De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET ONGELOOF IS EEN ZONDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET ONGELOOF IS EEN ZONDE

5 minuten leestijd

En Hij heeft aldaar niet veel krachten gedaan vanwege hun ongeloof. Mattheus  13 vs. 58. 

De mensen in Nazareth kenden Jezus heel goed. Zij hebben Hem als kind reeds gezien, wanneer Hij met Zijn moeder meeging om water te halen uit de bron. Als jongen speelde Hij bij hen in de straat. Later liep Hij met het timmergereedschap langs hun huis en zij zagen Hem werken in het zweet van Zijn aanschijn.

Niemand had iets op Hem aan te merken. Men kon Hem nooit van zonde beschuldigen. Hij was oprecht en eerlijk. Zijn liefde tot God en de mensen was volmaakt.

Maar overigens was Hij aan de mensen in alle dingen gelijk. Hij had, hoewel Hij Gods Zoon was, zichzelf vernederd en de gestalte van een dienstknecht aangenomen. Hij had ook geen gedaante of heerlijkheid, maar verscheen als een verachte onder de mensen. Toch trok Hij in Nazareth wel de aandacht, vooral toen Hij in de omtrek predikte en wonderen deed. De geruchten daarvan drongen door tot in Zijn vaderstad. Met grote verwachtingen zag men het ogenblik tegemoet, waarop Jezus ook in Nazareth zou prediken.

Maar de teleurstelling, was groot, toen Jezus weigerde om een opzienbarend wonder te doen. Dat ergerde Zijn stadgenoten en daarom hebben zij Hem uit de stad weggejaagd en Hem in de afgrond willen werpen.

Dan gaat Jezus heen uit Nazareth en de evangelist tekent daarbij aan, dat Hij aldaar niet veel krachten deed vanwege het ongeloof van Zijn stadgenoten.

Ook nu zijn er plaatsen en streken, waar niet veel krachten gedaan kunnen worden. Wij denken daarbij niet alleen aan het ontbreken van wonderlijke, genezingen en het uitblijven van spectaculaire gebeurtenissen. Wij weten immers, dat de tekenen, die Jezus en de apostelen verricht hebben, alleen moesten dienen als heenwijzing naar Zijn wondermacht in de genade. Hij heeft melaatsen gereinigd als een teken dat Hij de melaatse zondaar rein kan maken. Hij maakte de blinden ziende, om te tonen dat Hij verblinde mensen kan laten zien de grootheid van hun schuld en de macht van Zijn liefde. Hij heeft de doden opgewekt om daardoor de garantie te geven dat Hij machtig is om ons, die dood zijn in de zonden en misdaden, levend te maken door de kracht van Zijn levendmakende Geest.

Dit zijn de grote wonderen, waarover onze ziel zich blijvend verwonderen zal.

In Nazareth wilde men wel tekenen zien, maar de wonderen van genade begeerde men niet, want zij geloofden niet in Jezus als de Zoon van God.

Ditzelfde constateren we ook bij onze tijdgenoten. Het geloof ontbreekt niet alleen bij buitenkerkelijken, maar ook in onze kringen heerst nog zo vaak het ongeloof. Het gaat in onze tekst niet over heidenen, maar over mensen, die godsdienstig waren tot en met, die naar de synagoge gingen en zich er op beroemden dat zij van Abraham afstamden, maar in hun ongeloof gingen zij zover, dat zij Christus verwierpen.

Zo wordt de Heere Jezus nu ook door velen verworpen en uitgebannen. Er is voor Hem geen plaats in de samenleving en in de harten.

Daarop let de Heere ook nu. Hij onderzoekt ook heden uw hart om te weten hoe het staat met uw geloofsleven.

Beproef uzelf, of ge in het geloof zijt.

Velen verontschuldigen zich dan heel gemakkelijk. Zij schamen zich in het minst niet voor hun ongeloof. Wanneer zij betrapt zouden worden bij een diefstal of ontmaskerd zouden worden als een leiugenaar, dan zouden zij nog wel schrikken, maar het ongeloof vindt men heel gewoon. Men belijdt het openlijk en propageert het zelfs in het openbaar.

Toch moeten wij er allen aan denken, dat het ongeloof een zonde is, omdat het God beledigt door wantrouwen en onkunde. Wie ongelovig is, is ongehoorzaam. Jezus Zelf geeft de tegenstelling. dat degenen, die in de Zoon geloven, het eeuwige leven hebben, maar die de Zoon ongehoorzaam zijn, die zullen het leven niet zien, maar de toorn Gods. blijft op hen.

Sommigen beroepen zich daarbij graag op hun onmacht en vergeten dat de onwil de hoofdzaak is. Zo begon het toch in het paradijs, dat de mens niet wilde geloven in Gods woord, maar wèl geloof hechtte aan het leugenwoord van de slang. Jezus heeft ook waarschuwend gezegd : Gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben. , .

Hebt u de schuld van uw onmachten en onwil nog nooit ingezien ? Vraag dan de Heere om het licht van Zijn Heilige Geest, opdat die u overtuige van zonde, gerechtigheid en oordeel. Dan brengt: de Geest des Heeren u tot de ontdekking dat het ongeloof de ergste zonde is.

Maar dan moogt ge met die zonde tot 'de Heere gaan. Belijd het voor Hem, dat ge u schuldig hebt gemaakt door uw ongeloof !

Wie zó tot Hem komt, wordt door Hem niet uitgeworpen. Aan dezulken schenkt de Heere het geloof als een gave. Dat is het grootste, heerlijkste wonder wat een mens gebeuren kan, als de Heere een ongelovige gelovig

maakt. Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft. Zo openbaart zich de kracht van de Heilige Geest.

In Nazareth geschiedden er niet vele krachten. Toch waren er enkele zieken, die genezen werden. Temidden van alle ongelovigen zag Jezus hen, die met stil geloof naar Hem uitzagen.

Zo ziet Hij ook nu de mensen, die door genade voor leven en sterven alles van Hem verwachten.

Hij hoort het stille gebed van hen, die het leerden om in hun nood uitkomst van Hem te begeren.

Hij strekt Zijn handen uit naar de zielen, die in eenzaamheid zuchten: Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des Heeren zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan.

Zegt u dit uit ondervinding de Psalmdichter van harte na ?

Wacht dan op de Heere, ja wacht. Hij zal uw hart versterken en tot uw eigen verwondering moogt ge het uit Zijn mond horen : , , Uw geloof heeft u behouden!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET ONGELOOF IS EEN ZONDE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's