De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Korte Berichten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Korte Berichten

12 minuten leestijd

Kanselboodschap.

De kanselboodschap, die door de kerkeraad van Veenendaal aan alle kerkeraden der Herv. Gemeenten werd toegezonden, met verzoek om deze voor te lezen in de dienst des Woords van 24 november j.l. luidde als volgt:

De Kerkeraad deelt aan de gemeente het volgende mede :

De Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk heeft zich in haar vergadering van juni 1.1. uitgesproken voor de toelating van de vrouw tot het ambt van ouderling en diaken en in bepaalde gevallen voor bepaalde werkzaamheden ook tot het predikambt; zulks ondanks het feit, dat in het jaar 1955 de Kerk bij monde van de classis zich in meerderheid tegen de toelating van de vrouw tot het ambt verklaarde.

Aangezien de Kerkeraad het inzicht en de overtuiging deelt, dat de Heilige Schrift op dit punt zeer duidelijk is en het ambt aan de man toewijst en voorbehoudt, bedroeft het de Kerkeraad, dat de Synode deze enige regel des geloofs in haar Kerkregerend beleid in dezen niet volgt, zoals zij toch ook volgens de Kerkorde verplicht is te doen. Op zulk een ongehoorzaamheid kan geen zegen worden verwacht.

De Kerkeraad betreurt het ten zeerste, dat de Synode in strijd met de bedoeling der Heilige Schrift en tegen het gevoelen van de meerderheid van classis en Kerk deze dingen aanhangig heeft gemaakt. Nu de classis opnieuw geroepen worden hierover te oordelen alvorens een eindbeslissing zal worden genomen, brengt de Kerkeraad deze gewichtige zaak onder de aandacht der gemeente, haar oproepende tot bezinning en gebed, opdat dit onheil met al zijn kwade gevolgen mocht worden afgewend. De Heere schenke u een volstandig gemoed door de Geest der genade en .der gebeden.

Dat kunt u niet laten, het is voor onze soldaten.

De kerstdagen en oud en nieuw naderen weer. Gezellige dagen, maar bovenal wensen we elkaar weer gezegende dagen. Dat doen wij, thuis. Velen zijn van die dagen niet thuis. In dit verband noemen we Onze Jongens in de militaire dienst. Ja, ook Hervormd gereformeerde jongens.

Voor die militairen wordt veel gedaan. Het werk van de christelijke militaire tehuizen, de strijdkrachtenpredikanten en nog veel meer, wij mogen dat nooit gering achten.

Toch willen wij ook dit jaar weer een PAKKETTENAKTIE voeren, van onze lezers voor onze militairen. Doet u weer mee? We rekenen er weer op.

Het gaat om het gebaar. U maakt bijvoorbeeld een pakje met een mooi leesboek er in, of een pakje sigaretten, een aansteker, een portefeuille, een paar zakdoeken, een zakbijbeltje, een ..., och, u weet het best.

In ieder geval doet u er weer een hartelijke brief bij, weet u wel, een brief van uzelf aan die onbekende militair daar ergens in de kazerne of kamp. U schrijft dan in die brief, hoe u over de kerstfeestviering denkt, wat het Kerstfeest u persoonlijk zegt en hoe die viering in de kazerne gaat, vraagt u en ... och, dat kunt u best. Denk er wel aan, dat u aan een jongen schrijft van ongeveer twintig jaar. Dat is nog iemand, die alle kanten uit kan gaan in zijn leven, weet u.

Nee, u moet niet persé antwoord verwachten van die onbekende militair. Maar, wie weet...

Doet u deze keer ook mee ? Graag. De pakketjes VOLDOENDE GEFRANKEERD te zenden aan:

J. Goedhart,

Prins Bernhardstraat 23, Bodegraven.

P.S. Wilt u liever geld sturen, doet u dat dan per postwissel, desnoods in een enveloppe. Wij kopen daar dan wel iets voor. Wie stuurt eens een mooie grammofoonplaat voor een Prot. Militair Tehuis ?

BODEGRAVEN.

De heer C. B. Batelaan, president-kerkvoogd der Ned. Hervormde Gemeente, koninklijk onderscheiden.

