De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In Schriftuurlijk en reformatorisch licht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Schriftuurlijk en reformatorisch licht

10 minuten leestijd

Omstreeks 31 oktober gaan onze gedachten vanzelfsprekend weer uit naar de Kerkhervorming. Daardoor werd een periode in de geschiedenis der kerk ingeluid, die in staat is om ons thans met jaloersheid te vervullen en ons tevens beschaamd het hoofd te doen buigen, ziende op de bloeitijd in het geestelijke leven, welke toen te aanschouwen viel, tegenover de ingezonkenheid van vandaag.

De reformatie plaatste de kerk weer op het vaste en onwankelbare fundament der Heilige Schrift en stelde Gods Woord boven de kerk. Zo kon er een Schriftuurlijk geestelijk leven opbloeien, dat kostelijke vruchten des Geestes openbaarde. Een geestelijk leven dat in Schriftgebondenheid zich niet in vage termen uitte, doch dat in klare taal uitdrukking gaf van het levend geloof dat de ziel vervulde.

De kerk der reformatie trok de lijnen zuiver en scherp, waarlangs het kerkelijk en geestelijk leven zich kon ontwikkelen. Men blies de bazuin met een zuiver geluid. Als pilaren der Waarheid verrezen de belijdenisgeschriften onzer kerk, duidelijk de sporen dragend van de leiding van de Heilige Geest. En als hoogtepunten daarin werd vanuit harten, vol aanbidding brandende, beluisterd het drievoudige soli Deo gloria, sola fide, ,sola gratia, Gode alleen de eer, door het geloof alleen, uit genade alleen.

De tijd der reformatie, het was een tijd waarin de kracht der godzaligheid openbaar kwam. Een tijd van geloofsgemeenschap met God, van een leven bij en uit en onder het Woord des Heeren.

Het is goed dat we ons deze tijd telkens weer in herinnering terugroepen. Opdat we dat Schriftuurlijk levend geloof, dat zich toen zo rijk openbaarde, biddend leren begeren.

Een herinnering aan de tijd der reformatie roept ons terug tot Gods Woord. Tot een leven uit het Woord. Tot een leven uit de opstandingskracht van Jezus Christus, zich openbarend in een wandel in de vreze des Heeren.

Wat ons altijd weer opvalt, wanneer we ons verdiepen in de geschriften der reformatoren (we denken in het bijzonder aan de Institutie van Calvijn), dat is dit, dat Christus en het levend geloof in Hem, altijd weer in het middelpunt stond, en terecht. Want Christus zoekt geloof. En het geloof zoekt Christus. Zegt de Heiland Zelf niet: „De Zoon des Mensen, als Hij wederkomt, zal Hij ook geloof vinden op aarde ? " Als Christus dus wederkomt met de wolken des hemels, dan is dit het centrale waar het om gaat: geloof.

Christus en een levend geloof.

Daar ging het om in de tijd der reformatie. En daar zal het vandaag de dag eveneens om moeten gaan. Hoe staan we persoonlijk tegenover Christus ?

En onze verhouding tegenover Christus zal dan alleen goed zijn, als het de echte geloofsverhouding is. Alleen door het geloof wordt Christus ons dierbaar. We raken hier wel een belangrijk centraal punt aan. En wanneer hier de reformatorische, beter nog gezegd de Schriftuurlijke lijnen scheef getrokken worden, komen we op uiterst gevaarlijk terrein. Dan geschiedt dit ten koste van de juiste waardering van de Middelaarsverdienste van Christus en het welzijn van het geestelijke leven.

Christus en een levend geloof.

Het komt inderdaad wel voor dat in prediking en gesprekken Christus en het geloof niet op de voorgrond, niet in het middelpunt geplaatst worden, doch eigenlijk meer als een aanhangsel er bij gevoegd.

Wat wel op de voorgrond geplaatst wordt is dan de Heilige Geest en Zijn werk en de bevinding van de Christen.

En als er nu één op de onmisbaarheid van de werking van de Heilige Geest gewezen heeft, dan zeker b.v. Calvijn. Wordt hij niet de theoloog van de Heilige Geest genoemd ? Prof. dr. Van der Linde heeft hierover indertijd een zeer lezenswaardige desertatie geleverd, getiteld : , , De leer van de Heilige Geest bij Calvijn".

