Kohlbrugge en Kuyper in hun wederzijds contact
Kohlbrugge en Kuyper zeggen die beide namen het tegenwoordig geslacht nog iets ? Zijn ze voor de huidige generatie nog iets meer dan schimmige gestalten uit een ver verleden?
't Is alweer een 20-tal jaren geleden, dat ik bij het oude examen voor de naacte een candidaat, die de „aantekening voor Gereformeerd Schoolverband" begeerde, de vraag stelde : , , Hebt u wel eens van Kohlbrugge gehoord ? " Prompt antwoordde hij : „Neen". Wijlen prof. Ruilman, kerkhistoricus van professie, wiens partner ik die examendag mocht zijn, was er zó van ontdaan, dat hij nog tijdens de ondervraging van bedoelde candidaat, zijn ergernis over zulk een onkunde even kwijt moest aan het tafeltje naast het onze.
Maar ik had het óok over Kuyper. Natuurlijk weet men gemeenlijk wel iets meer van hem. Hij leefde later dan Kohlbrugge. Toen Kuyper 29 oktober 1837 in Maassluis, waar zijn vader Hervormd predikant was, geboren werd, was Kohlbrugge een man van 34 jaar. En toen Kuyper's ster begon te rijzen, was Kohlbrugge al aan de avond van zijn leven. Ja, Kuyper staat wel dichter bij ons. Zijn naam is méér dan een klank. In het kerkelijk en nationale leven speelde hij een rol, die zijn naam zelfs een program doet zijn.
En tóch een gereformeerd collega vertelde mij eens, dat bij een peremptoir examen ter classis aan een candidaat, die dus reeds een beroep had aangenomen, de vraag werd gesteld : „Hebt u wel eens iets van dr. A. Kuyper Sr. gelezen ? " Eerst schudde hij ontkennend met het hoofd ; toen zei hij : , , Ja, een meditatie, en daarin was ik het niet met hem eens". Ir. A. Ingwersen zegt in zijn boek : , .Tussen Kerk en Hangar", dat de dochters van dr. A. Kuyper Sr. hem eens klaagden : , .Nergens is vader zó vreemd, als aan zijn eigen Universiteit", (blz. 26).
Maar ondanks de onkunde betreffende de beide groten, waarvan ik verhaalde, zijn er gelukkig nog meerderen, die met hen beter op de hoogte zijn. Alleen hun , , wederzij ds contact" is minder bekend. En juist daarvan verhaalt ons dr. A. Groot, geen theoloog, maar een litterair en een uitnemend Kohlbruggekenner, in zijn boek *), welks titel het opschrift van dit artikel is, dat ik aan zijn zeer boeiend werk wijd.
Kohlbrugge was, het kon reeds blijken uit het voorafgaande, een , , oudere tijdgenoot" van Kuyper. Een groot stuk levensleed — hij verloor na een 4-jarig en gelukkig huwelijk zijn echtgenote ; de officieel kerkelijke wereld, de Hersteld Lutherse Gemeente, waaruit hij stamde, en de Hervormde Kerk. wier lidmaatschap hij begeerde, hadden hem uitgestoten! — lag reeds achter hem, toen Kuyper het levenslicht zag.
