De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theodorus van der Groe 4

Bekijk het origineel

Theodorus van der Groe 4

10 minuten leestijd

Ten besluite over deze auteur iets over zijn Biddagspreken. Gedurig komen we die tegen op de boekenmarkt in verscheidene uitgaven en samenstellingen. We nemen voor ons de bundel Verzameling van 16 biddagspredicatiën. Utrecht 1787. Wie de aangekondigde teksten doorneemt, ziet meteen, dat daarin twee zeer nauw samenhangende zaken in het middelpunt staan : boete en bekering. De boeteprediking der profeten komt tot nieuw leven, al weet Van der Groe, dat zijn tijd liever van vrede, vrede hoort, al is er geen vrede. Uit Jeremia 22, 29, 33 komen tot ons de harde bedreigingen, dat het land des Heren Woord heeft te horen, ondanks de , , geest eens diepen slaaps", die blijkt uitgestort. Als men niet hoort, zal het er toe komen dat de Here dit ondankbaar land verlaten zal. (Vgl. Van Lodenstein).

Als Van der Groe de kwaal nader openlegt, is het om met Haggaï te zeggen, dat ieder hard loopt, terwijl het huis van God verwoest ligt. En met Amos ziet hij de korf zomervruchten, die bezegelen, dat het einde is gekomen over het volk Israël.

Als Van der Groe daartegenover de bekering predikt, kiest hij vooral Nieuwtestamentische teksten. Hij wist inderdaad wel, wat het Evangelie was, al scheidde hij het niet zó grondig van de Wet. Uit Openbaring 3 troost hij hen, die de lijdzaamheid der heiligen bewaard hebben. De Here zal hen bewaren in de verzoeking, die over de wereld komt. Hij wekt met Lucas 12 op, dat de lendenen zullen omgord zijn en de lampen brandend, wanneer de bruidegom komt. En de , , Hizkia's" zuilen weten, dat God zich erbarmt, als het hart voor Hem is versmolten. 

We geven nu eerst een overzicht over de preek over Amos 8 : 1 en 2. Als Amos daar (mogelijk in z'n eigen kleine vijgenboomgaard) met een korf vruchten bezig is, vraagt de Here hem, wat hij daar heeft. Amos antwoordt: een korf zomer- (herfst-) vruchten. Dan antwoordt de Here: de herfst, het einde komt ook over Mijn volk Israël.

Van der Groe geeft van deze tekst een goede en bondige uitleg. Hij haalt enkele kerkvaders en hun exegese aan; die waren hem blijkbaar vertrouwd. Reeds in de uitleg klinkt het door, dat de Geest van land en kerk is geweken. Daardoor komt er blijkbaar die grote moedeloosheid over de prediker, waarvan wij al eerder spraken en die bewerkt, dat alles bij hem sterk negatief en afbrekend is, al heeft hij stellig goed geweten, dat men uit de afbraak niet leven kan. Het einde komt en de prediker verwijst naar de 9 kenmerken daarvan, die hij in een andere preek gaf. Daar is de ergste van: een dodelijk misbruik van Gods verdraagzaamheid. Men slaapt en sust maar en toch zal, na 1000 kleine oordelen, het grote laatste oordeel komen.

Deze uitleg kan enkel geprezen worden. De tekst is geen gangmaker voor een, er vrij los van staande toepassing, maar ze is er ondergrond en inhoud van. De bondige uitleg van de tekst is klassiek gereformeerd; de talenkennis is behoorlijk; er is een neiging tot uitvoerigheid en schematisme, die soms wat Coccejaans aandoen.

Dan komt de toepassing, die, na 11 blz. preek 6 blz. vult. Nederland wordt hier aangesproken. De Here bond dit woord aan de prediker bijzonder op het hart en al is hij geen Amos, dan toch wel een gewoon gezant. Heel de tekst wordt op Nederland toegepast. Hoeveel kwade vruchten worden verzameld uit een toch goede wijnstok, die een planting van Gods hand is! Al vele generaties van getrouwe leraars hebben gewaarschuwd en heeft men wel anders gedaan, dan er wat om lachen? Ondanks plagen en rampen, geen verootmoediging, , Maar het oordeel komt. De Here heeft dat aan verschillende van Zijn kinderen, die gemeenzaam met Hem verkeren, klaar geopenbaard. Het hele land zal onder een onchristelijke overheid komen; het zal tot ballingschap komen en de Here neemt geen voorbede meer aan. Er zijn (haast) geen ware kinderen Gods, er is geen Geesteswerk meer. De bevindelijke geestelijke leer van rechtvaardigmaking, geestelijke onmacht, doemwaardigheid en oprecht geloof is weg. Men praat wel van vele bekeringen (de Nijkerkse beweging enz, ), maar wat zou dat kunnen zijn?

