Kroniek
Jaarwisseling 1957-58 — Onbehagen en onzekerheid — „Spel der machten" — „Uitdaging" van het Oosten aan het Westen — Conferentie van Kaïro — Naar de chaos ? — Dr. Berkhof en prof. de Graaf op het anti-militaristisch pad ? — Generale Synode der Geref. Kerken over subsidie kerkbouw — Gereformeerde theologen en het dansvraagstuk — „In de hemel is een dans" — Om de exegese van Lukas 15 : 25 Fundamentalisme ? — „Christen " bij het Kruis.
Gevoelens van onbehagen en onzekerheid hadden de boventoon in meerdere jaaroverzichten, welke ter gelegenheid van jaarwisseling te lezen waren in de dagbladen. De troebelen in Indonesië, de massa-repatriëring van mensen van Nederlandse stam, waarvan meerderen onze bodem nog nimmer betraden en investeringsbeperkingen met de gevolgen daaraan verbonden, waren de oorzaak van sombere klanken. Kerstboodschappen van staatshoofden, hoe fijn humanistisch met religieuze omranding ook opgesteld, radiotoespraken in, nachturen van de overgang 57/58 uitgezonden, ademden geen andere geest. De barre werkelijkheid van het , , spel der machten" en de „uitdaging" van de Oosterse wereld aan de Westerse, laat zich niet loochenen. De N.R. Crt. d.d. 30-12-'57, gaf in de , , Toestand" de resultaten van de Afrikaans-Aziatische conferentie te Kaïro — „vervolg" op die welke in '55 te Bandoeng werd gehouden — en tekende de invloed, door Rusland daar uitgeoefend, met de woorden : , „Dit land schijnt onvoorwaardelijke economische hulp aan alle landen van Azië -en Afrika beloofd te hebben".
De N.R. Crt. d.d. 2 1 '58 meldde : „Rusland een plaats in orgaan der Afrik.- Aziat. conferentie".
Hier helpt geen , , Eisenhower-doctrine", want die is in haar aanbod niet onvoorwaardelijk. Nu is het waar: wat van Rusland gemeld werd, zijn beloften. Maar , , er zijn ogenblikken, waarin beloften groter wonderen verrichten dan daden. De mensen geloven nu eenmaal met grote hardnekkigheid in de dingen, die zij wensen". Zo laat het zich aanzien, dat het Westen (Amerika) hier, evenals in zake de , , Spoetnik" de primeur van het Oosten (Rusland) zal moeten erkennen, met veel erger gevolgen naar ik vrees. Want, het geeft te denken als de , , Toestand"-schrijver zijn artikel beëindigt met de woorden: , , De conferentie van Kaïro, over welker verloop zelfs de neutralisten onder de deelnemers zich bezorgd maken, is een stap op de weg naar de chaos. Maar die weg heeft voor velen een onweerstaanbare aantrekkingskracht". Het uitzicht der dingen is niet moedgevend. Tenminste niet, voor zoveel dit horizontaal is. Dan is er alle reden om te vragen: „Wachter, wat is er van de nacht? " Alleen als wij de verticale uitzichten mogen kennen, dan wordt het anders. „Mijne tijden zijn in Uwe hand", zegt de Psalmist en daarmede leerde hij zich met al wat God de Heere in Zijn leven aan moeite en zorg en bekommering bracht, stellen in de hand van Hem, Die alle ding leidt naar Zijn Raad (Ps. 31 : 16). Dat zij in de bekommernissen dezes tijds voor ons de vrucht van het gevierde Kerstfeest.
Want de Heere Jezus daalde in in , , onze tijden", staat er midden in en voert wereld en Kerk naar de voleinding der dingen. De wereldontwikkeling wordt door Hem geleid, want het Lam, , , staande als geslacht, " heeft , , het boek genomen uit de rechterhand Desgenen, Die op de troon zat" (Openb. 5:7). Dat kan troosten en sterken om waakzaam te zijn voor alles wat Kerk en samenleving bedreigt.