In het Hervormde verenigingsgebouw „Berea" heeft burgemeester mr. J. J. Croles in tegenwoordigheid van kerkbestuurders, kerkelijke ambtsdragers en hun dames, de presidentkerkvoogd der Ned. Herv. Gemeente, de heer C B. Batelaan, in kennis gesteld van zijn benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje- Nassau, zulks naar aanleiding van het feit, dat de heer Batelaan 50 jaar geleden als notabel zijn intrede deed in het College van Kerkvoogden en Notabelen, en daarvan sedertdien deed in het College van Kerkvoogden en Notabelen, en daarvan sedertdien ononderbroken deel heeft uitgemaakt.

De mededeling van de toekenning van deze hoge koninklijke onderscheiding volgde onmiddelijk na de toespraak van de secretaris van de kerkvoogdij, de heer J. Th. van Ghesel Grothe, tot de nog zeer vitale, nu 78 jaren oude president-kerkvoogd. Spreker memoreerde daarbij onder meer hoe de respectabele kerkelijke staat van dienst reeds op 28-jarige leeftijd een aanvang nam met de benoeming op 14 november 1907 tot notabel, gevolgd door zijn aftreden als zodanig op l-l-'34 in verband met de benoeming met ingang van die datum tot kerkvoogd en de gelijktijdige verkiezing tot president der kerkvoogdij, welke functie tot vandaag de dag nog steeds met dezelfde ambitie, kunde en bekwaamheid door de jubilaris wordt vervuld. Daarnaast — aldus spreker — diende de heer Batelaan gedurende ruim 30 jaren de grote kerkelijke gemeente nog als ambtsdrager, aanvankelijk als diaken van 1920-1931 en daarna als ouderling van 1931-1951. In laatstgenoemd ambt vertegenwoordigde hij de kerkeraad van 1937-1951 tevens in het Classicaal Bestuur der Ned. Hervormde Kerk.

Burgemeester Croles vestigde, in aansluiting hierop, er vervolgens de aandacht op dat de belangstelling en de activiteit van de heer Batelaan niet uitsluitend beperkt zijn gebleven tot het zuiver kerkelijke terrein. Daarbuiten hebben de aandacht getrokken de verdiensten van de jubilaris ook op het gebied van het Chr. verenigings-, staatkundig en maatschappelijk leven. Als voorbeelden daarvan noemde de burgemeester de functie, die de heer Batelaan met veel liefde en nauwgezetheid nu reeds bijna 30 jaren inneemt in het bestuur van het Chr. Lyceum in Alphen aan den Rijn; evenzo gedurende meerdere jaren zijn bemoeiingen als bestuurder van de Chr. Industrie- en Huishoudschool hier ter plaatse; de onderscheidene door hem gedurende meerdere tientallen jaren vervulde functies in het bestuur van de Anti-Revolutionaire Kiesvereniging en zijn positieve houding tijdens de bezettingsjaren door onderhouding van de contacten met het Centraal Convent van deze (toen verboden) Partij.

Tenslotte besloot de burgemeester de opsomming van de verdiensten van de heer Batelaan door met voldoening te gewagen van diens grote voorrecht de jubilaris in zijn ambtelijke relatie met hem van nabij te hebben mogen leren kennen. Met enkele onderbrekingen heeft de heer Batelaan sedert 1921 n.l. nu reeds meer dan 21 jaren zitting in de gemeenteraad en trad hij bovendien in de moeilijke periode na de oorlog enige jaren op als wethouder-loco-burgemeester. Daarnaast bekleedt de heer Batelaan nu reeds meerdere jaren de weinig benijdenswaardige functie van voorzitter van de woonruimte-advies-commissie. De burgemeester uitte hierbij zijn grote lof over de wijze, waarop de jubilaris in deze openbare betrekkingen de belangen der gemeente en van de gemeentenaren steeds voorstaat. Zonder naar gunst te dingen toont de heer Batelaan in al zijn hoedanigheden een grote plichtsbetrachting en nauwgezetheid, anderen ten voorbeeld. Nimmer ontbrekend op de plaatsen, waar zijn aanwezigheid verwacht wordt — aldus de burgemeester — dwingt de jubilaris respect af door zijn rechtschapen en eerlijk, doch eenvoudig optreden, daarbij steeds blijk gevend van een wijs en helder oordeel over en inzicht in zaken en omstandigheden.

