HET WERELDGEBEUREN
in een klein spiegeltje weerkaatst
Dezer dagen werd ons het volgende schetsje toegezonden waaraan wij gaarne een plaatsje in, dit nummer afstaan. S.
Dat kleine spiegeltje is het dorpje Rijnzaterwoude, welks kerkelijke geschiedenis door bekwame hand werd beschreven. De tegenwoordige Hervormde predikant ds. T. D. van Soest, gebruikt dit aardige beeld in zijn inleidend woord op het werkje van de heer P. Kroeger, hoofd der school ter plaatse, die ten bate van de grote kerkrestauratie zijn studie , , In de schaduw van de , , Woudse Dom" gaf, welk boekje van ruim 100 blz. uitgegeven werd door de Kerkvoogdij van de Herv. Gem. te Rijnzaterwoude. De kerkelijke geschiedenis van dit kleine dorpje aan de oostelijke oever van het Braassemermeer is belangrijk genoeg om in breder kring belangstelling te ontvangen. Niet alleen (aldus de inleider) omdat het een zeldzaamheid is, dat één kerkelijke gemeente direct of indirect zowel de heidenapostel Willibrord als de martelaar Jan de Bakker en de Paladijn der Nadere Reformatie Theodorus van der Groe onder haar dienaren telt. Maar ook omdat zij zelden de historie kunnen lezen van een vanaf de vroege Middeleeuwen bloeiende gemeenschap, die zozeer in open verbinding heeft gestaan met alle grote steden van Holland en tevens zo echt , , dorp" gebleven is. De geschiedenis wordt ook op het platteland geschreven en niet alleen in paleizen of vergaderzalen. De Grote Schrijver zette ook hier de punt van Zijn pen neer.
In een oorkonde van 1063 wordt de kapel van Rinsaterswald genoemd en wel in het verdrag van de 28ste december van dat jaar, waarin Willem, bisschop van Utrecht, de helft van enige kerken in Holland afstaat aan de abt van Epternach (d.i. Echternach in Luxemburg). Deze 21ste bisschop van Utrecht, die in 1076 plotseling overleed, herstelde ten dele een vroegere toestand. Willibrord, de Ierse evangelieprediker, die gewerkt heeft van Denemarken tot Zeeland, , heeft sinds hij in 691 tussen Katwijk en Wassenaar aan land ging, zich zeer beijverd om door kerkbouw de kerstening van de lage landen te bevorderen. ,,Met de door hem herbouwde St. Maartenskerk. te Utrecht als uitgangspunt heeft hij alom kerken, kloosters en kapellen gesticht; waaronder de kerk van Kerkwerve of Oegstgeest ,. die op haar beurt weer de moederkerk is geworden van vele kapellen in de wijde omtrek: Leiden Rijnsburg. Warmond, Rijnzaterwoude. Esselijkerwoude (Woubruggé) en Luthemeton (Leimuiden) . De kapel van Rijnzaterwoude was gewijd aan de H. Johannes Baptista (Joh, de Doper). De meeste van deze kapelletjes werden voor wat hun opbrengsten en Inkomsten betrof, toegerekend aan de Abdij ven Echternach. waar Willibrord niet alleen bij zijn leven verblijf hield, maar waar bij na zijn dood in 739 ook begraven is. In het chaotische tijdperk Van de Noormannen hebben dappere riddergeslachten tevens gevochten voor hun zelfstandigheid ten koste van de bisschoppen, die veel van hun bezittingen verloren zagen gaan. Ook de graven van Holland eigenden zich allerlei kerkelijke goederen toe en hebben felle strijd gevoerd met de Utrechtse bisschoppen. Om hun daden nog een schijn van vroomheid te geven verrijkten zij bun eigen abdij van Egmand met o.a. de aan de abdij van Echternach ontroofde goederen, Nadat Floris. I, graaf van Holland, in 1051 in opdracht van bisschop Willem vermoord was geeft Willem de helft van de Hollandse kerken en kapellen weer terug aan het kaalgeplukte klooster van Echternach, In 1076 In Rijnzaterwoude (toentertijd een bloeiende veennederzetting tussen Holland en Utrecht] en haar kapel weer in het bezit van de Hollandse graaf, Diederik V hoewel de abdij van Echternach pas in 1156 in dit verlies heeft berust. In een mededeling van dat jaar is er voor het eerst sprake van een kerk te Rijnzaterwoude.