Waakzaam zijn, dat is opdracht der H. Schrift, met name ten opzichte van wat in gang is in en rondom het kerkelijk leven. In „Nederlandse Gedachten" d.d. 28-12-'57 troffen wij het volgende aan:
„In de Zeister Nieuwsbode vonden wij een verslag van een voorlichtingsavond, waar prof. J. de Graaf en dr. H. Berkhof hebben gesproken over de roeping van de Christen ten aanzien van de toekomst der wereld. Het verslag draagt de ondertekening G. J. Uitman. Beide met overtuiging voorgedragen redevoeringen, zo bericht het verslag, maakten een diepe indruk op de aanwezigen.
Prof. De Graaf verdedigde zijn antimilitairistisch standpunt en dr. Berkhof keerde zich tegen de Nederlandse regering, die in Navo-verband oorlogsvoorbereidingen treft, waarbij de atoombom kan worden gebruikt."
„Dr. Berkhof meende als praktische conclusie te kunnen stellen, dat Nederland uit de Nato moet treden; het Neder landse volk moet de door hem gekozen regering daartoe dwingen. Misschien zal Amerika ons dan bezetten. Dat moeten wij dan lijden. Want zelfs onder een Russische bezetting valt te leven. Prof. De Graaf heeft persoonlijk in Rusland geconstateerd hoe het, geloof juist onder de verdrukking en in het lijden opbloeit. Niet een sterke NAVO, maar de levende God, de Heer des hemels en der aarde, die regeert in eeuwigheid, kan ons alleen redden."
De redactie laat op bovenstaande dan volgen:
, , Het is niet helemaal duidelijk of het verslag alléén maar de meningen van de sprekers weergeeft of dat de formulering van de conclusies voor rekening van de verslaggever komt. Het doet er voor ons doel niet toe.
't Is er ons te doen, om met de door ons geciteerde uitspraken te laten zien, hoe vreemd door sommige theologen en hun volgelingen over politieke verantwoordelijkheden en gedragslijnen wordt gesproken.
Niet een sterke Navo, maar de levende God kan ons alleen redden. Dat is waar, in de hoogste en de heerlijkste zin waar. Zoals we ook kunnen zeggen: niet de knapste dokters of de modern uitgeruste brandweer of de goed gevouwen parachute kunnen ons redden, maar alleen de levende God. God werkt middellijk, en wij mogen noch het middel verwaarlozen, noch datzelfde middel vereren in de plaats van God. De Chaldeër, zo staat er in Habakuk I slacht offers voor het net, dat hij als middel heeft gebruikt om de volken te vangen. De theologen, die zulks bepleiten, (n.l. voor de NAVO bedanken), en die de ontbinding van de NAVO begeren, pleiten voor een weerloos Europa. En dan is het maar een ongepaste aardigheid, te zeggen, dat wij dan door de Amerikanen worden bezet. De enige bezetting, die dan dreigt, is een Russische bezetting. Maar och, ook onder zo'n Russische bezetting valt wel te leven, en prof. De Graaf heeft zelf in Rusland geconstateerd, dat het geloof juist onder de verdrukking en in het lijden opbloeit.
Natuurlijk volgt uit zulke stellingen en redeneringen, dat de Hongaren zich wel lelijk hebben vergist, toen zij alles op het spel wilden zetten, om van de Russische bezetting bevrijd te worden. Immers, zelfs onder een Russische bezetting valt te leven. En prof. De Graaf had de Hongaren kunnen vertellen, dat het voor het welwezen van hun geloof juist zo goed was, om door de Russen verdrukt te worden."
Nu gaat het ons niet om 'n Navo-politiek of welke ook, te verdedigen. .
Dr. Berkhof is rector van het seminarium der Nederlandse Hervormde Kerk. Hij heeft invloed op onze a.s. predikanten, die alle een half jaar het onderwijs aan het seminarium moeten volgen. Hij is een man van gaven, die wat hij de studenten wil meegeven, geeft in glashelder betoog. Die eer moet hem gegeven worden. Prof. De Graaf doceert aan Utrecht's Universiteit de theologen de ethiek. Wie zijn boek , , Europese dialoog in Moskou" kent, weet dat hij suggestief kan schrijven. Zijn contacten in Rusland, zijn anti-militaristische overtuiging zal hij waarlijk in z'n onderwijs niet verzwijgen. Men kan zeggen: 't Zal wel meevallen. Er is in anderer onderwijs aan de universiteit voor onze studenten nogal het een en ander, dat eventuele anti-militaristische invloeden kan neutraliseren. Ja, dat kan. Maar onschuldig is een en ander niet. Zeker, studenten, ook theologische studenten, moeten midden in de strijd der geesten de worsteling om een gefundeerde overtuiging nu eenmaal kennen en meemaken. Toch is waakzaamheid geboden. En vooral studie met in het hart de bede om 't licht des Geestes uit Hem, in Wien de „schatten der wijsheid en der kennis zijn", en licht geeft om de geesten te beproeven.
