De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

15 minuten leestijd

Augustinus over de Staat — „Roversbende" — „Duel tussen hemel en aarde" — De Generale Synode der Geref. Kerken in conflict — Hasper's jongste werk — „Over psalmen en gezangen" — Rotterdam-Hillegersberg — „O Heer, geef stem'.. ."—

Augustinus heeft in zijn laatste grote werk, dat hij ons naliet — De civitate Deï, over de staat Gods — een uitspraak gedaan over de Staat, die betitelend als een „roversbende". Ik laat het betreflende stuk hier volgen. Het luidt:

„"Wat zijn de staten dan anders dan loversbenden in 't groot, als de gerechtigheid er uit geweken is ? En wat omgekeerd ook roversbenden anders dan kleine staten ? Want in 't laatste geval is er ook een groep mensen, bestuurd door het gezag van een regent, verbonden door een gemeenschappelijke afspraak; en de buit wordt met onderling goedvinden verdeeld. Wanneer zo'n troep door toeloop van boosdoe­ners zover is aangegroeid, dat men vaste punten gaat bezetten, woonplaatsen inricht, steden verovert, de bevolking onderwerpt, dan neemt hij voor de duidelijkheid de naam aan van staat en die heeft hij dan te danken, zoals ieder zal toegeven, niet aan het feit, dat z'n roofzucht verminderd is, maar daaraan, dat er straffeloosheid is ingetreden. Want heel aardig en ter snede heeft een gevatte zeerover eens 't volgend antwoord aan Alexander de Grote gegeven. Toen die Koning de man vroeg, wat hem toch dreef om de zee onveilig te maken, zei hij heel onbeschaamd: „'t Zelfde wat u drijft om dat met de aardbol te doen; maar omdat ik het met een klein scheepje doe, heet ik rover en omdat gij er een grote vloot bij gebruikt, noemt men u keizer".

Dit stuk is te vinden in het 4e hoofdstuk van het 4e Boek van genoemd werk. In Noordman's , , Augustinus" trof ik het aan. De schrijver leidt het in met de woorden : , , Dit korte kapittel heeft eeuwenlang grote invloed geoefend en is thans actueler dan ooit". (Noordmans, Augustinus, blz. 91). Het was 1933, dat hij die woorden neerschreef. Dan is het zeker thans, december 1957, van niet mindere actualiteit.

Ieder zal wel begrijpen, dat ik hiermede doel op wat geschiedde en nog geschiedt in Indonesië. De berichtgeving is uiterst verward. Dit weten we wel, dat onze landgenoten daar in grote spanning en vrees verkeren en wij met hen. De verklaringen, welke onze regering gaf, de maatregelen, die ze trof, waren ons uit het hart gegrepen. Of de regering in Indonesië na de maatregelen welke ze nam, en waarmede ze „het water opening gaf" (Spreuken 17 VS. 14), de storm tegen al wat Nederlander is ontketende, het hoofd boven water kan houden is een open vraag. De chaos schijnt te dreigen. Soekarno, „de kwade geest van zijn volk" blijkend, gelijk een persbericht uit India hem noemde, bracht er het leven af bij de onlangs op hem gepleegde aanslag en schijnt straks buiten het land te gaan om enige ontspanning te zoeken. Begin van het einde?

Nieuw-Guinea, West-Irian, moest gelden als de inzet. Doch er is wel niemand meer, die het gelooft. In dit verband is wel treffend, wat uitgesproken werd door de directie van de Indonesische scheepvaartmaatschappij Pelni, die verklaarde, „dat het toch tot een nationalisatie van K{on.) P(akket) M(aatschappij) moest komen, al zou Nederland vandaag de dag Nieuw-Guinea aan Indonesië overdragen". (N.R.Crt. d.d. 6-12-'57). Bij dit alles klemt de vraag, hoe het zal gaan met de zending, de Chr. Kerken op Java en de andere delen.

