IN MEMORIAM Ds. C. BALKE
"Meditatie over Mattheus 6 : 10 „Uw wil geschiede".
I. Er is niets, dat zo ingaat tegen ons menselijk zijn, als dit woord van overgave. Slechts in de grootste nood van het leven, bij de schipbreuk van ons bestaan, wordt dit woord ons afgewrongen.
Maar dan afgewrongen van de mens, verslagen door het lot van het leven, neergebeukt ter aarde, met opgeheven vuist nog machteloze bedreigingen uitend tegen de macht, die hem neersloeg.
Het: Uw wil geschiede, wordt dan echter : Uw wil geschiedt ! Het woord overgave wordt een woord van vertwijfelende aanvaarding van het noodlot, dat vanuit de donkerte boven ons, vanuit onbegrijpelijke en onpeilbare hoogten ons neersloeg.
Uw wil geschiedt, past beter bij de mens dan : Uw wil geschiede. De vaart van ons leven richt zich steeds naar het in de toekomst geprojecteerde: mijn wil.
En zoals de hemel voor de zeeman een hulpmiddel is om zijn doel te bereiken, zo is ook God een steuntje, dat ons er moet brengen. Hij moet zorgen, dat de hinderpalen uit de weg geruimd worden. Hij moet hier eens een duwtje geven, daar wat voor ons beschipperen. Hij wordt de noodhulp, die moet invallen, wanneer wiji het met eigen personeel niet meer kunnen redden.
Hij is niet de loods op onze levensboot.
Hij is niet in eerste instantie onze plaats van bestemming, slechts in laatste instantie.
Hij is niet de Heer!
Hoewel niets buiten Hem bestaat, menen wij, dat we vrij van Hem staan. Hoewel Hij de grond van ons bestaan is, menen wij op terrein te staan, dat het privaat-eigendom van ieder onzer is. Hoewel er geen kracht buiten Zijn kracht, geen geest buiten Zijn Geest, geen leven buiten Zijn leven is, verkeren wij in de mening, dat wij allen onze eigen kracht-centrale, ons eigen geestes-centrum, onze eigen levensbron hebben.
Tot ons de kracht ontbreekt, onze geest vertwijfelt, ons levenssap opdroogt en wij gevoelen, dat we het al maar ontleenden aan Hem, van Wien alle kracht, geest en leven is.
Wij hangen aan onze eigen wil, onze eigen plannen, onze eigen meningen, zoals een drenkeling hangt aan het voorwerp, dat hem nog boven water houdt. In doodsangst klemmen wij er ons aan vast. Ze los te laten zou betekenen zichzelf op te geven, vernietiging, ondergang.
En toch wil Jezus ons daarvan los hebben.
Hij wil ons leren dat op te geven, daarvan af te zien — om ons te voeren tot God.
Hij wil ons leren al die steunsels, die houvasten, die fundamenten op te geven — om ons te stellen op het eeuwig fundament. Hij wil ons doen wanhopen aan onszelf — om ons betrouwen alleen op God te stellen. Zelfs wil Hij het Zijn discipelen leren, wat het betekent : Uw wil geschiede.
En Zijn weg voert naar vernietiging, ondergang, dood, maar daardoor heen naar verrijzenis, opstanding, eeuwig leven !
Hadden wij maar de moed om naar Hem te luisteren, wij zouden ons betrouwen niet meer stellen op onszelf. Kregen wij maar oog voor Hem, werd onze blik maar op Hem gericht, wij zouden het wagen met Hem, ondanks onze last van zonde.
Konden wij onszelf maar kwijt worden, we zouden ons in Zijn armen werpen.
Maar steeds is daar de aarde, die ons trekt — en de hemel is zo ver. Steeds is het onze hartstocht, onze neiging, die ons afhoudt van Hem. Steeds is daar de stem van ons bloed, die ons roept — en we keren Hem de rug toe.
Wanneer de levensspanning toeneemt, , van onze natuur het uiterste gevergd wordt, het hart klopt te bersten, dan willen we het wagen met Hem.
