De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET ENE NODIGE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET ENE NODIGE

9 minuten leestijd

MAAR EEN DING IS NODIG. LUKAS IO : 42a

Alles heeft zijn bestemden tijd, zegt de Prediker. Dan denk ik, dat ook dit woord zijn bestemde tijd heeft. Want in 't algemeen komt het niet uit. Maaike heeft maar een klein gezinnetje, maar je staat er van te kijken hoeveel zij elke week nodig heeft. Om van Areke met haar grote gezin maar te zwijgen. De kruidenier kan daar wel aan 't opnoemen blijven. Heb je nog een pakje hiervan nodig of een fles daarvan ? Ja, zegt Areke, schrijf dat er nog maar bij. Het gaat nog verder. Geeltje heeft helemaal geen gezin. Ze zit op kantoor en mag haar hele traktement houden. Je zou denken, dat ze nu wel aardig sparen kan voor haar uitzet en voor de meubeltjes, die van haar kant zullen moeten komen, want Piet studeert maar en verdient niets. Je staat er echter versteld van hoeveel je in deze tijd nodig hebt, wanneer je alles zelf moet betalen. Dan is er een veter stuk en dan is er een verjaardag, waar je een cadeautje voor moet hebben en dan weer wat anders. Wat is er toch veel nodig als je jong bent. Zelfs oudjes kunnen niet eens met zo weinig toe. Dat valt echt tegen. Maar welke tijd kan er dan toch wel zijn, dat je maar één ding nodig hebt ? Ik denk dat ik het weet. Op het ogenblik dat iemand het tijdelijke met het eeuwige verwisselt, dan heeft hij niets meer van deze wereld nodig. Dan heeft hij maar één ding nodig. Zo moet het wel zijn. Zou het dan misschien mogelijk zijn, dat één van de lezers nooit dat ene nodige zal hebben. Is dat ene nodige, wat het dan ook zij, absoluut noodzakelijk ? Ja, Arie het is voor u en mij volstrekt nodig. Daar is immers maar één ding zeker en dat is onze dood. ledere seconde, zegt men, sterft er een medereiziger naar de eeuwigheid. Heel onverwachts zijn we dat zelf. En als nu dat geweldige ogenblik komt, waarop wij ingaan in de eeuwigheid, wat is dan dit ene nodige, dat wij niet missen kunnen ? Hoe moet ik dat nu zeggen ? Wel, zegt Aike, die goed bijbelvast en uitnemend thuis in de belijdenisgeschriften der Kerk, moet u die vraag stellen? U moet het zeggen met de woorden der belijdenis, want die zijn op de Schrift gegrond. Wat is het ene nodige? In Lukas 10 is het dit, dat Maria zich door Jezus, de Heere en Christus, laat dienen. En wat is het dan, dat de Heere Jezus aan ons moet doen, wil het wel zijn voor de eeuwigheid? Het is nodig, dat wij door Hem gereinigd worden van alle ongerechtigheid. Op dat ogenblik, dat u of ik of wie ook, de poorten der eeuwigheid binnengaat moet het bloed van Christus alle zonde hebben weggewassen en Zijn Geest ons hebben geheiligd. In de hemel zal niet inkomen iets dat onrein is. Dus wij moeten bij ons sterven rechtvaardig voor God zijn, vraagt Tinus. Maar dat ben ik niet met je eens hoor. Verleden week heb ik nog zo'n lief domineetje gehoord, dat was heel wat anders. Och mensen, zei hij, hebt u nooit eens een traantje geschreid om het gemis van de zaligheid. Dat is toch niet van je zelf. Houd maar moed. De tranen sprongen in mijn ogen, zo dierbaar als hij die woorden uitsprak. Daar ben ik het toch meer mee eens. Als er werkelijk een droefheid is vanwege de zonde en een behoefte aan genade dan is dat een goede gestalte, Tinus. Als jij alleen maar tranen in je ogen kreeg omdat die lieve man dat zo ontroerend zei, kon dat wel eens alleen uit het vlees wezen. Maar zelfs de beste gestalten zijn geen grond voor de eeuwigheid. Ja maar, dat zei hij ook nog, wij moeten diep ontdekt worden en ontgrond. En 't is maar niet zo gauw te zeggen, dat we in Christus afgewassen zijn. Die hoogvliegers daar heb ik het niet zo op. Nou Tinus, dat zijn nu juist geen hoogvliegers, maar omdat zij zo laag weggezonken waren, is die Christus hen zo noodzakelijk geworden. Maar nu moet je eens luisteren. De diepste ontdekking wast niet één zonde af en de sterkste ontgronding doodt niet één lid, dat op de aarde is. De zonde moet afgewassen worden en de zondelust in ons gebroken. Ja maar, ik geloof toch niet, dat iedereen die in de Heere sterft, het weet, dat hij rechtvaardig voor God is. Dat is een tweede, Tinus. In beginsel met Christus verenigd zijn door een waar geloof of daar de blijde wetenschap van meedragen, dat zijn twee dingen. Maar de zaak, de wortel der zaak moet er zijn. En dan behaagt het de Heere wel bij zijn volk zekerheid te geven bij het naderen van de dood. Daardoor gebeurt het wel, dat kinderen Gods, die 'n lange tijd van hun leven in donkerheid hebben gewandeld ruim en heerlijk afsterven. Maar dat is het stuk niet waar we nu over handelen. Het gaat over dat éne nodige, wat er zijn moet als de ziel staat voor de poorten van het nieuwe Jeruzalem. Dan moet die afwassing er zijn door het bloed van Christus. Dat zal wel waar wezen, dominee, en ik spreek het niet tegen, maar ik ontmoet graag van die bijzondere mensen. Kijk, daar moet toch zo eens wat gebeurd zijn in iemands leven. Het gaat toch zo maar niet. Alles goed en best, Tinus, jij blijft maar bij je goede gestalten. En je vergeet, dat zij Jezus niet zijn. Jij wilt zalig worden door de vele gestalten. Maar Gods kerk kan alleen zalig worden door die ene Borg.

