Dansen
Iemand zendt ons het volgende stukje toe uit de „Eva" van 21 sept. 1957, en hij onderstreept daarin een regel in de voorlaatste alinea.
„Dansen is een uitstekend college in het leren omgaan met leden van het andere geslacht".
„De mens lijdt dikwijls 't meest door 't lijden dat hij vreest, doch nimmer op komt dagen". Aan deze woorden moesten we denken, toen we met een andere deskundige spraken : met de Rotterdamse jeugdpredikant ds. M. L. W. Schoch.
, , Dans is het spel der geslachten", zegt hij, „en ik beschouw het dansen als een uitstekend college in het leren omgaan met leden van het andere geslacht".
„De dans", geeft hij zonder aarzeling toe, „geeft aanleiding tot sexuele prikkels, maar die vindt je overal. Op straat, in een zeilboot, op het sportveld en op welke plek ook, waar jongens en meisjes elkaar ontmoeten". Maar daarom acht hij het dansen nog niet uit den boze. Wèl dient er toezicht te zijn. Onopvallend vooral. En het is de taak van ouders en opvoeders, vindt hij, om het milieu en de omstandigheden te bepalen, die geschikt moeten worden geacht om te dansen.
Zijns inziens is net zo min voor het dansen als voor welke andere soort ontspanning ook, een regel te treffen. De invloed van de dans op de danser is individueel. De een zal gauw lichamelijk geprikkeld worden, de ander minder of helemaal niet. Daarom is het in de eerste plaats van belang dat de ouders hun kinderen terdege kennen, zodat ze weten wat goed voor hen is of kwaad. Maar voor elk kind geldt: dansen onder toezicht. In clubverband. Dit is beslist noodzakelijk.
En dan vertelt hij ons, dat er in „Ons Huis", een clubhuis van de Rotterdamse hervormde jeugd, gerock 'n rolled wordt. Deze merkwaardige soort van dans is er nu eenmaal. Is zelfs bij velen een rage geworden, en zij, die hem nog niet gedanst hebben, willen het ook wel eens proberen. Welnu, dan moet dat maar. Doch in georganiseerd verband. En dus onder toezicht. De jeugd wil nu eenmaal „afblazen".
Zo wordt er in „Ons Huis" gerock 'n rolled. En ds. Schoch heeft tot nu toe geen klachten gehoord, die aanleiding gaven om dit soort van dansen daar stop te zetten !
Wat ik daarvan denk, vraagt de inzender, die intussen zulk een jeugdleiding , , funest" vindt.
Het behoeft geen betoog, dat wij een jeugdleiding als deze met hem afkeuren.
Doch welke ouders zullen die goedkeuren ? Mij dunkt, vele ouders ook buiten de gereformeerde kring zullen hier ernstige, bedenkingen maken.
Vermoedelijk zijn er zelfs wel ouders, die geen principieel bezwaar hebben tegen het dansen, maar toch bezwaar moeten maken tegen de door ds. Schoch verdedigde opvattingen, alleen reeds, omdat zij gevoelen, dat een clubhuis van de hervormde jeugd geen danshuis of dansopleiding behoort te zijn. Men verwacht nu eenmaal van een Hervormd clubhuis wat anders.
Bovendien veroordeelt de jeugdleider, die er zo over denkt als in bovenstaand stukje, zichzelf.
Hij zegt immers dat de dans „een spel der geslachten is". Laat dat zo zijn. De geslachten spelen in ieder geval een spel in de dans. Ds. Schoch heeft althans de dans op het oog, waarin dat zo is, en beschouwt het dansen als een „college" nu niet in het spel, maar in het leren van de omgang der geslachten. Het woord „college" doet in dit verband wel een beetje vreemd aan, maar hij bedoelt toch wel eens soort vorming of scholing.
Voorts geef hij zonder aarzeling toe, dat de dans , , aanleiding geeft tot sexuele prikkels", maar daarom acht hij het nog niet uit den boze, want dat komt immers elders ook voor.
Intussen vindt hij toch wèl, dat er toezicht moet zijn en hij vindt ook, dat het de taak is van ouders en opvoeders, „om het milieu en de omstandigheden te bepalen, die geschikt moeten worden geacht om te dansen".
En wat de deur toe doet: Voor ieder kind geldt, dat toezicht noodzakelijk is, volgens ds. Schoch.
Deze restricties pleiten waarlijk niet voor zijn standpunt en als deze opvoeder zelf niet van mening is, dat een Hervormd clubhuis zeker niet de plaats is om dit, , college" te beoefenen, mogen de ouders zo verstandig zijn en hun kinderen aan dit dansexperiment onttrekken.
Temeer, daar deze jeugdleider, ondanks zijn restricties, onder het motto de jeugd moet , , afblazen", de grenzen van het toelaatbare zo heel wijd neemt.
Op zichzelf is dit reeds een argument om zijn kinderen aan deze amateurdansmeester niet toe te vertrouwen, nog gezwegen van de principiële bezwaren tegen het dansen.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's