De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NOG EENS DE BRIEFWISSELING

Bekijk het origineel

NOG EENS DE BRIEFWISSELING

11 minuten leestijd

PROF. DR. J. SEVERIJN

Enig nut is er toch wel, n.l. in dit opzicht, dat dr. Buskes allengs positiever en sterker in zijn oppositie wordt en in feite een principieel onderscheid aanwijst tussen het door hem verdedigde geloofsstandpunt en de beschouwingen van dr. A. de Wilde. Zo schrijft hij o.a. : „Hier vinden wij elkaar nooit, omdat je in plaats van aan het theologiseren aan het speculeren bent"..

Wellicht is het niet onjuist te beweren dat alle theologiseren zich in meerdere of mindere mate schuldig maakt aan speculatie, in ieder geval gevaar loopt zich op een of ander stuk daartoe te laten verleiden.

Dat neemt niet weg, dat grondslag en methode der theologie geheel andere zijn dan die der speculatie en dat de theoloog altijd op de wacht moet staan om niet van zijn fundament af te glijden in de ijdele vlucht der verbeelding.

De theologie gaat uit van de gegevens der openbaring, en heeft zich daaraan te houden en zich door deze alleen te laten leiden.

Eigenlijk is dit nog veel te ruim, althans voor velen, die zich op het terrein der theologie wagen, hoewel bij hen de geestelijke voorwaarden niet of onvoldoende aanwezig zijn, die nodig zijn om de gemeente van Christus te dienen bij de zuiverhouding van de prediking van het Evangelie.

Sommige theologen schijnen zelfs niet te weten, dat de theologie uit het leven der gemeente wordt geboren, m.a.w. dat echte theologie confessioneel is bepaald. Naarmate men dit niet wil erkennen, raakt men verder van het geloof der gemeente verwijderd en de „theologie", welke men voortbrengt, wordt in diezelfde mate minder bekwaam voor de richtige vervulling van haar taak in de kerk en naar buiten.-

Dat betekent ook, dat zij in die weg van haar eigen aard en karakter vervreemdt en wordt blootgesteld aan allerlei speculatieve invloeden.

Deze opmerking kan mogelijk wat vreemd klinken in de oren van hen, die bewust of onbewust de zaken op haar kop zetten en het gevoelen aanhangen, dat de kerk van de theologie zou leven, zodat men haar het beste zou kunnen dienen door haar een theologie op te dringen.

Of zulk een averechts streven dan voorkomt ?

Wie zal het ontkennen ? En wie zal ook kunnen ontkennen, dat men daarmede in onze tijd en in onze kerk ijverig bezig is ?

Daarvan zijn onweersprekelijke tekenen aan te wijzen.

Leidende personen winden er geen doekjes om in redevoering of geschrift over kerkelijke aangelegenheden handelend, dat zij in zeer fundamentele stukken der belijdenis andere gevoelens zijn toegedaan en dat welhaast met een air van vanzelfsprekendheid, alsof zij nog gelijk hadden ook.

In deze laatste brieven zou het gaan over drie problemen door dr. A. de Wilde aan de orde gesteld: n.l. het probleem van de kosmos; hét probleem der geschiedenis ; het probleem van de wereldgodsdiensten.

Dr. Buskes gaat op deze problemen in. Hij haalt enige uitspraken van dr. de Wilde aan, die wij overnemen uit , , Woord en Dienst", om aan dr. de Wilde de aanleiding te ontnemen ons weer in de schoenen te schuiven, dat wij hem wat zouden aanwrijven, dat het tegendeel van zijn gedachten zou willen illustreren ! En dat in De Waarheidsvriend !

Het is echter volmaakt overbodig op zulk een aantijging in te gaan, omdat een ieder, die èn van de briefwisseling èn van onze reactie in het orgaan van de Gereformeerde Bond kennis heeft genomen, kan weten, dat zo iets ten onrechte werd beweerd. Dr. de Wilde vond het blijkbaar nodig om aan zijn ergernis lucht te geven tegen iemand, die het , , nog veel erger maakt dan dr. Buskes". Deze krijgt er dus ook een ietsje van mee.

Om onze. lezers een idee te geven, waarover het loopt, als dr. de Wilde gewaagt van het probleem van de kosmos, citeren wij het volgende uit de brief van dr. Buskes :

, , Daar heb je al vele malen over geschreven. Ik herinner mij een artikel  van je : , , Bedreigen vliegende schotels het christelijk geloof? " De kosmos is ontzaggelijk. De aarde is een stofje in één van de millioenen sterrenwolken, die door de onmetelijkheid zweven. De vraag wordt opgeroepen, zo schreef je, of er niet millioenenvoudig meer leven, ook geestesleven in de kosmos is dan de aardemensheid in  Oude tijden zelfs maar kon dromen. Je werkte met kansrekening en kwam tot de mogelijkheid van tien millioen mensheden. Overigens vond je die kansrekening niet eens nodig: Indien er een redelijke macht achter dit heelal staat, indien het niet hele mensbestaan toeval is, is het uitermate  waarschijnlijk, dat er veel en veel meer geestelijk leven in het heelal is , dan alleen op aarde. God is geen verzamelaar van woestijnen. Je concludeerde tot de waarschijnlijkheid, dat deze aarde niet het eind- en middelpunt van het heilsgebeuren is.  Overal in de kosmos is God bezig, overal sticht Hij gemeenschap, overal heeft Hij de zijnen. Overal doet Hij  Zijn boodschappers getuigen, zoals Hij Jezus van Nazareth op aarde heeft doen getuigen van Zijn heilige liefde.

