De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderling verkeer der predikanten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderling verkeer der predikanten

8 minuten leestijd

Reeds enige tijd is in de kerk het gesprek gaande over de zorg, de geestelijke zorg, over de predikanten. Er is over gedacht om in elke classis een bepaalde figuur te maken tot een herder over de herders. In sommige classes zitten bijna uitsluitend jonge predikanten en niet elke oudere predikant heeft dat overwicht, dat nodig is om de collega's te leiden. Ook moet men zeker kunnen zijn, dat de belangen en de in persoonlijk gesprek toevertrouwde dingen veilig zijn bij zo'n pastor pastorum. Dit is alles nog maar in gesprek en het is lang niet zeker dat daar iets van komt. Een presbyteriale kerkopvatting vraagt ook niet naar zo'n ietwat bisschoppelijke figuur van de pastor pastorum. Die zoekt het meer in de zorg, die elke predikant voor elke predikant heeft.

In de verschillende kringen in de kerk zal het onderling verkeer van de predikanten ook wel weer een eigen kleur en eigen nuances hebben. Dit artikel wil de onderlinge verhoudingen van de Hervormd Gereformeerde predikanten in het oog vatten.

Het kennen van elkander en het omgaan met elkander is in deze kring intenser dan bij de anderen. Geografisch ligt de vrijzinnigheid nogal verspreid over ons land, met een nadruk op Noord en Zuid. De middengroep van de kerk ligt over het hele land. De Gereformeerde Bond is hoofdzakelijk te vinden in de middenmoot van ons land. In Zuid-Holland, het Gooi, Utrecht, de Veluwe, stukken van de Betuwe en van Overijssel liggen deze gemeenten. Dan nog lopen de Hervormd Gereformeerde plaatsen door naar Noord- en West Noord-Brabant, met een uitloper naar Zeeland in het Thoolse land. In het geheel gezien dus een tamelijk aaneengesloten stuk van de kerk.

De algemene toestand van de Hervormde kerk en de afgekeerdheid van de afgescheiden Gereformeerden van de Hervormde Kerk maakten de Hervormd Gerefornieerden in de laatste tientallen van jaren tot een aaneengesloten geheel, meer dan het al ooit was. In de kerkelijke vergaderingen was men op elkaar aangewezen en in de groepsbijeenkomsten als Zendingsdagen, contio's. Bondsvergaderingen ontmoette men elkander vrij regelmatig. Zo is een situatie ontstaan, dat in de kring van Hervormd Gereformeerde predikanten ieder ieder kent en dat men veel met elkander omgaat.

Over deze omgang nu wilde ik enkele dingen opmerken.

Vooreerst iets over de stijl van die omgang. In het boekje dat prof. dr. H. Visscher over ethiek heeft geschreven handelt hij o.a. over het gezellig verkeer (gezellig niet in de zin van aangename verpozing, maar in de zin van het op elkander aangewezen en afgestemd zijn het bij elkaar passen door aard, door stand, door ontwikkelingspeil). Hij ontwikkelt zijn gedachten van uit de scheppingsordinantie Gods. Inderdaad heeft God levenskringen gesteld, die wij niet negeren kunnen. Onze Hervormd Gereformeerde predikantenkring vertoont sociologisch een tamelijk uniform beeld. Enkele predikanten komen uit de bovenlaag van de bevolking, enkele uit arbeiderskringen, verreweg het merendeel uit de middenklasse der bevolking : verscheidene predikantszonen, sommige uit leraars- en onderwijzersgezinnen en heel veel boerenzoons. Dit sociologisch milieu maakt de onderlinge entree eenvoudig, maar bepaalt ook voor een goed deel de omgangsstijl. De universitaire opleiding en het verkeer in het studentenleven, gedurende de vijf of zes jaar, grijpen niet zo diep in in de ziel, dat er een grondige wijziging intreedt. De levenssfeer van thuis handhaaft zich ook in de pastorie. Op zichzelf is dat geen bezwaar. Eenvoud is altijd een sieraad en in het leven van de predikanten is het dat zeker. Bovendien is innerlijke beschaving niet aan een bepaalde bevolkingsklasse gebonden. Juist onder boerenbevolking is zulk een innerlijke beschaving geen zeldzaam voorkomend goed. En als Nederlanders moeten wij het ons, bij het veranderende, meer industrialiserende cultuurbeeld van ons volk, wel bewust blijven, dat wij naar oorsprong een boerennatie zijn. En in de arbeidende kringen is de levensbeschaving in de loop van deze eeuw hand in hand voortgeschreden met de verhoging van het onderwijs- en ontwikkelingspeil.

Waar ik speciaal op wijzen wil is de invloed, die er op de gezinnen is uitgegaan van een leven bij de Schrift en bij de belijdenis en bij de liturgische geschriften. Het behoeft geen betoog, dat de Hervormd Gereformeerden in alle bevolkingslagen daar op intense wijze bij geleefd hebben. Dit gaf niet alleen een Calvinistische levensbeschouwing, maar bracht ook met zich een bepaalde innerlijke beschaving naar Calvinistische geest.

