De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrouw en ambt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouw en ambt

9 minuten leestijd

Onder dit opschrift neemt het Hervormd Weekblad, orgaan van de Confessionele Vereniging, een ingezonden stuk op, dat gericht is aan de Generale Synode en klaarblijkelijk ook aan de classes werd gezonden, van H. van Vliet te Kerkrade.

Ter kennisneming nemen wij het in zijn geheel over :

Gaarne voldoen we aan het verzoek van de schrijver, onderstaande brief aan de Generale Synode in ons blad te publiceren.

Ter overweging aangeboden aan de Classicale Vergaderingen.

* Aan de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk, 's Gravenhage.

Met grote bezorgdheid nam ik kennis van de mededeling in „Woord en Dienst" van 15 juni 1957, p. 177, eerste kolom, houdende dat de meerderheid der Commissie ad hoc „adviseert om alle ambten voor de vrouw open te stellen". Waar uw vergadering zich weldra met de aangelegenheid „Vrouw en ambt" zal moeten bezig houden, acht ik mij geroepen, na alles wat ik destijds hierover in , In de Waagschaal" en elders heb geschreven, mij rechtstreeks tot uw vergadering te wenden met de smeekbede, in geen geval te willen overgaan tot het nemen van besluiten, die zouden leiden tot het openstellen der ambten voor de vrouw in het algemeen.

Uw vergadering zal in deze zaak zich dienen te bewegen in de weg van het belijden der Kerk (Kerkorde art. X. 4). Uw besluit zal een belijdenis moeten zijn van de zelfopenbaring van de Drieënige God in overeenstemming met art. X. 1 der Kerkorde.

Waar de Drieënige Zich geopenbaard heeft in Zijn Zoon, Jezus Christus, zal uw besluit een belijden moeten zijn van Jezus als Heer, naar 1 Oor 12 : 3. De Jezus, die door de apostel in deze tekst bedoeld wordt, is de Jezus, zoals de apostelen die prediken. Het is de Jezus Christus, die in het vlees gekomen is, naar 1 Joh. 4 : 2, 3. Dat wil nogmaals zeggen : de Jezus, die wij niet op andere wijze kennen dan uit de prediking van het Nieuwe Testament. Deze Jezus wordt door de Heilige Geest, wanneer deze zijn werking doet ervaren in de Kerk, verheerlijkt. Uw besluit zal dus de Jezus Christus der apostolische prediking als Heer moeten belijden.

Van deze Jezus leren de apostelen, dat het niet zijn wil is, dat vrouwen belast worden met een ambt, waarin zij gezag krijgen over  mannen (1 Tim. 2 : 11) en de andere plaatsen, waarin de apostelen de vrouw vermanen, onderdanig te zijn. Evenzeer leren zij, dat het  de wil des Heren is, dat vrouwen in de samenkomsten der gemeente niet mee moeten praten over wat al dan niet met recht gepredikt is. (1 Cor. 14 : 34-38)

Het is alle gemeenten, en dus ook uw vergadering opgelegd, zich te houden aan de overlevering der apostelen (1 Cor. 11 : 2, 2 Petr. 2 : 21 ; Jud. 3 ; Thess. 2 : 15 ; 2 Thess. 3 : 6) en vele andere plaatsen.

Het apostolisch vermaan in deze zaak kan niet worden beschouwd in het licht van Gal. 3 : 28. Zo min men hieruit kan concluderen, dat dus ook een slaaf door een gemeente kan worden afgevaardigd om de gemeente in het buitenland te vertegenwoordigen of dat dus ook een Griek zou kunnen worden belast met het ouderlingschap in een Aramees sprekende Joods-christelijke gemeente, zo min kan men uit deze tekst concluderen, dat dus ook vrouwen kunnen worden belast met alle ambten. In het ene geval is immers de vrijhheid van de slaaf afwezig, in het andere geval is het niet kennen van de taal en het niet-Jood zijn een belemmering en in het geval der vrouw Is het duidelijk verbod een hinderpaal.

