De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Korte berichten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Korte berichten

9 minuten leestijd

Viijzinnig en rechtzinnig in Delft.

Het gesprek tussen vrijzinnig en rechtzinnig in Delft is begonnen in 1941. Tengevolge van de tijdsomstandigheden moest dit gesprek na enige tijd worden afgebroken. Na de oorlog is door de Algemene Kerkeraad van Delft en de werkgroep Gemeente-opbouw van de Classis Den Haag er op aangedrongen dit gesprek te hervatten. Dit geschiedde in 1948. Na verschillende gespreksavonden dienden 11 gemeenteleden die aan het gesprek hadden deelgenomen in 1952 een gemeenschappelijke verklaring over het Woord Gods, over Jezus, de verzoening, de opstanding en de H. Geest bij de kerkeraad in. Vergezeld van een voorstel werd in 1954 met grote meerderheid verworpen. In 1954 en begin 1955 wilde 't gesprek niet erg vlotten. Na een correspondentie in 1955 richtte het bestuur van de ver. van vrijz. herv. in 1956 zich opnieuw tot het college van kerkvisitatoren. De kerkeraad deelde mee dat een oplossing in de zin van overgangsbepaling 235 niet zo spoedig was te verwachten. In 1957 kwam het bericht van kerkvisitatorenprovinciaal dat de procedure van art. 235 voorshands niet zal leiden tot een bevredigend resultaat. De Visitatoren-generaal hebben in juli 1957 een onderhoud gehad met het bestuur van de vrijz. herv. In september van dit jaar ontvingen de Visitatoren-generaal een afvaardiging uit de centrale kerkeraad van Delft.

Thans zal, zo deelt ds. W. H. Beekenkamp in de Delftse Kerkbode mede, na een overzicht te hebben gegeven van de vanaf 1941 gevoerde gesprekken, op 24 oktober de centrale kerkeraad van Delft de visitatoren-generaal ontvangen.

In de Waagschaal (28 september 1957). W. J. V. d. Waal c.s.: Vicaris waarheen ?

Sedert enige jaren wandelt er een wat zonderlinge figuur door onze kerkelijke dreven. Hij heet vicaris, d.w.z. echt vicaris, geen leervicaris. Zijn naam wordt steeds bekender, al zijn er nog wel gemeenteleden, die op het eerste gehoor aan een roomskatholieke hoogwaardigheidsbekleder denken. Hij lijkt overigens nergens minder op.

Maar goed, wie en wat is hij eigenlijk wel ? De kerkorde vertelt ons enkele merkwaardige feiten over heni. Als hij mannelijk is, dan is hij candidaat tot de Heilige Dienst. Is „hij" vrouwelijk, dan is „hij" theologisch candidaat. Maar hierover mag niemand vallen, want dat hoort tot een ander probleem en daar gaat men in de classicale vergaderingen weer over denken.

Hij heeft inderdaad enige bevoegdheden. Hij is bevoegd, zegt diezelfde kerkorde, tot de verkondiging des Woords, (dit in onderscheid (wel te verstaan) met andere kerkelijke krachten die verondersteld worden het Evangelie te prediken, of soms te verkondigen), want hij is proponent (voorzover het werkelijk een „hij" is). Toch is hij niet bevoegd tot de bediening van de sacramenten ; want die vormen een hoofdstuk op zichzelf en horen bij een hogere wijding.

Hij mag wel een huwelijk bevestigen en inzegenen. Hij zegt dan : verbinde u en zegene u, want ons zou in dit verband verwarring wekken. Maar voor een gewone kerkdienst is hij aangewezen op een wat schrale orde van dienst (Dlenstboek blz. 43), waarin een genadeverkondiging geen plaats mag hebben en de zegen is vervangen door een zegenbede (ons in plaats van U). Merkwaardig in dit verband is ook dat de bevestiging van nieuwe lidmaten hem ontzegd blijft. Is dit dan in onderscheid van de huwelijksbevestiging en inzegening wel of bijna een sacrament ?