Maar gelukkig, de kinderen Gods, die de Here verwachten, ook in de weg der gerichten ; die alles in Gods hand geven in een overgave op genade en ongenade. Zalig, die de Here al meer losmaakt van de aarde, zodat ze naar de hemel verlangen, alleen met Christus tevreden. Zij zullen hun ziel als een buit wegdragen, mogelijk al afgelost, eer de grote kwade dag komt. Een stichtelijk rijmpje maakt het besluit.

Als we deze preek hadden, zonder titelblad en we moesten naar de auteur raden, dan zou er alle kans zijn, dat de naam van Schortinghuis er op zou worden geschreven. We voelen, hoe beider negatieve ervaringen tot een sterk negatief preken voert.

Maar heeft Van der Groe niet vergeten, dat hij niet uit de Wet preekte, maar uit de profetie, van waaruit inderdaad de Wet onderstreept wordt, maar opdat ze een tuchtmeester tot Christus zij ? Als we vragen, welke plaats de Here Christus inneemt in deze preek, die een van Zijn gezanten hield, met toch geen mogelijk ander doel, dan om land en kerk te smeken, zich toch door Hem met God te laten verzoenen, dan blijkt ons, dat de Here Christus in deze preek nauwelijks een plaats heeft. Had Van der Groe dan wel reden om te klagen, wanneer deze en dergelijke preken geen vrucht droegen? Hier wordt inderdaad de Wet gepredikt, radicaal en principieel, maar komt niet Mozes meer in zijn gezicht dan de Here Christus?

Wanneer we die ene passage, waar de Here Christus genoemd wordt, er uit lichtten, zou de preek ook wel door een rabbijn kunnen zijn gehouden. Is dat door Van der Groe bedoeld en gewenst? Ons dunkt van neen, maar het komt er toch wel toe.

Deze preek stelt toch wel zeer teleur. Van der Groe zag de ondergang komen. Zijn geestverwanten hebben in 1795, toen de Fransen kwamen, kunnen zeggen: zie, daar hebt ge, wat de ziener van Kralingen voorzei. We kunnen zo ook wel verstaan, dat juist ook in de jaren 1940-1945 verschillende liefhebbers van Van der Groe in de Duitse overheerser erg gemakkelijk een macht zagen, waaronder wij allen maar hadden te bukken. Dat zal in de jaren rondom 1795 wel evenzo zijn gebeurd,

Maar mocht Van der Groe over Amos 8 zo preken als hij deed? Het einde (oordeel) is inderdaad over Israël gekomen. Maar is het daarmee definitief vergaan ? Immers neen: in 't oordeel heeft de Here nóg weer aan de ontferming gedacht en al is die onvruchtbare boom dan bij de wortel afgeknapt: er is nog weer een rijsje ontsproten aan die afgehouwen tronk. En dat rijsje is gaan groeien en is een boom geworden en het heeft vruchten gedragen, vrucht der verzoening en des vredes.

Wat jammer dan dat Van der Groe zijn tekst niet , , keihard" preekte en de boom van 's mensen verwachtingen bij de grond afkapte. Maar om dan z'n tekst toch weer te verbinden met b.v. Jesaja 11 (een rijsje uit de tronk van Isai), met Romeinen 11 (oude takken afgekapt, nieuwe loten geënt) en Johannes 15: vruchtdragen door dat geënt zijn op de Stam Christus. Dat mocht verwacht worden ook en juist van de boetgezant, die ambassadeur van Christus is. Dat had de prediking der Wet niet geschaad of afgestompt, want het blijft, naar de mens gesproken, een hard ding, door genade te moeten en te mogen zalig worden.

Het Evangelie moet inderdaad niet vóór de Wet gaan. Maar wee ons, wanneer de Wet geheel en al los van het Evangelie wordt verkondigd !

Van der Groe heeft stellig Comrie ge­lezen en gewaardeerd. Trof hem nooit dat woord uit Comrie's Catechismusuitleg, dat de prediking van Christus' liefde hem toch vruchtbaarder bleek dan de hardste strafste wetsprediking ?

