De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

0VER VRIJZINNIGHEID EN RECHTZINNIGHEID (2)

Bekijk het origineel

0VER VRIJZINNIGHEID EN RECHTZINNIGHEID (2)

14 minuten leestijd

In vervolg op het in ons nummer van . 31 oktober opgenomen gedeelte van de briefwisseling tussen dr. J. J. Buskes en dr. A. de Wilde in , , Woord en Dienst", orgaan voor het Hervormde Kerkewerk d.d. 19 oktober, nemen wij hier, voor zover van belang, soms met cursivering dezerzijds, het antwoord op van dr. A. de Wilde op de de reeds gepubliceerde brief van dr. Buskes.

S.

Je begin-opmerking, dat n.l. de vrijzinnigen voor de gereformeerden die met de Hervormde Kerk tot hereniging zouden willen komen, een probleem zijn, zou ik willen beantwoorden met de tegenopmerking, dat de gereformeerden voor de vrijzinnigen óók een probleem zijn, maar, wat méér zegt, dat de gereformeerde vorm van christelijk geloof, zoals die in dè Gereformeerde kerken en in onze Gereformeerde Bond zich toont, voor de hele Hervormde kerk, en ruimer gezien, voor de Oecumene, een ernstig probleem vormt. Ik denk alleen maar even aan de rationalistische Bijbelopvatting in deze groep, waardoor het Evangelie als in een ijzeren pantser is opgesloten, en waarmee de christelijke kerk op den duur grondig zal moeten breken.

Geen onfeilbare uitspraak

Je eigen bezwaren tegen de vrijzinnigheid knoop je vast aan artikel X van de kerkorde. Je bent bang dat de vrijzinnigen dit artikel zó opvatten, dat het tenslotte uitgehold wordt.

Laten we beginnen met vast te stellen dat artikel X geen onfeilbare uitspraak is. We hebben geen onfeilbare paus, maar ook geen onfeilbare synode. Wij als vrijzinigen hebben nooit onder stoelen of banken gestoken dat wij de formulering van artikel X niet bepaald voor honderd procent bevredigend achten. Je weet dat er over deze formulering lang en breed gediscussieerd is in de synode, en dat déze formulering tenslotte als een soort compromis uit de bus is gekomen. Dat is helemaal niet erg, maar dat betekent dat wij artikel X lezen in z'n historische omlijsting. Dat wil dus o.a. zeggen, dat de formulering, in overeenstemming met de heersende wind in de kerk in het tweede kwartaal onzer eeuw, sporen vertoont van de toenmalige restauratieve theologie, en dat wij, wetende hoe de wind draaien kan, ons daardoor niet al te zeer laten imponeren.

Er is overigens in artikel X veel dat wij waarderen kunnen. Wij waarderen de poging om het belang van het objectieve te formuleren, zoals die in de vermelding van de Heilige Schrift (al zeggen wij liever gewoon , , Bijbel") blijkt en in het stellen van de gemeenschap met de vaderen. Evenzo de poging om enigermate de gestalte van de belijdende kerk te schetsen (niet van een belijdeniskerk), een kerk die verantwoordelijkheid gevoelt voor het heden en getrokken wordt naar de toekomst van Jezus Christus, anders gezegd het Koninkrijk Gods. Wij waarderen ook in het bijzonder het feit dat men de band met het objectieve niet mechanisch, rationalistisch, gemaakt heeft, maar spreekt van , , dankbare" gehoorzaamheid en van , , gemeenschap" [en niet van „overeenstemming"). En wij trachten ook waardering op te brengen voor het niet helemaal geslaagde pogen het accent in de geloofsformulering te leggen op de , , zelfopenbaring" van God, dat is dus praktisch op Christus, die immers het Woord en het Beeld en het Karakter van God mag heten.

