De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIEUW LICHT OVER DE LEERTUCHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIEUW LICHT OVER DE LEERTUCHT

5 minuten leestijd

In dit nummer vindt men een verslag van een conferentie op , , De Horst" in Driebergen, over , , Grenzen der verdraagzaamheid' '.

Onder voorbehoud, dat dit verslag juist is, mogen wij niet nalaten omtrent het aldaar gesprokene een opmerking te maken.

Nog eens, als het juist is, heeft Jhr. L. de Geer, secretaris van het college van visitatoren-generaal, de angst voor leertucht willen wegnemen van degenen, die daardoor — zal deze rede grond hebben — blijkbaar worden gekweld. , , Vrijzinnige en Katholiserende hervormden" worden met name gerustgesteld, want , , het kan", volgens deze spreker, , , toch wel zó gaan dat deze tucht niet in eerste instantie op deze twee groepen wordt toegepast, —,waarvoor gevreesd wordt".

Wij weten thans, in welke hoeken de angst voor leertucht wordt ondersteld, en aannemende, dat visitatoren-generaal kunnen weten, wat er zo al in de kerk leeft aan verwachting en vrees, ligt het voor de hand te onderstellen, dat de genoemde groepen zich wel bewust zijn met artikel X van de kerkorde op gespannen voet te staan.

Volgens spreker gaat het om het zuiver houden van het Evangelie. Hoe hij zich die taak voorstelt kan men wellicht opmaken uit de zinsnede waarmede het verslag aanvangt : „Het is bepaald niet onmogelijk, dat de leertucht, die volgens de kerkorde van de hervormde kerk in 1961 in werking treedt, in de eerste plaats inzet in een orthodoxe vleugel van de kerk, waar het evangelie der vergeving verduisterd wordt door de sterke nadruk op de kennis der ellende."

Wij zouden willen vragen, hoe de sterkte van die nadruk moet worden gemeten ? Lichte nadruk, iets meer nadruk, nadruk, nog al nadruk, sterke nadruk, zeer sterke nadruk ... te sterke nadruk. Tuchtoefening.

Doch, misschien is het zó onuitvoerbaar en zó vol gevaar voor willekeur, toch niet gezegd, althans niet bedoeld.

Maar dan ? Moeten wij aannemen, dat het dan de bedoeling zou zijn, dat na 1961 in de hervormde kerk in het geheel niet over de kennis der ellende zou mogen gesproken worden op straffe van geacht te worden het belijden der kerk te weerspreken en onder de tucht te vallen ?

Dat kan toch ook de bedoeling van Jhr. de Geer niet zijn, want hij merkt, volgens het verslag, op, dat het bij de leertucht in de kerkorde gaat om de fundamenten, het getuigenis van apostelen en profeten.

Ten eerste is de kennis der ellende ten zeerste fundamenteel en noodzakelijk tot wel verstaan van het Evangelie. De Heilige Schrift kent geen andere grond voor de vleeswording des Woords en voor de weg van lijden en sterven van de Christus dan onze zonden.

Ten tweede, indien over de kennis der ellende in de prediking niet gerept mag worden, kan men de apostelen en profeten ook niet lezen, aangezien zij veelvuldig van zonde en oordeel, van ongerechtigheid en ellende gewagen.

Men zou dus de apostelen en profeten onder de tucht moeten zetten. De kerkorde wil dat zeker niet, want als men de apostelen en profeten het zwijgen zou willen opleggen, zou ook het getuigenis van de Christus der Schriften in vergetelheid raken en wat grond of reden zou het kerkelijk leven dan nog hebben?

De kerkorde wil dat niet, maar wat Jhr. de Geer met zijn verwijzing daarnaar wil, wordt volstrekt niet duidelijk door zijn opmerking: , , Wanneer er stond fundament (en niet fundamenten) zou de zaak veel duidelijker komen te liggen, omdat het enkelvoud slaat op Christus".

Het fundament van apostelen en profeten is echter niet wat anders dan het fundament Christus, waarop zij staan. Het moet toch in de prediking en in heel de Dienst des Woords gaan om de Christus der Schriften en niet om een willekeurige Christusvoorstelling of Christusidee.

Hij spreekt ook als zijn mening uit, dat de leertucht een zaak van de wereldkerk is en niet een particulier-hervormde aangelegenheid.

Persoonlijk zijn wij van oordeel, dat dit de algehele opheffing van leertucht zou betekenen. Behalve jegens de mensen, „die te sterke nadruk op de kennis der ellende" leggen, is dat klaarblijkelijk ook de strekking van deze redevoering.

De vrijzinnige heer R. Remmelts, voorzitter van , , de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland", is het eens met Jhr. de Geer, dat de leertucht een zaak van de wereldkerk moet zijn. Het lijkt er hier wel op, dat deze heren in de w^ereldkerk een soort superkerk wensen te zien.

Intussen merkt de heer Remmelts op, er wel rekening mede te houden, dat de kerk grenzen heeft.

Men kan dan toch niet alles toelaten, maar, hoe wil men dan de wacht betrekken bij de grenzen, waarmede men zegt te rekenen.

Wij geloven ook dat de kerk grenzen heeft en dat geen mens bij machte is die aan te wijzen, omdat wij geen kenners der harten zijn. Maar wij geloven ook, dat de Kerk des Heeren gebonden is aan het Woord Gods en de roeping heeft dat in gehoorzaamheid te bewaren en te waken over de prediking, overeenkomstig het Woord.

Art. X van de kerkorde gewaagt van de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, 't Schijnt, dat men over de leertucht kan refereren zonder deze eis in het centrum te zetten, alsof deze gehoorzaamheid met de zuiverhouding van het evangelie , , lees van de prediking", want het evangelie is zuiver niets te maken had.

Wij hebben bezwaar gemaakt tegen opneming van een artikel over de belijdenis, of zoals sommigen liever wilden, van het belijden in de kerkorde, omdat het vanzelf sprekend is, dat de kerk aan de Heilige Schrift is gebonden, gelijk zij in haar confessie belijdt.

Thans staat het er in en daarmede is toch de vanzelfsprekendheid niet opgeheven?

Toch is het uit het oogpunt van , , kerkzijn" vreemd, dat predikanten en visitatoren schrijven en refereren — soms zelfs in officieel kerkelijke bladen — op een wijze, die duidelijk te kennen geeft, dat zij in verschillend opzicht met de kerkelijke confessie niet instemmen — en zo mogelijk nog vreemder, dat men dit heel gewoon schijnt te vinden, ondanks artikel X van de kerkorde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIEUW LICHT OVER DE LEERTUCHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's