Het is evenmin mogelijk het apostolisch vermaan in deze terzijde te stellen door te zeggen, dat hier een Joodse structuur doorwerkt. De apostelen leggen niet hun structuur op aan de gemeenten. Zij willen immers, dat de gemeenten niet uit de wet zullen leven, niet onder de wet zullen staan, maar ingeplant zullen zijn in Jezus Christus en naar Zijn Beeld zullen worden gevormd door Woord en Geest.

Ook kan men niet stellen, dat het apostolisch vermaan (c.q. dus de Heer zelf) Zich aanpaste aan de „geest des tijds". De geest des tijds eiste de emancipatie der vrouw en gaf haar vérgaande gelijkheid met de man. Zie b.v. Carcopino J., Daily Dife in Ancient Rome, New Haven 1945 p. 76ff; Tarn W. W., Hellenistic Civilisation p. 88ff., Apokrimata, Decisions of Sept.. Severus on legal matters. New York, 1954, p. 64ff; Westermarck E, The origin and development of moral ideas, London 1906 Vol. I p. 652ff ; Seltman Ch. Th., Woman in antiquity, London 1956 passim ; Eestugière A. J., Le monde gréco-romain au temps de notre Seigneur, I, Parijs 1935 p. 128ff; Schubart, Aegypten von Alexander bis Mohammed I., 164ff; Burck E., Die altrömische Familie, in Berve H. (ed.) Das neue Bild der Antike II, Leipzig 1942, p. 37ff ; Cowell F. R., Cicero and the Roman Republic, London 1948 p. 219ff; v. d. Bergh van Eysinga G. A., De wereld van het Nieuwe Testament, Huis ter Heide 1929, p. 24 ; Förster W., Das römische Weltreich zur Zeit der N.T., Hamburg 1956 p. 72). (Dit lijstje kon met allerlei aangevuld worden!)

In de Hellenistische wereld zouden vrouwelijke apostelen en vrouwelijke ouderlingen het bij het progressieve deel der bevolking zeer wel „gedaan" hebben en in sommige streken door iedereen zonder moeite zijn aanvaard. Zeker in Rome, maar niet minder in de Griekse steden en in Egypte.

Dat de Heer Jezus, die wel vrouwen in zijn gevolg had, geen vrouwen als apostel koos, ook niet een vrouw bijzonder heeft geroepen voor de dienst in het heidendom, zoals Paulus, dat de apostelen de plaats en taak der vrouw in de gemeente omschrijven zoals zij dat doen, kan moeilijk anders verklaard worden dan uit een ander en dieper inzicht In de menselijke situatie en uit een andere opvatting van de roeping der vrouw, dan ons mensen in ons redelijk denken van nature eigen is.

Loslaten van de bijbelse kijk op de vrouw i(die haar uitschakeling vraagt bij de bepaling van wat gezaghebbend is in de gemeente en die haar roept om in de onderschikking der gemeente aan Christus haar voorbeeld te zien in de verhouding tot de man), zou geen belijdenis zijn van de zelfopenbaring van de Drieënige. Het zou rusten in de veronderstelling, dat de Heilige Geest niet de vleesgeworden Heer, maar een ideale Christus verheerlijkt. Loslaten van de bijbelse kijk op de vrouw maakt de Kerk schuldig aan de verwaarlozing der apostolische overlevering en maakt, dat de vrouw niet de gelegenheid krijgt het haar toevertrouwde facet van de gestalte van Christus in het leven der gemeente uit te leven. Dit loslaten rust mede in een miskenning van het karakter van Christus' heerschappij in het heden. Hij is nog niet gekomen om te oordelen. Hij richt Zijn Rijk nog niet in heerlijkheid op. Hij is nog steeds onder ons als Eén, die dient. Het beeld Christi, dat in de gemeente gestalte moet krijgen, is het beeld van de Gekruisigde. Het is uw taak, de gemeenten de weg te wijzen naar het openbaar worden van die gestalte. De overwinnende Christus overwint op andere wijze dan door de schijnbare terzijdestelling van mannelijke vooroordelen in de openstelling der ambten. Hij overwint de duisternis van ons natuurlijk denken in de overgave aan Zijn wil.

