HET HERVORMD GEREFORMEERD APPÈL II
II Perspectief
II. PERSPECTIEF
Wat dient het hervormd gereformeerd appèl te bereiken ?
Men zal bij deze vraag allicht denken aan een programma met punten, die stap voor stap zouden moeten worden afgewerkt om daardoor steeds nader tot het doel te komen.
In grote trekken zou als programma kunnen worden gesteld:
a. gezond wording van het kerkelijk leven in de Hervormde kerk,
b. oplossing van het vraagstuk der kerkelijke gescheidenheid,
c. herkrijging van de greep op ons volk door de éne, Hervormde, Gereformeerde kerk in Nederland.
Dit programma zal van weinigen de nieuwsgierigheid bevredigen. Immers wat onder b en c wordt genoemd, gaat niet zozeer de gereformeerde gezindte in de Hervormde kerk aan, maar meer de gesaneerde kerk als geheel; daarom dient juist de sanering er aan vooraf te gaan. Alleen zou onder b de hervormd gereformeerde groep als zodanig van betekenis kunnen zijn, zolang de onder a genoemde sanering nog niet zou zijn afgesloten ; om namelijk de afgescheiden kerken te doen inzien, dat hun medewerking aan de sanering der Hervormde kerk gewenst, ja zelfs vereist is. Het is echter onzeker, of zulk een appèl van de hervormd gereformeerden op bijv. Gereformeerde Kerken van nut zou zijn, zolang de huidige ontwikkeling in die Kerken hun geschiktheid om tot de sanering bij te dragen langzamerhand twijfelachtig maakt."
Wij menen dus, dat het hervormd gereformeerd appèl in het bijzonder op zijn plaats is bij de gezond wording van de Hervormde kerk. En dan is dit , , programmapunt" daarmee te vaag en te algemeen omschreven.
Wil men het in details meer concreet maken, dan moet schrijver dezes eerlijk bekennen, dat hij deze details niet duidelijk vóór zich ziet. Het is voor hem zelfs een open vraag of er reden is, nu al een gedetailleerde weg aan te geven waarlangs het kerkelijk leven zich onder de invloed van een hervormd gereformeerd appèl zou kunnen ontwikkelen. Zolang van het appèl niet veel weerklank kan worden verwacht alleen al omdat het van hervormd gereformeerde zijde komt en zijn uitgangspunt wil nemen in het belijden der Kerk, schijnt de zakelijke inhoud van het appèl voorshands van minder belang. Tot nog toe is, misschien wel tot verdriet van veel lezers, de kerkelijke practijk min of meer buiten beschouwing gebleven. Steken we onze neus buiten deze theoretische kring, dan blaast, zo zal men menen, de ijskoude storm van de practijk in de Kerk alle idealen wel met één rukwind weg. En dan ligt het in grote trekken in deze practijk zó, dat de niet-gereformeerden in de Kerk van het appèl der belijdenis. Vertolkt door de gereformeerden, - niet gediend zijn; en de gereformeerden schijnen voor zulk een vertolking niet in alle opzichten rijp te zijn.
Van weerszijden leeft men nog veel teveel onder de ban van de oude richtingstrijd.
De animositeit (vijandigheid) over en weer is groot. Weliswaar gaat deze grotendeels terug op de tegenstelling inzake het belijden der Kerk, en daarom ook ergens — het verdriet ons zeer dit uit te moeten spreken — op een geraffineerd gecamoufleerde verwantschap met hen, die in de gelijkenis van Lucas 19 zeiden: Wij willen niet, dat Deze koning over ons zij ; maar grote voorzichtigheid is hier geboden in de beoordeling zowel van , , de anderen" als van onszelf, alsmede de erkenning, dat de richtingstrijd de tegenstellingen toch ten minste zeer heeft verscherpt.
Zo zal, voordat het appèl effectief werkzaam zou kunnen worden, eerst de bodem daarvoor én bij gereformeerden èn bij niet-gereformeerden vruchtbaar moeten worden gemaakt door nodeloze hinderpalen weg te nemen. Daarover later nog enige opmerkingen.
Voor wat het appèl zelf betreft, willen deze artikelen niet meer zijn dan een stimulans (prikkel) voor ons hervormd gereformeerden om ons te bezinnen op waarin het appèl precies zal moeten bestaan en in welke vormen 't zal moeten worden gegoten, waarbij wij gelukkig al kunnen refereren aan enige geslaagde voorbeelden in dezen. Door zulk een bezinning kunnen wij ons wellicht ontworstelen aan de situatie, dat wij maar lijdelijk afwachten wat er kennelijk over ons komt, en wat meer daadkracht opbrengen — niet in activistische zin, maar in een gewillig instrument-willen-zijn van de Heere, die ook in de Kerk wonderen kan doen — om te bevorderen dat onze Kerk daar komt waar zij behoort, niet naar het inzicht van onze groep, maar naar wat de Kerk daaromtrent zelf in het geloof beleden heeft.