Ja, dat is nodig, opdat het niet de weg opga, waarvan het artikel een treffend voorbeeld geeft. Luister slechts :
„Er is een middeleeuws verhaal, dat een Turkse sultan een Christenvolk had onderworpen en gedwongen had, zijn godsdienst aan te nemen. Toen een van de raadslieden zei: maar weet u wel, dat deze mensen in hun hart Christenen zijn gebleven en zich maar naar het uiterlijk hebben onderworpen, toen was het antwoord: dat weet ik, maar de kleinkinderen van deze huichelaars zullen oprechte Mohammedanen zijn. Er zit in dit verhaal een diepe waarschuwing."
Ik weet niet hoeveel contacten dr. Berkhof en prof. De Graaf in de jaren 1940/45 met het , , verzet" hadden. Dit valt me wel op, en het bovenstaande is er naar ik meen een bewijs van, dat men tegenover Rusland heel wat concilianter is dan toen tegen Duitsland. Karl Barth en Hromadka gingen op deze. weg voor. Kerkelijk Nederland, voor een deel althans, volgt. Maar is het totalitaire stelsel van het communisme ongevaarlijker dan het andere? Is de marxistische spreuk : , , Godsdienst is opium voor het. volk" van het Kremlin verwijderd ?
De Fransen hebben het spreekwoord: : , , les idees marchent", de ideeën schrijden voort. Het bovenstaande geeft er een bewijs van. Maar ook het volgende, , zij het op een heel ander gebied :
, , De generale synode der gereformeerde kerken heeft besloten aan de deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid te berichten, dat er harerzijds geen bezwaren bestaan tegen het aanvaarden van overheidsbijdragen voor kerkbouw, omdat hierbij geen sprake is van subsidie, maar van bijdragen voor éénmaal en omdat hieraan met betrekking tot het kerkelijk leven geen voorwaarden zijn verbonden.
Deze mededeling ontlenen wij via het Gereformeerd Weekblad aan de gestencilde acta der geref. synode: art. 258, de zitting van vrijdag 4 oktober 1957. Die dag heeft, blijkens de acta, de praeses der synode mededeling gedaan van bovenvermeld, in comité-zitting door de synode genomen, besluit.
Ik trof dit citaat aan in „Trouw" dd. 21-12-'57'. Het werd gegeven zonder commentaar. Ik zou er ook verder over kunnen zwijgen, doch ik ving eigenlijk reeds aan met een kanttekening, zij het meer in het algemeen. Daarom nog een korte opmerking. Het boven aangehaalde franse spreekwoord zou de indruk kunnen vestigen, alsof ik me over dit besluit in minder gunstige waardering verkneukelde. Niets is minder waar. Ik heb er begrip voor, dat men voorheen in de geref. kerken zelfs maar de gedachte aan iets dergelijks afwees. Nu zijn de inzichten gewijzigd. Ook daarvoor heb ik begrip. Indien de overheid alle mogelijke openbaringen van cultuur en daarmede wat men in het algemeen het geestelijk leven des volks noemt, steunt, heeft ook de kerk rechten. Temeer, waar de overheid door haar voorgeschreven eisen voor de bouw laat gelden als het kerkgebouwen betreft. Daarmee zijn we daadwerkelijk mede. door de noodzaak der feiten in een stadium, waarin niet meer verkondigd wordt, dat de overheid geenszins zich moet bemoeien met het geestelijk leven der natie. Van a.r.-zijde, wat niet ident is met geref. kerken, al behoort het merendeel dier kerken tot de a.r.-partij, werd deze stelling voorheen lange tijd bestreden. Daarmede is niet gezegd, dat alle leden dier partij het hiermede eens waren. Het hangt samen met de beantwoording van de vraag of de overheid gehouden is de Ie tafel der wet te handhaven met de 2e, dan wel alleen de 2e. Ik ga daar verder niet op in, al ben ik nog immer overtuigd, dat de beide tafelen der wet haar tot richtsnoer hebben te zijn. Dan komt subsidiëring van kerkbouw op een ander vlak te liggen dan het algemeen culturele. In deze weg komt art. 36 — het ongewijzigde — in het gezichtsveld te liggen.