Het zijn deze vele verdiensten, die in de-toekenning van de eervolle onderscheiding door Hare Majesteit de Koningin de hoogste erkenning hebben verkregen.

Aan het verslag van de pensioenraad der Herv. Kerk ontlenen we het volgende :

In de lijst van achterstallige gemeenten, die tot 19 augustus 1957 niet hebben betaald, vonden we van bondsgemeenten alleen ; Heesbeen, Poederoyen en Vuursche. In de lijst van gemeenten, waar alleen de predikant heeft betaald, vonden we slechts één bondsgemeente n.l. Montfoort. Onder de gemeenten, die gedeeltelijk hebben betaald troffen we de gemeente Wierden aan.

Aan het jaarverslag van de Raad voor de pensioenen van de predikanten ontlenen we het volgende:

Er waren blijkens aantekeningen in het afgelopen jaar 98 (79) predikanten, die verhuisden uit hun gemeente naar een andere als predikant voor gewone werkzaamheden; daarnaast deden 32 (27) vicarissen en 23 (31) candidaten, dus in totaal 55 (58) proponenten intrede in hun eerste gemeente.

Bovendien kwamen 2 (4) predikanten voor buitengewone en 2 voor gewone werkzaamheden over naar een gewone predikantsplaats, deden 4 (1) eervol van hun ambt ontheven predikanten weer intrede en kwam 1 (1) predikant over uit een andere kerkformatie.

Dit betekent, dat in het afgelopen jaar het predikantencorps voor gewone werkzaamheden werd versterkt met 64 (69) leden, waartegenover een afvloeiing staat van 54 (59) predikanten, als volgt te specificeren:

17 (28) gingen met emeritaat, waaronder 3 wegens invaliditeit; 7 (5) dienstdoende predikanten kwamen te overlijden; 13 (15) verkregen eervol ontslag; 1 (4) ging over naar buitengewone en 2 (3) naar bijzondere werkzaamheden; 1 (1) naar de zending en 3 (1) werden van hun standplaats losgemaakt.

Voorts overleden in de loop van 1956 49 (29) emeriti-predikanten, 1 (1) predikant voor buitengewone werkzaamheden, 1 zendingspredikant en 2 (1) eervol van hun ambt ontheven predikanten; 3 (2) predikanten voor buitengewone werkzaamheden gingen met emiritaat, alsmede 3 met eervol ontslag : eveneens 1 voor bijzondere werkzaamheden.

Van andere overgangen noteerden wij nog die van een predikant voor buitengewone werkzaamheden naar de zending, van 13 vicarissen en candidaten naar buitengewone werkzaam^heden (leger of vloot), van buitengewone naar bijzondere werkzaamheden in één geval en van eervol ontslag van een predikant voor bijzondere en voor buitengewone werkzaamheden.

In 1956 vermeerderde het aantal predikanten, dat in aanmerking kwam voor pensioen met 21 (33), terwijl 43 (19) nieuwe weduwen werden ingeschreven. In de loop van het jaar kwamen 49 (29) emeriti-predikanten te overlijden en 26 (19) predikantsweduwen; bovendien hertrouwde er 1 (3) weduwe.

Het aantal groepen van wezen vermeerderde met 1 (3), zodat er 11 (10) groepen werden geteld, in totaal 18 (20) personen.

Aan 't einde van 1956 vermeldt de statistiek zodoende 429 (457) predikanten, aan wie een pensioenuitkering werd verleend, voorts 499 (485) weduwen, 18 (20) wezen, 6 (6) predikantszusters met een lijfrente en 3 (3) predikanten, die aanspraak hebben op wachtgeld.

De plaats van de Gereformeerde Bond in de I.C.C.C.

In „de Reformatie" schrijft ds. Wiskerke in zijn rubriek „Onder de Streep" een serie artikelen over „Gebodenen dus gewenste interkerkelijkheid".

