Kroniek
Luisterrijk congres — Briljante docb arme rede — Rabbijnencongres — Herrijzend Sanhedrin? — Conferentie op de Horst — „Tolerantie en de grenzen der Kerk" — Volkskerkidealen — Diesrede van directies van „Kerk en Wereld" — Geen volkskerk — Uit de Generale Synode — Ds. Hildering gehandhaafd — Uit de Chr. Geref. kerken — Prof. Wisse heengegaan — Prof. van der Schuit gehuldigd — Ds. Velema gepromoveerd.
. Ons land geniet de laatste tijd nogal -eens de eer, dat internationale congressen en conferenties binnen zijn grenzen worden gehouden. Kort geleden, eind november, vergaderde in Amsterdam onder presidium van Z.K.H. Prins Bernhard, het congres van „La Fundation Européenne de la culture", de Europese gemeenschap voor de cultuur. Het was een zeer luisterrijk congres. H.M. Koningin Juliana was er als gast. Bondskanselier Adenauer en mr. Spaak hielden er een referaat. Vooral de rede van Spaak „over het behoud van onze beschaving" moet briljant geweest zijn. Na gememoreerd te hebben dat , , meer dan duizend jaar geleden onze beschaving is geboren en Europa er eeuwenlang de zetel van is geweest", vervolgde hij: , , Heden is het dat niet meer. Het politieke verval is met cultureel verval gepaard gegaan". (N.R.Crt. d.d. 25-ll-'57). Dat deze cultuur zo machtig kon opkomen onder de schaduw van het kruis van Christus, daarover werd, althans naar het verslag, niet gesproken. En zo ontbrak evenzeer het heenwijzen naar de Enige, de Opgestane, in Wiens overwinning alleen de krachten schuilen om een zinkende samenleving tot ware herleving te brengen. Dat was er niet bij. Christus ontbrak.
****************
Niet anders was het op de „Rabbijnen conferentie tot integratie van het Europese Jodendom", ongeveer een week eerder te Amsterdam gehouden op initiatief van „opperrabbijn" A. Schuster, de geestelijke leider van de „Joodse gemeente te Amsterdam." Samen met de opperrabbijn van de Portugese Israëlitische gemeente S. A. Rodrigues Pereira heeft hij. de geestelijke leiders van het orthodoxe Jodendom in Europa opgeroepen tot een bespreking van de problemen van het Jodendom in onze tijd (N.R.Crt. d.d. 20-ll-'57). Ook het Jodendom in Engeland, dat eerst in Cromwell's tijd zich daar kon vestigen en ontplooien, was vertegenwoordigd. Van Amsterdam uit heeft het Jodendom zich daar gevestigd. De Joden stonden op deze expansie, omdat zij geloofden, „dat de verlossing van alle Joden door de Messias eerst zou kunnen plaats vinden, als inderdaad de Joden in alle landen van de wereld zouden zijn terecht gekomen". Tenslotte werden resoluties aangenomen, waarin verklaard wordt dat de schriftelijke leer (de Torah) en de mondelinge leer, de na-bijbelse aanvulling óp de Torah door de Joodse geleerden, in de vorm van Mishna en Talmoed (in de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling ontstaan) de basis vormen van het Joodse leven, ook van deze tijd. De conferentie deed een beroep op alle Joden, de Torah tot uitgangspunt van hun gedragingen te maken en aldus de wil van God te vervullen. Dit betekent, dat de Jood zich moet verzetten tegen het streven naar materialisme en secularisatie, dat onze tijd kenmerkt. Huwelijken, echtscheidingen en bekeringen zullen door de deelnemers aan deze conferentie alleen als wettig worden beschouwd, indien zij volgens de Joodse traditie zijn tot stand gekomen.
Bepleit werd de oprichting van een centraal orgaan voor het Europese Jodendom, dat beslisingen zou kunnen nemen op Joods-godsdienstig gebied voor alle Joden van Europa. , , Op deze wijze zou het oude Sanhedrin kunnen herleven"
Deze conferentie nam dus zeer repristinatieve besluiten, wilde herleving van het oude verleden, sprak van de komende Messias, doch bleef de Christus der Schriften buiten sluiten.