Wanneer de dood rondwaart in de kring onzer dierbaren en zijn schaduw valt op een onzer geliefden, dan strekken we onze arm uit tot God en bijna uitdagend eisen we hulpe !
We slingeren het Hem in het gezicht.
Alle machtspreuken en tradities zijn evenveel middelen om Hem te dwingen tot overgave.
Hij heeft de naam van goed te zijn — laat Hij het waar maken. Hij heeft de naam van liefde te zijn — laat Hij ons dan helpen.
We kunnen onze lieve man, onze lieve vader, onze lieve moeder, onze broeder, onze zuster niet missen en daarom : help ! Alsof God zich moest schikken naar onze wil, naar onze raad, naar onze hartstocht. Alsof Hij zou wijken voor onze holle argumenten. Alsof wij het beter weten dan Hij.
Voor U nadert de dag, de dag die de kroon zal zetten op dagen, maanden, jaren van werken.
Van die dag hangt voor U alles af, — zoals ge meent.
Uw gedachten spinnen een cirkel om de dag — niet om God.
Het wordt de wens, de begeerte, de gedachte van uw hart. Al het andere ligt aan de omtrek.
Die dag is voor U het middelpunt.
Hoewel gij voor uzelf die dag reeds tot middelpunt gemaakt hebt, smeekt ge God om dat besluit te bekrachtigen. Gij weet, dat er ook nog iets bestaat buiten die dag, buiten dat éne. Gij weet, dat buiten die dag God ook nog bestaat — en als ge er aan denkt, siddert ge.
Maar in de cirkelgang van uw gedachten staat alleen maar die dag.
Nu smeekt ge om een zegen.
Ge houdt God voor, dat Hij uw leven geleid heeft naar die dag — maar ge vraagt niet: waarom ?
Van te voren staat bij U vast, dat ge op die dag Uzelf zult ontmoeten, geslaagd, gediplomeerd, geborgen — ge denkt er niet aan, dat ge op die dag misschien God zelf zult ontmoeten.
Ge dankt God, dat Hij u tot dusver er gebracht heeft, en ge hoopt door dit complimentje toekomstig succes te verwerven. Ge prijst Zijn goedheid, liefde, trouw en ge beseft Met hoeveel vleierij daarbij is. En plotseling schiet uw verlangen weer om de hoek: God, geef mij die dag — niet: o God, ik geef hem U.
En zó hartstochtelijk wordt die bede geuit, dat zij bijna ten hemel zou stijgen.
Maar het is geen heilige tonge vuurs, die opslaat, maar onheilig vuur, onheilig verlangen, onheilige begeerte uit een onheilig hart. En het onheilig hart herkent zijn begeerte niet als onheilig, en het is te zeer verdiept in eigen wezen, om op God te letten en op te merken, dat zijn bede niet kan bestaan voor de ogen van de heilige God.
Tot God u genadig is en u de ogen opent.
En wegrukt uw begeerte van uw lippen door teleurstelling, harde, wrede, noodlottige teleurstelling. En ge voelt de bitterheid van uw bestaan en de dagen u zwarte monsters worden, en uw leven een nietigheid is in uw ogen.
En hoe kan het ook anders.
Het had zo heerlijk kunnen zijn — als ge God. maar geplaatst had in het middelpunt van uw leven — ge zijt er voor verantwoordelijk, dat ge het niet hebt gedaan.
Het had zo anders kunnen zijn, als ge maar gevraagd had om Hemi, om Hem alleen — ge hebt gekregen, wat ge wenstet : u zelf alleen.
Het had zoveel beter kunnen zijn, als ge maar gebeden had om Zijn werk. Zijn dag. Zijn wil — en ge hebt geëist uw werk, uw dag, uw wil — en ge hebt het gekregen.
Ge hebt gevraagd om u zelf en ge hebt u zelf gekregen. In al zijn holheid, leegheid, onvoldaanheid. En de volheid van God ging voorbij.
Ge hebt gewroet in het stof der aarde en ge hebt niet opgemerkt de engel des lichts boven u.
