HET HERVORMD GEREFORMEERD APPÈL
III Gesprek
Wat de hervormd gereformeerden als appèl ook naar voren hebben te brengen, het is wel zeker dat het gesprek daarbij een belangrijke rol moet spelen.
Nu zagen wij, dat de bedding, waarin de gezondwording van het kerkelijk leven onder vigueur van een hervormd gereformeerd appèl zou moeten verlopen, moet worden ontdaan van alles wat het wederzijds mishagen van gereformeerden en niet-gereformeerden in de hand werkt.
Dat is ten aanzien van het gesprek voorlopig heel moeilijk. Want gesprek is: contact. En contact is hier: ergernis, nog geheel afgezien van plaatselijke moeilijkheden, die bijna onvermijdelijk de stemming zeer geprikkeld maken. Deze ergernis zal toenemen, als de gereformeerden het accent gaan verleggen van de verzorging van eigen behoeften naar een beroep op het geheel der Kerk, waarbij de anderen immers minder buiten schot blijven.
Wellicht neemt de spanning bij voorkomende gesprek-contacten minder toe, indien over en weer bij voorbaat duidelijk is, dat voor een niet-gereformeerde , , het gesprek" principieel een ander karakter draagt dan voor een gereformeerde. Het gesprek is na de oorlog als contact-vorm in zwang kunnen komen en heeft tot op zekere hoogte (n.l. tussen niet-gereformeerden onderhng) ook wel resultaten op kunnen leveren door — soms slechts stilzwijgende — aanvaarding van het modaliteiten-motief. In deze niet-gereformeerde constructie wordt het zo voorgesteld, dat niemand de Waarheid bezit, die is te groot en te omvattend dan dat mensen daarover zouden kunnen beschikken. Zo stamelt ieder daar maar wat over, waarbij de een zich meer door dit, de ander meer door dat , , aspect" weet aangesproken van de éne Waarheid. Men zou dan toch één zijn al is men het niet ééns; vrijzinnig, barthiaans, confessioneel, gereformeerd kennen allen ten dele ; het gesprek zou dan betekenen een kennis nemen en duidelijk maken van eikaars , , deel".
De gereformeerde acht hierbij geen recht gedaan hieraan, dat God de mens in de Schrift de Waarheid openbaart, zodat die Schrift niet menselijk gestamel is omtrent de Waarheid, maar de Waarheid zelf (Joh. 17 : 17 b), voor zover en in de vorm waarin de Heere het nuttig oordeelde ons die mee te delen. Hij meent verder te moeten stellen, dat deze openbaring niet filosofisch benaderd, doch geloofd wil zijn, en acht daarom de belijdenis als uitdrukkende het geloof der Kerk niet een , , aspect" weer te geven, doch naast of liever onder de Schrift een richtsnoer te zijn voor het geloofsleven, een richtsnoer dat betrouwbaar mag heten zolang de Kerk als zodanig het tegendeel niet uit de Schrift heeft aangetoond. Daarmee vertegenwoordigen naar gereformeerde opvatting meningen of zelfs leringen in de Kerk, die van dit belijden afwijken, niet andere aspecten van de Waarheid, maar willen zij die in grove of verfijnde vorm tegenstaan.
Hierop is wat nader ingegaan om duidelijk te maken, dat de niet-gereformeerde bij het kerkelijk gesprek denkt aan , , modaliteiten" als gelijksoortige gesprekspartners, terwijl de gereformeerde hier een antithese stelt tussen hen, die de belijdenis wel en hen, die ze niet serieus nemen.
Dit niet aanvaarden van- het modaliteiten-motief door de gereformeerden irriteert, indien dit bij contact met niet-gereformeerden blijkt, omdat het, gezien door de niet-gereformeerde modaliteitenbril, als hoogmoedig farizeïsme wordt opgevat. Twee redenen zijn aan te geven, waarom men zulk een gereformeerde gesprek-opvatting rondweg arrogant zal vinden.
Ten eerste is men onder de niet-gereformeerden in het idee van de gelijkwaardige modaliteiten totaal vastgeroest; gezien de betrekkelijk korte tijd, dat dit idee opgeld doet, zelfs verwonderlijk snel en grondig, 't Is vreemd, dat zelfs de meest positieve figuren onder „de anderen" voor het in het oog houden van het geheel der Kerk naar dit modaliteiten-motief grijpen en daarvoor niet, zoals de gereformeerden, genoeg hebben aan het onder hen toch ook wel levende verbonds-motief — men leze bij voorbeeld dr. Lekkerkerker in het Hervormd Weekblad van 3 oktober e.v. Een onderbewuste zucht naar kerkelijk lijfsbehoud met het gezicht op artikel X kan daarvoor bij zulke figuren toch moeilijk de drijfveer zijn. Wellicht heeft de bonte oecumenische verscheidenheid, die zich door het sterk toegenomen internationaal contact veel meer aan ons opdringt dan vroeger, hier de geesten onder de indruk en soms in verwarring gebracht.