Het Zendingsbureau in Baam moge „de toestand met enig optimisme inzien", gelijk het in „Trouw" d.d. ll-12-'57 stond te lezen, men baseerde dat op berichten, waarvan het laatste van 30 november jl. was. Sindsdien kan er veel ten kwade veranderd zijn. In dagen van onlust en revoltes gaan de dingen snel. God vermenigvuldige de gebeden, de gebeden van onze landgenoten, voor onze broeders en zusters in het „grote werk", voor de komst van het Rijk, het Koninkrijk van God en de Zoon zijner liefde.

Als Noordmans de paragraaf, hierboven uit Augustinus magistraal werk geciteerd heeft, zegt hij: „We hebben hier voor ons één van die gevaarlijke uitingen, waarbij een rustig burger zijn hart vasthoudt en die men toch aantreft bij profeten, apostelen, kerkvaders en reformatoren. Zij brengen ons in tegenwoordigheid van het duel, dat er gaande is tussen hemel en aarde en vertolken de critiek van het Evangelie op de wereld." (blz. 92/93)

Ik heb hieraan met betrekking tot de gang der dingen in Indonesië niets toe te voegen. Diep gezien, gaat het daar tussen wereld en Rijk. En de bede van de profeet verstille noch verstomme in onze harten: , , Uw werk o Heere! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in de toorn gedenk des ontfermens" (Hab. 3:2).

******

Van conflicten en misdadige woelingen repten wij in het voorafgaande. Conflicten en spanningen zijn er vele in deze tijden. Het kerkelijk leven in zijn brede lagen is er helaas niet vreemd aan. Het staat in verband met pogingen tot vernieuwing der psalmberijming. In 1949 nam de Haagse Synode het besluit „om er bij de kerken op aan te dringen van het psalmboek 1949, het herziene psalter-Hasper, kennis te nemen en in afwachting van een definitieve beslissing ten aanzien van een algemene ingebruikneming het in de vrijheid der plaatselijke kerken te laten deze berijming in de eredienst te beproeven". Dat is dus ongeveer als indertijd onze Synode deed ten aanzien van het huidige kerkboek en de liederenbundel, die aan de kerk zijn aangeboden, niet officieel ingevoerd.

De geref. Synode vervolgt dan haar uiteenzetting met de mededeling: „Dit besluit vond in de kerken niet de ingang, waarop de Haagse Synode gehoopt had, zoals bleek op de Rotterdamse Synode in '52, toen de wens te kennen gegeven werd om tot interkerkelijke samenwerking over te gaan. In verband hiermede besloot men te Rotterdam nog geen definitieve beslissing ten aanzien van de algemene ingebruikneming van het psalter-1949 te nemen en haar deputaten op te dragen zitting te nemen in een interkerkelijke commissie voor een nieuwe psalmberijming. Te Leeuwarden besloot men in 1955 in deze lijn door te gaan, — in Assen in 1957 eveneens — maar ook , , de kerken, zolang er geen interkerkelijk aanvaarde psalmberijming tot stand is gekomen, aan te bevelen zo enigszins mogelijk voort te gaan met het gebruiken van het psalter- 1949". Dit lijkt iets op „eten van twee walletjes". Misschien werkt hier invloed door van , , het comité van Actie voor het psalter 1949", welks voorzitter prof. Bergama is. Hoe dit ook zij: , , Na de besluiten van de synode te Leeuwarden gaf de Stichting Geestelijke Liederen uit de Schat van de Kerk der eeuwen, met welke de Geref. Kerken in Nederland op 2 maart 1950 een overeenkomst aangingen, waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen t.a.v. de uitgave van het psalmboek 1949 geregeld waren, te kennen, dat naar haar mening de kerken zich aan deze overeenkomst niet gehouden hadden, en dat zij zich daardoor ernstig benadeeld achtte.