Naar aanleiding van deze opmerkingen schrijft de heer W. in „Getrouw", officieel oraan voor Nederland, Indonesië, West-Indië, België en Zuid-Afrika van de Internationale Raad van Christelijke kerken het volgende :

In de tweede plaats moeten we wat zeggen over de opmerkingen die ds. W. maakte over de samenwerking van een aantal broeders van de Ger. Bond in de Hervormde Kerk met de Organisatie ter bevordering van het werk van de „I.C.C.C." in Nederland.
De kritiek die op de Gereformeerde Bond wordt uitgeoefend is zeer scherp. Er wordt gesproken over „verstarde ontrouw" waarmede dan gedoeld wordt op 't feit dat de broeders van de Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk blijven, niettegenstaande de gerechtvaardigde kritiek die op die kerk kan worden uitgeoefend.
En aan de I.C.C.C. wordt verweten dat de „hulp van de Gereformeerde Bonders is ingeroepen". En dat dat mogelijk is gemaakt door een wijziging der Constitutie van de I.C.C.C.
In de „Reformatie" van 22 april schrijft ds. W. : „We achten het een onberekenbaar verlies, dat in de wijziging der Constitutie sinds haar opmerking in 1948, de expresse vermelding der tucht wegviel". Wij hebben ds. W. er reeds in een persoonlijk schrijven op gewezen dat deze bewering op een. misverstand moet berusten. De betreffende paragraaf in de Constitutie der I.C.C.C. luidt sinds 1948 onveranderd :

„De noodzakelijkheid van de handhaving van de zuiverheid der Kerk in leer en leven, naar het Woord van God".

Hier wordt dus het woord tucht niet genoemd, maar we zouden ds. W. willen vragen, of hij enige mogelijkheid ziet de zuiverheid van de Kerk in leer en leven te handhaven, zonder de toepassing van de tucht. Zo is dit ook door alle I.C.C.C. mensen steeds begrepen. In de aanvraag-formulieren voor toelating als constituerend lid staat dan ook vermeld : What provision does your body have for Church discipline", (wat we zouden kunnen vertalen met: Hoe is de kerkelijke tucht bij u geregeld?) Ds. W. ziet hieruit dat de I.C.C.C. niet bang is de kerkelijke tucht met name te noemen.

En als ons dan gevraagd wordt: Ondanks dit aanvaardt u toch de samenwerking van de broeders van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Organisatie, antwoorden wij : „Ja, van ganser harte !" Evenals in het Engelse Comité van de I.C.C.C. broeders uit de Anglikaanse kerken medewerken. 

De I.C.C.C. is inderdaad een Raad van kerken, die de tucht handhaven. Kerken die bijna allen ontstaan zijn doordat men zich afgescheiden heeft van de oudere kerken, waar de tucht niet meer wordt gehandhaafd. 

De Gereformeerde Bond kan dan ook geen constituerend lid van de I.C.C.C. zijn. Maar we zouden deze organisatie met vreugde begroeten als „Associated Body". Waarom ? Omdat de strijd van de I.C.C.C. niet alléén gaat om het stuk van de „afscheiding". Het gaat bij de I.C.C.C. in de allereerste plaats om de gelovige aanvaarding van de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord. En om de bestrijding van alles wat zich daartegen verheft. Ds. W. zal opmerken : Maar dat sluit de kerkelijke tucht in. En dat zijn wij met hem eens. Maar dat zijn de broeders van de Gereformeerde Bond ook met hem eens.

Wij geloven dat wij dit zó mogen stellen : Het verschil loopt hier niet over de vraag óf de kerkelijke tucht moet worden gehandhaafd. Maar het verschil loopt over de vraag wanneer het niet handhaven van de kerkelijke tucht aanleiding moet geven tot ^afscheiding. Hoe lang het verantwoord is om in de oude kerk te blijven en de strijd voor een reformatie van binnen uit voort te zetten.

Over die vraag kan verschil van mening bestaan. Over die vraag bestaat waarschijnlijk ook verschil van mening tussen de meeste I.C.C.C. mensen en de broeders van de Gereformeerde Bond. Maar dit verschil van mening behoeft naar onze mening niet alle samenwerking uit te sluiten. Vooral niet omdat de Gereforrneerde Bond door zijn eigen organisatie in de Ned. Herv. Kerk en door zijn eigen zendingswerk voortdurend ijvert voor het grote beginsel van de I.C.C.C. : de aanvaarding van de Bijbel als het Woord van God, en zo als de hoogste en beslissende regel voor geloof en leven.

Zo is wat ons samenbirijdt meer dan wat ons scheidt. En zó willen we samenwerken overal waar dat mogelijk is, en samen bidden dat God ons door Zijn Geest de juiste weg wijze.

W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Korte Berichten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's