Van , , wederzijds contact" kan eerst gesproken worden in Kohlbrugge's Elberfeldse tijd. Hij is daarheen verhuisd in 1845, en predikant geworden van de in 1847 gevormde „Niederlandische Reformierte Gemeinde". Contact — in zekere zin dan — heeft Kuyper eerst met Kohlbrugge gehad, toen hij in Beesd predikant zijnde en onder invloed van de conventikelmensen daar, zijn , , tweede bekering" beleefde. Zijn , , Lois", gelijk dr. A. Groot haar noemt, was Pietje Baltus. die God hem deed ontmoeten en hem tot rijke zegen zijn. Welnu, in die periode van heimwee naar en worstelen om diepere fundering in de Schriften, zijn Kohlbrugge's „Predigten" in ons land gretig gelezen, onder zijn bereik gekomen. Hij noemt ze in zijn , , Confidentie" „forsch gespierde en diepgedachte levenswoorden". Zij werkten mede, om aan hem te ontdekken , , die vaste onbedriegelijke lijnen, wier spoor slechts behoefde geteekend te worden, om tot volledig vertrouwen uit te lokken". (Confidentie, bl. 47. Groot blz. 49). Een soortgelijk contact met Kuyper werd Kohlbrugge gegund, toen hij, in verband met de tot niéuw leven gekomen gereformeerde gemeenten in Moravië, wier synode stond op de formulieren van Doop en Avondmaal, opgesteld door de Poolse reformator Johannes á Lasco, vernam van Kuyper's proefschrift over die veelbetekend hebbende man. Kohlbrugge wenste n.l. meer werken van á Lasco onder zijn bereik te krijgen en vroeg zijn vriend, de bankier Kol in Utrecht, , , hem het juiste adres van den Theol, dr. en predikant Kuyper te verstrekken". Er is toen een briefwisseling geweest tussen beiden, waarvan de tweede, van Kohlbrugge aan Kuyper, zich bevindt in het archief van de Kuyper-Stichting". (blz. 53).
Dr. Groot noemt dit , , het eerste contact tussen de beide grote figuren" (blz. 53). Voorheen wisten ze — meer of minder geïnteresseerd — eigenlijk alleen maar van elkanders bestaan.
In Utrecht heeft de eerste persoonlijke ontmoeting plaats gehad. Dat was ten huize van Kohlbrugge's vriend, de reeds genoemde bankier F. H. Kol, die toen diaken was van de Ned. Herv. Gem. en grote sympathie had voor Kuyper, die sinds 10 november 1867 predikant was in de Domstad, en reeds veel van zich deed spreken. Kol, hoezeer medestander van de jonge begaafde predikant, was niet helemaal gerust over de perspectieven, welke Kuyper inzake kerkherstel opende. Vandaar dat hij, toen Kohlbrugge begin juni 1868 bij hem logeerde, Kuyper een avond bij zich uitnodigde. Kohlbrugge vertelt van die ontmoeting in een brief aan zijn schoonzoon, dr. Böhl, toen reeds enkele jaren hoogleraar aan de theologische faculteit van de universiteit te Weenen, het volgende : , , Ten 1/2 9 kwam dr. Kuyper met vrouw en zuster, een jong, open, knap mensch, goed wikkende en wegende wat men zegt, maar gepreoccupeerd door de gedachte, dat hij Gods Woord bragt. en verder door allerlei plannen van reform, waar Kol hem in ondersteunde. Ik mocht hem reinen wijn schenken".... (blz. 65). In deze passage treft ons wel bijzonder de uitdrukking : , .reinen wijn". Wat Kohlbrugge er mede bedoelde? Kuyper's zuster schijnt dat wel begrepen te hebben. In de brief staat dienaangaande: ., in stilte beaamde ze tegen mevrouw Kol alles wat ik zeide". Was bij haar van wie dr. Groot verhaalt, dat zij, in Amsterdam wonend, — zij was directrice van het hospitium der V.U. — gaarne bij ds. Lütge, een leerlingen aanhanger van Kohlbrugge, hechtte, een bijzondere klankbodem voor Kohlbrugge's typische instelling en zegswijze ?