Hoewel door langdurig overleg gepoogd werd voor dit verschil een oplossing te vinden, die voor beide contractanten bevredigend was, bleek het helaas niet mogelijk een minnelijke schikking te treffen. Na veel besprekingen en correspondentie heeft de Stichting zich op het standpunt gesteld, dat deze zaak op andere wijze moest worden beslecht. Met gebruikmaking van een bepaling van de overeenkomst vroeg zij tegen onze kerken een uitspraak in de weg van arbitrage.

Zij stelde daarbij, dat de kerken zich tegenover haar hebben schuldig gemaakt aan een wanprestatie en vorderde op grond daarvan ontbinding van die bedoelde overeenkomst en betaling van een aanzienlijke schadevergoeding.

Krachtens het contract waren de kerken verplicht in deze arbitrage te bewilligen, zodat met haar medewerking een drietal arbiters werd aangewezen (door elk van de beide partijen één, terwijl deze twee een derde verkozen), die in deze zaak in hoogste instantie zullen recht doen.

De synode stelt er prijs op aan de kerken mee te delen, dat zij deze gang van zaken ten zeerste betreurt. Zij kan in dit stadium de kerken nog niet van alle bijzonderheden op de hoogte stellen, en meent thans eerst rustig de uitspraak van het college van arbiters te moeten afwachten. Ook aan de kerken adviseert zij dezelfde houding aan te nemen. Zij moge daaraan echter toevoegen, dat zij de beschuldiging van schending van de overeenkomst met bovengenoemde Stichting met beslistheid verwerpt, en dat zij daarom ook het haar toegezonden adres van het , , Comité van Actie voor het psalter 1949", waarvan alle kerkeraden een afschrift ontvingen en dat in de pers werd gepubliceerd, heeft afgewezen. Tevens heeft zij uiteraard de nodige maatregelen genomen om in de arbitrage het standpunt van onze kerken, handelende in synode, te verdedigen."

Ziehier de stand van zaken. De gegevens met de citaten zijn ontleend aan „Trouw" d.d. 13-11-'57. Zonder ons in het geschil te mengen, kunnen we ons toch niet losmaken van de gedachte, dat in heel deze gang van zaken iets inzit van : , , zij kunnen niet wachten, geen dag en geen nacht", meer' dan van het Schriftwoord: , , zij die geloven, haasten niet".

******

 De gemeentezang" heeft in deze tijd de aandacht van meerderen. De „Interkerkelijke Psalmberijming" vordert, zij het niet met die snelheid als velen wensen. In het , , Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk" heeft in de vorige jaargang prof. Thierry het deel, dat gepubliceerd is, uitvoerig besproken en zijn critiek niet gespaard.

Ds. H. Hasper deed het 1e deel verschijnen van een studie over: , , Calvijn's Beginsel voor den zang in den Eeredienst". Het is een boek met bijlagen geworden van 775 blz. We mogen de auteur wel complimenteren, dat het hem gegeven is, nadat door bezettingsweeën zijn reeds gereed zijnde manuscript van het hier genoemde verloren ging, dit deel opnieuw te bewerken en te schrij­ven. We volstaan met deze mededeling omdat wij nog slechts vluchtig met dit werk kennismaakten.

Dr H. Jonker schreef onlangs in , , Hervormd Amsterdam" twee artikelen: , , Over Psalmen en Gezangen", waarin hij ook een opmerking plaatst inzake de psalmberijming, of om hem letterlijk te citeren over , , de berijmde psalmen". Hij schrijft verder : , , Maar ik zweer ook niet bij de hedendaagse psalmberijming. Wij kunnen en moeten terug naar het kanonische gegevene om van daaruit te komen tot een meer aanvaardbare berijming. Met spanning zien wij uit naar de publicatie van het eerste deel van nieuwe berijmingen door de Hervormde Commissie der psalmberijming. Mede door hun werk en de bovenaangeduide herwaardering van het oude testament zullen de psalmen hopelijk in onze kerk hernieuwde aandacht verkrijgen".

