonder blijdschap gaan.
In de reis van de Moorinan zien wij duidelijk de weg, die een mens gaat — door vrije genade getrokken uit het diensthuis der zonde — naar het Sion Gods, dat boven is.
De Heere Jezus Christus heeft aan Zijn Kerk deze opdracht gegeven : „Gij zult Mijn getuigen zijn, zowel te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde".
Tussen Jeruzalem en het, , uiterste der aarde", tussen Petrus en Paulus ligt Samaria. Daar evangeliseert Filippus. In die streek vindt plaats de ontmoeting tussen Filippus en de kamerling.
Handelingen 8 vertelt ons, hoe Filippus de eerste bekeerde mens buiten het verbond der genade doopt. Want die moorman is geen Jood en behoort dus niet tot het Verbond. En toch hij wordt gegrepen naar Gods verkiezing. En de Schrift wordt vervuld : In Christus is geen onderscheid.
Aan het begin van het verhaal lezen wij : , , en een engel des Heeren sprak tot Filippus" en aan het eind van deze geschiedenis staat: , , de Geest des Heeren nam Filippus weg". Tussen die twee momenten ligt het ingrijpen Gods. Zijn opzoekende, verkiezende zondaarsliefde. Want de Heere heeft deze Abessiniër lief. God ziet hem in zijn doodsstaat in Adam, maar de Heere ziet hem ook in Christus als een geroepene, een gerechtvaardigde en een geheiligde.
De Moorman uit onze tekst is opperschatmeester van de Koningin-Moeder der Aethiopiërs. Een machtig heer van Candacé. Een mens met een prachtige positie aan een Oosters hof. Van oorsprong is hij een heiden. Later komt hij in aanraking met de God van Israël, en zegt de heidense afgoden vaarwel. Heeft hij' nu vrede ? Is hij nu een blij mens ? Neen. Want deze kamerling is tot het inzicht gekomen : ik mis de ware God ! Hoe kan een mens met blijdschap zijn weg reizen, wanneer hij door het ontdekkend licht van Gods Geest zichzelf leert zien als een goddeloze ?
Hoe kan een mens blij zijn, wanneer hij treurt over zijn zonde en heimwee heeft naar de God der Schriften ?
Hoe de Moorman ook zoekt, in Abessinië vindt hij de levende God niet. Wat gaat hij nu doen? Een grote reis maken naar Jeruzalem. Na vele dagen bereikt hij de heilige stad. Het is druk in Jeruzalem. De mensen verdringen elkaar in de nauwe straatjes en steegjes. Hier krijgt de vreemdeling een duw en daar een grote mond. Ach, hij voelt zich zo eenzaam temidden van de pratende mensen.
Gelukkig, daar is de tempel. Daar zal hij aanbidden. Maar ook daar ontvangt deze Moorman geen voedsel voor zijn ziel. Want de Farizeën en de Schriftgeleerden zijn zo wettisch, dat zij het Evangelie, het hart uit de wet, uitgesneden hebben. Hoe kan een mens, die het heimwee kent naar de levende God rust vinden in een koude vormendienst?
Een vraag : Zijn wij „pro-forma" christenen met een vroom vernisje of Godzoekers ? De kamerling blijft zoeken. omdat de Heere trekt met de koorden van Zijn liefde.
Met veel verwachting is hij naar de tempelstad gereisd. Diep teleurgesteld vertrekt hij. Een terugreis zonder blijdschap. Hij' zit weer in zijn reiswagen. Veel souvenirs heeft hij niet meegenomen. Alleen een boekrol van Jesaja.
Ver buiten Jeruzalem, terwijl hij rijdt over de woeste, eenzame weg naar Gaza, leest hij de profetie van Jesaja. Hardop, naar oude Oosterse gewoonte. Wat leest hij'? Dit: , , Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid, en gelijk een lam stemmeloos is voor dien, die het scheert, alzo doet Hij Zijn mond niet open". Hij schudt het hoofd. Neen, daar begrijpt hij niets van. Want de kamerling mist de verzegeling aan zijn hart.