Stelt u zich deze kerk niet al te klein voor. Want ook de bewoners van Leimuiden, Oude en Nieuwe Wetering, Roelofarendsveen en Rijpweterïng behoorden allen nog tot de parochie. Vraagt u niet naar het vermoede!ijk aantal zitplaatsen; die kende men toen evenmin als we nu in de Oosters-Othodoxe kerken. Het zitten in de kerk kwam pas (in het Westen) in de 14e eeuw in zwang; toen kregen de priesters koor- of priesterbanken, Zo'n oude priesterbank van steen in aan de noordmuur van het koor der Rijnzaterwoudse kerk blootgelegd. Toen In 1562 de toren tijdens een storm op het middenschip neerstortte, kregen de kerkmeesters van de bisschop van Haarlem (waaronder R dan blijkt te ressorteren) toestemming om enig kerk land te verkopen teneinde de kerk te kunnen herstellen en de toren te herbouwen. De toen tot stand gekomen toren is blijkens oude gravuren van dezelfde hoogte en vorm als de tegenwoordige. Slechts zijn de spitsbogige galmgaten uit 1554 in de huidige toren nog maar op 4 van de 8 zijden te zien. De andere zijn bij latere restauratie door rondbogen vervangen. De toren Is een z.g. Mariatoren: naast de vierkante torenromp leunt tegen de noordkant -de van het schip vrijblijvende trap- of klimtoren : voor de gelovige toenmaals de symboliek van de Madonna met het Kind. Op de vierkante romp rust een smaller achtkantig bovenstuk, de z.g. lantaarn. Een korte gedrongen (met leien gedekte) spits sluit het geheel van boven af. Enigszins zoals de veel grotere Domtoren te Utrecht. Misschien wel daarom spreekt men in de wandeling zo graag van de „Woudse, Dom".
Tegen het einde der Middeleeuwen stond het geestelijk en zedelijk leven in Holland niet op hoog peil. Gelegen aan de „heirwech" van Amsterdam naar Delft, kwamen plaatsen als Rijnzaterwoude en het verdwenen Jacobswoude al vroeg door rondreizende predikers in contact met de Reformatie. In 1523 treffen we Jan de Bakker al in Jacobswoude aan en ook de bekende predikers Pieter Gabriel en Jan Arendsz. zijn door Rijnzaterwoude heen op Jacobswoude aangetrokken. Niet onwaarschijnlijk, dat een der genoemden ook hier wel gepredikt heeft. In 1573 ging de pastoor J. Snoeckaart met de helft van zijn parochie tot de Reformatie over. Van een beeldenstorm ter plaatse is ons niets bekend. Wel wijst misschien een legende in die richting : de door de Hervormden in het Braassemermeer geworpen beelden stonden door een wonder weldra weer op hun oude plaatsen. Toen zouden ze stukgeslagen zijn en de brokken begraven. Door een nog groter wonder zouden ze weer tot de oorspronkelijke beelden verenigd zijn, welke nog altijd ergens in de kerkmuren ingemetseld moeten zitten. In 1573 wordt Leimuiden zelfstandig ; de andere randgemeenten later ook. Van de eerste predikant en zijn 36 opvolgers worden ons interessante bijzonderheden vermeld. De expastoor trouwde, kreeg een groot gezin, werd door een beroerte getroffen, zodat hij met behoud van tractement als emeritus naar Leiden verhuisde, waar hij nog als schoolmeester heeft gediend ! Op de particuliere synode van Leiden (1619) werden maar liefst 58 predikanten afgezet , , zijnde van de gesindheijt der Remonstranten". Ook de Rijnzaterwoudse pastor ds. N. Luddingh behoorde tot hen : , , Hij verstout, dat het gelove eerst in den mensche moste zijn, eer hij vercoren wert". Eerst tussen 1621 en 1626 verdween deze predikant uit het dorp.
De meeste predikanten gaan wij hier stilzwijgend voorbij. Enkele namen kunnen wij slechts noemen : in 1652 vertrok ds. P. Mathon als gasthuispredikant naar Delft en werd vrijwel onmiddellijk opgevolgd door de proponent Everhardus Paes, door schr. de dwalende herder genaamd. Na enige rustige jaren verliet deze pastor het pad der deugd: hij wordt beschuldigd van stemvervalsing bij een kerkeraadsverkiezing; van , , dieverije" en andere ergerlijke zonden. Het ging hard tegen hard ; pogingen om hem over te plaatsen mislukten, geen andere gemeente wilde hem hebben (begrijpelijk). In 1671 wordt hij afgezet. Zijn opvolger, ds. Joh van Cralingen is een van de , , vijf schone parels" die achtereen de gemeente met hun gaven hebben gediend. Merkwaardig is wat uit de Gouden Eeuw wordt vermeld: een orgel was voorlopig nog contrabande, van zo'n , , duvelsche fluutkaste" moest men niets hebben! Ook stond men geduren de de twee-urige dienst, hoewel vele vrouwen zelf een stoel meebrachten. Pas aan het einde van de 16de eeuw kwamen er zitbanken in de kerken en omstreeks het midden van de 17de eeuw kwam 's winters de warme stoof in zwang. Oudtijds behielp men zich met een laag hooi of stroo om de koude te keren!