Naar die geest moet dan ook het onderling verkeer zijn van onze predikanten. Het Calvinisme is altijd gekenmerkt geweest door goede ontwikkeling en beschaafde toon. In ontwikkeling heeft het Calvinisme onder de protestantse groepen dunkt mij wel een eerste plaats ingenomen. De Gereformeerde religie doet dat door haar diepte en veelzijdigheid nog. Als Gereformeerd-gezinde predikanten zijn wij toch wel aan ons beginsel verplicht deze veelzijdige belangstelling aan de dag te leggen, om vanuit ons beginsel alle terreinen des levens te, overzien en om het licht van dat beginsel over die terreinen te laten schijnen. Hieraan mankeert bij ons, als Hervormd Gereformeerde predikanten, nogal wat. Wij zoeken het veeleer in een zekere doperse teruggetrokkenheid op een besloten leven der ziel. De mannen, die onder ons hun belangstelling aan de dag leggen voor dingen, die hier buiten liggen, worden zo gemakkelijk voor wereldse mensen, misschien zelfs voor lichtmissen gehouden. Dit moest nu juist in onze kringen zo niet zijn. Wij moesten ons veeleer verheugen, als verscheidenheid van gaven zich onder ons openbaart. En wij moesten het veeleer stimuleren, dat onze predikanten en onze studerende kinderen, met volledig behoud van hun beginsel, dit beginsel zoeken door te voeren op andere terreinen dan het speciaal kerkelijke. En wij moesten in onze conversatie veelmeer die terreinen, die wetenschappen, die gaven Gods betrekken.

Ik zeide dat het Calvinisme gekenmerkt is door beschaafde toon. De geschreven stukken van de Hervormer zelf en van zijn grote volgelingen zijn er om het te bewijzen. Zo hoog hebben zij de mens als schepsel Gods leren waarderen en zo dicht hebben zij bij het altijd in waardige toon sprekende woord Gods geleefd, dat zij in het onderling verkeer daarvan de invloed hebben ondergaan. Dit behoort onder hen, die zich de zonen van het Calvinisme rekenen te zijn, ook alzo te zijn. Het is niet tot onze eer als er een platvloerse omgangstoon gevoerd wordt. De predikantenstand (ook de Gereformeerden onder hen) is er de laatste tientallen van jaren niet op vooruit gegaan. Men is zo gaan missen de goede omgangstoon, die de vorige predikanten geslachten gesierd heeft. Zij is zo alledaags geworden, soms zeer grof geworden.

In de predikantenwereld dekt men niet meer elkanders gezag, zoekt men niet meer elkanders eer en goede naam hoog te houden. Men moge dan zeggen, dat de theologische en religieuze vervlakking het nauwelijks meer mogelijk maakt dat te doen, maar in de kringen waar men eenzelfde geloof belijdt, is dit toch wel zeker geboden. Onder Gereformeerd denkende collega's moet het toch geen zware last zijn, om de anderen uitnemender te achten dan zichzelven. Dit is wel het eerste wat genade leert. Wat een vrede geeft het, als men onderling de veelvormige gaven en genade Gods ziet en erkent, 'k Heb wel eens collega's horen zeggen : , , De dominee's wereld is net een kruideniersbedrijf", en , , de Gereformeerde dominee's wereld moest de beste zijn zijn en ze is de slechtste". Ik weet niet of dit juist gezien is, maar als dat waar is, is het toch wel heel erg. Als zo de herders met elkander omgaan, wat zal dan de kudde doen ? Waar toch het belijden zuiver is, daar moet men over elkander oordelen met een oordeel der liefde. Het is zo'n schadelijk ding voor de kerk, als men van meet af begint met elkanders genadestaat te betwijfelen. En als men daaraan zou moeten twijfelen, dan legt men zo weinig medelijden aan de dag. Het is zo'n schadelijk ding voor de kerk, als predikanten altijd maar het oor lenen aan de klachten, die malcontenten uit een anders gemeente menen te moeten uiten.. Is het dan zo erg om, ten bate van een gegispte collega uit de andere gemeente, dan maar niet gehouden te worden voor een der weinige getrouwe leraren, die dan nog oor hebben voor , , Sion's" klachten ? De Dordtse kerkenorde laat niet zo gemakkelijk toe, om zich met een anders wijngaard te bemoeien.

Ik keer terug tot de beginalinea van dit artikel, over de zorg, de geestelijke zorg van de predikanten. Naar presbyteriale kerkopvatting moet elk predikant zorg hebben voor elk predikant. Als elk in zijn naaste omgeving nu eens begon met zijn gaven en talenten aan te wenden tot nut en tot zaligheid van de ander, dan zou er al veel gewonnen zijn. Dan zal men elkander moeten opvangen en dragen in zijn zonden en zwakheden, zoals broeders naar den vlese dat doen. En dan zal ook in de genade degene, die heeft, zoeken mede te delen hem, die niet heeft. Wat wordt er toch weinig onder ons onderling, in de pastorieën, onderweg op reis, in vergaderingen, gesproken over de rijkdom der genade, die in Christus Jezus is. En wat zijn wij weinig uitdelers, onderlinge uitdelers van die rijkdommen der genade. Op zijn best leeft onder ons de gedachte: , , als wij het zelf maar hebben!"

De tekst uit Psalm 133 : „Zie hoe goed en hoe lieflijk is het, dat broeders ook te samen wonen, " staat in verband met Aaron's huis, men zou kunnen zeggen, met het geslacht der predikanten. „Het is gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op de baard, de baard Aarons, die nederdaalt tot op de zoom zijner klederen. Het is gelijk de dauw Hermons, en die nederdaalt op de bergen Sions j want de Heere gebiedt aldaar de zegen en 't leven tot in der eeuwigheid".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Onderling verkeer der predikanten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's