*******************
Gedurende het weekeind 23 en 24 november j.l. is er op De Horst in Driebergen een conferentie gehouden over de „grenzen der verdraagzaamheid", belegd door , , Kerk en Wereld". Eerste spreker was prof. H. Kraemer met het onderwerp: „Het verkeer der wereldgodsdiensten", waarin vooral , , het vraagstuk van de religieuze tolerantie" onder de loupe werd genomen. De hooggeleerde referent, wiens betoog als inzet moest gelden voor het hoofdonderwerp der conferentie stelde, dat mensen en menselijke groeperingen van nature steeds intolerant zijn, en dat de tolerantie betekent de verovering op die natuur. Hij onderscheidde echter tolerantie in de zin van persoonlijke overtuiging en levenshouding, zoals in alle tijden en culturen mensen hebben gereflecteerd op een pluralistisch geestesleven; en tolerantie als sociaal-politieke gedragsregel, als grondtrek van de moderne democratische rechtsstaat, wat men dan pleegt te formuleren als „recht op godsdienstvrijheid". De grenzen der tolerantie worden dan de aantasting van de rechtsorde en de aantasting van de publieke zedelijkheid." Verderop in zijn rede poneerde hij : „De Renaissance en de Reformatie hebben eerst het probleem der religieuze tolerantie opgeworpen en gezocht naar een consolidatie der verscheidenheid.
Tolerantie is zo een late vrucht van het geestelijk bewustzijn; thans is zij een constituerend element als basis van het westerse groepsleven. Doch nu de grote wereldgodsdiensten in de westerse wereld opdringen en de zending in de oosterse culturen werkt, ontstaat de vraag naar de verkeersregels der godsdiensten".
Tenslotte kwam hij tot de uitspraak dat , , absolute tolerantie een hersenschim is". Ik nam een en ander over uit het verslag van de N.R.Crt. d.d. 26-11-'57 dat natuurlijk beknopt is, doch wel duidelijk de lijnen gaf, die de zeer terzake kundige spreker gaf. Ook hier proefde men de man, die weet scherpe lijnen te trekken. Ik kan niet zeggen, dat de beide andere sprekers ter conferentie hem in dit opzicht evenaarden. Jhr. L. de Geer, secretaris der visitatoren-generaal, sprak over: „Tolerantie, kerk en leertucht". Alles spitste zich toe op „de normen voor de leertucht", die, naar spreker zei, , , de kerkorde niet bevat. Daardoor wordt de leertucht — Jhr. de Geer wilde dat woord niet - bezigen, aangezien hij het niet juist achtte en dit woord verkeerde gevoelsmatige associaties opwekt" — moeilijk. Hij gaf echter geen beter woord, of het moet zijn, dat hij dit ziet in , , tucht" waarvan hij wel meermalen sprak.
Hij poneerde in dit verband de uitspraak : „De tucht nu is het teken, dat de kerk noch de wereld aan zichzelf worden overgelaten." Ik zou hier willen vragen: Welke macht of welke grootheid moet die tucht op kerk en wereld uitoefenen ? Voor mijn besef is de spreker er niet uitgekomen. Ik kan dan ook heel goed begrijpen, althans wanneer het verslag juist is, dat boven de weergave der discussie het opschrift werd gesteld: „Geen concrete belijdenisinhoud". Daarmede is ook een samenvatting gegeven van discussie over het referaat van de voorz. der Vereniging van Vrijzinnig-hervormden, notaris Remmels uit Den Haag, die als partner van Jhr. de Geer optrad met het onderwerp: , , Tucht berust op geloofsbesef". Deze spreker meende, dat het ontbreken van toelichting op de kerkorde, oorzaak van de enorme spraakverwarring is. Met zulk een opmerking, — is ze niet origineel, want in andere bewoordingen werd meermalen hetzelfde gezegd —, kunnen we verder komen, natuurlijk indien ze het geven van 'n toelichting uit zou werken. Op de vraag in de discussie gesteld, of de 10-jarige periode van uitstel der tuchtoefening in 1961 niet met nog tien jaren kan verlengd worden, antwoordde Jhr. de Geer pertinent ontkennend. En hij zal het kuimen weten!