De 20 febr. 1870 kwam Kuyper voor een weekeinde bij Kohlbrugge. Hij wilde gaarne diens advies inzake het op hem uitgebrachte beroep naar Amsterdam. ..Er is een financiële moeilijkheid bij dat beroep naar Amsterdam en Kohlbrugge raadt Kuyper het beroep niet aan te nemen, als die kwestie niet eerst geregeld wordt", (blz. 9, 3). Betreffende dit bezoek schreef hij aan Böhl : ..Ich hab 'es sehr schwer mit dem' Mann gehabt. Ich schenkte ihm reinen Wein ein, mustte aber sehr vorsichtig sein". En in een brief aan de familie Boissevain zegt hij van datzelfde bezoek : , , Hij kan en zal ongemeen nuttig voor den uiterlijken opbouw der kerk zijn, want hij is zeer wijs en verstandig". En dan voorts: „Hij had vele vragen, ik ging trouw met hem te werk, maar moest toch voorzichtig zijn, 't bleef veel bovenop en draaide zich om uiterlijke dingen. Wat den kinderkens van nood is, komt mij voor hem nog verborgen te zijn. Tegen hetgeen ik hem in eenvoud des geloofs 'zeide, had hij óf zijn bedenkingen, óf meende te hebben wat hij niet had". En dan verder : „Hij was overigens trouwhartig, en zo was ik het in dubbele mate tegen hem" (blz. 93/94).
Een en ander geven nu wel wat licht over de typische uitdrukking : „reinen wijn". , , Die einfache Spracke des Glaubens machte ihn verdutzt", de eenvoudige taal des geloofs maakte hem verslagen, schrijft Kohlbrugge nog in de brief aan Böhl. (blz. 94). Heeft dit bezoek bij Kuyper vrucht gezet en afgeworpen ? Het is wel merkwaardig, dat hij, predikant in Amsterdam, de van de kerk vervreemde , , gezelschapsmensen" onder zijn gehoor trok. Ze verbaasden zich er zelve over en zeiden, , , dat hij zeker op de reis van Utrecht naar Amsterdam gereformeerd was geworden", (blz. 100).
Kuyper is nóg een keer bij Kohlbrugge op bezoek geweest. Nu niet om advies. Op aandrang van Groen van Prinsterer had hij zich in 1871 beschikbaar gesteld yoor een candidatuur voor de Tweede Kamer. De kans, dat hij zou gekozen worden, was niet groot. Onder degenen, van wie Kuyper de stem zou moeten hebben, waren er maar weinigen stemgerechtigd. Wel zou hij kunnen rekenen op de kringen van de , , Vrienden der Waarheid tot handhaving van de leer en de rechten der Gereformeerde Kerk". Zij hadden zich in de vijftiger jaren georganiseerd in plaatselijke en provinciale kringen. „Een deel daarvan ging echter met Kuyper's streven tot heiliging van het kerkelijk en politiek leven niet mee, maar zag in Kohlbrugge zijn geestelijke vader. Deze richting noemt Kuyper de mystieke", (blz. 113).
Nu was Kuyper's bedoeling, veldheer als hij was krachtens zijn aanleg, dat Kohlbrugge zijn candidatuur zou steunen en de , .mystieke" kringen bewerken om Kuyper in zijn.streven te steunen.
Toen Kuyper dit Kohlbrugge op de dag van zijn bezoek, 18 mei 1871, voorlegde, , , behoefde deze over het antwoord niet lang na te denken. , , U moet het zelf weten. Ik dank er God voor, dat ik bij de theologie gebleven ben", was zijn wederwoord, na Kuyper's uiteenzetting, (blz. 106).
Dat was voor Kuyper heel erg teleurstellend. Hij heeft dat ook laten blijken. Kohlbrugge schrijft: , , toen hij nu zag, dat hij met mij niet opschoot, heeft hij mij letterlijk gekweld. Ik bleef echter heel kalm en liet mij kwellen", (blz. 112). Kuyper heeft zich hierin zeer zeker niet van zijn beste zijde laten zien. Zijn teleurstelling is begrijpelijk, gegeven het feit, dat hij zijn eventueel gaan naar de Kamer zag als een deel van de opdracht, welke hij zich voor Gods zaak gesteld wist. Niettemin had hij tegenover de zoveel oudere Kohlbrugge op diens weigering anders kunnen en moeten reageren. Hoe dit ook zij, de contacten zijn er niet door verbroken.
(Wordt vervolgd)
1) Dr. K. Groot: Kohlbrugge en Kuyper in hun wederzijds contact. 1956, Bosch en Keuning N.V., Baarn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's