„Les idees marchent" ... geldt dat ook van het dans vraagstuk en dan met name in onze christelijke kringen ? De Generale Synode der Geref. Kerken deed inzake de dans een uitspraak. We hebben er onlangs gewag van gemaakt. Ondanks die uitspraak — de classis 's Gravenhage wees eveneens de moderne parendans af — schijnt de drang naar de dans niet geringer te worden.
Prof. Schippers is in zijn boek , , De Gereformeerde zede" van oordeel, dat „als er goede typen voor dansen kunnen worden gevonden, zij het erotische verkeer eerder zuiveren zullen dan bederven", (blz. 214). Dr. H. T. von Meyenfeldt is een gans andere mening toegedaan. Hij zegt in dit verband:
, , De moderne paardans is echter kennelijk een ontaarding: de elementaire bewegingsdrang van de mens wordt door de tot erotiek versmalde bedding van de paardans geleid, waardoor de spanningen in dit rayon onverantwoordelijk verhoogd worden. Het past geheel in de huidige instelling tegenover de sexualiteit: men licht eerst de geslachtsdrift uit zijn verbanden — nl. die van het huwelijk — om vervolgens aan deze , , uitgeprepareerde wellust" de hem toekomende uitlaten te geven. Elementaire expressiedrangen worden daarom gedegradeerd tot erotische spuigaten."
(Geciteerd uit G. W. d, d. 28-12-'57).
Men ziet het: de theologen in de geref. kerken zijn niet eenstemmig van gevoelen.
Hoe is het bij ons ? In „Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk" d.d. 17-10-'57, las ik een artikel getiteld : , , In de hemel is een dans", ondertekend door W. S. Laat mij daaruit enkele citaten mogen geven. Het begin luidt:
, , Het is blijkbaar mogelijk hierover te preken. Tot mijn verwondering. Want ik heb altijd gemeend dat je er enkel, als over ieder onderwerp, over kon spreken; en dat de preek met iets anders te maken had. Als dan toch de dans in de aardse danszaal uit de mouw van de toga komt, uit die wijde mouw, komt mijn oude mening weer boven: die aardse dans is zaak voor bespreking, niet voor bepreking zaak voor de catechisatie, niet voor de preek. Maar ik kan me vergissen."
De tekst van de preek, in het voorafgaande bedoeld, was Lukas 15 : 25 : „En zijn oudste zoon was in het veld en als hij kwam en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei". De schrijver vervolgt dan:
, , Ik wil graag aannemen dat alles in die gelijkenis letterlijk moet worden genomen. Dat er dansmuziek is in de hemel, omdat die vader God is, enzovoort. Nog eens; aangenomen dit alles; er kan over gepreekt worden; en een dienaar des Woords doet het. Dan is onverbiddelijke voorwaarde daarbij: de juiste exegese van de tekst. In dit geval van Luc. 15 : 25. Die voorwaarde geldt steeds; maar zeer zeker wanneer de dienaar, zoals in dit geval, iets uit de hemel (de dans) in verband brengt met, op één lijn stelt met, iets op aarde (het dansen van onze jonge mensen."