De verslaggever vond het jammer, dat maar weinigen deze conferentie bijwoonden. Ja, jammer voor de sprekers, inzonderheid prof. Kraemer, een der , , big three" van voorheen en wel the biggest, naar mijn smaak de grootste, al heeft hij iets van dictatorale stijl over zich. Hij is waard gehoord te worden. Maar gezien het verslag durf ik niet zeggen: , , les absents avaient tort", de afwezigen hadden ongelijk.
**********************
Ter gelegenheid van de Diësviering van , , Kerk en Wereld" op woensdag 20 november j.l. heeft de directeur der stichting dr. J. M. van Veen in de Herv. kerk van Driebergen een rede gehouden over: , , Het probleem der kerkelijke gemeentestructuur". Als een kort résumé gelde het volgende citaat, dat we overnemen uit de N.R.Crt. d.d. 22 november j.l.: , , Het is vurig te hopen, dat ook de hervormde kerk op tijd zijn territoriaal absolutisme, ook in de kerkorde, laat schieten en de nieuwe vormen van gemeenteleven zowel de nodige ruimte schenkt als integreert, evenals de ambtsdragers, die in dienst staan van deze vormen. Wat blijft er, zullen velen vragen, bij een pleidooi voor kerngemeenten over van de reformatorische volkskerk? Nu, in de praktijk is er al weinig van over. En de afbraak gaat nog steeds voort."
Het ging alzo in die rede om de wenselijkheid, gelijk het in Amerika voorkomt, vaak regel is, de kerk te laten functioneren in kleinere gemeenschappen, die mobieler kunnen werken en van meer innerlijk contact zijn, zulks opdat de kerk te beter haar dienst, , , haar diakonia" aan de wereld kan uitoefenen. Het lekenelement moet geactiveerd; het werk moet niet uitsluitend , , aan ambtsdragers gedelegeerd worden". , , Van groot belang", zo vervolgt het verslag, , , achtte spreker de toerusting van de leken, het vormingswerk in daartoe steeds in aantal toenemende centra, die hij , , moderne huizen des gemenen levens" noemde.
Men ziet, weer nieuwe wegen om de ontkerstening tegen te gaan. Of is een en ander niet zo fonkelnieuw ? Is hier een soort herhaling van wat in de tijden aan de Reformatie voorafgaande plaats greep in de werkzaamheid van de , .broeders des gemeenen levens", Geert Groote en anderen? We zouden kunnen zeggen, dat ook hier blijkt, hoe de mensheid ten allen tijde van weinig ideeën heeft geleefd. We kunnen evenzeer tot iets anders concluderen. Immers de diesrede bewijst, dat het worstelt in de kerk om een weg te vinden, waarin de van het Evangelie vervreemden kunnen bereikt worden. Ja, doch dan is nodig', dat wie daarvoor zich inzetten-, getuigen zijn, leven uit het Evangelie van Gods absolute genade in Christus, en spreken wat ze met eigen oog gezien en met eigen oor gehoord hebben. Werd daarop in dr. v. Veen's rede alle nadruk gelegd ?
***************
Onze Synode vergaderde van 11-13 november j.l. Voornamelijk tot het behandelen van rapporten en het doen van benoemingen. Of bij de benoemden ook zijn uit , , Bondskringen? " Och, dat zal wel. Ik heb de lijsten niet gecontroleerd. Gewoonlijk is bij zulk een reeks wel een enkele , , Bonder". Maar echt met die groep rekenen is er daarin toch niet bij. De benoeming van dr A. A. Koolhaas tot praeses dezes jaars, hoezeer ook te prijzen, staat hier buiten. Het is er mede als met de briefwisseling tussen dr. Buskes en dr. de Wilde. De namen van de Bond- en de Zwingligroep worden een enkele keer genoemd, doch in de discussie worden die beide uitgeschakeld; het gaat erom, dat midden-orthodox en de synodale vrijzinnigheid in haar vijf of meerdere nuanceringen, elkaar vinden tot gezamenlijk leven binnen de grenzen van Artikel X der Kerkorde. Misschien vergis ik me, doch van die indruk kan ik mij niet losmaken.