Het wordt dan inderdaad onwaarschijnlijk, dat Jezus van Nazareth de eeuwige en enige goddelijke Zoon volgens het oude dogmatische schema zou zijn. De Drieëenheidsleer, zoals die in bepaalde orthodoxe theologieën (b.v. bij Karl Barth) wordt opgevat wordt „onhoudbaar. Maar dat is helemaal geen verlies. Op analoge wijze vraag je in je derde brief : Zouden er niet miljoenen mensheden op planeten bij die triljoenen zonnen wonen ? En  dan vraag je aan mij als orthodoxe : Moeten wij niet rekening houden met de mogelijkheid, dat God zich op vele plaatsen heeft geopenbaard? Is Zijn Woord ook niet daar vlees geworden ? " Schrik je daarvan ?  Hoe weet je, dat het heilsgebeuren geocentrisch is ? "

Tot zover dr. Buskes over de beschouwingen van dr. de Wilde.

Is het wonder, dat dr. Buskes begint met de reactie : , 

, , Schrikken doe ik niet zo gauw. De Wilde, maar, eerlijk gezegd, ik weet niet, wat ik aan moet met deze m.i, zonderlinge wijze van theologiseren."

Nogal zachtmoedig, dacht ik, en hij voegt er schier naïef aan toe : , , Ik dacht, dat theologie voor ons een door het bijbelse getuigenis begrensde bezigheid was : bezinning op het ons in ,de bijbel betuigde heil.. Heeft dr. Buskes toen hij deze briefwisseling begon, nu waarlijk ondersteld, dat hij ook of liever zelfs, op deze wijze geformuleerd een gemeenschappelijke basis met dr. de Wilde had om daarop te kunnen theologiseren en mogelijk elkander vinden ? En dat bij zoveel kennis aangaande de Wilde's speculaties ?

Gelukkig laat dr. Buskes nog een meer critisch geluid horen in de volgende vragen :

„Moet ik nu heus op grond van miljoenen mogelijke mensheden op planeten bij triljoenen zonnen, op grond dus van alle mogelijke speculaties — wij weten in feite van geen enkele mensheid op een andere planeet dan de onze iets af — rekening houden met miljoenen vleeswordingen van Gods Woord ? Moet ik waarlijk op grond van al die veronderstellingen van jou, die volkomen in de lucht hangen, mijn hele theologie gaan veranderen, niet meer geloven in Jezus als de eeuwige en enige Zoon van God, niet meer geloven in de drieënige God ? "

Wij verheugen er ons over, dat bij dr. Buskes in deze klemmende vragen de theologie naar het tweede plan verhuist, en het geloof gaat spreken : moet ik niet meer geloven, moet ik mijn geloof laten varen ter wille van zulke speculaties ?

Buskes gaat verder : , , Laat ik je dit antwoorden : Ik geloof in Jezus Christus als het vleesgeworden Woord niet, omdat ik die vleeswording een mogelijkheid acht, maar, omdat zij mij van Godswege als een werkelijkheid verkondigd wordt. De theologie gaat  niet uit van mogelijkheden, maar , , van werkelijkheden. Het heilsgebeuren is dan ook geen mogelijkheid, maar een werkelijkheid. Ik weet alleen van een heilsgebeuren op aarde".

Een kloek getuigenis, merkt iemand op. „Boeiend" noemt een ander deze correspondentie. Wat zal de conclusie zijn, vraagt een derde.

Even geduld. Buskes zelf is bezig een conclusie te trekken, en het is voor hem niet gemakkelijk van zijn theologie los te komen, en aan het geloof de plaats an de kracht te geven, die daaraan toekomt.