Daarna laat hij volgen:
„Als ik het goed begrijp, en ik vrees bijna dat ik dit doe, is de aardse dans, die uit de wijde mouw komt, een zaak van mannelijk en vrouwelijk. Natuurlijk, anders zou er niet „veel aan zijn". Levendig herinner ik mij hoe 30 jaar geleden de hoofdredacteur van het Haags Maandblad daarover schreef. Hij was niet een man van de nadere reformatie, het piëtisme, de doperse mijding, de preciesie of de rekkelijkheid, maar een man van „de wereld"! Hij schreef: dat de moderne dans hem te veel leek op een paring! Ik ben er toen van geschrokken, en over de schrik nog niet helemaal heen. Maar goed, laat het zo erg niet geweest zijn met de dans van toen, en al helemaal niet meer zijn met de thans moderne dans. Zaak van hij en zij is de dans nog steeds. Welnu, staat in Luc. 15 : 25 dat de oudste broer hoorde muziek, en dans van mannelijk plus vrouwelijk? "
De schrijver wijst hierop pertinent af, dat het in Lukas 15 : 25 zou gaan over een , , dans van hij en zij", verwijzend naar Matth. 22 : 30, waar Christus zegt, „dat er in de hemel geen mannelijk en vrouwelijk zal zijn". Hij schrijft dan, dat hij wil , , pleiten voor een goede exegese bij de preek" en besluit:
„Zeker, die kan ons een tekst, welke wij voor een „bepaald onderwerp" gevonden hebben, onaangenaam uit handen nemen. Maar de waarheid gaat boven alles. En bij Lucas 15 : 25 zegt zij onverbiddelijk: er is geen parallelle tussen de dans in de hemel en de dans die in ons moderne dansvraagstuk bedoeld is! Mogen onze jonge mensen naar de danszaal, of mag het niet, het is nu niet aan de orde. Nu gaat het er om dat, als er in de hemel een dans is, deze van geheel andere aard is dan de dans in onze zalen. Over deze geheel andere aard zou misschien wel gepreekt kunnen worden."
Men ziet het vraagstuk houdt de geesten wel zeer bezig, geesten van jongeren, ouders en ook van predikanten, die met de jeugd in aanraking komen; en men beijvert zich om de jeugd op zijn zijde te krijgen. Er wordt veel afgegeven op het „fundamentalisme" d.w.z. op hen die de Bijbel willen nemen zoals hij zich geeft als norm voor leer en leven. Is er in de poging om Lukas 15 : 25 te laten zeggen, wat de bewuste predikant wenste, waarbij m.i. de tekst hevig geweld werd aangedaan, om niet te zeggen misbruikt, geen , , fundamentalistische" drang ? De schrijver van het bewuste artikel noemde geen naam. In het G.W. d.d. 4-l-'58 las ik: Het bestuur n.l. van de Vereniging voor christelijk middelbaar onderwijs te Groningen, waarvan o.a. de tweede chr. H.B.S. uitgaat, waaraan ds. M. A. Krop gedurende bijna tien jaar godsdienstonderwijs heeft gegeven, heeft ds. Krop medegedeeld, dat hij tegen 1 september 1958 niet zal worden herbenoemd en dat hij na 1 januari a.s. geen les meer behoeft te geven, niet wegens het onderwijs als zodanig, maar om zijn preek in de jeugddienst van 8 september j.l.
Dit feit is bekend geworden doordat ds. Krop in de vergadering van de centrale kerkeraad van Groningen hiervan mededeling heeft gedaan. Daarbij deelde hij mede, dat hij zich aan het verzoek van het bestuur zou houden.
Is ds. Krop wellicht de man, die de bovenbesproken preek hield? Hoe dit ook zij, de maatregel is van de zijde van dat bestuur begrijpelijk. Het gaat om onze jongeren. „In de kring der Gereformeerden is verschil van inzicht ten aanzien van de kwestie van het dansen", schreef , , Enigheid des Geloofs". In de Kring der Hervormden ook, kunnen wij er bij voegen. , , En de jeugd gaat over tot de orde van de dag", werd e rin bovengenoemd blad aan toegevoegd. Hoe is het onder ons! Is er nog het gezag des Woords? Het buigen voor het: „Alzo spreekt de Heere? "
Er schijnt een streven gaande te zijn de dans te „christianiseren". Dat lijkt mij een onmogelijkheid, hoe wij het wenden en keren. Daarom pleit ik voor het bewaren en kweken van de oude christelijke zede: de dans contrabande. Fundamentalisme? Och ja, dat zal wel. Het fundamentalisme van , , bespotte vromen". Als , , Christen" uit Bunyans wonderschone book door „een blik op het Kruis" 't zondenpak zich van de schouders voelde glijden, sprong hij meermalen omhoog! Zulk „dansen" is Gode welgevallig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's