En als er één op gewezen heeft dat het op de bevinding aankomt, ook dan zeker wel Calvijn.

De noodzakelijke bearbeiding door de Heilige Geest en de persoonlijke bevinding worden ongetwijfeld door Calvijn krachtig onderstreept. Getuigt daarvan o.a. niet het eerste Hoofdstuk van het derde Boek van zijn Institutie. Boven dit Hoofdstuk staat: , , Dat hetgeen over Christus gezegd is, ons ten voordeel is door de verborgen werking des Geestes" en het vangt aldus aan: ,

, , Nu moeten wij zien, hoe tot ons komen de goederen die de Vader Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, niet tot Zijn persoonlijk gebruik, maar opdat Hij de armen en behoeftigen zou rijk maken. En in de eerste plaats moeten wij weten, dat al wat Christus tot zaligheid van het menselijke geslacht geleden en gedaan heeft, voor ons zonder nut en van geen gewicht is, zolang Christus buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn. Dus moet Hij, om ons te kunnen meedelen wat Hij van de Vader ontvangen heeft, de onze worden en in ons wonen. Daarom wordt Hij ons Hoofd genoemd en de Eerstgeborene onder vele broederen. (Ef. 4 : 15 ; Rom. 8 : 29) ; van ons wordt ook aan de andere kant gezegd, dat wij in Hem worden ingeënt en dat wij Hem aandoen (Rom. 11 : 17 ; Gal. 3 : 27) ; want zoals ik gezegd heb, al wat Hij bezit staat in geen betrekking tot ons, totdat wij met Hem tot één saamgroeien. En ofschoon het waar is, dat wij dit door het geloof verkrijgen, leert toch, daar wij zien dat niet allen zonder onderscheid de gemeenschap met Christus, die door het Evangelie aangeboden wordt, omhelzen, de rede ons hoger te stijgen en onderzoek te doen naar de verborgen omgang des Geestes, door welke het geschiedt, dat wij Christus en al Zijn goederen genieten".

De bearbeiding door Gods Geest en de bevinding mag dus zeker niet uit het oog verloren worden. Integendeel. Wie daaraan vreemd is, is eveneens vreemd aan het zaligmakend geloof en heeft geen deel aan Christus.

Maar nu komt de belangrijkste vraag: wat moet op de voorgrond en in het middelpunt staan in prediking en bespreking van het geestelijke leven :

Christus en het geloof of de Heilige Geest en de bevinding.

En dan is er maar één Schriftuurlijk antwoord mogelijk ? n.l. Christus en het geloof.

Prof. dr. Severijn heeft er onlangs nog op gewezen. Want het is de tweede Persoon van de Godheid, Die tot Middelaar Gods en der mensen gezalfd is, waarom Hij ook Christus, de Gezalfde, genoemd wordt. Gezalfd met de Heilige Geest, niet met mate, doch in Zijn volheid. Daarom is er een zeer nauw verband tussen de Zoon en de Heilige Geest. De Heilige Geest neemt deel aan de werken, die de Zoon doet en heeft daarbij een eigen taak. Hij geeft het leven en maakt levend. De Heilige Geest heeft ons deel aan het Middelaarsschap van Christus. Christus beschikt over die Geest, en geeft Hem aan Zijn gemeente op aarde tot Leraar en Leidsman.

De Heilige Geest staat als het ware, het is met eerbied gezegd, in dienst van de Middelaar. De Heilige Geest werkt vanuit de Christus, Die Zelf dat werk aan Zijn Woord heeft gebonden en doet niets buiten Christus om. Vandaar dat prof. Severijn ook met nadruk schreef : , , De Heilige Geest doet dit alles dus niet op en voor Zich Zelf, zoals sommigen schijnen te menen. Wij moeten ons daarvoor wachten. De, Christus zegt immers, dat de Geest het uit het Zijne zal nemen".

