De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

10 minuten leestijd

Eenheid en verscheidenheid in de kerk — Richtingen — Armoede of rijkdom — I Kor. 12 - 1 en 3 — Rectificatie — Om de prediking- — Nuanceringen in de vrijzinnigheid — Bedenkelijke uitlatingen — „Kwadratuus van de cirkel" — Legerklachten.

, , Wat moeten wij doen met de richtingen? " Dat is een vraag, welke dr. Lekkerkerker poneert in zijn kroniek — ditmaal kort gehouden o.m. , , omdat er niet bijster veel nieuws valt te vermelden"— in de 4e afl. van , , Kerk en Theologie" van dit jaar. Hij plaatste boven die kroniek het opschrift „Eenheid en verscheidenheid in de Kerk" en handelt in hoofdzaak over dat probleem, al geeft hij ook een enkele opmerking over , , de vrouw in het ambt", waarover z.i. , , overigens geen nieuwe gezichtspunten zijn te vermelden, ook niet door het boekje van prof. Rasker", dat pas verschenen was, toen dr. L. zijn kroniek schreef. Met deze uitspraak gaan we gaarne accoord. Doch met wat hij over het onderwerp als zodanig en met name over de , , richtingen en verscheidenheden" opmerkt, staat het anders. Ik ga niet in op wat hij aan het adres van de Geref. Bond en , , Geref. Bondskerkeraden" op de Veluwe zegt. Hij gebruikt in dit verband het woord , , hardheid", , , die niet de minste opening geeft voor een erkennen van gewettigde verscheidenheid in prediking en catechese ! Hij noemt in dit verband , , Ede, Veenendaal en Lunteren". Geldt datzelfde niet van andere kerkeraden, die b.v. doopconsenten weigeren ? Ik ga hier op een en ander in dit verband genoemd niet in, omdat van mij niet gevraagd wordt de kerkpolitiek van kerkeraden te beoordelen, hetzij in prijzende of lakende zin. Ik zou natuurlijk wel in kunnen gaan op de uitdrukking , , gewettigde verscheidenheid in prediking en catechese". Ik weet niet, welke norm dr. L. bij die uitdrukking voor de geest staat, want daarover spreekt hij niet zo direct en daarom moet ik mij onthouden van verder ingaan op deze zinsnede.

Evenwel, dr. L. heeft de vraag gesteld wat te doen zij met de richtingen. Hij laat het niet bij vragen. Verderop in zijn , , Kroniek" wijst hij op een passage uit de bekende Handreiking voor het gesprek der richtingen", , , waar nl. de richtingen in verband gebracht worden met de genadegaven uit 1 Kor. 12. Met die typering voor richting is dr. L. het geenszins eens, want dan zouden , , richtingen bijdragen tot de rijkdom der kerk". , Bij dit standpunt is het z.i. te begrijpen dat „dr. Sperna Weiland heeft gekonkludeerd dat de richtingen dan - ook niet meer als , , modaliteiten" mogen worden weggemoffeld in overgangsbepalingen maar een erkende plaats dienen te hebben in de kerkorde". En hij (dr. L.) vervolgt : „Op deze wijze komen we terecht in een oeverloos realisme, dat alles accepteerd binnen de volkskerk, wat zich daar maar als „charisma meldt". Hiertegenover stelt dr. L., dat het in 1 Kor. 12 „helemaal niet over „richtingen" of „modaliteiten" gaat". En ik zou er durven bijvoegen: evenmin als in 1 Kor. 1 en 3, ook al heeft Paulus' afwijzen van de groeperingen daar vermeld, daarvoor meermalen moeten dienen bij wie ten strijde trokken tegen de richtingen.

Intussen zijn wij dr. L. dankbaar voor zijn uitspraak. Maar hij bleef in gebreke het verschijnsel „richting" ons op te helderen. Ze is volgens hem niet gelijk te stellen met „modaliteit", noch met , , verscheidenheid". En voorts constateert hij dat „een theologische peiling van de richting broodnodig is. Dan is dus prof. Haitjema's 2e druk , , De Richtingen in de Nederlandse Hervormde Kerk" niet meer voldoende ?

Of zijn de , , richtingen", die prof. H. beschreef andere dan de huidige, van welke dr. L. nog eens weer zegt, dat ze de , , armoede van de kerk zijn" ? Inderdaad, want als richtingen ontstaan doordat leringen, welke op een of meer essentiële punten in strijd zijn met de Belijdenis der Kerk in de kerk ingang vinden, betekent dat ketterij en zeer zeker armoede. Maar met dat al wordt meer en meer duidelijk, dat de oude lading nog in het nieuw opgetuigde kerkschip is, dat de , , richtingen" helaas springlevend zijn, dat de situatie in wezen met de , , reorganisatie" niet veel veranderd is en de oplossing van het kerkelijk vraagstuk allerminst is bereikt.