Maar hier ruikt zijn theologische neus toch een zekere repristinatie, die zich het sterkst openbaart in de formulering , , drieënige God". Van harte belijd ik, dat het christelijk geloof is het geloof in God de Vader, die zichzelf openbaart door Zijn Woord, dat in Jezus persoon is geworden, en door Zijn Geest, die ons in waarheid en tot de volle waarheid leidt —•maar de onbijbelse term , , drieënige God" roept onvermijdelijk het hele dogmatische apparaat op waarmee de griekse vaders de evangelische waarheid hebben gepantserd. Ik weet dat in het meergenoemde tweede kwartaal onzer eeuw dit pantser weer flink opgepoetst is en ik begrijp dat men tegenover de klinkende leugenleuzen van het fascisme behoefte voelde aan krachtige en door oudheid eerbiedwaardige termen, en dat dit nu zó in de kerkorde gekomen is, maar ik geloof dat men toch beter had gedaan zich binnen de perken van de Bijbel te houden. Wij blijven ons dus het recht voorbehouden om in dit „belijdenisartikel" van de kerkorde wijzigingen voor te stellen. De Hervormde kerk heeft al diverse kerkorden gehad en de huidige zal vermoedelijk wel niet de laatste zijn. Wij hebben dus artikel X aanvaard, omdat deze formulering toentertijd de meest soepele was die bereikbaar was. (Cursivering van mij, S.) Je kunt dit geen ideale situatie vinden, maar bedenk dat dit voor andere groepen mutatis mutandis evenzo geldt. Wanneer de Geref. Bondsmensen en een deel van de confessionelen over dit artikel hun mening uiten, vragen zij dat er , , overeenstemming' met de belijdenis der vaderen in zal komen. Ook zij leggen zich bij de huidige formulering neer, doch onder voorbehoud van verbetering, indien bereikbaar, verbetering natuurlijk naar hun idee. Zo aanvaarden ook wij artikel X, eveneens onder voorbehoud van verbetering.

Werkverband in de kerk

Hoe wij momenteel de Hervormde kerk zien, ligt uitgedrukt in de beginselverklaring van de Vereniging, een beginselverklaring die natuurlijk ook niet onfeilbaar is en die stellig t.z.t. ook weer op de helling komt, maar waarmee wij in de praktijk toch altijd noch uitkomen, en die o.i. met de huidige kerkorde niet strijdig is.

En het spreekt toch vanzelf dat wij solidair zijn met mensen, die deze beginselverklaring onderschrijven. Het zou een ontkenning van de geoorloofdheid van werkverbanden in de kerk zijn als men de eenvoudige organisatorische solidariteitseis zou betwisten. Jij die in de Partij van de Arbeid de geoorloofdheid van werkverbanden erkent, zult die toch zeker voor de kerk niet willen betwisten? Of is soms Kerk en Vrede ook niet zo'n werkverband, en de redactie van In de Waagschaal! ?

Er is natuurlijk één voorwaarde, en dat is deze dat de beginselverklaring van zo'n werkverband past in het raam van het belijden der kerk. Ais er een groep was die bijv. het primaat van de paus in haar vaandel zou schrijven, zou het bestaansrecht van zo'n groep als geheel aan de orde moeten komen.

Kerkorde: ruim kerkbegrip

Je noemt een paar van die opvattingen. In de eerste plaats het brede kerkbegrip: een volkskerk die de grote verscheidenheid van protestants denken en voelen zoals die leeft in ons volk kan opnemen. Wel, deze opvatting leeft ook algemeen in de Vereniging. Dat ze met de kerkorde in strijd is, zou ik niet graag voor mijn rekening nemen. Lees alleen maar artikel II waar staat: „Krachtens het genadeverbond behoren tot een hervormde gemeente, die rondom Woord en sacramenten wordt vergaderd, en mitsdien tot de Hervormde kerk ... (1) zij die door openbare belijdenis des geloofs belijdende leden der kerk zijn geworden; (2) zij wier inlijving in de gemeenschap der kerk is bekrachtigd door de heilige doop; (3) en zij die uit hervormde ouders zijn geboren". Je kunt persoonlijk tegen punt 3 bezwaar heb­ ben; er zijn soms predikanten die ook tegen punt 2 bezwaar hebben; maar je kunt niet ontkennen dat de kerkorde een heel ruim kerkbegrip heeft. Ik meen me te herinneren dat de officiële instanties der kerk bij de volkstelling van 1947 geijverd hebben om zoveel mogelijk lieden als „hervormd" te boek te krijgen.

De kern van je bezwaar zal wel zijn dat in die brede kerk allerlei variatie van prediking zou mogen meedoen, met name leerstellingen waarvan je voorbeelden geeft. Je noemt een bepaald openbaringsbegrip. Er zijn theologen volgens wie de openbaring Gods niet beperkt is tot Israël en tot de Christenheid. Zij erkennen openbaring ook in de natuur, ook in de wereldgodsdiensten, ook in 't eigen leven. Ik begrijp dat de schrik voor bloed-en-bodem-religie vele andere theologen gebracht heeft tot een zeer beperkt openbaringsbegrip, maar ik vraag me af of ook hier de vrees niet een slechte raadgeefster is geweest. Dit beperkte openbaringsbegrip is zeker niet in overeenstemming met de Bijbel, die 'n en déplaise Barth stellig algemene openbaring erkent, maar ook niet met de Nederlandse geloofsbelijdenis artikel 2, waar ik lees : Wij kennen God door twee middelen: ten eerste door de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld, overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letters zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen enz. Neem jij dat niet voor je rekening? Dat is jouw zaak, maar deze opvatting heeft binnen de Hervormde kerk toch altijd nog recht van meespreken.

