De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN GOED BERICHT voor arme mensen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN GOED BERICHT voor arme mensen

6 minuten leestijd

aan de armen wordt het Evangelie verkondigd. Mattheüs 11: 5 slot.

„Zijt Gij degene die komen zou, of verwachten wij een andere? " Dat was de vraag, welke Johannes de Doper vanuit zijn kerker aan de Heere Jezus liet stellen. Ja, er was twijfel bij Johannes opgekomen. Had hij niet moeten aanzeggen, dat de bijl reeds aan de wortel lag en dat Christus zou komen met de wan in Zijn hand, om Zijn dorsvloer te doorzuiveren ? Maar van deze dag des gerichts had Johannes echter nog niets bemerkt. De Heere zendt de twee discipelen, die Johannes had uitgestuurd, terug met de opdracht om nauwkeurig mededeling te doen van wat zij gezien en gehoord hebben, namelijk dit: de blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden gereinigd en de doven horen, de doden worden opgewekt en aan de armen wordt het Evangelie verkondigd. Het is alsof wij hier de Heere aan Johannes horen boodschappen : „Zie, Johannes, wanneer ge dit hoort zult ge ongetwijfeld herinnerd worden aan hetgeen er van de komende Christus geschreven staat in de rollen der profeten en dan voor uzelf de zekerheid verkrijgen, dat Ik waarlijk Degene ben. Die komen, zou".

Wanneer wij nu letten op de werken des Heeren zelf, dan zou iemand bij oppervlakkige beschouwing wellicht opmerken, dat de blinden, de kreupelen, de doven en de doden met hun genezing en opwekking wel het beste deel hebben gehad. Is dat alles niet veel meer waard dan het tenslotte genoemde : aan de armen wordt het Evangelie verkondigd ? Het recht van deze opvatting schijnt wel te worden bevestigd door de roep van alle tijden: , , Geef ons brood, geef ons geld en houd het Evangelie maar voor Uzelf".

Toch was het in Israël wel iets bijzonders, dat aan de armen het Evangelie, een blijde boodschap werd verkondigd. Het werd de Heere door de Farizeeërs immers verweten, dat Hij omging met de schare, die de Wet niet kende. Dat waren grote scharen van het volk, arme mensen, ook naar het aardse. Voor hen was er geen godsdienst. Deze was er alleen voor de hooggeplaatsten. Maar nu mocht gelden als een bewijs van de komst van Christus : aan de armen wordt het Evangelie verkondigd. Wat houdt dat in? Wie zijn die armen ? Naar de grondbetekenis zijn het mensen, die schuchter zijn, die zich schuw en angstig bukken. Dat is de houding van de bedelaar, nietwaar? Ook kunnen wij daaronder verstaan de angstig rondlopende, de door nood terneergedrukte. Onder armen worden dus verstaan noodlijdenden en behoeftigen. Maar wie is er arm ? Materieel zijn het er in ons Vaderland maar weinigen meer. Waar zoudt u nog een schuw opkijkende bedelaar, een Lazarus aan de Schone Poort, kunnen ontdekken? En geestelijk armen ? Zijn er onder onze lezers ? Deze armoede kan immers voor het menselijk oog verborgen zijn. Geestelijke armoede, ellende der ziel, gemis aan het allernodigste. Dat zijn dus mensen in nood, schuchteren, die angstig gebogen gaan, die missen wat zij nodig hebben om te kunnen leven, namelijk de gerechtigheid, die voor God de Heere geldt.

Aan zulke armen werd nu het Evangelie verkondigd. Dat was op zichzelf al zó iets bijzonders, dat de discipelen van Johannes dit aan hun Meester moesten berichten. Er werd naar armen en ellendigen omgezien! Er werd omgezien naar een Kanaänietische vrouw, naar een Magdalena en naar zoveel anderen. Dat is het grote onderscheid! Het liefdehart van de Heere klopt juist zo warm voor die armen, die schuchteteren. En hoe wordt er naar hen omgezien ? Hun wordt het Evangelie gepredikt. Het Evangelie, dat wil zeggen : een goede, blijde tijding. Zo was het toen, zo is het ook nu nog.