De tweede oorzaak dat het hervormd gereformeerd appèl zal irriteren is, dat in vergelijking met de niet-gereformeerden de gereformeerde gezindte in onze kerk theologisch weinig presteert en daarom weinig recht van spreken schijnt te hebben. Men kan aanvoeren, dat dit voortvloeit uit het vasthouden van de gereformeerden aan de Reformatie, zodat zij veel minder last hebben van originalitis, de zucht om origineel te zijn, die de niet-gereformeerden voortdurend tot nieuwe quasi-theologische gedachtenconstructies drijft. Dit kan echter moeilijk steek houden omdat de gereformeerde theologie dan toch ontegenzeggelijk tot taak heeft, daar tegenover voor het goed recht van de klassieke leer der Kerk op te komen, wat nu veel te incidenteel en daarom ook onvolledig en niet in breed verband plaats vindt.
Zo zullen er enerzijds Bondspredikanten die daarvoor geschikt zijn uit hun schuilhoeken moeten komen, als daar zijn: de grote gemeenten, de vele vergaderingen; en zich meer moeten toeleggen op de studie zowel van de Reformatie als van de hedendaagse theologie, alsmede de vruchten van zulk een studie in de een of andere vorm aan de gehele Kerk moeten voorleggen.
En in het algemeen moeten de gereformeerde predikanten, vooral in gemengde gemeenten, niet zich tevreden koesteren in de sympathie van hun eigen mensen, maar zich onbekommerd prijsgeven aan de verguizing van de vitale niet-gereformeerden, als daarmee wordt bereikt dat de kleurloze niet-gereformeerden en de buitenkerkelijken gaan zeggen : Wat die man zegt, is nog zo gek niet.
De ergernis, die de gereformeerden in de Kerk geven, die door hun meerdere aandacht voor een appèl op de Kerk zal worden versterkt en door hun gesprekopvatting verder zal worden gevoed, brengt mee, dat zij aan hun wijze van optreden in de Kerk in toenemende mate aandacht moeten schenken. Er zouden frappante voorbeelden kunnen worden genoemd van wat door een juist of minder gelukkig optreden kan worden gewonnen of bedorven.
Wanneer dit bij , , het gesprek" wordt opgemerkt, dan is hier niet alleen bedoeld op een samenspreking die op touw gezet is met de vooropgezette bedoeling een bepaald concreet resultaat te bereiken inzake de verhouding der richtingen. Immers voor zover het gesprek het hervormd gereformeerd appèl moet dienen, zal het althans van de zijde der niet-gereformeerden niet zo licht worden begeerd.
Ons hele zijn in de Kerk geeft echter altijd op de een of andere wijze uitdrukking aan wat ons geestelijk drijft. Het zou wel eens kunnen zijn dat dit voor de werkzaamheid van het hervormd gereformeerd appèl wel zo belangrijk is als bepaalde samensprekingen. Indien wij ons op de juiste wijze en in de. juiste gesteldheid weten te gedragen in de Kerk, kan dat van ontzaglijke betekenis zijn. Er kan zo , , een sprake uitgaan" van wat ons beweegt, en dit kan een belangrijke bijdrage inhouden tot het gesprek in ruimere zin.
Men kan dan zeggen, dat het gesprek zich momenteel afspeelt op het terrein van de kerkpolitiek, in de prediking, en in randgebieden als bijv. levensstijl.
Ambtsdragers maken uiteraard vormen van het gesprek mee in kerkelijke vergaderingen, terwijl het ook in de prediking opduikt in zoverre er vooral in gemengde gemeenten kan worden gerekend op niet-gereformeerde toehoorders (die komen heus voor!), terwijl de , , eigen mensen" in de prediking toch ook dienen te worden gewezen op waar de gevaren van heraesie (dwaalleer) dreigen en hoe zich daartegen te verweren. Evenwel moet in de preek het afwijzen van de dwaalleer incidenteel zijn en ondergeschikt blijven aan het positief bouwen van de gemeente.
Gereformeerde gemeenteleden maken het gesprek mee met kerkeraden als zij een minderheid vormen waarvan de wensen worden overwogen, en in het gewone leven van alle dag voor zover men daarbij met anders gezinde Hervormden in aanraking komt.
Over ons optreden in al deze vormen van gesprek in het slotartikel.
" Sm.
(Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's