En het omgekeerde?
(Overgenomen)
Het volgende artikel van ds. de Vries in het Kerkblad van de gereformeerde kerken te 's Gravenhage, d.d. 15 december 1957 werd ons toegezonden.
Wellicht zullen er ook in onze kring zijn, die het met belangstelling lezen.
„In het weekblad van de Nederlandse Protestantenbond schreef een vrijzinnige dominee over het wondere gebeuren, dat ergens in Zuid-Holland een dominee van de , , Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk" óók veel vrijzinnigen onder zijn gehoor wist te verzamelen. Op één of andere manier was deze gereformeerde bonder verbonden geworden aan een afdeling van de Vrijzinnig Hervormden. En het ging daar goed met die dominee.
Ds. de Weerd (de schrijver van het artikel in het genoemde weekblad van de vrijzinnig hervormden) vertelt ervan:
, , Ja, zelfs de orthodoxen lieten (hoewel dus deze dominee optrad in een vrijzinnige gemeenschap. De Vr.) zich bij deze grote getallen verleiden tot een kerkgang bij deze dominee. Achteraf bleek dit laatste niet helemaal zo wonderbaarlijk te zijn als het leek, want de man werd ten slotte ontdekt als een rasechte ... gereformeerde bonder. En hij staat op dit ogenblik dan ook in zijn tweede , , bondsgemeente".
Vraagt u mij maar liever niet, hoe het mogelijk was, dat deze collega in een afdeling van vrijzinnig-hervormden terecht kon komen en hoe deze gelovigen toch met hem , , wegliepen" — nee, glimlacht u liever maar wat erom, want er steekt een oprecht brokje humor in!"
Ds. de Weerd voegt hieraan nog toe: , , , Het bewijst mijn bewering, dat de Zuidhollander niet opvalt door zijn onderscheidingsvermogen. Ik bedoel dit allerminst denigrerend, maar puur als een bewijs, dat men, hoewel kritisch van aard, een dominee en zijn prediking meer naar de formele zijde beoordeelt dan naar de materiële. Als de dominee maar in beweging brengt, dan is men gauw tevreden.
En zo alleen kon het bestaan, dat honderden vrijzinnigen zondag-aan-zondag geboeid luisterden naar een... gereformeerde bondspreek, zonder dat ze met de voeten gingen stampen. De man hield de hoorders immers ongeveer anderhalf uur in zijn ban."
Tot zover dit — naar ds. de Weerd's opvatting — , , oprecht brokje humor".
Men zal willen opmerken, dat het humorvolle lachje eerder past op het gezicht van de gereformeerde bonders daar ter plaatse, dan op het gezicht van de beetgenomen vrijzinnig hervormden. Daar past meer een zuur-zoet lachje op, zou ik zo denken.
Verder zal men willen opmerken, dat hier wel een beetje onbillijk over de Zuidhollanders gesproken wordt. Niet waar ? Hoogstens valt uit deze historie •af te leiden, dat de Zuidhollandse vrijzinnigen lijden aan gebrek aan onderscheidingsvermogen. Niet alzo de Zuidhollandse gereformeerde bonders. Hoewel de betrokken dominee immers verbonden was aan een afdeling van de vrijzinnig hervormden en dus uit dien hoofde zonder meer taboe voor hen had kunnen zijn, hebben ze in hem toch de geestverwant geproefd. Hün onderscheidingsvermogen heeft goed gefunctioneerd!
Het is dus bepaald onjuist om hier de Zuidhollanders in het algemeen te kijk te stellen als mensen, die niet uitblinken in onderscheidingsvermogen. Dat kan in elk geval niet op deze grond.
Voor het overige hebben we het hier niet over het onderscheidingsvermogen van de Zuidhollander.
Denkend aan het stukje van ds. De Weerd, laat zich echter één vraag niet onderdrukken. Ds. De Weerd wijt dit merkwaardig historisch gebeuren in kerkelijk Nederland aan het onvermogen om goed te onderscheiden. Is dat de enig mogelijke ontknoping van dit raadselachtige geval? Of is er nog een ander antwoord denkbaar?