Ons komt hier een beeld voor de geest. Het beeld van Jona, de principiële wets- en oordeelsprediker. Die leren moest, dat God 1000 maal trager is tot toorn, dan Jona verwachtte. Dat Ninevé leven bleef, kan toch alleen het gevolg zijn van Gods , , berouw", d.w.z. van het intreden van Christus, die aannam alles te dragen, opdat er voor goddelozen en hopelozen nog ontkoming zou zijn, in Hem.

We vinden iets en veel van die Jona in Van der Groe terug, zoals we er niet weinig van in Schortinghuis konden aantreffen.

, We begrijpen, dat hij op het gedreigde einde is gaan wachten, zoals Jona dat eertijds deed. Dat verklaart ons het anders diep verontrustende, dat het zendingsmotief bij hem zo te kort komt. De ware kinderen Gods ontvangen van hem de verzekering, dat zij het in alle geval goed zullen hebben. Willen Gods echte kinderen dat? Heeft de Here Christus, die het zo bitter kwaad had, dat gewild ? Heeft Abraham zo gedaan, als de Here hem het einde van Sodom aankondigt en heeft Mozes niet, met de inzet van eigen leven, zich in de bres geworpen voor een ten dode gedoemd Israël ? Mozes heeft het ., goed" gehad, juist toen en daar, maar wat heeft hij het er, naar de mens gesproken, juist kwaad mee gehad!

Zo dunkt ons, dat Van der Groe de kinderen Gods een weg wijst, die niet uitnemender is dan die Mozes ging. We merken in zijn preek de zo begrijpelijke zuiging van kerk en wereld wèg naar het conventikel toe. In de kerk en de wereld is het toch maar strijd en moeite; laten we rust zoeken en zielevoedsel in de stille beslotenheid van het conventikel ! We zwijgen nu over de vele twisten, juist in die zich terugtrekkende conventikels opgekomen, zo vaak over de vraag, wie toch de meeste, de diepstingeleide mocht zijn. Het conventikel heeft nochtans onmiskenbare verdiensten ; daar doorheen is de Nadere Refor­matie heengegaan tot een nieuw ontwaken in de 19e eeuw. Let wel : er doorheen gegaan. Het conventikel heeft zeer weinig getild aan de vragen, die kerk en staat stellen: daar kan het tenslotte niet bij blijven ! We merken met zórg op, dat kerk en staat bij hem ook geen functie meer hebben, dat ze door hem verlaten worden, omdat hij meende, dat de Here God ze verlaten had. En het is toch gebleken, niet zo te zijn.

Als we naast deze oudtestamentische preek een nieuwtestamentische leggen, b.v. de genoemde over Lucas 12:22, moeten we erkennen, dat het Evangelie hier breder plaats heeft dan in de genoemde oudtestamentische plaatsen.

Toch komt ook daar o.i. het negatieve veel sterker naar voren dan het positieve, zodat de bezwaren, die we boven noemden, niet voldoende worden weerlegd. Samenvattend moet ons oordeel wel luiden als bij Schortinghuis, dat de moeilijke omstandigheden, waarin Van der Groe verkeerde, hem ertoe brachten, de moed te verliezen, en de deuren der beloften te sluiten, nog voor het werkelijk één seconde voor 12 was. We moeten nog weer eens zeggen: de Erskines, wier preken hij inleidde, deden zo niet. Wél hen ! Maar waarom deed Van der Groe dat niet zoals zij ?

Met deze laatste grotere figuren uit de geschiedenis van de Nadere Reformatie besluiten we dan de bescheiden reeks van kleine schetsen, die we van hen gaven. Er is nog wat meer van te zeggen en dat zal D.V, ook nog gezegd worden, hier of elders. Er zijn nog tal van belangwekkende kleinere figuren, die een bespreking zeer waard zijn en die we nog eens ter sprake hopen te brengen.

Een hele reeks lezers en lezeressen gaf per brief blijken van waardering. Dat was de auteur een aansporing, om voort te gaan. Maar hïj moet ten besluite toch nog zeggen : hij bedoelde niet, u enkele korte ogenblikken bezig te houden, opdat het gemak u dienen zou. Hij bedoelde, dat u de door hem ingeleide auteurs zo mogelijk lezen zoudt. Hij besluit nu. Gaat u nu beginnen ?

v. d. L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Theodorus van der Groe 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's