Dit alles betekent niet, dat uw vergadering zich zal mogen leerleggen bij de huidige situatie, waarin de vrouwelijke bijdrage tot de opbouw der gemeente weinig tot haar recht kan komen. Het lijkt mij op de weg der kerk te liggen, om :

a. De mogelijkheid te openen voor een volwaardig apostolaat en pastoraat onder vrouwen en meisjes en aan daartoe geroepen vrouwen de bevoegdheid tot bediening van Woord en Sacrament toe te kennen. Deze vrouwen zouden in de bredere kerkelijke vergaderingen met een adviserende stem kunnen worden toegelaten.

b. Weduwen té roepen tot een soort „oudsten" ambt, uit te oefenen in de herderlijke zorg voor vrouwen en meisjes en tot een diaconaat onder vrouwen en meisjes.

In de vergaderingen der Kerkeraden zouden zij kunnen worden toegelaten met adviserende stem. Het uitoefenen van ambt of charisma behoeft immers niet verbonden te zijn aan de uitoefening van het regeerambt.

c. Aan bepaalde uitzonderlijk begaafde vrouwen (ter erkenning van de vrijheid der profetie) het recht te geven als niet aan een gemeente verbonden evangelisten de Kerk in haar geheel te dienen. (Een en ander zó te regelen, dat 1 Cor. 14 : 34-38 niet in het gedrang komt).

Het kan u bekend zijn, dat naar mijn mening de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift een vergaande wijziging vraagt van de structuur van de gemeentesamenkomst in het algemeen. Niet alleen de vrouwelijke bijdrage moet tot haar recht komen, maar al de charismata moeten in de gemeente kunnen functioneren. De gemeente kan ook pas recht voldoen aan het gebod uit 1 Cor. 14 : 1 en dus pas eerst recht als samenstel van leden van het lichaam van Christus functioneren, als voor de werking der gaven in de gemeentesamenkomst ruimte is gemaakt. Maar, hangende deze noodzakelijke wijzigingen, zouden maatregelen, als hierboven aangegeven, ruimte scheppen voor het functioneren der vrouwelijke bijdrage in het algemeen en voor het aan vrouwen geschonken of te schenken charisma in het bijzonder, zonder dat de gehoorzaamheid aan het apostolisch vermaan en de verbondenheid met de vleesgeworden Heer in het gedrang komt of het gevaar ontstaat van beïnvloeding door verkeerde geesten.

Zeer hoop ik, dat u mij dit vrijmoedig schrijven ten goede zult houden. Door de vereiste kortheid klinkt het hier en daar wat apodictisch. Maar ik achtte mij niet verantwoord, als ik niet nog eens een poging gedaan had een andere weg te wijzen dan uw Commissie in meerderheid voorstelt. Uw aller ijver voor de Heer is buiten twijfel. Maar in deze ijver kan verloochening van menselijk inzicht, afwijzing van vreemde geest, gehoorzaamheid aan de vleesgeworden Heiland niet worden gemist. De gevaren, die voor onze Kerk dreigen bij aanneming van de voorstellen uwer Commissie, benauwen mij zeer. En zonder twijfel ook vele anderen, die met u meeleven in uw pogen het Nederlandse volk weer te leiden op de wegen des Heren, maar die het niet kunnen nalaten te denken, dat menselijk vlees en vreemde geest soms een gevaarlijke invloed op uw beleid uitoefenen.

Moge de Geest der profetie, die de Geest van Jezus is, u in alle dingen leiden.

Gedurig in al uw arbeid de Heiland bevolen, de uwe in Christo,

w.g. H. van Vliet.

Kerkrade, 16 juni 19S7.

Naschrift. Over het laatste gedeelte, aangaande de mogelijkheden om de dienst der vrouw in de gemeente te regelen, hebben wij ook onze gedachten, die wel wat anders zijn dan wat hier wordt voorgesteld.

Wij hopen onze lezers daarover in te lichten.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vrouw en ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's