De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een eigen methode?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een eigen methode?

6 minuten leestijd

In „Belijdenis en Beleven" d.d. 27 september j.l. treffen wij 't volgende hoofdartikel van prof. dr. Grosheide aan, dat wij gaarne onder de aandacht van onze lezers brengen.

Onze Heere Jezus Christus heeft nooit een bijzondere prediking voor de kinderen gehouden. Er is reden voor de vraag: is dat een juiste bewering ? Wat we hebben is een optekening van de prediking door de Evangelisten, niet de prediking van den Heiland zelf. Het is onschriftuurlijk als we het zo stellen. Het is een redenering, die mooi schijnt, doch die in strijd is met de belofte die Christus gedaan heeft omtrent het werk van de H. Geest. Gij zult Mijn getuigen zijn. De kracht des Geestes zal over u komen. De Geest zal het uit het Mijne nemen en zal het u verkondigen. De Geest bindt ons aan het geschreven Woord Gods, dat ons deze dingen predikt, ons geloof houdt ze vast. Met deze dingen raken we aan het wonder, waarachter we niet proberen mogen te gaan. Men kan dat trachten te doen en al de gegeven Schriftwoorden met nog vele anderen als een werk der Evangelisten, om nu maar niet te zeggen van de oudste gemeente beschouwen, om alles te zien als vruchten van eigen ervaring en wat dies meer zij. Wij raken hier buiten de grenzen die het gebied van de geëiste onderwerping overschrijden. Niemand kan eindeloos doorredeneren. Wie het doet of tracht te doen is verloren, heeft vergeten, dat God God is en hij zelf zondaar, is aan het einde.

Jezus heeft niet bepaald voor de kinderen het Evangelie gepredikt.

Hij heeft wel over de kinderen gesproken. In het algemeen gezegd was Zijn verkondiging van het Evangelie zó, dat ook k inderen haar gelovig konden aanvaarden.

Paulus heeft datzelfde gedaan. Na­tuurlijk heeft hij bepaalde voor de kinderen bestemde vermaningen gegeven. De apostel Johannes heeft het eveneens gedaan. Maar hier is niet het volgen van een andere methode, laat staan het geven van een andere inhoud. De inhoud van het Evangelie blijft dezelfde en de methodeverandering is slechts schijnbaar. Als tot de kinderen wordt gesproken is het een toepassing van hetgeen eerst of ook tot volwassenen is gezegd. Het is merkwaardig, dat de apostel Johannes de volwassenen als kinderen aanspreekt.

In het Oude Testament vinden we wat de zaken betreft, waar het op aankomt, hetzelfde. Er staat in Spr. 22 : 6 een heel belangrijk woord : Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg. Daar mag men wel degelijk een aanwijzing van de methode in lezen. Van belang is evenwel ook, dat er volgt: ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken. De inhoud van de prediking blijft dezelfde. Ik noem nog één Schriftwoord, Ps. 78 : Hetgeen wij gehoord hebben en weten en onze vaderen ons hebben verteld, dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen, wij willen vertellen aan het volgende geslacht des Heren roemrijke daden. Zijn kracht en de wonderen, die Hij gewrocht heeft. Het gaat hier dus om hetgeen wij met een weinig gelukkige uitdrukking noemen : de Bijbelse geschiedenis.

Deze Schriftgegevens hebben ons zondige mensen steeds in moeilijkheden gebracht. Er zijn onverstandige ouders geweest en zij zijn er nog, die hun kinderen niet anders weten „zoet te houden" dan met een trap en een vloek. Dan komt er van de opvoeding, als God niet veel genade geeft, meestal niet veel terecht. Er zijn onderwijzers, die het blijkens hun optreden in de scholen , , niet kunnen" en die heel wat onheilen veroorzaken. Bij de opleiding van onze onderwijzers wordt aan deze dingen veel aandacht besteed. Die opleiding heeft een zeer belangrijke negatieve zijde. Zo in de trant van: waarde vriend, ge moet het zo niet doen, want de ervaring heeft ons geleerd, dat het dan verkeerd gaat. Ge moet daar en hier op letten, want dat zijn uitingen van een verborgen gebrek of van een naar buiten komende zonde. Ik schrijf geen nieuwe dingen, het zijn enkel dingen, die onder ons een zekere vastigheid hebben verkregen. Ik schrijf ze omdat het in onze dagen nodig is, er in onze kringen met zekere nadruk op te wijzen. Er dringen in onze kringen theorieën binnen, die andere dingen naar voren brengen, dan tot dusver onder ons golden en die andere paden willen bev/andelen.

Nu raken we hier aan een moeilijke kwestie. Zielkunde en opvoedkunde zijn prachtige wetenschappen, wetenschappen, die ons veel kunnen leren. Maar wetenschappen waarover men niet moet spreken, als men er niet bijzondere studie van gemaakt heeft, en dat hebben wij niet gedaan. Doch het wordt iets anders als die wetenschappen met eisen aan komen, die ons uitdrukkelijk in strijd brengen met wat Gods Woord van ons eist. En we zijn de laatste tijd op zulke eisen gestuit, bepaald op één, en daarom wijzen we er op.

Soms is wel te zeggen, waar zulk een eis vandaan komt. Hij is dan gevolg van een verkleinde, soms door en door goddeloze wijsbegeerte of vrucht van een stelsel, dat zeker niet Gereformeerd is. Wij denken nu bepaald aan de theorie, dat het kind een periode in zijn leven heeft, waarin het niet vatbaar is voor het luisteren naar het vertellen van Bijbelse Geschiedenis. Er zou in het kinderleven een tijdvak zijn, dat men liever het Evangelie niet prediken moet. Dat is krasser gezegd, dan men het doorgaans hoort, maar we zeggen het aldus, omdat zo getekend moet worden, dat het daarop neerkomt of daar naar toe gaat. Men wil vermijden het kind lastig te vallen met voor een kind nog onverteerbare stof. En men meent daardoor te bereiken een betere aansluiting aan het kinderleven, minder gevaar, dat men de kinderen op een zekere leeftijd geheel zal kwijt raken.

Dat zijn de gevolgen van het luisteren naar de gedachten van een bepaalde zielkunde of een bepaald verwant vak. Wij erkennen eerlijk, dat we niet in staat zijn hier enkele namen of boeken te noemen, die de bron zouden kunnen worden genoemd. Het gaat hier echter om dingen, die we lezen in bladen, meer nog in dingen, die we ontmoeten bij mensen, die veelal met grote ijver arbeiden in Gods Koninkrijk.

Het vraagstuk staat zó : wat moet de voorrang hebben, waaraan zullen we ons houden, aan de raadgevingen, die een of andere op een bepaalde wijze beoefende wetenschap leert, of aan de duidelijke aanwijzingen van het Woord Gods.

« De keuze kan voor ons niet twijfelachtig zijn. En dat willen we in dit artikel nog eens met nadruk uitspreken. Nu er gevaar dreigt, moeten we waken en indien nodig waarschuwen. Dat is een eis van gehoorzamheid. En het is geloof. Het zal nooit beter gaan, als we het Woord Gods verlaten om eigen wegen te volgen. Het is ongeloof, eigenwijsheid in de volle zin van het woord, om het anders te doen.

Schriftcritiek in de gewone zin van dat woord heeft onder ons Gereformeerden veel onheil teweeggebracht, laten we haar niet op een nu gelukkig nog ongewone wijze binnenhalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een eigen methode?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's