Maar de Heere, Die Woord en trouw houdt, stuurt de Evangelist Filippus,
Wie brengt ze bij elkaar ? De Geest van onze Heere Jezus Christtis, Die leidt in al de waarheid der Schrift.
Filippus verkondigt hem Jezus.
Een kerkdienst, een dienst des Woords met één luisteraar.
Calvijn zegt: , , Deze daad van Filippus is een bijzondere aanbeveling voor elke kerkdienst; terwijl engelen moeten zwijgen, weerklinkt de stem van God tot onze zaligheid door de mond van mensen".
Beginnend van die Schrift d.i., Jesaja 53, verkondigt hij hem Jezus, de Heere onze Gerechtigheid, Die in het duister van onze zonde-nacht het licht van Zijn rijke en vrije genade laat schijnen.
Jezus, Jezus alleen is de kern-inhoud van alle rechte prediking.
Wat luistert die Moorman ! Want, wat Filippus hem verkondigt, mist hij. En nu fluistert de Geest van Christus in zijn hart: , , Niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonde uit louter genade geschonken om de verdienste van Jezus 'Christus". Ja, het gaat deze kamerling net als die, beide wandelaars naar Emmaüs. Zijn hart begint te branden. Alles is licht, licht in Christus. Dan wordt hij gedoopt.
Heerlijk teken en zegel van het begraven zijn in de dood van Christus en met Hem opgestaan tot 'n nieuw leven.
Nu is hij een blij mens, ingelijfd in de Kerk van Jezus Christus.
Ook , , die verre zijn" ontvangen naar Gods verkiezing in Christus de beloften des Heeren.
Als in extase staat hij daar en kijkt met stralende ogen naar boven. Hij heeft het wonder beleefd van de volle overgave aan Christus. Filippus staat niet meer naast hem. De Geest des Heeren nam hem weg. Geen nood ! Hij heeft meer dan Filippus. Hij heeft Jezus gevonden.
Hij reist verder als een blij mens achter de Heiland. In Abessinië heeft hij getuigd van zijn getrouwe Zaligmaker en anderen de weg gewezen naar Jezus.
Hij reisde zijn weg met blijdschap. Het Griekse woord voor: blijdschap, heeft als achtergrond : genade. U vindt dit ook in de Petrus brieven : , , Genade zij u vermenigvuldigd". Wij zouden het ook zo kunnen vertalen : zaligheid. Ja, daarin bestaat ook het getuigenis van de kamerling. Want de zaligheid is in geen ander. Jezus alleen.
Wanneer de aardse reis volbracht is, staan de deuren van het Vaderhuis wagen-wijd voor hem open en vandaag juichend voor de troon van het Lam jubelt de Moorman met volkomen blijdschap :
Jezus, Jezus, Uw naam zij d' Eer. Gij zijt der mensen en engelen Heer.
Hij' reisde zijn weg met blijdschap.
Waar reizen wij heen ? Naar de schone stad van Israels Opperheer of naar de verwoeste stad van tyran Satan ?
Het leven is een reis. In het begin niet. Adam en Eva hadden een vast tehuis : het paradijs. Omdat ze in het beeld van God geschapen waren. Maar dan gebeurt dat diep-tragische: De mens kiest vrijwillig en moedwillig de zonde. De mens — u en ik — vallen in Adam uit het beeld van God. Nu is het paradijs verboden terrein. Zo zwerven u en ik door de wereld zonder God en zonder toekomst.
Is er nog een weg terug naar het Paradijs, naar het Vaderhuis?
Ja, voor allen, die door Woord en Geest zichzelf als- een goddeloze leren kennen, maar ook in het geloof ervaren: God is het, Die de goddeloze rechtvaardigt om niet, door het geloof in Jezus Christus. Dan wordt Christus uw en mijn blijdschap. Dan is het leven — ondanks veel worsteling en strijd — een blijde reis.
Gij, die Christus' eigendom zijt, toon het in uw leven van elke dag, waar God u plaatst, dat de Heere Jezus goed is voor een slecht mens. Het gaat om Zijn Eer.
A. M. Lindenburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's