De Synode deed ook een uitspraak inzake ds. Hildering, algemeen schoolbeheerder in Nieuw-Guinea. Omdat deze in politicies meermalen blijk heeft gegeven, dat hij op het standpunt der Indonesische regering inzake Nieuw-Guinea staat (verslag , , Trouw" 14-11-'57), wilden diverse hervormden, die der Synode in dezen een request zonden dat zijn uitzending ongedaan werd gemaakt. De Raad voor de Zending, door welke ds. Hildering werd uitgezonden, onder verantwoordelijkheid der Synode, wist te verklaren , , dat aan de functie van schoolbeheerder zware eisen worden gesteld en dat ds. Hildering bepaald daarvoor de geschikte persoon was. Ds. Hildering heeft de grenzen, die een dienaar passen, niet overschreden. De overheid zal in het kader der huidige staatsrechtelijke verhoudingen de medewerking niet weigeren aan zendingsarbeiders, die kritisch staan tegenover het huidige politieke beleid."
De Synode besloot tot handhaving van ds. Hildering', zulks met één stem tegen. Of dit een gelukkig besluit der Synode is, laten we in het midden. Wel is, gezien de demagogische acties in Djakarta, nog wel bevorderd door de regering van Indonesië, nauw toe te zien, hoe Nieuw-Guinea door onze landgenoten, op verantwoordelijke posten gesteld, wordt bewerkt. Het zou kunnen zijn, dat daar de bodem voor ons even heet werd als de situatie voor onze landgenoten in Djakarta uiterst gevaarlijk en precair schijnt. We hopen, dat het vertrouwen der Synode in ds. Hildering volkomen gewettigd blijke te zijn.
**********************
Zaterdag 23 november is te Doorn, waar hij woonde, ter aarde besteld prof. Gerard Wisse. Hij overleed ten gevolge van een hartverlamming in de gezegende leeftijd van 84 jaar. Uit de Herv. Kerk is hij uitgedragen nadat de oud-hoogleraar van de Theol. School der Chr. geref. kerken, prof. v. d. Schuit daar een woord ter nagedachtenis en van dank aan de Heere voor wat Hij in prof Wisse gaf, had uitgesproken. Op de groeve voerden velen uit verschillende kerken het woord. Prof. Wisse heeft rusteloos gewerkt voor en getuigd van het „onbeweeglijk Koninkrijk". Nu mag hij, in de rust ingegaan, naar we geloven, de Koning, die hij liefhad in heerlijkheid aanschouwen.
Ofschoon prof. Wisse niet meer in actieve dienst van de Chr. geref. kerken was, betekent zijn heengaan niettemin een ledige plaats in haar midden. Maar zijn werk zal zeker vrucht dragen ! Is dat ook niet te zien in de promotie aan de Vrije Universiteit —de eerste uit de Chr. Gereformeerde kerken — van ds. Velema uit Eindhoven tot doctor theologiae? De promotie, na verdediging van een dissertatie: , , De leer van de Heilige Geest bij Abraham Kuyper", geschiedde cum laude. Dat eert dr. Velema, maar niet minder de theol. faculteit der V.U. Het was om velerlei redenen , , een bijzondere promotie", schrijft , , De Wekker", d.d. 22 november 1957.
In dat zelfde nr. dankt prof v. d. Schuit in een artikel getiteld : , , Goud op goud", voor de rijke genade Gods en het medeleven van velen hem geworden in de viering van zijn gouden huwelijksfeest en de herdenking van zijn gouden ambtsjubileum. Dat zijn wel zeker zeer grote zegeningen de onvermoeide strijder voor Gods zaak met bijzondere accentuering daarin van de I.C.C.C. gegund. Zijn dankschrijven, waarin hij getuigt van zijn begeerte om God nog te dienen in Zijn wijngaard, beëindigt hij met de woorden: , , en al heb ik mogen ondervinden, dat de tweehonderd zilverlingen zijn voor de hoeders, de duizend zilverlingen zijn voor U, o grote Salomo !"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's