We zien in ons kerkelijk leven meer ontbinding dan samenbinding. Het gerucht wil, dat prof. Kraemer invoering van de Kerkorde in 1951 niet wenselijk achtte. Naar verluidt moet hij in dat verband gezegd hebben: , , dan breekt de duivel los". Wat zal het in 1961 zijn, als , , op 1 mei de artikelen, uit de ordinantie van het opzicht, die de mogelijkheid geven tot de laatste maatregelen in de leertucht, de ontheffing uit het ambt, in werking treden", om dr. L. nog eens te citeren ?

Het bericht in de vorige Kroniek betreffende de uitspraak van de centrale kerkeraad der Herv. Gem. van 's-Gravenhage inzake de vrijzinnig-hervormden — wij namen het over uit een der dagbladen — blijkt niet in alle opzichten juist geweest te zijn. In , , Herv. Weekblad de Gereformeerde Kerk" d.d. 31-10-'57 licht dr. Streeder ons beter in. De indruk kan gewekt zijn, zo meent hij, dat de centrale kerkeraad tegen de vrijzinnigen met zijn besluit zou gezegd hebben: , , Wij willen niets met jullie te maken hebben". Dat is in genen dele het geval. Letterlijk schrijft hij verder : , , dat een kleine meerderheid, welke evenals de minderheid kennis genomen heeft van de overtuiging van dr. P. Smits, reeds op 1-7 oktober 1.1. niet genegen was haar stem te geven aan het principevoorstel, waaruit bij een aanvaarding van ord. 13-4 te zijner tijd de beroepen der beide predikanten voor bijzondere werkzaamheden zou kunnen voortvloeien". Nu kunnen de Vrijzinnig-hervormden nog pogen met overgangsbepaling 235, waaraan visitatoren-provinciaal en visitatoren-generaal te pas moeten komen alsmede het moderamen van de P. K. V. van Zuid-Holland hun doel te bereiken. Bij deze procedure wordt de kerk in haar geheel betrokken en rust niet de verantwoordelijkheid bij de centrale-kerkeraad alléén.

Uit wat dr. Streeder in dit verband schrijft blijkt wel, dat de centrale-kerkeraad de prediking van dr. P. Smits, een der voorgangers der Vrijzinnig-hervormden, niet voor haar verantwoordelijkheid kan nemen. Daarom luidt ook het opschrift van dr. Streeder's artikel: „De prediking in het geding". Wij geven gaarne deze rectificatie, ofschoon van mening, dat zij, wat de quintessence van de zaak betreft, weinig verandering, laat staan verbetering geeft.

Uit het vorenstaande blijkt wel, dat dr. P. Smits in zijn theologie een nuancering onder de vrijzinnigheid vertegenwoordigt, welke de meerderheid van de Haagse centrale-kerkeraad niet acceptabel acht. Zij wil daarover een uitspraak van de kerk in haar geheel. Moet dit tot 1961 wachten? De kerk kan u reeds judiciële leertucht uitoefenen. Waarom doet ze het niet? Daar zit natuurlijk wel heel wat aan vast. Des te meer klemt de noodzaak een aanvang te maken. Of is men bevreesd voor wat dan loskomt? Vrees om de werkelijkheid in het oog te zien?

Ik sprak over nuanceringen in de vrijzinnigheid. Dr. Lekkerkerker sprak daarover in zijn referaat onlangs op de studenten-conferentie, gehouden op de Ernst Sillemhoeve. Hij zegt dienaangaande: „In „Kerk en Wereld" is kort geleden een poging gedaan te omschrijven wat vrijzinnig is; daarbij werden verschillende stromingen onderscheiden, een universalistische die gereserveerd staat tegenover de nadruk op speciale bijzondere openbaring, een mystiek gerichte die achter de christelijke geloofssymbolen zoekt naar een dieper goddelijk mysterie, een existentialistische die alle speculatie afwijst en existentieel wil leven uit de heilige liefde van Christus, een theïstische of personalistische die juist in de , , Godsconceptie" weinig kan beginnen met de dogma's van Drieënheid en Incarnatie, en ten slotte een vijfde stroming die zich als minder-theologisch gemakkelijker aansluit bij de klassieke terminologie van de kerk der eeuwen."