In het eerste der beide artikelen, waaruit bovenstaand citaat, geeft hij zeer waardevolle opmerkingen over de Psalmen, o.m. dat ze , , een eeuwig aspect vertonen", want het Woord Gods is eeuwig; ze zijn , , in de goede zin, tijdloos". Hij noemt ze „nieuwe liederen'.', het evangelie van heil en verlossing ruist in de psalmen zeker niet minder dan in „de evangelische gezangen", want , , de psalmen zingen Christus", om het met Calvijn te zeggen". Dit alles zegt hij in antwoord op een schrijven, dat hij ontving uit Friesland, waarin de psalmen , , liederen uit het stenen tijdperk" werden genoemd. , , De psalmen", zo gaat hij verder, , , zijn veel existentiëler dan menig gezang. Door de psalmen vaart heen een existentieel gekreun, dat vooral in tijden van nood weerklank vindt. Hier klopt het hart van Gods volk, zegt Luther". Daarmede wijst hij echter , , de gezangen", het zgn. nieuwtestamentische lied niet af, al zegt hij meermalen, dat ze, voorzover , , reformatorisch", een , , secundaire plaats hebben".

In zijn 2e artikel, dat meer , , over gezangen" handelt, vangt hij aan met te stellen: , , In de gereformeerde bond verdedigen alle predikanten deze primaire functie. Sommigen van hen laten hun voorliefde zo sterk uitgaan tot de psalmen, dat ze zelfs een unieke functie in de eredienst aan deze liederen toewijzen, dat wil zeggen alleen psalmen behoren in de eredienst gezongen te worden. Ook aanvaardbare gezangen, die samenstemmen met het bijbelse geloofsleven, verwerpt men voor de eredienst".

Vervolgens schrijft hij : , , Ds. J. J. Timmer, de secretaris van de gereformeerde bond, die pas geleden over deze kwestie in de Waarheidsvriend schreef, bleek ook geen bezwaren tegen aanvaardbare reformatorische gezangen te hebben, alleen de bundel achtte hij niet acceptabel en hij stelde de synodale invoering van' een verantwoorde bundel als noodzakelijk, al had hij er weinig vertrouwen in dat de synode zulk een verantwoorde bundel zou kunnen invoeren, gezien het richtings vraagstuk".

Daarna geeft hij als zijn wensen: , , Het ideaal, dat mij voor ogen zweeft is een nieuw kerkboek bestaande uit vier delen:

Deel I Psalmen, waarin een nieuwe berijming de aanvechtbare punten van de oude berijming heeft gecorrigeerd. Het is te hopen dat dan ook de vele onbekende psalmen in betere berijming op zingbare wijzen een plaats in de eredienst ontvangen. Met dit deel wordt het contact met het oudtestamentische volk Gods onderhouden.

Deel II Hymnen, te weten de berijmde en de op melodie gezette liederen uit het nieuwe testament, zodat wij met dit deel het contact onderhouden met de christelijke gemeente der eerste eeuwen. Men moge er zich over verwonderen, dat de kerk in de afgelopen eeuwen aan deze liederen zo weinig aandacht heeft geschonken. Alleen de „enige gezangen" van Maria, Simeon e.a. werden opgenomen.

Deel IIIhet Credo, dat in Calvijns eredienst reeds werd gezongen. Het voorlezen van de 12 artikelen kan dan afgewisseld worden door het zingen van de gemeente, zodat deze geloofsbasis beter dan op heden tot de gemeente gaat spreken.

Deel IV Gezangen, een beperkt aantal oudchristelijke en reformatorische vrije liederen als Te Deum laudamus. Een vaste burg enz., waarmee dan het contact met de kerk der eeuwen in haar belijdenisworsteling en geloofsstrijd wordt onderhouden.

Naast het kerkboek zou door de kerk ook aandacht geschonken kunnen worden aan een evangelisatiebundel. Het onderscheid tussen de eredienst der gemeente en de evangelisatiesamenkomst kan o.m. tot uitdrukking komen in het lied. Vele kerkliederen zijn voor de z.g. buitenkerkelijken te zwaar geladen, omdat ze geloofsinzichten veronderstellen.

