De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kapernaüm en wij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kapernaüm en wij

10 minuten leestijd

En Nazareth verlaten hebbende, is Hij komen wonen te Kapernaüm. Matth. 4 : 13a;

Er zijn mensen, die bijzondere voorrechten genieten. Daarover kunnen wij het eens zijn. Nu ligt het er aan, wat wij als een groot voorrecht zien. Dat is wel vaak verschillend. Arme mensen zullen rijkdom bijv. een groot voorrecht vinden. En zieken zien gezonde mensen bijzonder bevoorrecht. Zo kunnen we doorgaan. Wij vergeten daarbij vaak iets. Als Jezus zegt: , , Hoe bezwaarlijk zal een rijke in het Koninkrijk Gods ingaan", dan kunnen we daaruit leren, dat in rijkdom bijzondere gevaren schuilen, en dat dit „voorrecht" ons in een bijzondere verantwoordelijkheid stelt. En menige zieke heeft leren zeggen: „Heere, ik dank U, dat ik verdrukt werd, want eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw Woord". Job heeft moeten lijden ter ere Gods, Opdat het woord van Satan leugen zou blijken. En Jezus zegt van de blindgeborene, dat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden. Het is dus zo, dat God in al Zijn leidingen wil verheerlijkt worden. En als dat gebeurt in ons leven, dan zijn wij bijzonder bevoorrechte mensen. Dan is genade van God aan ons bewezen.

Nu is het een bijzonder voorrecht voor ons allen geweest, dat God Zijn Zoon aan deze aarde gegeven heeft. Waaraan hebben wij dat verdiend ? Een bijzonder voorrecht ook, dat wij voor de zoveelste maal de verkondiging van het Kerstevangelie hebben mogen beluisteren. Een bijzonder voorrecht, dat wij nog weer een nieuwe jaarkring mochten beleven, en dat God ook in dit nieuwe jaar voortgaat met Zijn Woord aangaande Jezus Christus tot ons te spreken. Maar -God wil in dit alles verheerlijkt worden!

De herders, al waren zij arm, wisten zich bijzonder bevoorrecht door het Woord, dat tot hen geschied was, en zij aanbaden het Kindeke in de kribbe. En zij gingen heen, lovende en prijzende God. En ook Simeon heeft het als een groot voorrecht gezien, dat hij de vertroosting Israels in zijn armen mocht houden. Omdat deze gekomen was, kon hij heengaan in vrede.

En de oude Anna achtte het eveneens een voorrecht, dat zij dit mocht meemaken, en zij sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.

Is het ook niet een groot voorrecht: Immanuël, God met ons? Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond!

Wat is het ook voor Kapernaüm een voorrecht geweest, dat Jezus daar kwam wonen. Wij lezen: , , En Nazareth verlaten hebbende, is Hij komen wonen in Kapernaüm".

Wij kunnen dit feit in verband brengen met Kerstfeest. Want als Mattheüs dit meedeelt, dan laat hij er op volgen: „Opdat vervuld zou worden het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en degenen, die zaten in het land en schaduw des doods, hun is een licht opgegaan."

Deze profetie, waar wij zo gaarne aan denken in Adventstijd, is toen in vervulling gegaan voor Kapernaüm zegt Mattheüs. Dat is dan ook wel een groot voorrecht geweest voor die stad. En hebben zij het nu ook als zodanig beschouwd? Hebben zij een groot licht gezien, en is over hen een licht opgegaan?

Ja, want laten wij maar eens zien, wat dit voor Kapernaüm betekend heeft.

Nadat de mensen in Nazareth al bij het eerste optreden van Jezus aldaar, getracht hebben, Hem te doden, is Jezus vandaar naar Kapernaüm gaan wonen. Kapernaüm was een stad, gelegen aan de zee van Galilea, op de grens van de gebieden van Filippus en Herodes Antipas. De grote weg, de weg naar de zee, ging over Kapernaüm. Daar was een tolkantoor. Daar lag ook een bezetting soldaten, onder commando van een centurio (een hoofdman over honderd).

