De catechismuspreek I
Over de Catechismus — de Heidelberger wel te verstaan — is sedert hij in 1563 verscheen, in de loop der jaren daarna, heel wat meer gepubliceerd dan over de catechismuspreek. Dat is heel goed te verstaan. Catechismuspreken kunnen heel goed zijn, men kan ze zelfs als boekwerk uitgeven — en er zijn vele prekenbundels en tóelichtingen op onze Heidelberger — de Catechismus zelf is toch van veel meer waarde omdat hij de bron is, die aan alle preken aanzijn gaf.
Maar er is nog een andere reden, waarom over onze Catechismus zoveel werd geschreven. Hij is niet de enige, die in de tijd der Reformatie werd samengesteld. Luther was de eerste, die een catechismus, een leerboek van de christelijke waarheid, het licht deed zien. Hij gaf er zelfs twee, de „kleine" en de , , grote" catechismus. Vóórdien werd het woord catechismus uitsluitend gebezigd voor het onderricht dat de kerk aan haar jonge leden gaf.
De Catechismus romanus, het leerboek, dat de Roomse Kerk eerst na het concilie van Trente deed opstellen, is dus een navolging van Luther.
Ook de Zwitserse Reformatie deed catechismi verschijnen. Calvijn gaf in 1545 de bekende Geneefse catechismus. Daar vóór had hij in 1536 en in 1541 er een het licht doen zien. Verder is nog te noemen de catechismus van Johannes á Lasko. Ik zou hier nog meerdere kunnen vermelden, doch dat heeft in dit verband minder zin.
Onder die allen neemt de Heidelberger een bijzondere plaats in. Is dat een gevolg van zijn opzet en methode? Zeer zeker hebben die er toe medegewerkt. Men heeft zelfs meermalen gezegd, dat hij in tegenstelling met die van Calvijn anthropologisch en niet theologisch is van opzet, dat hij dus meer van de mens uitgaat dan van God. Ik meen, dat dit niet in alle opzichten verantwoord is. Wie hem op deze punten betrekt in zijn critische belangstelling, merkt al reeds in zijn aanvang (antw. 1), dat hij trinitarisch is en dus wel degelijk theologisch. Hij mag een anthropologische inslag hebben, in zoverre hij n.l. de mens in zijn noden, Gods kind in zijn aanvechtingen, strijd en moeiten in zijn onderricht betrekt, in wezen is hij naar mijn besef niet anthropologisch.
Men zou hem, juist omdat hij de mens in zijn noden telkens betrekt op God zijn Schepper en Verlosser, existentieel kunnen noemen, om een heden ten dage veel gebruikt woord te bezigen.
En omdat hij zo met ons te werk gaat, voor de mens in zijn ellende en troosteloosheid een troostboek wil zijn, op geheel enige wijze hem in zijn hart aangrijpt, daarom is hij zo geliefd geworden, en als een parel van grote waarde, de eeuwen door ontvangen en gezocht door de gemeente Gods. Hij is als een, die spreekt naar „het hart van Jeruzalem" (Jesaja 40 : 1).
Zo draagt hij onder de vele catechismi, met welke ons het gereformeerd protestantisme verrijkte, de erepalm weg. Hij is classiek, benadert het dichtst het ideaal, dat aan zulk een leerboek van de Waarheid Gods moet gesteld ; hij is een der uitnemendste leerboeken, in genen dele ook heden verouderd. Hij is het classiek-gereformeerde leerboek, actueel in alle tijden. Daarom is terecht gesproken van „de eeuwige jeugd van Heidelberg" (dr. G. Oorthuys). En in dit alles is hij vaak van zulk een ontroerende eenvoud, dat dr. H. F. Kohlbrugge niet ten onrechte vaak sprak van , , den eenvoudigen Heidelberger". Zie, om dit alles neemt de Heidelbergse Catechismus onder de verschillende leerboeken van het gereformeerd protestantisme, zelfs in oecumenische zin, een bijzondere plaats in.
De Heidelbergse Catechismus, de naam zegt het reeds, stamt uit Heidelberg, de hoofdstad van het vroegere keurvorstendom de Pfalz. Een commissie van hoogleraren, waarin ook Zacharius, Ursinus en Caspar Olevianus, die wel het leeuwenaandeel in de tot standkoming hadden, hebben hem op verzoek van de keurvorst Frederik III opgesteld. Dat weet iedere catechisant, moet het althans weten, en ieder enigszins in de kennis der Waarheid gefundeerd gemeentelid. Het komt ons misschien wat vreemd voor, dat de landsvorst tot dit alles het initiatief nam. Een en ander hangt samen met de toenmalige regeringsvorm en de situatie op staatkundig terrein. De vorst ontleende toen daaraan het ins reformandae ecclesiae, d.w.z. het recht om de kerk te hervormen. Zo zette Frederik III in zijn land, dat reeds gewonnen was voor de Lutherse reformatie, de calvinistische door. En om die te consolideren, nam hij het initiatief tot de opstelling van de catechismus. Naar der zake kundigen ons inlichten, heeft ook de keurvorst zelf een groot aandeel bijgedragen tot de inhoud, het geheel van de stof, welke behandeld is. Maar preciese gegevens zijn hier niet met zekerheid te verkrijgen. Wij moeten daarin berusten.
Men weet, dat vooral grote liefde tot kerk en volk, met name voor de jongere generatie, welke hij zo gaarne geschoold zag in de schone dienst des Heeren, en tot goede krijgsknechten van Jezus Christus gevormd, de keurvorst drong tot deze reformatorische maatregelen en, het initiatief inzake de catechismus. Daartoe werd dan ook na zijn verschijnen de catechismus in de kerken in de Pfalz gepredikt. Wilde men de jeugd in de grondbeginselen van het christelijk geloof onderwezen hebben, dan moest zulks evenzeer als door de predikanten, ook door de ouders geschieden. Vandaar de prediking van de catechismus in de kerken.