Accentverschil

Jawel, zeg je, maar in de theologie die wij nu bespreken is God niet in de eerste plaats de geopenbaarde, maar het overweldigend Mysterie. Wel, voor ons allemaal geldt dit, dacht ik. , , God is groot en wij doorgronden Hem niet". „Wij zien door een spiegel in een raadsel". Het gaat hier om een accent dat ten overstaan van de veelweterij van vele theologen telkens weer gelegd moet worden. Maar in de theologie, waarover wij spreken, wordt openbaring erkend. Je éérste bezwaar was dat er zelfs te véél bronnen van openbaring werden erkend!

Maar er wordt hier geen principieel onderscheid gemaakt tussen de Christusopenbaring en de andere openbaringen, zeg je. Kijk eens, hier hangt alles af van de interpretatie van het woord, , principieel". Er wordt hier evenwel een zodanig kwalitatief onderscheid gemaakt tussen de verschillende wijzen van openbaring, dat, als het om het centrale gaat, Christus wordt aangewezen, en dat is t.a.v. de interpretatie van het woord „principieel" m.i. afdoende.

Hieruit blijkt meteen dat het in deze theologie niet gaat om hulpbetoon met een vaag religieus aureool. Ds. van Wijnen formuleert zelf als volgt zijn antwoord op dit verwijt, dat hem door jou niet voor het eerst wordt gedaan:

„Een ander misverstand kwam tot uiting waar men meende dat ook de Hervormde kerk wilde omvormen tot een ondogmatisch instituut, dat zich alléén met caritatieve arbeid zou bezighouden. Wanneer men mij echter goed beluisterd heeft, kan men weten, dat volgens mij de grote vragen van geloof en leven voortdúrend (accent van Van W.) aan de orde moeten komen. Ik kom er immers steeds voor op, dat dit VRIJ zal gebeuren, niet gebonden aan een traditioneel, min ot meer gelijkgeschakeld belijden."

Hier is geen woord frans bij en de Vereniging van V.H. kan dit volledig onderschrijven.

Alles goed en wel, zeg je nu, maar die Christus waarover hier gesproken wordt, is niet de ware Christus. De Christusgestalten der eeuwen krijgen hier meer betekenis dan de Christusgestalte van de Bijbel. En dan vraag je me of zulke opvattingen mij geen pijn en verdriet doen. Mijn antwoord is : Neen. Ik versta deze beschouwing heel goed. Het gaat hier om het feit, dat de Jezus, die de Evangeliën ons tekenen, een gestalte is die in allerlei opzichten gebonden is aan het toenmalig Jodendom. Jezus was een Jood, die leefde volgens de regels van de joodse godsdienst. Hij was in velerlei opzicht gebonden aan het wereld- en historiebeeld van Zijn omgeving. Hij zag het einde aller dingen als zeer nabij en Hij zag dit einde onder de vorm van de eschatologische beelden van het Laatjodendom. Ik dacht dat hierover onder theologen toch geen verschil van mening meer was? Of zie jij dat anders?

Uit het mijne .. .

Uit deze zo sterk joodse Jezusgestalte heeft zich onder Gods leiding het Christusbeeld losgemaakt, dat, verschillend genuanceerd, in de wereld zijn krachtuitstraling is gaan geven. Reeds bij Paulus is de „Jezus naar het vlees" op de achtergrond gekomen; een nog meer onjuist Christusbeeld geeft Johannes. Dit is, dacht ik, de vervulling van het woord : , , De Geest der waarheid... zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen" (Joh. 16: 13). Gods Geest neemt het uit de joodse Jezus van Nazareth en geeft het aan de christelijke gemeente op de wijze die zij behoeft.

Malan of Schweitzer?

Je weet, dat wij deze inzichten voor een groot deel te danken hebben aan het theologisch werk van Albert Schweitzer.

"Alles immers wat men werkelijk over verlossing kan zeggen, komt ten slotte daarop neer, dat wij, in de gemeenschap met Jezus, van de wereld en onszelf vrij worden, en kracht en vrede en moed om te leven vinden".