Tenslotte mag hij - behalve de ambtelijke werkzaamheden van herderlijke zorg, catechese, jeugdwerk en arbeid onder de buitenkerkelijken - de kerkeraadsvergaderingen voorzitten. Maar als hij een stem uitbrengt is die slechts adviserend. Ook de handoplegging bij een bevestiging is hem niet toegestaan, terwijl het dienstboek geen enkel formulier bevat tot bevestiging van een vicaris.

Conclusie : geen ambt en geen bediening. Geen vlees en geen vis. Alleen maar een vraagstuk. Een zonderlinge figuur. Een figuur die vragen oproept. Bijvoorbeeld de vraag : Wat is eigenlijk het ambt? De verkondiging des Woords is niet exclusief aan het ambt voorbehouden, -want dat mag de vicaris ook. Maar de bediening der sacramenten wel, want dat mag de vicaris niet. In zekere zin is het dus de sacramentsbediening die het ambt afgrenst... En wat is eigenlijk de zegen ? Het maakt dus kennelijk verschil of men die zegen aan twee mensen (in casu het bruidspaar) doorgeeft, of aan een hele gemeente. Of is de huwelijksinzegening principieel iets anders dan de zegen aan 't einde van de dienst ? Tot zover de kerkorde.

(Overgenomen uit Persbureau der Ned. Herv. Kerk d.d. 5 oktober 1957).

LEEUWARDER COURANT (30 sept. 1957)

Abraham Kuyper zal niet vermoed hebben welke de gevolgen van zijn daad zouden zijn, toen hij in 1903 de Engelsman Rendel Harris tot theologisch hoogleraar in Leiden deed benoemen. Hij wilde de zeer radicale en eerst onlangs gestorven G. A. van den Bergh van Eysinga, die volgens ieder deskun-dige voor deze post in aanmerking kwam, passeren, maar kon dat niet doen door een ander Nederlander te benoemen. Nu was Rendel Harris niet alleen een Quaker, maar ook een groot geleerde ; bovendien stonden de Quakers hier toen in een goed blaadje, omdat zij zich tegen de Britse handelwijze in de Boerenoorlog verzet hadden.

Rendel Harris kon de benoeming niet aannemen. Hij was juist op het allernauwst betrokken bij de opbouw van het Quakercentrum Woodbrooke bij Birmingham. In dit dorpje was, vooral door toedoen van de chocoladefabrikant Cadbury, een groots complex tot stand gekomen, dat het midden hield tussen een school en een conferentieoord. (De bekende Kees Boeke is later met een dochter van deze Cadbury getrouwd en daardoor werd het Quakerwerk ook langs andere lijnen naar Nederland gebracht). De weigering van Rendel Harris veroorzaakte onder de studenten zulk een teleurstelling, dat hij meende goed te doen door velen van hen een poos naar Woodbrooke uit te nodigen.

.Al degenen, die nog altijd menen dat de grote en beslissende dingen in de wereld door de kwantiteit, door grote menigten en machtsformaties tot stand komen, kan men aanraden zich in de geschiedenis der Quakers te verdiepen. Deze in de 17de eeuw ontstane groepering is altijd betrekkelijk klein gebleven, maar heeft zoveel gedaan voor de bevordering van de verdraagzaamheid, de versterking van de vredesgedachte, de afschaffing van de slavernij en de bestrijding van het kolonialisme, dat vele grote kerkgenootschappen reden hebben zich in vergelijking daarmee te schamen. Inderdaad, de Quakers waren mensen van „de stille tijd", maar zelden zal men werkers aantreffen, die zozeer de evangelische solidariteit in practijk hebben gebracht als deze luisteraars.

Er zijn in het begin van deze eeuw heel wat jonge Nederlanders naar Woodbrooke getrokken en geen enkele van hen is er onberoerd vandaan gekomen. Het zaad heeft meer wasdom gekregen dan iemand ooit verwacht zou hebben. Men behoeft maar namen te noemen als die van W. A. Visser 't Hooft, de secretaris van de Wereldraad van Kerken, van S. C. van Randwijk, de latere zendingsconsul in Djakarta, van Marie van Voorst van Beesd, de leidster van de zondagsschoolbeweging, van Ada van der Poorten Schwartz, de stichtster van het Maarten Maartenshuis in Doorn, van Jacob Kramer, de commissaris van de Koningin in Drente, om daarvan ten voUe overtuigd te worden.