En nu is de Koning Israels tot die stad gekomen, en gaat daar wonen. Als Mattheüs zegt (in hoofdstuk 9), dat Jezus kwam in Zijn stad (en dan Kapernaüm bedoelt) dan moet Hij daar inderdaad geruime tijd gewoond hebben, of althans, met veel onderbrekingen, daar vaak vertoefd hebben. Anders zou Kapernaüm niet Zijn stad genoemd zijn. Daar heeft Jezus al aanstonds in de synagoge gepredikt, en iemand genezen, die van de duivel bezeten was. Daar heeft Hij ook op de Sabbath, in de synogoge iemand met een dorre (verlamde) hand genezen. Daar heeft Hij de schoonmoeder van Simon Petrus genezen van de koorts.

Heel de stad is er vol van, en 's avonds na de Sabbath, is er een schare verzameld voorde deur allemaal mensen, die hun zieken tot Jezus brengen. En wij lezen: Hij genas er velen, die door verscheiden ziekten kwalijk gesteld waren, en wierp veel duivelen uit, en liet aan de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

O, wat gaat daar een licht schijnen in Kapernaüm. Als Hij weer in Kapernaüm is, (zegt Marcus) en het wordt gehoord, dat Hij in huis is, komen die vier mannen met hun vriend, een geraakte, die zij door het opgebroken dak neerlaten, omdat zij anders niet bij Jezus kunnen komen.

Daar, in die stad, is de knecht van de hoofdman over honderd, genezen. Daar woonde ook de koninklijke hoveling, wiens kind op sterven lag. Te Kana, op 26 km. afstand van Kapernaüm, zegt Jezus tot die vader, die Hem voor zijn kind zocht: , , Ga heen, want uw zoon leeft". En als die vader thuiskomt, eri zijn kind gezond aantreft, mag de vader vernemen, dat het kind gezond was, op hetzelfde ogenblik, dat Jezus tot de vader gezegd had: , , Uw zoon leeft".

Wat een voorrechten men daar toch mocht ontvangen.

In die stad woonde ook Jaïrus, wiens twaalfjarig dochtertje op sterven lag, en ook inderdaad stierf, maar door Jezus weer tot het leven werd teruggeroepen. Dat ongelooflijke is in Kapernaüm gebeurd. Daar is Levi (Mattheüs) van het tolhuis geroepen, om Jezus te volgen. En Jezus zat aan, aan de maaltijd, die Matt'heüs aanrichtte, met veel andere tollenaren.

Het is daar gebeurd, dat Jezus tot de mensen sprak, en dat er zoveel waren, dat er haast geen plaats was voor Jezus. Zó verdrongen ze zich, om Hem te horen. Toen heeft Jezus een scheepje laten afvaren van de wal, en Hij sprak daarna, staande op het schip, in gelijkenissen tot die allen, die daar op de wal bijeen waren. En men kon die gelijkenissen maar moeilijk meer vergeten. 

Ik weet niet. of ik wel volledig ben. Maar dat is allemaal in Kapernaüm gebeurd. Ja, het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien. Kapernaüm is wel zeer bevoorrecht geweest. Wie had tenslotte niet het Woord van Jezus gehoord? Van Zijn woorden des levens? En wie had daar in die stad tenslotte niet van Zijn wondere daden gehoord ? Wie kende daar tenslotte Jezus niet!

Wat zal die stad dan ook vol gelovige mensen geweest zijn ! Zo'n groot licht was over hen opgegaan ! Zoveel woorden ! Zoveel daden ! Wat moeten die mensen zich toch verheugd hebben in dat licht!

Maar dan schrikken we toch van Jezus' eigen Woord over die stad: „Wee u, Kapernaüm; tot de hemel toe zijt gij verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden, want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou tot op de huidige dag gebleven zijn".

Wat is dat een huiveringwekkend woord ! Wat stelden al die voorrechten de stad Kapernaüm ook in een dure verantwoordelijkheid ! Het was niet alleen Zijn stad, waar Hij woonde, maar daar was ook zo menig woord door Hem gesproken, en zo menig wonder verricht. Hoe was het mogelijk, dat die bevoorrechte mensen dan ook niet tot Zijn trouwste volgelingen behoorden!