Laten we nu eens afstappen van de theologie van ds. van Wijnen, die misschien niet overal uitgebalanceerd is en misschien ook hier en daar wat antithetisch en prikkelend geformuleerd is, en laten we nu eens overstappen naar Schweitzer, wiens discipel Van Wijnen in velerlei opzicht is. En dan, Buskes, moet je mij eens ronduit vertellen: als Albert Schweitzer predikant was in onze Hervormde kerk, zou je dan de vrijmoedigheid hebben om hem te helpen afzetten ? En als jij je preekstoel af zou staan, aan wie zou je die liever afstaan, aan onze collega de calvinist dr. Malan, de ex-premier van Zuid-Afrika, die óók het Evangelie in Afrika verkondigt, of aan de links vrijzinnige dr. Schweitzer ?

Je weet dat wij deze inzichten voor een groot deel te danken hebben aan het theologisch werk van Albert Schweitzer. Als ik nu nog even op ds. van Wijnen terug mag komen, dan wil ik je aandacht vestigen op het feit dat deze Hervormde predikant in dit en in verschillende andere opzichten een discipel is van Schweitzer. Als ds. van Wijnen z'n geloof formuleert, doet hij dan met een woord van Schweitzer over de agapé (de offerende liefde) n.l. „dat zij, waaneer zij werkelijk levend en groot is, de  gehele religie omvat.

Begrijp je nu, dat wij tot discipelen van Schweitzer, die de neiging hebben artikel X van de kerkorde te verabsoluteren, zeggen: , , Vat dat artikel toch niet zó op als de confessionelen dat zouden willen! Dat artikel X is tijdgebonden. Die formuleringen, die jullie — en ons — niet liggen, die behoef je niet te ondertekenen. Je hebt alle vrijheid om er je bezwaren tegen in te brengen. Loop asjeblieft niet uit de grote gemeenschap om je in kleine kringetjes te gaan opsluiten! We willen graag met jullie praten over je theologie, waarin misschien punten zijn die ons niet helemaal duidelijk zijn, maar wees ervan verzekerd, dat wij ons van harte solidair weten met mensen die Albert Schweitzer als schutspatroon aanroepen".

De grens

We zijn dan nu gekomen op het punt "waar de , , linkergrens" van de Hervormde kerk de aandacht vraagt. Ik heb in 1955 verklaard dat de linkergrens van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden samenvalt met de linkergrens van de Hervormde kerk. Welnu, die uitspraak in deze vorm moet ik terugnemen. Het hoofdbestuur heeft deze uitspraak n.l. onder de loep genomen en niet helemaal houdbaar bevonden. Na deze besprekingen zou ik ons standpunt als volgt willen formuleren: waar de linkergrens van de Hervormde kerk valt, is een zaak die de gehele Hervormde kerk heeft uit te maken; wij als Ver­eniging van V.H. kunnen alleen zeggen, dat wij overtuigd zijn dat wij met allen, die onze beginselverklaring aanvaarden, ook met hen die zich links-vrijzinnigen noemen, binnen de grenzen van de Hervormde kerk behoren. En dat betekent dus concreet dat wij ons zullen verzetten tegen elke poging om bijv. serieuze Schweitzer-discipelen uit het predikambt te weren of te bannen. Mag dat niet ? Zou jij niet dezelfde gedragslijn volgen als de Hervormde kerk een Kerk-en-Vrede-dominee om z'n Kerk-en- Vrede-opvattingen (stel dat eens even!) het predikambt onmogelijk zou willen maken ? Of leg jij je bij voorbaat bij elke uitspraak van de Hervormde kerk neer ?

Laat ik je een paar vragen noemen, waarvan wij menen, dat een geestelijke gemeenschap, die zich verantwoordelijk weet voor het heden, er een antwoord op moet geven.

Hoe staat het met de verhouding van het christelijk getuigenis en het wereldbeeld van de huidige natuurwetenschap ? Wat betekenen lichamelijke opstanding, hemelvaart en wederkomst in een wereldbeeld, waarin een plaatselijke hemel uitgeschakeld is? Hoe staat het met de verhouding van geloofsbetuigenis en historiebeeld ? Wat betekent het dat wij „in Adam gevallen" zijn, als wij over onze eerste voorouders toch wel enigszins andere voorstellingen hebben dan bijv. de opstellers van onze belijdenisgeschriften ? Hoe staat het met de geldigheid van de formuleringen van het oudkerkelijk dogma, waar wij weten dat dit dogma voortgekomen is uit een heils opvatting, welke wij uit de evangeliën putten aanzienlijk afwijkt ? enz. Je vindt die vragen misschien niet erg belangrijk, maar voor duizenden in onze kerk zijn ze dat wel, en via ons vragen die duizenden.

Ik hoop duidelijk geweest te zijn en wacht graag op je antwoord.

Met vriendschappelijke groeten,

je A. DE WILDE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

0VER VRIJZINNIGHEID EN RECHTZINNIGHEID (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's