NIEUWE INSPIRATIE-THEORIE
In „the English Churchman" van 18 oktober '57 komt een artikel voor over „Psychical Research and the Christian Faith", het onderzoek van het bovennatuurlijke en het christelijk geloof. De schrijver van dit artikel, Paul Turner, B. Sc, meent dat aan de hand van de resultaten van dit onderzoek meer bevredigende verklaringen gegeven kunnen worden voor de leer van de inspiratie van de Bijbel en van het verschijnsel der profetie, dan tot op heden het geval is, want, zo schrijft hij, „De inspiratie van de Heilige Schrift is een onderwerp, dat bijna altijd geschillen doet ontstaan, daar wij zo weinig van het wezen daarvan begrijpen en daar hangt toch zoveel van af".
Er zijn vele sterk uiteenlopende opvattingen over het hoe van de inspitatie. Sommigen staan op het standpunt der mechanische inspiratie, waarbij de schrijvers niet meer dan , , schrijfmachines" waren, waarop God op de een of andere manier werkte, anderen menen, dat de schrijvers slechts dienaren waren, die opschreven wat God hen op de een of andere wijze dicteerde. Geen van deze standpunten geeft echter geheel bevrediging, want Bijbelstudie doet ons inzien, dat de eigen gedachten-processen der schrijvers niet aan de kant werden gezet. Hun eigen hoedanigheden en eigenaardigheden komen op een echt menselijke wijze naar voren.
Daartegenover zeggen de Schriften, dat zij het uiteindelijk resultaat zijn van Gods Geest, en dat Hij de schrijvers zo onder controle had, dat niets tegen Zijn wil en voornemen in in hun schrijven kon worden toegelaten.
Wij stellen ons voor, dat de werkingswijze waardoor de Heilige Geest Zijn boodschap in de geest van de bijbelschrijvers binnenleidde, in werkelijkheid de telepathische manier was. De bedoelingen Gods, die geopenbaard moesten worden, waren verborgen in het verstand van God, waarbij wij aannemen, dat men werkelijk van , , het verstand" van God kan spreken, want God is inderdaad verstand- (mind) of geest (spirit), die in onze bespreking elkander uitsluitend gebruikt worden.
Het zou voor God weinig moeite zijn om deze , , gedachten" of , , Ideeën" met de bijbelschrijvers te delen. Hiervoor was aan hun kant slechts de vervulling van één voorwaarde noodzakelijk en dat was heiligheid des levens. De Bijbel vertelt ons, dat , , heilige mannen Gods, door de Heilige Geest gedreven, gesproken hebben. (2 Petrus 1, 21). God echter deelde niet slechts Zijn voornemens met hen, hoewel deze gedachten voor henzelf hun eigen gedachten waren, maar Hij bewerkte ook, dat zij er aan dachten deze op te schrijven en te doen voortduren, en in feite dwong Hij hen dit te doen.
Het beangrijkste is dat, omdat de gedachten, die door de schrijvers werden ontvangen, uit God zelf voortkwamen en Zijn oneindige kracht achter zich hadden, zij alléén in deze geschriften werden geopenbaard en dat niets anders, dan Zijn wil werd uitgedrukt. Wij zouden deze voorgestelde verklaring voor de goddelijke inspiratie van de Schrift in overweging willen geven, want zo is deze in zijn gedaante bepaald , , van- God-doorademd"."
Bovenstaand bericht namen wij over uit het november-nummer van het Internationaal Christelijk Nieuwsbulletin. (Uitgave van de Intern. Raad van Chr. Kerken — I.C.C.C).
Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat de Int. Raad het hiermede eens is, maar het bericht kan wel aantonen, dat de Heilige Schrift en haar Goddelijk gezag in de belangstelling staat.
Wat het onderwerp op zichzelf betreft, willen wij gaarne opmerken, dat wij niet veel verwachting hebben van inspiratietheorieën. Wij zijn n, l. van oordeel, dat geen mens bij machte zal zijn de weg Gods na te speuren in Zijn werk van schepping en openbaring. Immers ziet de mens aan wat voor ogen is. De zienlijke dingen zijn voor ons. Deze komen echter op uit de dingen die niet gezien worden !
Als God vorm en gestalte heeft gegeven aan de dingen, die bij Hem verborgen waren, kunnen wij die zien en waarnemen, maar achter de gestalte ligt het goddelijke werk, bij de dingen, die niet gezien worden. Daarin kunnen wij niet doordringen.
Daarom willen wij van geen theoretiseren weten over de goddelijke inspiratie der Heilige Schrift, maar wij geloven met de Kerk der eeuwen, dat zij van God is en het geloof zelf bevestigt dat aan de Zijnen.
Wij stellen ons dan ook tevreden met het bovenaangehaalde getuigenis van de apostel Petrus : en onderschrijven de woorden van onze belijdenis : de Heilige Geest getuigt in onze harten, dat zij van God zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's