De Heere Zelf is het, die deze goede tijding verkondigt en Hij laat die nog verkondigen tot op heden toe. Hij zoekt die armen van geest zelfs op. Hij weet, dat er zondaren zijn, die door hun zonden worden terneergedrukt, die niet betalen kunnen, wier schuld alleen maar van dag tot dag groter wordt, nooddruftigen en ellendigen, die hijgen naar de vrede met God. Hij komt tot hen met een liefelijke tijding, een zeer goed bericht: In Mij vindt ge alles, wat uw nooddruftig hart nodig heeft. Ik schenk u geen aalmoes, Ik schenk u niet iets, maar Ik schenk, u rijke schatten, alles wat ge behoeft. Verzoening der zonden en vrede met God in Mijn bloed. Een goede, blijde tijding komt nu tot u, arme, in lompen gehulde, die, reeds zo lang schuchter opziet, een wonderheerlijk Evangelie.

Een goed bericht is altijd schoon. Maar zeer schoon kunt ge dat lezen bij voorbeeld in Jesaja 53. In het kort: Eén is er, die voor alle schulden betaald heeft, die daarenboven gedaan heeft, wat gij had moeten doen. Maar nog meer : wat Hijzelf verworven heeft, schenkt Hij weg om niet. Voor armen is Zijn heerlijkheid.

Zou het u niet overweldigen ? Kunt ge het wel bevatten ? Toch is het 't onbedriegelijke getuigenis van de Heere Christus Zelf : aan de armen wordt het Evangelie verkondigd. Eén heeft zich hun lot aangetrokken.

Zijn wij ook zulke armen ? Zoeken wij de ware rijkdom bij Christus ? Het is waar dat het Evangelie niet slechts aan armen wordt verkondigd, maar ook aan anderen. De Heere heeft gesproken: Predik het Evangelie aan alle creaturen. Ge zult niet kunnen zeggen : van de ware rijkdom heb ik nimmer gehoord. Het is ook waar, wanneer ge nog rijk zijt in uzelf, dan is er geen nood, dan kent ge geen behoefte aan Christus. Het woord van de Heere zou op u van toepassing kunnen zijn: , , Gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb aan geen ding gebrek ; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt". Arme rijken ! Wat zal het zijn, wanneer eenmaal uw bankroet aan de dag wordt gebracht en u voor eigen rekening staat?

Aan de armen wordt het Evangelie verkondigd. Ook nog vandaag. De Heere roept de armen, de schuchteren, de noodlijdenden tot Zich en tot de schatten, die Hij verworven heeft. Die het beloofd heeft, zal het ook doen : , , Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen". Het zal een plaats zijn, waar u als arme nog terecht kunt en welkom bent.

Nooddruftigen zal Hij verschonen,

Aan armen uit gena,

Zijn hulpe ter verlossing tonen,

Hij slaat hun zielen ga.

Wat een vreugde zal dat zijn over zulk een ongedachte, onverdiende, rijkdom van genade ! Arm in zichzelf, onuitsprekelijk arm, en toch rijk, onmetelijk rijk in Christus ! Misschien dat dan nog wel eens wordt gestameld  , Is dat alles voor mij ? Ben ik zó rijk? " Neen, nog rijker bent u dan ge thans beseft. Want op de plaats, waar roest noch mot ze verteren kunnen, ligt nog gereed een grote erfenis, tot eeuwige verheugenis, verworven door Hem, die arm is geworden daar Hij rijk was, opdat gij door Mijn armoede zoudt rijk worden. Rijke armen ! Want zij zullen eenmaal getuigen: , , Zie, de helft was mij niet aangezegd !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN GOED BERICHT voor arme mensen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's