Wij hebben ook eenvoudige liederen nodig met opwekkende revival-melodieën. Wanneer zulk een kerkboek en evangelisatiebundel gebruikt zouden kunnen worden door de kerken, die in de reformatorische traditie staan, dan zijn wij tegelijk van de vele bundels verlost".

Hij vreest, dat hij , , de realiteit van dit visioen niet zal beleven". Toch wil hij goede hoop koesteren , , omdat wij geloven, dat ook deze arbeid van de zang in de gemeente van Christus niet ijdel is in de Heere".

Wat dr. Jonker in de besproken artikelen gaf, verdient zeer zeker onze aandacht, waarom wij een en ander doorgaven. Er is, om nog een uitdrukking van dr. Jonker over te nemen, , , een progressiviteit uit de volheid des Geestes", beoefend door , , Dordt" toen het ons gaf , , Enige Gezangen". Daarmede is m.i. wel het beginsel beleden en uitgeleefd: Psalmen primair, gezangen secundair.

******

Voor ik besluit geef ik nog door een citaat uit wat ik in , , Trouw" d.d. 10-12- 1957 schreef ter gelegenheid van het 25jarig predikantsjubileum van ds. v. Es, geref. predikant te Hillegersberg.

„De Gereformeerde Kerk van Rotterdam-Hillegersberg is haar tijd ver vooruit wat de liturgie betreft. Terwijl men het er in menige andere gereformeerde kerk nog lang niet over eens is, of het aantal gezangen al dan niet uitgebreid mag worden, zingt men hier al tien jaar lang in de diensten alle gezangen, welke men verkiest. Bovendien wordt de gemeentezang hier afgewisseld door koorzang en heeft men reeds jarenlang een eigen liederenbundel. De bezwaren, welke vele andere gereformeerde kerken koesteren tegen het houden van jeugddiensten, zijn hier reeds lang op zij gezet. Ook worden in Hillegersberg geregeld diensten gehouden, waarin de prediking in het bijzonder is afgestemd op de buitenkerkelijke gasten, die de gemeenteleden voor deze diensten introduceren".

Of dit een weergave is van wat de jubilerende predikant zelf zeide, dan wel de indruk weergeeft, welke de reporter van kerkelijk geref. Rotterdam- Hillegersberg kreeg, zij in het midden gelaten. Wel zijn we geneigd, afgaande op het vermelde, dat men het in die gemeente , , heerlijk ver gebracht heeft". Als nu ook maar , , de Geest in de raderen" is.

Het valt niet te ontkennen, dat het progressieve element in de geref. kerken niet ontbreekt. Zo heeft de gereformeerde jeugdbeweging zeven , , jeugdconsulenten" gekregen, „jonge vrouwen en mannen". De installatie had plaats 15 november j.l. in bijzijn van vele genodigden, onder wie de praeses van de generale synode der geref. kerken, ds. P. N. Kruyswijk. Wat het werk dezer „consulenten" betreft, dat is ongeveer wat in herv. kringen van wika's of jeugdleiders verwacht wordt. Niettemin, de naam is anders, een niet alledaagse vondst.

Wij trekken op naar Kerstmis en Sylvester. In dagen, waarin wij wel gans bijzonder betrokken worden tussen het .„duel tussen hemel en aarde", om nog weer die uitdrukking uit Noordmans' boek te releveren.

Kerstmis spreekt van meer dan dat , , duer'. Het oude kerstlied zingt: „Die hemel en aarde verenigt te saam". Dat is ook wel afgestemd op wat Efeze 1:10 ons verkondigt: , , om in de bedeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide, dat in de hemel en dat op de aarde is".

Ja, wij zijn, ook in deze advent, in de grote adventstijd der wereld. Verstaan wij het, onderscheidend de tekenen der tijden?

„O, Heer, geef stem aan mijn verlangen

Dat naar U uitgaat dag en nacht.

Ik hoor het ruischen Uwer gangen:

'k Weet U nabij, o Heer, ik wacht".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's