Ge hebt uw doel gemist, ge hebt gefaald.
Uw dag zal wel eens komen ; deze dag ging God u voorbij. En diep, diep in u wordt het besef geboren, het smartelijk besef, dat ge niet deugt, dat ge nog nimmer gedeugd hebt en nooit zult deugen.
Dat ge uw levensdoel prijs gaaft voor eigen wil en dat ge zijt weggesneld voor God. Die dag wordt voor u de doemsdag, de dag des gerichts over uzelf. En in de verschrikking van dat gericht vergaat ge. Ge dacht, dat God uw vriendelijke buurman was, bij wien ge nog al wat invloed had — maar dat was Hij niet. Hij was anders.
Ge dacht, dat Gods wil overeen kwam met uw wil, , maar hij was anders.
Ge dacht, dat God gelijk was aan u, maar Hij was anders. En met starre verbazing ziet ge de tegenstelling tussen God en u, Gods gedachten en uw gedachten, Gods wil en uw wil.
Uw Wil-geschiede.! -Zelfs als het ingaat tegen ons belang ? Ja, dan ook. Uw wil geschiede. Zelfs als het ingaat tegen ons karakter ? Ja, dan ook. Uw wil geschiede. Zelfs als het gaat om ons leven? Ja, dan ook. . Hij vraagt het al. Met minder is Hij niet tevreden. Met Hem geen vergelijk, geen onderlinge schikking. Geef Mij uw hart!
Hij vraagt het, nimmer bezorgd te zijn; de getrouwheid in het grote èn in het kleine; het verlaten van alles wat ons lief is het verkopen van alles wat we bezitten.
Hij vraagt het offer. Het offer van onze wil, ons streven, ons hopen, ons verlangen.
Hij vraagt de zelfverloochening. Wie in Zijn dienst treedt, voor dien geldt het: Immer voorwaarts.
Slaan wij de hand aan de ploeg, dan moet ons oog zijn voor de vore, die als een rechte lijn moet snijden door de donkere aarde. Een blik achterwaarts zou die vore doen kronkelen en ons werk bederven. Zaaien wij het zaad, dan moeten wij rustig voorwaarts schrijden. Ge zoudt het zaad vermorsen, wanneer ge maar aarzeldet of uw stap vertraagdet. En dat zaad mag niet verloren gaan ; dat werk mag niet bederven ; het is niet van u, maar van Hem. En Hij is het belangrijkst. Hij heeft er Zijn doei mee, gij zijt slechts een middel ter bereiking van dat doel.
Daarmee moet ge u tevreden stellen.
Gij dwaalt rond in een wereld, waar gij elk ogenblik stoot op een ondoordringbaar geheim. i
Uw gehele leven is een geheim van de eerste schrei tot de laatste snik. En ge zijt uzelf een geheim. Maar achter dat alles staat God. En Hij leidt de wereld, en ook u, naar Zijn eeuwig raadsbesluit.
Door u, met behulp van u, in weerwil van u. Want alles staat in Zijn dienst. Zijn dienst. Zijn weg, Zijn wil is de rechte lijn. Uw dienst, uw weg, uw wil — de kromme.
Nu is het onze schuld, dat wij onze kromme lijn willen handhaven en de rechte van God verwerpen. Dat wij onze wil trouw zweren en strijden tegen Zijn wil. Dat wij gaan onze eigen wegen.
Zullen we gaan Gods weg, dan moeten wij ons omkeren. Zullen we gaan naar God, dan moeten wij doorgaan onder Zijn rechtvaardig oordeel en onze eigen kromme meningen verwerpen. Zal de tegenstelling van Gods wil met onze wil opgeheven worden in ons leven, dan moeten wij ons bekeren.
Een andere mogelijkheid zult ge niet vinden.
Geen andere weg. Geen ander middel.
Niet bij uzelf, niet op uw eigen weg, niet in uw eigen wil, maar alleen bij God, alleen op Gods weg, alleen in Gods wil zult ge vinden het êéns-willend-zijn met God.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's