De reformatie kende deze inzetting reeds van meet afaan. Luther had dit voorgeschreven, toen hij zijn kleine en grote catechismus het licht deed zien. Maar de predikanten wilden er niet aan, zodat allengs hieraan de hand niet werd gehouden. In de Londense vluchtelingen gemeente werd sedert 1550 in de namiddag godsdienstoefeningen over de grote catechismus, van á Lasko, gepreekt. (Zie Hoekstra, Homeletiek, blz. 369).
Hoe goed deze instelling in de Pfalz aanvankelijk ook moge gewerkt hebben, de vruchten zijn niet meer te vinden, althans niet onder het kerkvolk. Pijnlijk is mij dat gebleken, toen ik in de dertiger jaren mijn vacantie voor een deel doorbracht in Heidelberg en in de avondkerk onder het gehoor van een theol. prof., -geen catechismuspreek beluisteren kon, maar een hypervrijzinnige preek te slikken kreeg, zo vlak en werelds als ik het in Nederland niet meegemaakt had. En toen ik een paar dagen daarna in een zeer gevarieerd gezelschap de catechismus van Heidelberg ter sprake bracht, wist niemand der aanwezige protestanten meer iets van het leerboek. Alleen een medisch student, die rooms-katholiek was, wist van zijn ontstaan en bestaan. Hij herinnerde zich dit uit het geschiedenisonderwijs. Nu zullen natuurlijk de theologen daar wel beter op de hoogte geweest zijn. Doch er zit tragiek in, dat in het land van herkomst, ondanks al de zorgvuldigheid het leerboek de geslachten daar te doen kennen, de grote massa onkundig is van zijn ontstaan en bestaan, erger nog, van de Waarheid, die zo treffend in de catechismus beleden wordt, vreemd is. Deze -stand van zaken is wel een gevolg van de veelvuldige wisselingen in de regering van de Pfalz, in vorige tijdperken —- zoals de vorst was, moest ook het volk zijn, gold toen in religiezaken —, maar ook de kerk is in velerlei opzicht afgegleden van het enige fundament en ontrouw gebleken aan haar Heere en Koning. "
Toen ik mij tijdens mijn hiervoor reeds vermeld verblijf in Heidelberg aan het bureau der universiteit vervoegde om enkele nadere informaties in te winnen betreffende de catechismus, was de eerste reactie van de beambte, die mij te woord stond : , , Dan komt u zeker uit Nederland of de Verenigde Staten van Amerika".
Uit ons verder gesprek werd me duidelijk, waarom de vraag werd gesteld. Men zei mij, dat, als er naar bijzonderheden omtrent de catechismus aan 't bureau geïnformeerd werd, zulks schier altijd geschiedde door theologen uit Nederland of de Verenigde Staten, omdat in die landen het leerboek zeer geliefd was.
Inderdaad, de catechismus is in Nederland en die staten van Amerika, waar het gereformeerd protestantisme in kerkelijk opzicht de toon aangeeft, — dit is uit de aard der zaak te danken aan degenen, die in de jaren, dat de Afgescheidenen hier vervolgd werden, om „vrijheid en brood" naar dat „land der vrijheid" emigreerden — nog in ere en in gebruik. Men zou Nederland het tweede vaderland van de Heidelbergse Catechismus kunnen noemen. Hij is wel in meerdere talen overgezet, doch in ons land is hij, kerkelijk gesproken, ingeburgerd. Zo zelfs, dat hij allengs in de hier ontstane gereformeerde kerken, een harer symbolen werd en als zodanig door predikanten, hoogleraren en schoolmeesters moest ondertekend worden.
Petrus Dathenus is de man geweest, die een vertaling van het Heidelbergs leerboek gaf, welke door de kerken bijzonder werd gewaardeerd. Door deze introductie kreeg de catechismus zijn ereplaats. Datheen heeft deze vertaling gegeven, toen hij in Frankenthal als predikant van de uit Frankfort daarheen verdreven vluchtelingengemeente de bewerking van de liturgie en de berijming van de Psalmen ter hand genomen en voltooid heeft. Zo is de catechismus hier te lande door toedoen van deze vurige prediker, , , de principaalste minister der Calvinisten", het leerboek van de jonge Gereformeerde Kerk geworden. (Zie Chr. Encyclopaedie, Ie druk, deel I, blz. 562). We kunnen Datheen daarvoor van heler harte dankbaar zijn.
Zoals gezegd, is de Heidelberger het leerboek der kerk geworden en heeft onder de Belijdenisgeschriften de tweede plaats verkregen. Verschillende synodes zijn daaraan te pas gekomen. Bezegeld zijn de verschillende synodebesluiten in dezen door de grote Nationale Synode, gehouden te Dordrecht, 1618-1619. In de Post-Acta, d.w.z. de Acta der Synode toen de buitenlandse godgeleerden reeds waren vertrokken, is dan ook gestipuleerd. , , De Dienaars sullen allomme in de naemiddachse predication de somma der christelyker leere in den Katechismo, die teghenenwoordich in de Nederlandsen kerke aanghenomen is, vervatet, corttelyk uitlegghen, alsoo dat de selve jaarlijkx mach gheeyndicht worden, volghende de affdeylinghe des Catechismi zelffs, daer op ghemaeckt". (Hoekstra, blz. 370).
Reeds voordien werd hij gepreekt. De eerste, die hier te lande over de catechismus preekte was Petrus Gebriël in 1568 te Amsterdam. (Chr. Encyclopaedie deel I, blz. 430).
R. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's