Hij begint waarlijk weer over de theologie. De theologie ? Laat mij zeggen : over theologie. Zie maar:

, , Die zin van jou:'"Reeds het stellen  van de mogelijkheid, door mij genoemd — miljoenen mensheden — brengt een andere opbouw van de dogmatiek, waarin de eenmaligheid  niet locaal maar existentieel moet  worden verstaan"", vind ik theologisch (cursivering van mij, S. ), voor honderd procent onhoudbaar en onaanvaardbaar. Dogmatiek is geen bezinning op mogelijkheden. Ze is bezinning op een ons in de bijbel betuigde ,werkelijkheid. Met jouw speculatie tast je de openbaring van God in Jezus ,Christus in haar volstrektheid en eens voor altijd" aan. Hoe kom je in vredesnaam op de gedachte, dat op de een of andere planeet Gods Woord vlees  is geworden ? Ik meende, dat wij van ,de vleeswording des Woords op onze aarde alleen wisten door openbaring. Maar jij weet van vleeswordingen des Woords op alle mogelijke planeten zonder openbaring, louter op grond van onderstellingen, die voor mij, niet de minste kracht van overtuiging hebben. Kun je niet begrijpen, dat ik deze wijze van theologiseren, , , theologisch en gelovig (cursivering van mij, S.) gewaardeerd, absurd vind? Heel deze kansrekening — uitermate „waarschijnlijk enz. — betekent, dat  je de grenzen van het bijbels getuigenis , , ver en ver overschrijdt".

Ziet gij ? Het gaat altijd nog over , , theologie" en , , theologisch", , , gelovig" komt er even bij, maar ook de slotconclusie in dit gedeelte, ofschoon kloek gesteld, wordt bepaald door wat dr. Buskes voor theologie houdt.

, , Elke gedachte, dat het gebeuren van Bethlehem en Golgotha niet eenmalig zou zijn — existentieel en locaal — dat de geboorte, het leven, het sterven en opstaan van onze Heer, Jezus Christus, niet een exclusief karakter zouden, dragen, dat er talloze vleeswordingen des Woords zouden zijn wijs ik als onhoudbaar af. Hier vinden wij elkaar nooit, omdat je in plaats  van aan het theologiseren aan het ,speculeren bent".

Dr. Buskes is niet ingegaan op de vraag, in welk licht, de onderstellingen van dr. de Wilde aangaande , , miljoenen mensheden" zouden komen staan, als zij eens geologisch werden getoetst. Dr. Buskes is maar bij zijn theologie gebleven.

Of ligt het toch eigenlijk bij hem ook niet dieper ? Hij spreekt over de geboorte, het leven, het sterven en opstaan van de Heere Jezus Christus, en hecht, zoals wij reeds vroeger hebben geconstateerd, grote waarde aan de heilsfeiten. Zou dat nu louter zijn, omdat het, , bijbels getuigenis" daarvan spreekt? en zijn theologie daarmede derhalve rekening houdt ?

Op dergelijke wijze drukte hij het immers uit aangaande de vleeswording : , , Omdat zij mij van Godswege als een werkelijkheid verkondigd wordt".

Dat wil er nu bij ons niet in. De Heilige Schrift spreekt zich in nog. wel meer dingen duidelijk uit, die Buskes niet zo ernstig neemt. Waarom is hij in de aangeroerde punten nu in eens zo — nu ja, laat mij het woord ook eens gebruiken — fundamentalistisch ?

Hij spreekt van , , openbaring" en , , van Godswege". Dat is toch openbaring. Het ontvangen , , van Godswege" is echter een zaak van geloof, zoals openbaring een zaak van geloof is en niet van theologische beschouwing. Dat kan het worden, omdat het een zaak , , van Godswege", van geloof, geldt.

Blijft nog altijd de moeilijkheid, waarom het , , bijbelse getuigenis" door sommige mensen niet in zijn geheel van Godswege, dus als openbaring wordt genomen of ontvangen, maar het éne wel en het andere niet. Hoe is dat ? Is dat eigen wijsheid, willekeur, kortzichtigheid, klein geloof, ongeloof, , , verstandelijke" critiek, of wat mogelijk nog anders ?

Christus en de apostelen zijn de gemeente daarin toch niet voor gegaan.

Hoe, dit ook zij. Er moet dan toch geloof achter staan, dat dr. Buskes aan de heilsfeiten zo grote waarde hecht en dat is op zich zelf reeds van belang. Hier wórdt zijn theologie gedragen door geloof. Dat geloof capituleert niet voor de speculaties van dr. de Wilde, want het kan niet. Het zou ook waarlijk al te goedkoop zijn. , , Hier vinden wij elkaar nooit", zegt hij.

Zou dat geloof Buskes eigenlijk niet dringen om zijn brieven nog eens te herzien ? Want als zij elkaar op dit gewichtige punt nooit vinden, kan er dan eigenlijk wel sprake zijn van gemeenschappelijk geloof in de Christus ?

De kerk heeft grenzen, zeggen ook de vrijzinnigen, maar het wordt zo langzamerhand tijd daarmede eens ernst te maken.

Ook de behandeling vajn , , het probleem der geschiedenis" en , , het probleem der wereldgodsdiensten" geven dr. Buskes aanleiding tot opmerkingen, die. aantonen, dat de grenzen ver overschreden worden. Hij heeft het n.l. over de grens van het theologiseren : , , Wie deze grens overschrijdt doet noch de theologie, noch de kerk, noch de wereld een dienst. Voor de gemeente is  deze grensoverschrijding levensgevaarlijk".

Daarmede kunnen wij het eens zijn.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NOG EENS DE BRIEFWISSELING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's