Zou het kunnen zijn, dat deze vrijzinnigen, die het zo goed met een „zware" gereformeerde bondsdominée konden vinden, hier min of meer onbewust de diepste behoefte van hun hart gedemonstreerd hebben ? Dat ze gevoeld hebben: Hier bij deze mensen, voor wie we altijd kopschuw gemaakt zijn, klopt toch iets van het hart van de religie, dat we in onze eigen kring missen ? Hier word ik met mij zelf geconfronteerd zoals ik ben — een arme zondaar — en hier wordt mij de verzoening aangeboden, die mij vrede met God geeft ? Zou het ook kunnen zijn, dat deze vrijzinnigen hier het zielevoedsel gevonden hebben, dat ze aan de magere krib van hun vrijzinnige voorgangers niet konden bemachtigen ?
Ik geloof, dat er ook wel gereformeerde bondsdominées zijn, bij wie deze vrijzinnigen het niet één keer anderhalf uur uitgehouden zouden hebben zonder met de voeten te gaan stampen. Maar ik geloof eveneens, dat ze bij een gereformeerde bondsprediking, waarin met vermijding van excentriciteiten de leer van de vrije genade wordt verkondigd, wel getroffen kunnen worden door iets waar ze in hun eigen kring tevergeefs naar gezocht hebben; naar niet minder dan de kern van het evangelie!
Maar ik wilde nog een andere vraag stellen naar aanleiding van dit tragi-komische geval op het zo verwarde en verwarrende kerkelijke erf. Het kan ook een prikkel zijn om de hand eens even in eigen boezem te steken.
Deze vrijzinnige dominee raakt — geloof ik — op een bepaald punt toch wel de roos.
Hij zegt: als de preek maar in beweging brengt, dan is men al gauw tevreden; dan kan het zich — naar zijn eigen verhaal — zelfs voordoen, dat een vrijzinnige gewillig het oor leent aan een gereformeerde bonder en dat is inderdaad wel een sterk staaltje... Sterker kun je het haast niet vertellen.
En nu wilde ik vragen naar het omgekeerde. Zou dat óók niet kunnen voorkomen op dit ondermaanse ? Zou het ook niet kunnen gebeuren, dat een gereformeerde (ik laat de nuances binnen de gereformeerde sector nu maar buiten beschouwing) zonder er feitelijk erg in te hebben met „stichting" luisterde naar een vrijzinnige preek? Als ze maar in beweging brengt ? Als ze maar op één of andere manier een snaar treft? Als ze maar op één af andere manier iets in ons aangrijpt?
We zullen — als gezegd — de zaak maar niet uitvechten op de rug van de Zuidhollander, alsof die speciaal de vitamine van het onderscheidingsvermogen ontbeerde. Er is een algemene verzwakking van de oordeelkracht (wat niet wil zeggen, dat er niet geoordeeld wordt; misschien juist daardoor des te meer!)
En aan die verzwakking lijden we ook in de Gereformeerde Kerken. Er zijn m.i. soms duidelijke symptomen, dat de belangrijkste maatstaf waarnaar iets beoordeeld wordt gelegen is in het: Als het maar in beweging brengt.. De vraag waardoor de beweging gewekt wordt en waarheen de beweging leidt, schijnt daarbij nauwelijks de overweging waard. Hoewel het de eerste vraag is, die aan de orde moet komen! Gelijk ieder natuurlijk graag zal toestemmen...
Ik kan dit hier momenteel niet nader uitwerken. Maar ik wilde even vragen: zijn velen onder ons ook al niet gauw tevreden als ze maar in beweging gebracht worden? Terwijl de zaak waardoor ze in beweging gezet worden min of meer op de tweede plaats komt ? Zijn we als gereformeerd geslacht nog wel scherp in het onderscheiden van wat gereformeerd is ? Hebben we nog oren om te horen wat de zuivere en de volle bijbelse boodschap is? In de vorige eeuw hadden we een Klaas Kuipinga, die Hendrik de Cock en een Pietje Baltus, die Abraham Kuyper de weg van het Woord en de boodschap van de genade wisten te wijzen. En zij waren niet de enigen die daartoe in staat waren. Zijn die er nóg?
Of letten wij maar meer op de beweging, die gemaakt wordt ? Om het onverkorte evangelie van zonde en genade, daarom zal het gaan!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's