De gereformeerden in onze kerk zijn stellig nog niet allen toe aan de gedachte van een appèl op de niet-gereformeerden. Men staat daar doorgaans wat vreemd tegenover en zal er nog zeer aan moeten wennen. Het is zo gemakkelijk, knorrig — zij het met reden — te constateren dat de Kerk te kort schiet en niet of onvoldoende geeft wat men van haar verlangen mag, maar 't schijnt heel moeilijk, zich op te maken om ieder op zijn wijze te bevorderen dat aan dat tekort iets ten goede wordt gedaan. En nu is juist de bedoeling, de lezers duidelijk té maken in welke geest onzerzijds de verbetering van de kerkelijke situatie moet worden bevorderd. Wij moeten er mee vertrouwd raken, dat wij — in grote trekken —• het tijdperk achter ons hebben, dat de strijd het een en het al was. Onze groep moet zich bezig gaan houden met de vertolking van het appèl der belijdenis; met de vraag, hoe de gehele Kerk op te trekken tot het niveau van de kerk der Reformatie.
Wij moeten daarbij meer aandacht dan tot nu toe schenken daaraan, dat wij met de niet-gereformeerden verkeren in dezelfde kerk, onder hetzelfde Verbond. Dat heeft belangrijke gevolgen voor onze benadering van de niet-gereformeerden. Wij moeten niet beginnen met ons van hen af te zetten, ons tegenover hen te plaatsen; maar met ons naast hen te stellen met de bedoeling, hen te helpen hun achterstand ook werkelijk als achterstand te zien èn te helpen die achterstand in te lopen. Zowel het een als het ander is een zéér zware opgave, omdat men immers de andere kant uit wil en daarom meent, juist op ons vóór te zijn. De geesten zullen dan nog meer openbaar iwor den dan nu.
Niettemin wordt de opgave ons gesteld, immers wij lezen in Lucas 22 : 32 : , , En gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders." Broeders ? Ja, om des verbonds wil. Fraaie broeders ; zij zullen — zal wellicht een lezer opmerken — er wel stichtelijk voor bedanken zich door ons te laten versterken. Dan moeten wij, om der wille van het erf des Heeren, voor hen doorzichtig maken, dat wij in onze verbondenheid aan de Reformatie de sterkeren zijn en zij in hun links en rechts aanknopen aan de dezentijdse geest de zwakkeren.
Is deze arbeid niet bij voorbaat uitzichtloos ?
Wie veel met niet-gereformeerden te maken heeft, is geneigd dit bevestigend te beantwoorden. Andermaal zou er echter op kunnen worden gewezen dat ook wij, als wij ons door het geloof aan Christus verbonden mogen weten, nochtans van onszelf niets hebben en niet kunnen zeggen, waarom de Heere ook niet het hart van anderen zou kunnen omzetten waarbij hen eveneens de kracht geopenbaard zou worden van het geloof, dat de heiligen is overgeleverd. Dan kan worden herinnerd aan figuren als Paulus, Bonifacius, Luther, Calvijn, die toch ook op het gebod hebben gezien en blind voor de uitkomst zijn geweest.
Tenslotte zijn er twee omstandigheden, die degenen, die geen uitzicht zien, toch eens zouden moeten overwegen. Het eerste is, dat de niet-gereformeerde theologie in onze kerk, beïnvloed als zij Is door het filosofisch denken, daardoor wordt aangemoedigd het holle en lege van haar eigen geloofsinhoud te erkennen (, De afwezige God", , , De hemel is leeg geworden"). Zij meent dit te kunnen opvangen door in het voetspoor van deze filosofische stromingen het zo voor te stellen alsof die leegheid, die zo onzeker maakt, zo hóórt (vandaar de oppositie tegen dogmata en belijdenissen die h.i. ten onrechte zekerheden" willen vastleggen), maar zulk 'n theologie komt niet op uit het geloof van de gemeente. De gemeente wendt zich van deze theologie af en zo schrijdt de ontkerkelijking voort, wat ook aan de niet-gereformeerden niet onopgemerkt blijft. In dit licht maakt de indrukwekkende activiteit van onze Kerk op allerlei gebied (die overigens, in het algemeen genomen, niet te laken is om het feit dat ze bedreven wordt, doch om de geest waarin) de indruk van een vlucht te zijn, een facade waarachter niets wezenlijks ligt. En als het inderdaad een vlucht is, dan is alleen al het feit, dat men zich — blijkens die vlucht — innerlijk onzeker voelt, een aanknopingspunt voor de hervormd-gereformeerden, hoe ongewild dit aanknopingspunt ook van niet-gereformeerde zijde mag zijn.
Het tweede is van heel andere aard. De huidige maatschappij brengt een migratie van de bevolking in ons land mee als nooit tevoren. Dat heeft o.a. als gevolg, dat in gemeenten van gereformeerde stempel overal niet-gereformeerde minderheden aan het ontstaan zijn, en omgekeerd. Geheel afgezien van de allermiserabelste begeleidende verschijnselen die zich daarbij voordoen (wie denkt niet aan de n.b. van hogerhand gestimuleerde scheurgemeenten) biedt dit toch menselijkerwijs gesproken voor het hervormd gereformeerd appèl ongedachte kansen.
Het zou wel eens kunnen zijn dat er een hogere bedoeling achter zit, dat de toenemende onzekerheid in de niet-gereformeerde theologie en de sterkere migratie van onze bevolking in dezelfde periode vallen van de historie van ons volk.
(Wordt vervolgd)
Correctie:
In I, in het vorige nummer, is een storende zetfout ingeslopen. Op pag. 358, de derde kolom, de 24e regel van onderen, is per abuis „niet" ingevoegd. De betreffende zinsnede moet dus luiden: „Zo is dus de Kerk te zien als verbondsgemeenschap . . . .", enz.
Verder moet op pag. 359, de eerste kolom, de 10e regel van onderen, het woord „opgenomen" zijn: „genomen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's