Ja, hoe is het mogelijk, dat wij een leven lang de verkondiging van Jezus horen, en maar blijven, die wij zijn.  Denkt u, dat die mensen in Kapernaüm ; zover afstonden van de mensen van on­ze tijd ?

Dacht u werkelijk, dat, als u in Kapernaüm gewoond had, en dat alles meegemaakt had, u toch zeker in Jezus zou geloofd hebben en Hem gevolgd zou zijn ?

Waarom doet u het nu dan niet, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand, en met geheel uw kracht ? Want wat is u een bevoorrecht mens. Wat hebt u al lang het Evangelie van Jezus Christus mogen beluisteren. Wat hebt u al lang geleefd onder de beademing van dat Evangelie.

En nog weer is het u onlangs verkondigd : Immanuël, God met ons. De Koning, door Israels God gegeven, heeft Zijn heerlijkheid willen verlaten, om onder ons te wonen. Hij is gekomen, om zondaren te zoeken en zalig te maken. Het is u gezegd door tal van dienstknechten, en in die weg stond Hij Zelf aan de deur van uw hart en klopte, om binnengelaten te worden, want Hij wil wonen in uw hart. Als wij al die woorden, tot ons gericht, eens moesten optekenen, al Zijn roepstemmen : wij zouden, evenals Kapernaüm, er niet spoedig mee klaar zijn.

Maar wat is het resultaat van zoveel genade van God in Jezus Christus, aan u betoond? Mocht niet verwacht worden, dat na zoveel gunstbewijzen, u toch zeker Hem zou dienen met alles, wat in u is ? Nog weer mocht u een jaar onzes Heeren ingaan, waarin Hij met Zijn Woord u bezoekt, en uw hart vraagt ter woning. Wat bent u bevoorrecht boven anderen. Als in Tyrus en Sidon dat eens gebeurd was. Als in Sodom dat eens geschied was ?

Zullen de mannen van Ninevé misschien ook opstaan in het oordeel en tegen u getuigen ? Want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona, en zie, in deze weg komt Christus tot u.

Drommen mensen hebben in Kapernaüm om Jezus heen gestaan, en wat zullen ze veel over Hem gesproken hebben ! Maar kan dat dan: de kerk vol mensen, en daarna veel over Hem en over God en over de godsdienst praten, en toch onbekeerlijk van hart blijven?

Kan dat: tot de hemel toe verhoogd zijn, en toch tot de hel toe nedergestoten worden ? O, dan die dag des oordeels !

Te Kapernaüm (zo lezen we) begon Hij te zeggen: , , Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen !"

Ja, bekeert u ! Weet u zo ongeveer alles van Hem af, en blijft u toch, wie u bent, en waar u bent ? God doet dit alles, opdat vervuld zou worden, dat ook u Hem dient. Mag Hij niet uw Koning zijn op elk terrein van" uw leven ? Koning over uw gedachten, uw woorden, en uw werken? Zult u Hem niet.belijden, en volgen in de weg van \Voord en Sacrament, om Hem te mogen toebehoren ? Moet Jezus tenslotte ook van u zeggen-: Tot de hemel toe zijt ge verhoogd, tot de hel toe zult ge nedergestoten worden ?

Nog is het tijd. Nog moogt u weer een nieuw jaar ingaan, een jaar van het welbehagen des Heeren. Nog steeds behaagt het Hem, tot u te spreken. Bekeert u dan tot Hem. Laat Hij Zich toch over u mogen verheugen ! Laat het vervuld worden in u, dat u God gaat loven en prijzen om Zijn grote genade over u.

Want het Kindeke in de kribbe, dat later groot geworden, ook in Kapernaüm woonde, zal eenmaal tevens de Rechter zijn. En als die Zoon des Mensen komt, zal Hij dan geloof vinden, ook in uw hart ?

Jezus kwam wonen in Kapernaüm. Wat een voorrecht voor die stad. Hij wil ook wonen in uw en nüjn hart. Wat een voorrecht. Wat doen wij dan met zo grote genade van God, in Jezus Christus ons toegebracht ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kapernaüm en wij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's