Hoe bedenkelijk deze nuanceringen zijn kan blijken, uit wat verder in genoemd referaat wordt uiteengezet over de Christus beschouwing in die kringen. Luister slechts:

, , Wanneer als de vrijzinnige visie op de Christusgestalte ons wordt beschreven een Christusgestalte die als , , Godssymbool" het centrale object van 't christelijk geloof is, waarbij sommigen de Christusgestalte zeer nauw binden aan de historische Jezus, anderen haar zullen zien als een levenwekkende Madit die in de historische Jezus zijn stralendste openbaring vond, een enkele misschien de neiging heeft de historische Jezus geheel los te laten  — vraag ik me af ot deze visie met zulk een ruimte voor pluriformiteit in de Christusbeschouwing nog wel gedragen en verdragen kan worden in de Ned. Herv. Kerk. Gaan we hier niet regelrecht in de richting van een impasse? "

Bij dergelijke uitingen wordt het begrijpelijk, dat de theologisch niet geschoolde hoorder, een vrijzinnige prediking beluisterend, onder indruk van orthodoxe bewoordingen, kan menen een bijbelse verkondiging aan te horen, maar zit onder een prediking waarin de heilsfeiten verdampt worden en niets van het Evangelie Gods overblijft. Dan is , , Kerk en Wereld" d.d. 10 mei j.l. eerlijker, als daarin gesproken wordt over de heilsfeiten als , bedorven feiten". Dr. Lekkerkerker noemt dit provocerend. Inderdaad. En als hij in genoemd referaat nog vermeldt, dat volgens de vrijzinnige „Bijdrage tot de Hervormde Eredienst", het Apostolicum alleen nog maar aanbevelenswaardig is voor een oecumenische dienst, niet echter voor een gewone dienst in de eigen kerk, omdat deze belijdenis veel waardevols verzwijgt, en uitspraken doet waar men niets mee kan beginnen", dan is dat wel eerlijk, maar ook zo verbijsterend, dat gevraagd mag worden hoe dit te rijmen valt met de befaamde , , gemeenschap met de belijdenis der vaderen". Het Apostolisch vermaan: „Beproeft de geesten of zij uit God zijn", geldt voor alle tijden, doch met name in de huidige kerkelijke situatie. Al deze nuanceringen in de vrijzinnige richting met alle overige richtingen in één kerkverband samen te snoeren schijnt mij, om een woord van notaris Remmelts, de voorzitter van de Vereniging voor Vrijzinnig Hervormden te citeren, „de kwardratuus van de cirkel".

Ik val dr. Streeder bij als hij zegt, dat binnen afzienbare tijd een kerkelijke uitspraak over deze zaken nodig is. De kerk heeft bewogen te zijn over haar leden, die ze zonder meer prijs geeft aan allerlei wind van leer!

Zal die uitspraak er eindelijk komen'. En zullen we dan uit de impasse uitkomen ?

, , Trouw" van 6 november geeft een artikel over , , Leger Klachten". Hoofdklacht is wel volgens het blad, , , dat de dienstplichtige soldaat te weinig te doen heeft". Dat is heel erg, omdat in de verschillende takken van bedrijf, waaraan hij door zijn dienstplicht onttrokken werd, men schreeuwt om arbeidskrachten. Men denke aan het onderwijs. Betreffende instructiefilms, Amerikaanse voorstellingen met Nederlandse stem, luidt dan het relaas:

, , Een voorbeeld uit een film over de gevaren van de atoombom. De Nederlandse stem zei onder meer: , , En dat is dan een mooie stad om er eens een eitje op te gooien, een atoomeitje nog wel...".

, , Ja en als je dan dicht bij het mikpunt van de bom ligt, dan ben je de sigaar. En een brandende sigaar nog wel".

, , En als je deze instructies niet opvolgt, dan krijg je een titel voor je naam. De titel wijlen. En dat is niet zo mooi..."

De films wekken de indruk dat alleen maar de sufferds sneuvelen. Als je alles volgens het boekje doet, kan je niet gauw iets gebeuren.

Deze indruk wordt bewust gewekt. Bij een van de films wordt gezegd: , , Maar de stommelingen leven niet lang, die verdwijnen vanzelf."

Deze dingen zijn wel erg. Maar het ergste is wel het vloeken. Ondanks het officieele verbod, dat dus niet gehandhaafd wordt, hebben we veelszins een vloekend leger. Is dat de dank aan God voor de bevrijding? Wij hopen, dat van deze schandvlek in de Kamer bij Oorlog niet gezwegen wordt en Minister Staf alles zal doen om dergelijke, misstanden te doen verdwijnen ! De overheid heeft ook op te komen voor de eer van God, de 1ste tafel van de Wet des Heeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's