Wie in Woodbrooke kwam, behoefde nog niet „bekeerd" te worden, om toch door een nieuwe gedachtenwereld krachtig aangedaan te worden. Wanneer tegenwoordig telkens over sociaal of maatschappelijk werk wordt gesproken, over vorming buiten schoolverband, over kadervorming of retraite, dan gaat heel veel daarvan terug op de in dit kleine Woodbrooke ontvangen inspiraties. Theologische hoogleraren als Th. G. Haitjema en W. C. van Unnik zouden zeer waarschijnlijk andere figuren zijn geweest, wanneer zij niet ook de overzeese pelgrimstocht hadden gemaakt.

De lange lijst van door Woodbrooke geïnspireerde hoogleraren nagaande, staat men ongetwijfeld wat langer stil bij de naam van Karel Hendrik Roessingh, de jonggestorven voorganger, die men wel de bezieler van de Barchembeweging en van de Vereniging van Woodbrookers in Nederland kan noemen. Zonder hem zou Willem Banning ook niet met de Arbei­ dersgemeenschap der Woodbrookers zijn begonnen. Hoe sterk en menigvuldig zijn ook de draden die uit deze kringen vandaan naar de Volkshogeschoolbeweging leiden!

Wanneer de Hervormde Kerk thans op verschillende plaatsen haar vormingscentra heeft of opricht, gaat dat niet buiten Woodbrooke om.

SCHIET EENS UIT UW SLOF !

„Talloze mensen worden het slachtoffer van deze twee gaven : een goede gezondheid en veel vrije tijd".

Dit oude oosterse spreekwoord is tot op zekere hoogte ook van toepassing op de duizenden jonge mannen in de militaire dienst. De vloot- en legerpredikanten, de bonden voor de prot. militaire tehuizen in Nederland en overzee, en andere organisaties op dit terrein, werken samen in het Protestants Interkerkelijk Thuisfront (P.I.T.) om de militairen, naast geestelijke verzorging, ook goede ontspannings- en ontwikkelings-mogelijkheden te bieden.

De vloot- en legerpredikanten spreken met de mannen, geven steun en raad waar mogelijk; delen bijbels en lectuur uit, enz. In de 54 prot. militaire tehuizen van de Kon. Ned. Mil. Bond Pro Rege vinden de mannen in uniform in Nederland een gezellig thuis. De militairen overzee bezoeken in grote getale de 6 prot. militaire tehuizen van de Chr. Militairen Bond voor Oost en West. (Ned. N. Guinea, de Ned. Antillen, Suriname en Curasao).

Ruim 1700 militairen overzee krijgen van het P.I.T. een waardevol kerstpakket, als een tastbaar bewijs, dat het thuisfront hen niet vergeet.

Om al dit, zich uitbreidende, werk te kunnen blijven steunen doet het Protestants Interkerkelijk Thuisfront (P.I.T.) weer een beroep op ons volk, in de week van 14 tot en met 19 oktober a.s. Dan zullen vele mannen en vrouwen en jongeren voor het P.I.T. op pad gaan met een intekenlijst en/of collectebus.

Geef - alle bestedingsbeperking ten spijt - met gulle hand, daarbij bedenkend, dat het (vroeger gebruikelijke) dubbeltje nu minstens dertig cent moet zijn, en de gulden een riks. Toe, schiet eens uit uw slof !

Komt u niet een collectant(trice) tegen, laat dan het P.I.T., Nieuwe Gracht 90, Utrecht, (gironr. 5163) tóch bemerken, dat u uw verantwoordelijkheid weet tegenover onze opgroeiende jeugd, die nu het uniform moet dragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Korte berichten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's