Vader Smijtegelt, weet je wel, was geen vijand van kentekens en gestalten. Maar in een preek over 1 Cor. 3:11 zegt hij zo: , , In 't Avondmaal, in mijn leven, en In 't sterven, en in 't oordeel, wil ik God nergens anders op wijzen als op de Heere Jezus Christus, en niet op mijn tranen, gestalten of kentekens. Daar kan ik niet op bestaan voor God in het gerichte".

Wie worden er zalig? De Catechismus zegt: Die Christus Jezus door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen. Wie zijn lid van de Kerk die zalig wordt? De belijdenis zegt: die al hun zaligheid verwachten in Jezus Christus, gewassen door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de H. Geest. Maar het moeten toch in elk geval levende mensen zijn, in wier leven wat gebeurd is, dominee? Daar kan in het leven van een kind Gods veel gebeurd zijn, Tinus. Veel veranderingen, veel benauwdheden, veel werkzaamheden,

maar men kan ook zeggen, dat het er op aan komt dat er één ding gebeurd is. Hij moet gestorven zijn. Als je over de gestalten spreken wil, vergeet dan niet acht te slaan op dit zeer bijzondere kenmerk. De Apostel zegt: Ik ben door de wet aan de wet gestorven. Dat wil zeggen: Ik heb door de wet geleerd, dat ik er door de wet niet komen kan. Maar als men nu weer naar de tekst vraagt dan komt het antwoord nog klaarder naar voren: Wij moeten gewassen zijn door het bloed van Christus. Zo komt op ons allen de vraag af: Zijn wij door een waar geloof Christus ingelijfd? Is de Zoon van God aan ons geopenhaard? Zijn wij tot Christus getrokken? De dood wenkt ieder uur, Opoe Aaltje u bent al op jaren en u hebt altijd graag goede dominees gehoord, maar hoe staat het nu voor de eeuwigheid? Ja, dominee, ik bid er veel om. Wat noem je veel, Opoe? Ja, 's avonds als ik naar bed ga, dan bid ik elke avond of de Heere mij bekeren wil. Is dat niet veel? U moet denken, ik heb het nog druk. Ik stop al de kousen voor m'n dochter, die heeft een groot gezin. Ja natuurlijk niet zo'n gezin als je vroeger had, maar ze heeft er toch drie en daar is tegenwoordig heel wat werk aan. Nog eens, wanneer moeten wij dat éne nodige hebben? Het is heden de aangename tijd, het is heden de dag der zaligheid. Wie krijgen dat ene nodige? Die er veel voor doen. Die er dag en nacht mee beiig zijn, omdat ze zo bang zijn, dat het hen ontgaan zal. De ervaring leert dat degenen die veel werkzaamheden hebben er komen. Ja maar, dominee, wij kunnen er toch niets aan doen, dat heeft Bram-oom ons altijd voorgehouden. En als je er niets aan doet, Arie, is dat een duidelijk bewijs, dat het je niet zwaar zit. Als iemand er geen werkzaamheden mee heeft drukt de nood niet erg. Drukt de nood dan kunnen we niet nalaten werkzaam te zijn. 't Is toch allemaal met zonde bevlekt, dominee, al wat een mens doet. Zeker Chiel, maar al gelooft een waarlijk bekommerd mens dat van harte, hij sjouwt toch wat hij kan. Het weegt hem zwaar. En als het iemand zwaar weegt dan werkt hij hard. En zulken krijgen het ook, gelijk de dichter zegt: Wacht op de Heer, godvruchte schaar, houdt moed, Hij is getrouw. En hoewel deze godvruchtige zich bij de goddeloze rekent, hij wacht toch op de Heere. Hij moet niet wachten, dominee, hij moet geloven. Het geloof is een gave Gods, Reinaard. Waar wacht hij dan op, wacht hij op een teken of op een stem of zo iets? Waar moet een mens op wachten? Hij wacht op God, man. Hij heeft behoefte aan God. Zeg tot mijn ziel: Ik ben Uw heil. De dichter zegt niet: mijn ziel verlangt naar tekenen, maar: mijn ziel dorst naar U.

Dat ene nodige lezer, bent u er werkzaam mee. Bent u om Christus verlegen? Bent u naar Hem zoekende dag en nacht? Piet en Hein en Gijs en Marius en Jan: gij bekommert en ontrust u over vele dingen, maar één ding is nodig. Zijn jullie om Christus verlegen en om Hem werkzaam? Als het niet zo is of wordt wat zal het dan slecht met je aflopen.

Door Christus' bloed gewassen te zijn en door Zijn Geest geheiligd, dat is het éne nodige,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET ENE NODIGE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's