Niet ten onrechte waarschuwt prof. Severijn er voor dat we er ons voor wachten moeten de arbeid van Gods Geest niet in het juiste licht te zien. En het juiste licht is dit, dat alle aandacht uiteindelijk op Christus gericht wordt. Het werk van de Heilige Geest is immers het ware geloof te werken en daardoor Christus te verheerlijken. Vandaar dat Paulus als vrucht des Geestes gaat belijden dat hij niet anders wil weten dan Jezus Christus en Die gekruist en hij alles schade en drek leerde te achten.

Ook in dit getuigenis van Paulus staat Christus in het middelpunt en beluistert ge het geluid dat in de tijd der reformatie bij vernieuwing zo helder op klonk, n.l. sola fide, door het geloof alleen !

Het kan nooit goed zijn, wanneer het over het geestelijke leven gaat, dat men dan Christus als het ware achter de Heilige Geest laat schuil gaan en het bevindelijke leven los maakt van het leven des geloofs.

Waar Christus in Zijn drievoudig ambt gepredikt wordt, in Zijn Middelaarsvolheid, daar kan het niet anders of daar zal het werk van Gods Geest niet verzwegen worden (hoe zou het kunnen), doch met aanbidding daarover gesproken. Maar daar zal tevens duidelijk worden, dat datgene wat de Heilige Geest doet, Christus werk is, Want Christus werkt door Zijn Geest. En waar men Christus in geest en waarheid aanbidt, daar is in die aanbidding de aanbidding des Geestes inbegrepen evenals de aanbidding van de Vader. Omdat tenslotte de verlossing van zondaren het werk is van een Drie-enig God.

Toen Johannes op Patmos zich in de geest verplaatst zag bij de triumferende kerk in de hemel, ving zijn oor het nieuwe lied der gezaligden op. Het overheersende thema in dat gezang der verlosten was : , , Het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging". Dacht u dat de verlosten daarbij de arbeid van Gods Geest zouden vergeten of niet op de juiste waardij te stellen? Natuurlijk niet.

En toch — ze zingen van het Lam dat geslacht is.

En de kerk op aarde, als het wel is, mediteert, spreekt en getuigt van Jezus Christus, Wie te kennen het eeuwige leven is. Daarom Christus op de voorgrond en in het middelpunt.

In de prediking dient Christus telkens weer voor ogen geschilderd te worden als van God gegeven tot zaligheid. Voor ogen geschilderd ook voor onbekeerden, opdat bij de aanbieding van zo grote zaligheid, mogen bedenken wat tot hun vreugde is dienende.

Waar Christus zo voor ogen geschilderd wordt, daar zal door de prediking ook de gouden draad van het geloof geweven worden. Door het geloof alleen ! Zo luidde op grond van Gods Woord, het getuigenis der reformatoren.

Waar een levende gemeente is, daar is levend geloof. Want het geloof komt uit de gemeenschap met Christus, is daarvan de openbaring. En zulk een geloof zoekt niets buiten Christus.

Christus en geloof. Dit houdt in bearbeiding door Gods Geest (vandaar ook het geloof) en Schriftuurlijke bevinding. En hier wordt ook de weg geopend tot verzekerdheid des geloofs.

Verzekerdheid des geloofs.

In deze dagen rondom de herdenking der Hervorming, van de reformatie der kerk, wanneer we ons verdiepen in hetgeen de reformatoren dreef, telkens weer deze zaak naar voren, dat ze stonden naar zekerheid. De Roomse kerk wilde met haar leer over het vagevuur van geen zekerheid weten, ze liet de mensen in twijfel. Doch, zo zei Calvijn, God kan met twijfel niet gediend worden. En daarom, als het ging om de zekerheid, dan kwam Calvijn in vuur. Het is deze zekerheid des geloofs, die weer in volle glans en gloed zich openbaart bij de Hervormers en in de belijdenisgeschriften uit de tijd der reformatie en dat in overeenstemming met de leer der Heilige Schrift. En wie, die kennis neemt van de geschriften der reformatoren, wordt er niet door getroffen, hoe Schriftuurlijk daar Christus en het leven des geloofs getekend wordt en hoe de zekerheid des geloofs voor ogen geschilderd wordt als dat onwankelbaar Godsvertrouwen, dat wel wordt aangevochten, maar niet neergeslagen,

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

In Schriftuurlijk en reformatorisch licht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's