Van 1730-1740 werd de gemeente op uitnemende wijze gediend door , , de getrouwe Godsgezant Theodorus van der Groe, die evenals zijn collega uit Woubrugge, Alexander Comrie tegen de tijdgeest in de gemeente bij de gereformeerde leer hield, ernstig waarschuwde tegen de zonden van zijn tijd; de blijdschap van het Evangelie haar betuigde en ook de stoffelijke zaken der gemeente uitnemend beheerde.
Met leedwezen zag men hem naar Kralingen vertrekken.
De woelingen van de Patriottentijd gingen niet aan Rijnzaterwoude voorbij evenmin als de ellende van de Franse tijd. Het Franse bewind had altijd geld nodig en deed daarom een aanslag op de kerken. Werden op 1 mei 1798 de , , aan de Kerkgebouwen gehechte torens" aan de burgerlijke overheden toegewezen (sindsdien is de Woudse Dom in het bezit gebleven van de burgerlijke gemeente), 12 juli 1798 werd het kerkgebouw in beslag genomen. Een poging van de Roomsen om het te kopen mislukte : ds. van der Hammen kocht het voor de Gereformeerde gemeente voor de som van f 1935 ! De andere kerkgenootschappen moesten samen echter ook nog een schadeloosstelling van f 1279 ontvangen, zodat de gemeente voor f 3214 eigenares werd van haar eigen kerkgebouw! De burgerlijke gemeente telde toentertijd 507 zielen, waarvan er 325 R.K. waren. 171 Geref., 8 Luthers en 3 Remonstrants. Ds. van der Hammen leende uit eigen middelen f4000 tegen een rente van 3%. 24 dec. 1804 overleed deze geliefde leraar, slechts 48 jaar oud. Ondanks het verbod om in de kerken nog te begraven, werd hij bijgezet in het koor van de kerk.
Nadat enige predikanten kort de gemeente hadden gediend deed op 15 jan. 1828 de candidaat J. B. Moquette, zijn intrede. Hij ijverde zeer voor herstel van kerk en pastorie, doch helaas was deze pastor meer natuurliefhebber dan theoloog. Het kerkelijk onderwijs strekte zich meer uit over planten en dieren dan over de hoofdinhoud der geloofswaarheden. Toenemende ontevredenheid over zijn preken heeft de Afscheiding zeer bevorderd. 18 juni 1865 preekte hij (herinnering aan de slag bij Waterloo) helemaal niet uit de Bijbel, doch uit het geschiedenisboek! Ds. Moquette heeft 51 jaar in Rijnzaterwoude gestaan; niet tot bloei der gemeente. In 1874 besloot men de middagdiensten maar stop te zetten; er kwam zowat niemand meer! Het leven van deze predikant is droevig geweest: zijn zoon paste slecht op ; zijn vrouw overleed tijdens de herdenkingsdienst van zijn 50-jarige ambtsbediening, zodat de dienst ontijdig moest worden beëindigd. 1 juli 1879 werd hem wegens lichaamszwakte emeritaat verleend.
In 1881 werd een orgel aangeschaft, dat wegens het vocht in de kerk eerst nogal wat moeite heeft gegeven!
Onder de enthousiaste leiding van de tegenwoordige predikant wordt het oude, merkwaaardige kerkje van deze gemeente thans geheel gerestaureerd. Het leek aanvankelijk onbegonnen werk: nauwelijks 70 kostwinners telt de Hervormde gemeente ter plaatse; d.w.z. zo'n krappe 240 zielen.
Dank zij veler hulp kon men beginnen.
En de heer P. Kroeger schreef de geschiedenis der gemeente ; wetenschappelijk verantwoorde studie, door de kerkvoogdij uitgegeven ten bate van het sympathieke doel: een monument te herstellen en te bewaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's